KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 9 mrt 2026 · Tweede Kamer

Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)

Brontekst

De heer Bamenga (D66): Dank u wel, voorzitter. Allereerst een hartelijk welkom aan de kersverse minister van Werk en Participatie, minister Aartsen, bij zijn eerste wetgevingsoverleg Integratie en maatschappelijke samenhang. Ik wens de minister heel veel plezier en succes in zijn nieuwe functie. Ik zie ook nieuwe woordvoerders integratie vanuit verschillende partijen. Ook hen wil ik heel veel succes wensen. Ik kijk uit naar een constructieve samenwerking. Voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik bij een iftar, georganiseerd door Stichting Prisma in Eindhoven. Aan het einde van de avond werd aan een kunstenaar de vraag gesteld wat hij beschouwde als de hoogste kunst. Deze kunstenaar zei: de kunst van het samenleven. Over deze kunst mogen wij het vandaag hebben met elkaar; de kunst van het samenleven. Voorzitter. Bij het voorbereiden van dit debat moest ik terugdenken aan de periode dat ik nog coördinator was bij het Wereldhuis in Den Haag. Het Wereldhuis was een ontmoetingsplek waar mensen langskwamen voor een gesprek, voor advies of gewoon voor een kop koffie of thee of een lunch. Het was een plek waar iedereen welkom was, ongeacht wie zij waren of waar zij vandaan kwamen. Ik herinner met één man nog goed, Tenson. Tenson was een vaste bezoeker. Hij kwam. Hij dronk koffie of thee en lunchte vaak met ons mee. Hij oogde rustig, maar ook wat passief en afwachtend. Op een dag ging ik bij hem zitten en vroeg hem: Tenson, vertel eens wat jouw verhaal is; wie ben jij? Hij woonde al een paar jaar in Nederland en sprak een beetje Nederlands, maar zijn Engels was uitstekend. Hij vertelde mij dat hij uit Ghana was en daar heeft gewoond en dat hij daar bij een bank heeft gewerkt. Ik vroeg hem: wat hield je werk bij de bank precies in; kun je bijvoorbeeld ook boekhouden? Hij zei: ja, dat kan ik. Ik liet hem dus ons boeksysteem zien en vroeg hem of hij snapte wat daar stond. Hij moest lachen en zei: ja, natuurlijk. Ik vroeg hem om uit te leggen wat er stond. Vervolgens legde hij mij niet alleen uit hoe het systeem werkte, maar vertelde mij ook hoe het beter kon. Ik vroeg Tenson of hij voortaan onze boekhouding wilde oppakken en dat deed hij. Ik zag vanaf dat moment iets bijzonders gebeuren bij Tenson. Hij bloeide helemaal op. Hij stond letterlijk weer rechtop. Hij was trots dat hij kon bijdragen en meebouwen aan het succes van onze ontmoetingsplek. Hij nam verantwoordelijkheid, want hij nam de leiding over iets wat belangrijk was voor ons allemaal. Voorzitter. Wat ik van Tenson heb geleerd, is hoe belangrijk het is om verhalen van mensen te kennen, om ze te vragen: wie ben je, wat wil je, wat kun je? Voor mij begint integratie bij het stellen van deze vragen. Zoals ik vaker heb gezegd bij integratiedebatten: integratie begint bij het zien en benutten van talent, kansen bieden, obstakels wegnemen en het creëren van plekken waar mensen hun talent kunnen inzetten en zich verder kunnen ontwikkelen. Maar dit gebeurt natuurlijk niet altijd. In de praktijk zien we te vaak dat talenten niet gezien worden, niet benut worden, dat er allerlei obstakels worden opgeworpen voor mensen om mee te kunnen doen. Of het nou gaat om administratieve rompslomp of omdat mensen heel lang moeten wachten totdat ze de taal kunnen leren, op hun eigen niveau kunnen werken of erkenning krijgen van hun diploma, we werpen onnodige obstakels op die meedoen vanaf dag één