Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)
Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)
statement · 9 mrt 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD): Dank u wel, voorzitter. U ziet hier de kersverse woordvoerder Integratie van de VVD. Het werd allemaal met enthousiasme ontvangen. Ik kijk ernaar uit om de aankomende periode met elkaar in gesprek te gaan, want dit is een belangrijk onderwerp. Ik vind het ook heel goed dat we hier een apart wetgevingsoverleg over hebben. Ik hoop dat we dat ook met elkaar blijven doen. Voorzitter. Voor mij gaat integratie over meedoen, meedoen aan onze samenleving. Integratie gaat ook over vrijheid en om in vrijheid alle keuzes te kunnen maken die je wilt maken. Eerlijk gezegd hoop ik dat deze kersverse nieuwe minister net zo trots is als ik om hieraan in de komende periode te mogen bijdragen. Het vorige kabinet heeft een actieagenda gepresenteerd. Die is in het najaar besproken. Wat mij betreft rollen we die verder uit. Ik hoop dat de minister daarop ingaat. Daarnaast ligt er tegelijkertijd een stevige en realistische inzet van de drie coalitiepartijen in het regeerakkoord. Kortom, aan de slag, zeg ik met een knipoog. Voorzitter. Vandaag focus ik op taal en werk. Het spreken van de Nederlandse taal is cruciaal om vol mee te doen in onze samenleving. Sterker nog, wie in Nederland woont, spreekt wat de VVD betreft de Nederlandse taal. Het is dan ook een logische eis in de inburgeringswet. De lat ligt niet erg hoog; dat moet gezegd worden. B1 kan worden afgeschaald naar A2 en dan is er ook nog de Z-route, waarbij het puur volgen van 800 uur taalles al voldoende is. Aan de hand van de leerbaarheidstoets wordt ingeschat op welk niveau de kandidaat kan landen na drie jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inburgeringstraject, zoals al eerder gezegd, en dus ook voor het aanbieden van taalles. Voorzitter. Ik wil graag van de minister horen hoe dat in verschillende gemeenten verloopt, ook in financiële zin. Is er bijvoorbeeld een benchmark voor de kosten van taalles bij de verschillende Nederlandse gemeenten? Ik lees namelijk ook — mijn buurvrouw, mevrouw Lahlah, zei dat eerder ook — dat gemeenten vragen om meer financiering voor deze taallessen. Ik vind het nodig dat we daar meer van weten. Hoe worden de taallessen gefinancierd? Zijn er goede of juist minder goede voorbeelden van het aanbieden van taallessen en de kosten daarvan? Voor mijn fractie is het onbestaanbaar dat deze verplichting, dus de taal, onvoldoende wordt ingevuld door gemeenten. Ik wil dan ook bij de evaluatie van de inburgeringswet terugzien hoe de verschillende gemeenten hiermee omgaan. Wat mij betreft is het echt een essentieel onderdeel. Graag krijg ik een toezegging van de minister daarop. Het regeerakkoord — ik zeg dit ook richting mevrouw Lahlah, die daarover begon — stelt dat kansrijke asielzoekers al direct bij aankomst, bij de start van een asielprocedure en dus in het azc bij de zogenaamde #Meedoen-balie, aan de gang gaan met taal. Dat bestaat al. Een aantal grote opvanglocaties heeft zo'n #Meedoen-balie. Ik denk dat het goed is, ook gezien de eerdere discussie in dit debat, dat de minister erop ingaat hoe dat nou gaat. Hoe ziet dat er nou uit en wie is daarop aanspreekbaar? Mevrouw Lahlah sprak daar deze minister op aan. Ik vraag me af of dat zo is, maar ik denk dat het goed is om dat vandaag met elkaar te delen. Dan door op taal. Het is terecht dat de voorgenomen afschaffing van de taaleis in de Participatiewet door het vorige kabinet is teruggedraaid met brede steun. Ook