Uitspraak · 25 apr 2024 · Tweede Kamer
antisemitisme
Brontekst
De heer Van Baarle (DENK): Voor de vraag of iets daadwerkelijk haat is, hebben we een rechter. Die rechter heeft geoordeeld dat de leus die ik van dit parlement niet meer mag uitspreken geen haat is. Mevrouw Van der Plas kan proberen al die verwijten te noemen, waarbij zij de handelingen van mensen die proberen op te komen voor de gelijke rechten van Palestijnen in het kamp der antisemieten plaatst, maar dat is niet zo. Ik zou haar willen vragen om daar gewoon mee te stoppen. Het is een vorm van polarisatie waar het land volstrekt niet beter van wordt. Ook het feit dat mevrouw Van der Plas aan mij vraagt — zonder dat er enige aanleiding voor zou zijn — of ik mijn achterban wil oproepen om dingen niet te doen. Welke aanleiding heeft mevrouw Van der Plas om te veronderstellen dat ik of mijn achterban genegen zou zijn om bepaalde dingen te doen of haat te verkondigen? Dat is nu zo'n voorbeeld van wantrouwen. Hou er een mee op, zou ik willen zeggen tegen mevrouw Van der Plas.
Versie 005f2355d2bb6e773c2231fdeddb7369dc24da5ec22c4f8ee2d08be43960d1f4 · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.