belemmeren. Neem nou het voorbeeld van Rami Alfaouri. Rami zat in het derde jaar van zijn specialisatie tot cardioloog toen hij met zijn gezin vluchtte voor de Syrische burgeroorlog. Hij kwam in 2015 aan in Nederland en kreeg een jaar later zijn verblijfsvergunning. Vervolgens ging hij hard aan de slag om goed Nederlands te leren en zijn Syrische artsendiploma erkend te krijgen. Pas na zes jaar — na zes jaar! — kon hij in Nederland beginnen aan de opleiding cardiologie. Bureaucratie en wachten waren zijn grootste vijand, allemaal verloren jaren. Het probleem is: dit verhaal van Rami staat niet op zichzelf. Gevluchte artsen die in Nederland weer willen werken als arts, moeten zo'n twee jaar wachten op de beroepsinhoudelijke toets. Deze toets biedt toegang tot de BIG-registratie en daarmee de arbeidsmarkt. Dit geldt behalve voor gevluchte artsen ook voor niet gevluchte artsen van buiten de EU die in Nederland willen werken. De wachttijd is een enorm obstakel. Wat D66 betreft pakken we die wachttijden aan, zodat mensen niet twee jaar of in het geval van Rami zes jaar hoeven te wachten maar meteen mee kunnen doen. Hoe kan de minister ervoor zorgen dat die wachttijden en andere onnodige belemmeringen worden geminimaliseerd? Voorzitter. Volgens VluchtelingenWerk start het inburgeringstraject voor mensen die moeten inburgeren structureel later dan in theorie het geval zou moeten zijn. De huisvesting duurt langer, niet iedereen start met voorinburgering, veel mensen die gestart zijn stoppen tussentijds, het vaststellen van het persoonlijk inburgeringsplan duurt langer dan voorzien en taallessen starten later dan bedoeld. Mijn vraag aan de minister: heeft de minister inzicht in de oorzaken van deze vertragingen en kan hij die aanpakken? Voorzitter. In het regeerakkoord staan mooie plannen in het kader van meedoen vanaf dag één. We nemen onnodige drempels zoveel mogelijk weg, zoals tewerkstellingsvergunningen. Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning mogen sneller aan het werk en we kiezen ervoor om ze daarbij te ondersteunen. Bij alle grote opvanglocaties komen er #Meedoen-balies, waar mensen worden geholpen bij hun zoektocht naar vrijwilligerswerk, een opleiding of betaald werk. Wanneer verwacht de minister de #Meedoen-balies gerealiseerd te hebben? Hoe zorgt de minister ervoor dat de onderwijsaanbieders en werkgevers worden aangehaakt? Heeft de minister al contact met hen gezocht over dit voornemen? Voorzitter. Meedoen vanaf dag één is belangrijk, net zoals meedoen op het eigen niveau, zowel in taal en werk als in onderwijs. Daarom is taalontwikkeling na B1-niveau ook belangrijk voor mensen die dat aankunnen. Dat wordt nu te weinig gestimuleerd in de inburgeringswet. D66 is van mening dat mensen die een hoger taalniveau aankunnen gestimuleerd zouden moeten worden om een hoger taalniveau te halen. Mijn vraag aan de minister: kan de minister kijken welke mogelijkheden er zijn om taalontwikkeling na B1-niveau nog meer te stimuleren? Volgens het recent uitgebrachte rapport Onbenut potentieel van de Algemene Rekenkamer is het voor gemeenten vrijwel onmogelijk om alle doelen van de Wet inburgering en de Participatiewet uit te voeren. Zou de minister iets kunnen vertellen over wat, wat hem betreft, het belangrijkste doel is van inburgering? Is dat snel uit de bijstand komen, taal op het hoogste niveau, meedoen op het eigen niveau, het behalen van een inburgeringsdiploma of inzet op tekortsectoren? Volgens de Algemene Rekenkamer wordt momenteel niet geregistreerd wat de werkervaring van statushouders