Artikel 100-bijdrage aan EUFOR Althea
Brontekst
Versie 65aec629bea3edcf · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Sjoerdsma (D66): Dank u wel, voorzitter. D66 vindt het verstandig dat dit kabinet meer aandacht heeft voor de Balkan. De Balkan wordt weleens denigrerend de achtertuin van Europa genoemd, maar als het al een tuin is, dan is het de binnentuin van Europa, het hart van Europa. Het is ook de plek van de een-na-laatste grote Europese oorlog en — veel collega's zeiden het al — ook de plek waar een genocide plaatsvond, wat Nederland natuurlijk als geen ander weet. Het is ook de plek waar Rusland en China proberen om scheidslijnen te creëren, om hun invloed te vergroten en die van Europa te ondermijnen. Mijn fractie verwelkomt het daarom dat we onze betrokkenheid willen vergroten en zeker ook dat we dat dit keer in Europees militair verband willen gaan doen. Ik heb wel een aantal serieuze vragen aan dit kabinet, allereerst over het doel van deze missie. Wanneer is deze missie voor het kabinet geslaagd? Collega's refereerden er ook al aan: in het verleden is er weleens sprake geweest van al te ambitieuze doelstellingen en dat heeft niet alleen geleid tot teleurstellingen, maar ook echt tot serieuze problemen. De tweede vraag gaat over de Nederlandse bijdrage. Wat de infanteriecompagnie gaat doen is mij duidelijk. Mijn vraag gaat over het Humint Team. Dat was boven de gevraagde capaciteit, maar is wel aangeboden door het kabinet. Mijn vraag is waarom we die capaciteiten hebben aangeboden. Want als het boven de capaciteit is, dan voelt het alsof dat overbodig is en zou je misschien deze schaarse capaciteiten beter elders kunnen inzetten. Mijn derde vraag gaat over de risico's. Het kabinet stelt feitelijk — dat was ook zo in de vertrouwelijke briefing — dat de risico's zeer beperkt zijn. Toen moest ik toch een beetje denken aan de naam van deze missie, Althea. Dat is een Griekse godin. Er werd gedreigd dat haar zoon zou overlijden als een houtblok in de haard uitgebrand zou zijn. In reactie daarop heeft zij dat houtblok er gauw uitgehaald, het gedoofd en het in haar huis verstopt om zo haar zoon te redden. Als we de analogie doortrekken, zou Bosnië het houtblok zijn, de protegé van deze missie. Het is wel nog steeds een smeulende protegé. Dat houtblok is niet goed uit. Het kabinet schat in dat de risico's beperkt zijn, maar waarom dan toch die reservemachten zo fors zijn opgekrikt, na de invasie. Dat duidt toch op het anticiperen op een gebeurtenis die een plotselinge influx van een aanzienlijke hoeveelheid troepen nodig zou kunnen hebben. Ik wil zelf, net als andere collega's, graag wijzen op de positie van Dodik. De Hoge Vertegenwoordiger waarschuwde de Veiligheidsraad vrij recent om de dreiging van Dodik met afscheiding zeer serieus te nemen en zei dat zijn retoriek een gevaar vormt voor de veiligheid en vrede in het land en de bredere regio. Ik vraag me af hoe het kabinet dit risico apprecieert, hoe het hiernaar kijkt, ook omdat ik heb begrepen dat de Russische ambassadeur in Sarajevo in maart nog sprak over het Oekraïnescenario voor Bosnië als Sarajevo stappen bleef zetten richting de NAVO. Klopt dat en klopt het ook dat Rusland militair materieel aan de Republika Srpska leverde? Dezelfde Hoge Vertegenwoordiger suggereerde om financiële maatregelen te treffen tegen Dodik. Ik vraag me af of Nederland en de Europese Unie dat van plan zijn en of het klopt dat Hongarije Europese sancties tegen Dodik stopt? Ik vraag dat ook omdat Hongarije het op drie na grootste troepenleverende land is voor EUFOR en ook voor de reservekracht en interesse heeft getoond om meer te leveren. Ik vraag me af of dat wenselijk is: een land dat aan de ene kant politieke actie ter stabilisering stopt en dat aan de andere kant zo'n grote invloed heeft op de militaire missie die ter stabilisering dient. Wat vindt het kabinet daarvan? Collega's hebben ook vragen gesteld over het mandaat en plan B. Die zal ik niet herhalen. Ik wil wel nog één ander ding herhalen en dat is de samenhang van de dingen die we hier doen. Ik heb in het verleden heel vaak gezien dat militaire missies er zo uitzagen dat de militairen, betrokken ontwikkelingswerkers en in zekere mate ook diplomaten werden geacht om een geïntegreerde bijdrage te leveren. Dat gold in Afghanistan, dat gold in Mali en dat gold in andere gebieden. Maar de daarbij horende politieke betrokkenheid van de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Defensie en misschien zelfs de premier was zelden of nooit aanwezig. Ik zou zelf zeggen dat als het ons menens is dat wij met Bosnië aan die stabilisatie willen werken en wij Bosnië de Europese familie in willen loodsen, dat ook iets betekent voor de politieke betrokkenheid vanuit het kabinet. Ik vraag me af welke voornemens de beide ministers daarop hebben. Dank u wel.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.