Brontekst
Mevrouw Straatman (CDA): Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we een wet met een lange en ingewikkelde voorgeschiedenis, een wet die uit allerlei onderdelen bestaat, maar wel één duidelijke rode lijn heeft: eindelijk serieus werk maken van terugkeer. Het CDA zegt al langer dat een serieus asielsysteem niet kan bestaan zonder geloofwaardig terugkeerbeleid. Gastvrijheid begint namelijk bij het openen van de voordeur voor mensen die bescherming nodig hebben, maar echte verantwoordelijkheid betekent ook dat je de achterdeur gebruikt voor mensen die hier niet mogen blijven. Doe je dat niet, dan verandert gastvrijheid in chaos. Chaos raakt uiteindelijk de meest kwetsbaren het hardst.
Voorzitter. We weten allemaal hoe ongelofelijk ingewikkeld terugkeer in de praktijk is, want wij kunnen de achterdeur wel openzetten, maar landen van herkomst moeten hun voordeur ook weer open willen doen. Zelfs als dat lukt, moeten illegale vreemdelingen daadwerkelijk beschikbaar zijn voor vertrek. Juist daar gaat het vaak mis. Mensen verdwijnen in de illegaliteit, frustreren procedures en blijven overlast veroorzaken, terwijl iedereen weet: deze persoon hoort hier niet meer te zijn.
Voorzitter. Dat brengt mij bij het eerste onderwerp van vandaag: de vreemdelingenbewaring. Dat is een zwaar middel, bedoeld als laatste redmiddel om mensen beschikbaar te houden voor vertrek wanneer alle signalen erop wijzen dat zij niet vrijwillig zullen vertrekken. Hoe richten we zo'n bestuursrechtelijke vorm van bewaring in? Naar haar aard mag die namelijk geen gevangenis zijn, maar het regime moet wel voldoende ruimte bieden om orde en veiligheid te handhaven. We hebben het namelijk over een groep vreemdelingen die niet uit zichzelf meewerkt aan vertrek. Het nieuwe bestuursrechtelijke regime biedt in deze wet dan ook meer vrijheden, minder insluitingsuren en een uitgebreider dagprogramma.
Tegelijkertijd weten we dat de DJI nu al piept en kraakt qua capaciteit. Daarom vraag ik aan de minister of er überhaupt voldoende capaciteit is bij de DJI om deze wet fatsoenlijk uit te voeren. In het gevangeniswezen worden dagprogramma's op dit moment namelijk afgebouwd vanwege personeelstekorten, maar lopen we tegen beperkingen aan omdat we de invulling van die dagprogramma's te rigide in de wet hebben opgeschreven. Waar mogelijk wordt in het gevangeniswezen wel gekeken naar alternatieven, zoals dagbesteding op cel via tablets. Maar hoe flexibel is deze wet eigenlijk als de capaciteit er bij de DJI simpelweg niet blijkt te zijn? Het mag namelijk niet zo zijn dat we straks op papier een goed werkend systeem hebben, maar dat we net als in het gevangeniswezen kampen met lege cellen door capaciteitstekort, terwijl we ook te maken hebben met code zwart. