Voortzetting commissiedebat Inburgering en integratie (27-3)
Voortzetting commissiedebat Inburgering en integratie (27-3)
statement · 3 apr 2024 · Tweede Kamer
Minister Van Gennip: Dan hebben we het volgende blokje: de VIA. De heer Van Oostenbruggen vroeg naar het versoepelen van de eisen voor de BIG-registratie. Mijn collega van VWS heeft een aantal activiteiten ondernomen gericht op hoe je die BIG-toelatingsprocedure voor buitenlandse zorgverleners die hier uiteindelijk als statushouder aan het werk gaan, met behoud van kwaliteit kan stroomlijnen en versnellen. Dat zijn de volgende. Er is een centraal aanspreekpunt voor buitenlandse zorgverleners bij VWS: het agentschap CIBG. Samen met de veldpartijen zijn er cultuurmodules ontwikkeld. En de algemene kennis- en vaardighedentoets is per 1 januari vervangen door taalcertificaten. We hebben natuurlijk een groot tekort in de zorg en heel veel statushouders, ook mensen uit Oekraïne met medische ervaring. Dit is bedoeld om die sneller aan de slag te kunnen laten gaan. Ik weet ook dat er een aantal wat meer vrijwillige initiatieven zijn bij verschillende zorginstellingen, waar statushouders, artsen en verpleegkundigen onder auspiciën van een Nederlandse arts of verpleegkundige werken. Dat noemen ze het vierhandeninitiatief. Op die manier leren ze op de Nederlandse werkvloer de Nederlandse methodes en kunnen ze dus sneller een Nederlandse BIG-registratie krijgen. Mevrouw Keijzer vroeg welke interventies het meest effectief zijn voor mensen met een migratieachtergrond om aan het werk te komen. Het programma voor een inclusieve arbeidsmarkt heeft in de afgelopen drie jaar in heel veel verschillende pilots onderzocht wat werkt om de arbeidsmarktkansen te vergroten. Dan gaat het om pilots op drie thema's, waarbij er onder elk thema verschillende acties en pilots zitten: het tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie, waar de wet die de Eerste Kamer vorige week tot mijn spijt heeft verworpen, een grote rol in speelt; het tegengaan van stagediscriminatie; het komen tot een kansrijkere studiekeuze; en het vanuit de bijstand van werk naar werk begeleiden. Wat is er bijvoorbeeld effectief? Dat is aan de voorkant objectief werven en selecteren, dus gelijkwaardige kansen op de arbeidsmarkt. We weten ook dat objectief selecteren bijdraagt aan het tegengaan van stagediscriminatie. Daarnaast zien we in onderzoeken dat jongeren met een migratieachtergrond vaker kiezen voor studierichtingen met minder kans op een baan. Daar lopen ook trajecten op. Je wilt natuurlijk de oriëntatie op een loopbaan van álle jongeren verbeteren, maar bij jongeren met een migratieachtergrond zijn twee dingen heel belangrijk. Het eerste is het zelfvertrouwen dat je een bepaalde baan aankunt, dat die niet te hoog gegrepen is. Daarbij wil je ook een "zelfverwoording" van wat dan normale en passende banen zijn. Ten slotte begeleiding naar werk vanuit de bijstand. We weten dat maatwerk werkt. We weten dat intensieve begeleiding werkt. We weten, onder andere uit het SCP-rapport Een brede blik op bijstand uit juni 2023, dat meer dan 50% van de mensen in de bijstand te maken heeft met multiproblematiek. Relatief vaak gaat het dan om problemen met schulden en gezondheid. Daar heeft mijn collega Schouten een heleboel trajecten op lopen. We weten dat het effectiever is om iemand aan het werk te krijgen als gemeentes de verschillende deelgebieden van die multiproblematiek meenemen. Wij zijn met de twintig partijen die bij de VIA-werkagenda betrokken zijn, de interventies aan het toepassen die zich in die pilots bewezen hebben. Op het moment dat een pilot succesvol blijkt, rollen we die uit over Nederland. Dat gaat dan zowel over begeleiding van bijstand naar werk, als over