Uitspraak · 3 apr 2024 · Tweede Kamer
Circulair bouwen
Brontekst
Minister De Jonge: Dank. Allereerst de MPG. We scherpen de eisen in de MilieuPrestatie Gebouwen als onderdeel van het Bouwbesluit aan. Want ja, ik ben inderdaad kritisch op de "duizend bloemen bloeien"-praktijk van dit moment. Ik zie dat te veel gemeenten en te veel opdrachtgevende partijen te veel verschillende stapelingen van eisen tot stand brengen, waardoor de bouw vertraagd wordt en te duur wordt. Maar ze hebben daar ook een reden voor, namelijk dat de eisen op dit moment te laag liggen. Die eisen moeten dus eerst omhoog, zodat we de reden wegnemen waarom al die gemeenten tot die hogere eisen komen. Het is namelijk geen verwijt in de richting van gemeenten. Die doen eigenlijk iets goeds. Ze willen de voorhoede stimuleren en de lat hoger leggen. Maar het punt is dat als ieder voor zich dat doet, dat leidt tot stagnatie van bouwprojecten, omdat bouwprojecten te duur worden en zich uit de markt prijzen, of tot stagnatie van de industrialisatie van de bouw. Dat maakt uiteindelijk dat deze hele transitie veel duurder wordt. We hebben die industrialisatie namelijk geweldig nodig vanwege het beroep op de arbeidsmarkt en omdat de kosten via industrialisatie echt lager kunnen zijn. Maar dat maken we eigenlijk onmogelijk als we een veel te grote variëteit aan eisen hanteren, en dus moeten we een eenduidige lat hanteren. Maar die lat moet wel hoog; die moet heel hoog. Daar werken we aan. Dat doen we als volgt. Dat doen we door heel goed te kijken welke eisen allemaal mee zouden moeten tellen voor die MilieuPrestatie en door te harmoniseren en synchroniseren met wat Europa op dit moment al van ons vraagt en op enig moment van ons gaat vragen. Dat maakt dat we een nieuwe MPG in consultatie hebben gebracht, die uitgaat van negentien milieucategorieën. Die zouden dan per juli 2025 moeten ingaan. Daar is heel veel begrip en enthousiasme voor, maar u hoort daarop ook kritiek. Dat hebben we bij die consultatie gehoord. Waar gaat die kritiek dan over? Biobased bouwmaterialen komen er relatief helemaal niet zo goed vanaf. We hadden dus eigenlijk gehoopt, gewild en gedacht dat als je die eisen zou aanscherpen, biobased bouwmaterialen er beter vanaf zouden komen, maar eigenlijk is dat niet zo. Dan is er een aantal manieren om daarmee om te gaan. We zijn op dit moment volop in overleg met die partijen naar aanleiding van die consultatie. Er is een aantal manieren om daarmee om te gaan. Je zou je bijvoorbeeld kunnen richten op kernindicatoren, waarbij je dus niet alle negentien indicatoren meetelt. Dat zou je kunnen doen, maar ik vind dat eigenlijk niet verstandig. Waarom niet? Omdat vanuit Europa die andere categorieën op enig moment toch mee gaan tellen. We hebben ons daartoe dus gewoon te verhouden. Een andere variant is dat we het houden bij de huidige MPG. Ik vind dat niet verstandig, want dan leggen we de lat structureel te laag. Een andere variant is kijken hoe het nou eigenlijk komt dat die biobased bouwmaterialen er in de aanscherping van de MPG slechter vanaf komen, of althans relatief slechter; die komen er namelijk niet slecht vanaf. Dat heeft er eigenlijk mee te maken dat in die negentien milieucategorieën, waar het er nu elf zijn, andere milieucategorieën een rol spelen. Toxiciteit speelt bijvoorbeeld een rol, maar vooral landgebruik. Landgebruik heeft eigenlijk het meest invloed op biobased bouwmaterialen. Kunnen we dan dus niet kijken naar de weging van de categorieën binnen die negentien milieucategorieën? Ik denk dat we de oplossing daarin moeten zoeken. Terug naar minder categorieën vind ik niet goed, omdat het dan afwijkt van wat op enig moment in Europa toch zal gaan gelden. Een milieucategorie als toxiciteit kun je toch niet buiten beschouwing laten; dat vind ik eigenlijk best gek. Maar we willen natuurlijk wel dat houtbouw, circulaire bouw en biobased materiaalgebruik er wel goed uit moeten komen in de vergelijking. We moeten dus kijken hoe de weging ten aanzien van landgebruik aan zouden kunnen passen op een manier die recht doet aan de werkelijkheid. We zitten midden in dat overleg. Dat overleg heeft op enig moment een uitkomst. Dan laat ik u die uitkomst weten. Dit overleg duurt wel wat langer dan we hadden gehoopt. Daarom lukt 1 januari niet meer. We mikken nu op 1 juli 2025 als datum waarop de nieuwe MPG ingaat. Dat ten aanzien van de