daarbij geldt dus: geen Nederlands, geen bijstand. Want hoe kan je meedoen als je de taal niet spreekt? De taal spreken is in mijn ogen de absolute minimumtegenprestatie die je mag vragen voor die bijstandsuitkering. Maar ik ben raadslid geweest in deze mooie stad en daar ook een paar illusies armer geworden. Ik vraag de minister vandaag: hoe ziet de handhaving op die taaleis in de Participatiewet eruit? Is er zicht op de inzet van handhaving? Ik heb dat artikel uit NRC van vorig jaar nog op mijn netvlies. Er was een onderzoek gedaan naar een hele aantal gemeenten, en een aantal gemeenten zeiden expliciet: wij handhaven niet op die taaleis. Dat vind ik op zijn zachtst gezegd vreemd, wil ik via de voorzitter richting de minister zeggen. Ze zeggen dan dat ze werken vanuit vertrouwen. Ik vind het heel prettig om vanuit vertrouwen te werken. Maar als er in een wet een taaleis staat, dan moet die ook gehandhaafd worden. We krijgen in april een plan om de taaleis te verbeteren per 2027, zo heb ik in de stukken gelezen. Kan dan ook de handhaving door gemeenten daarin worden meegenomen? Staan daar dan concrete doelstellingen in voor gemeenten of blijft het bij een inspanningsverplichting? Ik wil dat de minister met concrete en afdwingbare plannen komt waardoor de gemeenten moeten handhaven. Ook daarvan vind ik dat niet meedoen geen optie is, ook niet wat betreft de handhaving van wettelijke eisen. Voor naturalisatie is nu ook expliciet in het regeerakkoord de opdracht aan het kabinet gegeven om hier een taaleis op een hoger niveau aan te koppelen. Even voor de fijnproever: dat wordt dus B1 in plaats van A2. Dat is ook eerder in de motie-Becker gevraagd en die is weer herhaald in de motie-Rajkowski. Het is heel goed dat dit nu in het regeerakkoord staat. De Rijkswet op het Nederlanderschap — dat weet ik natuurlijk nog vanuit een recent verleden — valt onder JenV. Maar het verhogen van de taaleis vraagt alleen maar een wijziging van het Besluit naturalisatietoets, dat onder die wetgeving hangt. Dat is dus eigenlijk vrij eenvoudig uitvoerbaar, wil ik maar zeggen richting de minister. Is de minister dat met de VVD eens? Wanneer kunnen we ook een aanpassing van het besluit tegemoetzien? Dan naast taal werk, het tweede deel van mijn bijdrage. De werkvloer is wat mijn fractie betreft de perfecte plek om te integreren. Werk geeft inkomen en dat is niet onbelangrijk. Het geeft ritme, het geeft sociale contacten en via werk ga je natuurlijk ook steeds taalvaardiger worden. Voor iedereen in Nederland dus werk. En wie in Nederland woont, is en mag blijven, doet mee. Het is ontzettend zorgelijk — ik haal het gewoon uit de cijfers — dat bijna 50% van de statushouders na vijf jaar nog in de Participatiewet, in de bijstand zit. Bijna 60% van alle mensen in de bijstand heeft een herkomst buiten de EU. Dat mogen we simpelweg niet accepteren. Het houdt mensen gevangen. Los van werk, los van inkomen, los van taal moet de participatiegraad omhoog. Er is een groot tekort op de arbeidsmarkt. We hebben simpelweg iedereen nodig die kan werken. Dus ik zou ook hier zeggen, net als bij taal: direct beginnen. Ook hier krijgen kansrijke asielzoekers — een wetsvoorstel van de vorige minister, minister Paul — nu de kans om na drie maanden al te starten met werk. Ik begrijp dat deze wet nu in consultatie is. Dat wachten we af. De VVD wil ook dat elke statushouder direct bij het krijgen van huisvesting aan het werk kan. Door de vorige bewindspersoon is in een klein aantal gemeenten een pilot gestart met zogenoemde startbanen, waarmee werk en taal worden