stagediscriminatie en arbeidsmarktdiscriminatie. Een van de onderdelen daarvan is uiteraard het project Statushouders aan het werk. Dat heeft steeds meer aandacht gekregen van de gemeentes die meedoen, maar vooral ook van de gemeentes die mee willen gaan doen, en dat is maar goed ook. Mevrouw Becker vroeg: kunt u niet kijken of we aanvullende afspraken kunnen maken met tekortsectoren voor die startbanen, en wat daar nodig is? Ik vind dat een aardige suggestie. We hebben vijf verschillende pilots die op verschillende manieren vormgegeven zijn. De een is met een uitzendbureau. De ander is met het sociaal werkbedrijf. De derde is juist met allemaal samenwerkende gemeentes. Je wil natuurlijk weten wat werkt. Je gaat ze niet alle vijf over heel Nederland uitrollen tot je weet wat werkt. Misschien werken ze alle vijf, misschien maar één van de vijf. Tot nu toe zijn de meesten daarvan zo succesvol dat allerlei andere gemeentes willen meedoen, dus dat is een goed teken. De animo is er. Maar ik vind het wel aardig om in die VIA-samenwerking te kijken of we iets extra's moeten doen om startbanen in de tekortsectoren te creëren. Ik vind het wel aardig om te noemen dat de gemeentes die nu met die startbanenpilots bezig zijn, Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, de arbeidsmarktregio Helmond-De Peel en een aantal samenwerkende gemeentes in Midden-Brabant zijn. Op het moment dat die proeven succesvol zijn, dan gaan we natuurlijk met andere gemeentes aan de slag. Een aantal van de deelnemende gemeentes breiden nu al hun groepen uit, omdat ze zeggen: het is zo succesvol; laten we er meer mensen aan toevoegen. Natuurlijk heeft elke plek wel zijn eigen kenmerken en ontwikkelingen. Zelf vind ik Helmond-De Peel wel mooi. Daar is heel veel maakindustrie en mkb, dus dan maak je juist afspraken met die sectoren. Dat komt eigenlijk al een beetje tegemoet aan wat mevrouw Becker vroeg over tekortsectoren, maar het is mooier om dat landelijk te bekijken. Dat zijn de startbanen. Daarnaast hebben we een aantal landelijke afspraken gemaakt waar vakdepartementen specifieke trajecten voor statushouders hebben opgezet, onder andere in tekortsectoren. Ik noemde net al VWS en de zorg. Daarbij gaat het echt om een integraal plan voor meer statushouders aan het werk in de zorg. EZK is bezig in de techniek. Daar gaat het vooral om de opleiding en de begeleiding van statushouders in klimaat en in digitale transities. Daarin is het eerst opleiden en dan aan het werk. OCW heeft een subsidieregeling voor middelbare scholen die statushouders opleiden en begeleiden in het onderwijs. Ik kan daar nog aan toevoegen dat de kinderopvang, onze eigen sector, een aantal ontwikkelpaden voor groepshulpen heeft, ook met een focus op statushouders en Oekraïners. Mevrouw Keijzer vroeg ook: is het voor mensen met een migratieachtergrond eigenlijk wel aantrekkelijk om te gaan werken? Ja! Ik ben er 100% van overtuigd dat het voor iedereen aantrekkelijk is om te gaan werken, voor alle mensen in Nederland, dus ook voor mensen met een migratieachtergrond. Eén: werk levert inkomen op. Het verschil tussen bijstand en minimumloon is in besteedbaar inkomen ongeveer een derde. Dat scheelt meer dan €500 per maand. Met het wml heb je nog steeds bijna al je toeslagen. Dus werken loont; dat is één. Het tweede: werk geeft ontwikkeling en perspectief. Je kunt verder komen in het leven, want als je het goed doet bij je eerste baan, krijg je hopelijk een tweede baan die beter betaalt, die interessanter is en waar je weer een opleiding kan volgen. Drie: werken geeft sociale contacten, geeft zelfvertrouwen, geeft het gevoel dat je ertoe doet in de samenleving. Vier: werk doet ook iets met je kinderen. We weten dat kinderen van ouders in