KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Raad Buitenlandse Zaken

16 mrt 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 30a079fef9fe4fce · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Minister Hoekstra: Ik ben uiteraard van harte bereid om elke maand het gesprek te voeren over dit onderwerp, maar — dat zeg ik in alle eerlijkheid — de tractie die je redelijkerwijs op dit onderwerp kunt verwachten, voltrekt zich niet met dezelfde frequentie als waarmee wij elkaar ontmoeten. Dat zeg ik dus ook om toekomstige teleurstellingen te voorkomen. Het feit dat er na de kleine anderhalf jaar dat dit kabinet er zit wellicht één land is dat hierin met Nederland wil optrekken, en dus alle andere landen niet, is niet een indicatie van grote bereidheid. Dat is geen eindconclusie en dat ontslaat mij ook niet van de inspanningsverplichting, maar zo realistisch moet ik wel zijn. Ik neem het dus op me om dit te blijven verkennen en dat gesprek te blijven voeren. Dat doe ik zelf, maar dat gebeurt ook ambtelijk. Misschien moeten we gewoon afspreken dat als daar wat over te melden is, ik dat doe. Dat ontzegt overigens de heer Ceder uiteraard niet het recht om mij dat gewoon maandelijks te vragen, maar de afgelopen vier weken hebben zich geen grote veranderingen voorgedaan. Misschien dat ik me daartoe beperk over dit onderwerp, voorzitter. Dat brengt mij bij Tunesië; dat is een onderwerp waar de voorzitter zich zelf altijd bijzonder in verdiept. Er zijn volgens mij twee dingen tegelijk waar. Dat moeten we ook ruiterlijk erkennen. Aan de ene kant is er de zorg over de mensenrechtensituatie. Mevrouw Piri of de heer Ceder haalde nog één specifiek voorbeeld aan van een uitspraak, die later overigens ten dele is gecorrigeerd en waar velen hun afschuw over hebben uitgesproken. Laat ik uit mijn naam namens het kabinet zeggen dat dit type opmerkingen, die rechtstreeks raken aan kleur en ras, natuurlijk nooit gerechtvaardigd kunnen worden. Aan de ene kant betreft het dus de mensenrechten. Maar aan de andere kant vindt het kabinet het een belangrijke verplichting om grip te krijgen op migratie. Daarover wil ik hier ook gewoon altijd helderheid blijven verschaffen. Een van de kansrijkere dingen die je vervolgens kunt doen, is het sluiten van migratiepartnerschappen, zoals Rutte II dat bijvoorbeeld gedaan heeft met Turkije. Van der Burg gaat binnenkort naar Tunesië en zal zich er dan ook daar weer voor inspannen. Niet iedereen bij de RBZ voelt zich evenzeer bij dit onderwerp betrokken als ik, of als de Nederlandse politiek, maar ik zal daar toch wel weer onder woorden brengen dat het naar mijn overtuiging van groot belang is dat wij met zo veel mogelijk landen dit type partnerschappen sluiten. Vanzelfsprekend zijn mensenrechten dan een heel belangrijk aandachtspunt. Je zou ook kunnen betogen dat als Europa dit soort partnerschappen sluit, je juist daarover afspraken zou kunnen maken. Volgens mij moet je dat juist niet doen zonder de mensenrechten in acht te nemen, maar moet je ook niet afzien van partnerschappen omdat de mensenrechtensituatie onvolkomen is; dat is volgens mij ook niet de manier. Volgens mij heb ik daarmee de vraag van de heer Brekelmans over onze inzet ook beantwoord. Ik zal me daar dus voor blijven inzetten, maar Van der Burg heeft daar een uitgebreider gesprek over. Het bezoek van de minister-president aan mevrouw Meloni is de Kamer ook ongetwijfeld niet ontgaan. Zij hebben nog afgesproken om daar wellicht samen in op te treden. Maar in ieder geval blijft het voor alle relevante leden van het kabinet een belangrijke inspanning, en dus ook voor mij.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.