is. Ook weten we van driekwart van de statushouders niet wat hun opleidingsniveau is. Dit lijkt me wezenlijke informatie om maatwerk te kunnen bieden, maar ook om te kijken hoe inburgeringsbeleid beter aan kan sluiten bij de ambities om mee te doen op het eigen niveau. Vraag aan de minister: kan de minister ervoor zorgen dat we inzicht krijgen in de werkervaring en het opleidingsniveau van statushouders, zodat inburgeringsbeleid bijdraagt aan meedoen op het eigen niveau? Voorzitter. Sommige lokale inburgerings- en integratieprogramma's zijn enorm succesvol gebleken, maar worden niet structureel gefinancierd. Kan de minister ervoor zorgen dat succesvolle lokale projecten waarin statushouders duurzaam naar werk worden begeleid, worden opgeschaald? Open Hiring is een voorbeeld van een project waarover de minister zelf in zijn brief heeft aangegeven dat het werkt. Kan de minister toezeggen dat ook bij #Meedoen-balies aandacht wordt besteed aan Open Hiring? Kan de minister ervoor zorgen dat deze projecten een structureel karakter en ook de benodigde financiering krijgen? Volgens de Algemene Rekenkamer zijn de aantallen jongeren in de zelfredzaamheidsroute veel groter dan verwacht. Hoe verklaart de minister dit? Is de minister het eens met D66 dat het onwenselijk is dat zo veel jongeren in de Z-route deelnemen? Is de minister bereid om te sturen op meer onderwijsmogelijkheden? Voorzitter. Ook ondernemende vluchtelingen hebben te maken met obstakels om mee te kunnen doen op niveau. Neem het voorbeeld van Suliman uit Syrië, die daar jarenlang als schilder heeft gewerkt. Hier in Nederland wil Suliman zijn eigen schildersbedrijf opzetten, maar daarvoor moet hij een lening afsluiten om een werkbus en andere benodigdheden aan te kunnen schaffen. Helaas lukt dat niet, want geen enkele kredietverstrekker wil hem krediet verstrekken zolang hij een tijdelijke verblijfsvergunning heeft. Dit moeten we niet willen. Deze man heeft een verblijfsvergunning en kan vanwege de tijdelijkheid van zijn verblijfsvergunning niet ondernemen. Hij loopt tegen belemmeringen aan, waardoor hij niet vanaf dag één en op zijn eigen niveau kan meedoen. Vraag aan de minister: hoe kan de minister ervoor zorgen dat ondernemende statushouders zoals Suliman in aanmerking komen voor krediet zodat ze een onderneming kunnen beginnen? Voorzitter. Discriminatie is een ander obstakel dat mensen belet om hun talenten te benutten in de samenleving, om mee te doen vanaf dag één, ook op het eigen niveau. In november 2024 is een motie aangenomen waarin ik de regering verzoek om uit te werken hoe zij arbeidsdiscriminatie wil bestrijden en hieraan heldere doelen te koppelen. Hierover zouden we uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025 worden geïnformeerd. Vraag: hoe gaat de minister verder uitvoering geven aan deze motie? Ook ben ik erg benieuwd op welke manier de minister specifieke aandacht voor discriminatie van moslims en mensen met een handicap kan opnemen in deze plannen. Dat bijna een derde van de moslims discriminatie ervaart en mensen met een handicap bijna twee keer zo vaak werkloos zijn, laat zien dat onze arbeidsmarkt nog steeds niet voor iedereen gelijk toegankelijk is. Ik vind het goed dat het KIS is gevraagd om een werkgroep te starten met verschillende stakeholders waarmee actie ...

Versie 6b7c262e8601fbf159cc9c3d8880318e514a8e6b0eb3cf3bac72674e8a8bb347 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 15e30d9757d07dc8

12 okt 2026 · 99eb78afd171d8d5

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.