de bijstand anders naar hun ouders kijken op het moment dat zij wel aan het werk zijn. Dan doorbreek je intergenerationele armoede, maar zorg je ook dat die kinderen zelfbewuster aan de slag kunnen. De heer Flach vroeg naar de mogelijkheid om diploma's van asielzoekers te erkennen. Inburgeringsplichtigen kunnen een gratis diplomawaardering aanvragen. Die geeft dan aan met welk Nederlands opleidingsniveau jouw diploma te vergelijken is. Diplomawaardering is een advies voor werkgevers, voor onderwijsinstellingen en in het geval van beschermde beroepen, zoals in de kinderzorg, voor bevoegde instanties. Wel worden de diploma's van asielzoekers en statushouders vaak lager gewaardeerd dan in het land van herkomst. Een van de redenen daarvoor is dat wij hele hoge eisen stellen aan mensen die in hun beroep werken met kwetsbare groepen, zoals verpleegkundigen en leerkrachten. Dat zijn inhoudelijke eisen. Daarnaast stellen we natuurlijk taaleisen; die zijn ook in het onderwijs en de zorg van belang. We willen dat niveau natuurlijk vasthouden, maar ik zet mij er samen met mijn collega's in het kabinet voor in om die erkenningsprocedure waar het kan te vereenvoudigen. Het gaat er dus om dat je zonder dat je het niveau loslaat, kijkt of het toch simpeler of sneller kan. Daar hebben statushouders en asielzoekers straks profijt van. Ik vertelde u net in een eerder antwoord al wat de minister van VWS heeft gedaan om de BIG-procedures te stroomlijnen. Ik vind het ook belangrijk dat er zo snel mogelijk werkervaring wordt opgedaan. Daarom hebben we een project van het UAF gefinancierd waarin gevluchte zorgmedewerkers worden gematcht met een werkplek waar zij onder begeleiding van een mentor aan het werk kunnen. Daar hebben we inmiddels 121 matches gemaakt in een halfjaar. De heer Van Oostenbruggen vroeg naar 15 miljoen voor taalonderwijs voor Oekraïense ontheemden. Dat had ook in het mapje Oek gekund, maar dat maakt niet uit. Allereerst blijkt uit het laatste onderzoek onder Oekraïense ontheemden, dat al van vorig jaar is, het volgende. Eén. Ze zijn veel vaker aan het werk dan statushouders. Twee. Ze werken vaak beneden hun niveau en niet in hun eigen sector. Het zou toch heel mooi zijn als deze vooral dames wél in hun eigen vakgebied en het liefst ook op hun eigen niveau aan het werk kunnen, of dat nou op het gebied van marketing of in de zorg is. Drie. Ook bij Oekraïners is er een grote behoefte om de Nederlandse taal te leren. Vandaar dat ik vorig jaar 15 miljoen heb vrijgemaakt om gemeentes te ondersteunen bij het realiseren van het taalaanbod voor Oekraïners. Ik vind de suggestie van de heer Van Oostenbruggen om ook eens naar de O&O-fondsen te kijken, een hele mooie. Wij hebben hier namelijk allemaal een verantwoordelijkheid. De O&O-fondsen zijn natuurlijk primair gericht op de scholing en opleiding van werknemers in die sector. Oekraïense ontheemden zijn geen specifieke doelgroep. Maar ik ga graag met de branchevereniging in gesprek om te zien of er via de cao's en de O&O-fondsen iets te doen is op het gebied van dualiteit, werk en taal combineren, juist ook voor Oekraïense ontheemden en statushouders. Daarnaast had ik u in een ander debat toegezegd om voor de begroting van dit jaar te komen met het antwoord op de vraag wat de behoefte is met betrekking tot taalonderwijs aan Oekraïners en of die 15 miljoen voldoende is of niet. Die toezegging heb ik u al een keer gedaan. Die informatie is er dan voor de begroting, zodat u er nog iets mee zou kunnen, mocht u dat willen. Dat was VIA, voorzitter.
Versie a78bab0fd843c29a4f45e6fea4b8aad8706c8663418826cb57966a1779f258f2 · Officiële bron.
Voortzetting commissiedebat Inburgering en integratie (27-3)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.