gecombineerd. Ik hoor hier hele goede verhalen over. Ik hoor ook graag de minister hierover. Als hij het met mij eens is, wil ik een uitbreiding van deze startbanen. Met een relatief kleine bijdrage vanuit het ministerie worden hiermee meer mensen aan het werk gezet. Ik heb een amendement voorbereid dat vlak voor dit debat is rondgestuurd. Ik hoop dat de collega's het hebben kunnen zien. Daarin maak ik extra geld vrij — dat is vrijstaand geld op de begroting — voor die startbanen. Voorzitter. Zo'n baan moet natuurlijk ook worden geaccepteerd. Kan de minister de Kamer informeren of dit altijd het geval is? Als dat niet het geval is, volgt er dan ook een sanctie? Ik wijs maar weer op dat goede voorbeeld uit Rotterdam, het Rotterdamse model waarin alleen al de inzet op handhaving leidt tot een daadwerkelijke acceptatie van banen. Voorzitter. Ik vind het heel mooi om te lezen dat er in het voorjaar tien gemeenten starten met het begeleiden van vrouwelijke statushouders naar werk, maar ik alle eerlijkheid vind ik het best zot dat we een apart traject moeten starten om vrouwelijke statushouders aan het werk te krijgen. Ik zou zeggen, vrouwelijke statushouders zijn ook statushouders en wij begeleiden alle statushouders naar werk. Zoals eerder gezegd, de arbeidsmarkt is gunstig. In tekortsectoren zoals de bouw, de techniek en de zorg staat men te springen om mensen. Wat is de rol van het ministerie van deze minister bij het toewijzen van statushouders aan deze tekortsectoren? Wat is hierbij de rol van de regionale werkcentra? Zijn er landelijke programma's om een goede match te maken tussen de groep statushouders en de tekortsectoren? Of zit iedereen — daar ben ik een beetje beducht voor — per regio het wiel opnieuw uit te vinden? Wederom de vraag of de Rotterdamse aanpak handvatten biedt om daadwerkelijk mensen uit het granieten bestand naar werk te begeleiden. Voorzitter. Gelet op de actualiteit twee punten, ten eerste de buitenlandse inmenging. Door de onrust in het Midden-Oosten — we kunnen er niet omheen — na de aanval op Iran is het absoluut essentieel om het meldpunt ongewenste buitenlandse inmenging van de grond te trekken. Hierom heeft een meerderheid van de Kamer gevraagd. Het staat ook in het regeerakkoord. De meest recente brief op dit punt is van JenV, van december vorig jaar. JenV laat weten dat het meldpunt in de zomer van 2026 operationeel zou moeten zijn. Dat vind ik wat voorzichtig. Ik zou zeggen tegen deze minister dat de actualiteit ons noopt tot meer snelheid. Mensen met zorgen, klachten of vragen moeten ergens terechtkunnen. Slachtoffers moeten zich kunnen melden. Wat mij betreft moet dat ook anoniem kunnen. Dan mijn laatste punt, voorzitter, ook actueel: de imams. We hebben in het regeerakkoord gelezen dat Europa imams met een inreisverbod vanwege uitspraken die onder het strafrecht vallen op een lijst gaat zetten. De Europese Unie gaat dus een lijst opstellen van imams met een inreisverbod in de EU. Zo'n Europese lijst gaat echter nog lang duren; we kennen Europa langer dan vandaag. Ik ben er voorstander van, want we moeten die haatimams weren. In de tussentijd, voordat er zo'n lijst is, wil ik graag een nationale lijst. Dat staat overigens ook in het coalitieakkoord. Wanneer gaat de minister hiermee aan de slag? En vooral: wanneer kunnen wij de voortgang bespreken? Voorzitter, dat was mijn bijdrage. Dank u wel.
Versie 6b7c262e8601fbf159cc9c3d8880318e514a8e6b0eb3cf3bac72674e8a8bb347 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 begroting SZW)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.