nieuwe berekening van de MPG. De heer Gabriëls van de Partij van de Arbeid vroeg: waarom wordt er niet gekozen voor een CO2-eis? In de MPG die we nu voorstellen, zijn vier van de negentien eisen gerelateerd aan CO2. Die krijgen ook nog eens een zwaardere weging. Er zijn dus meer indicatoren die meetellen en CO2-gerelateerd zijn en die krijgen een zwaardere weging. Maar de voorhoede pleit eigenlijk voor een "whole life carbon"-systematiek, een CO2-eis die de hele levensduur betreft. Dat willen wij ook. Het is niet zo dat we het ermee oneens zijn dat het noodzakelijk is, maar de bepalingsmethode en de berekeningsmethode worden op dit moment in Europa uitontwikkeld als onderdeel van de EPBD, de Europese directive. Wij vinden het niet verstandig om nu zelf iets te bedenken in Nederland, waarna Europa er over een jaar Europa overheen loopt met weer een nieuwe indicator. Dan maken we de bouw natuurlijk gek. Zodra men in Europa is uitvergaderd over de indicator, moeten we die gewoon opnemen in onze eigen eisen. Tegen die tijd moeten we kijken of we die samenvoegen met de MPG of dat we die laten functioneren in plaats van een deel van de MPG. Daar wil ik niet op vooruitlopen. We hebben nu in ieder geval de MPG 2025. Zodra de CO2-eis uit Europa komt, zullen wij die onderdeel uit laten maken van de Nederlandse eisen. Mevrouw Kostić en de heer Gabriëls vroegen: kunnen we de milieuprestatie uitbreiden met losmaakbaarheid? De milieuprestatie geeft de milieubelasting van een gebouw weer. Alle ontwerpoplossingen worden hierin gewaardeerd. Als een gebouw losmaakbare elementen heeft die na de sloop losmaakbaar zijn en daarmee hergebruikt kunnen worden, wordt dat gewaardeerd in de milieuprestatie van een gebouw. Op die manier is losmaakbaarheid indirect een factor die wordt meegenomen bij de bepaling van de uiteindelijke energieprestatie. Daarnaast stimuleren we fabrieksmatig bouwen heel erg. Ik vind het heel mooi om te zien dat fabrieksmatig bouwen steeds meer een vlucht begint te nemen. In 2021 was het nog maar 10% van de nieuwbouwwoningen, maar inmiddels wordt 20% van de nieuwbouwwoningen in de fabriek gemaakt. Dat is hartstikke goed voor de uitstoot, dus voor de milieubelasting van de bouw. Dat is ook hartstikke goed voor het materiaalgebruik, want het is veel makkelijker en veel beter te doen om biobased materiaalgebruik in een fabrieksmatig proces in te vlechten. Ook is het hartstikke goed vanwege het beroep op de arbeidsmarkt. We houden het bouwen van zo veel huizen namelijk gewoon niet vol als we het op de traditionele manier blijven doen. En het is veel betaalbaarder. Ook omwille van de betaalbaarheid van wonen en de betaalbaarheid van nieuwbouw moeten we echt fabrieksmatige bouw blijven stimuleren. We zitten dus al op 20% van de nieuwbouw. In twee jaar tijd is het gelukt om het naar 20% te krijgen. Ik vind dat zelf erg indrukwekkend van de bouw. Kunnen we ook sturen op circulariteit in de renovatie? Dat kan niet zozeer via normering, maar wel via stimulering, dus via subsidiëring. Dat doen we ook door een subsidiebonus te geven voor biobased bouwmaterialen, als onderdeel van de subsidieregeling ISDE. Gaat het toezicht op de milieuprestaties wel goed genoeg? Ik denk dat de heer Grinwis best wel wat enthousiaster zou kunnen zijn over de nieuwe Wkb. Het gaat in ieder geval niet om privaat toezicht, zoals hij zegt. Het toezicht ligt nog steeds bij de gemeenten. Het is wel zo dat de toetsing in de praktijk, dus de controle op de bouwplaats, door een private partij wordt gedaan. Dat is eigenlijk zoals we ons apk-stelsel hebben ingeregeld. Volgens mij is dat juist heel erg goed. Ik denk dat je best zou kunnen zeggen dat de controle op de bouwplaats grondiger zal zijn. Als een bouwwerk niet voldoet aan de voorschriften, dan kan een kwaliteitsborger geen verklaring afgeven en dan kan het gebouw niet in gebruik worden genomen totdat de gebreken zijn hersteld. Er zal dus strikter getoetst worden of het materiaalgebruik conform ontwerp is. Naast allerlei andere dingen die we met de Wkb hebben willen bereiken, denk ik dat het ook een stap voorwaarts is voor het daadwerkelijk gaan gebruiken van biobased bouwmaterialen en meer circulair materiaalgebruik. Dat was het ten aanzien van de normering, voorzitter.
Versie afe75dc21c2b01dd3e0a690d8c8c98dea30240e519b371234ddd94ef1256c861 · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.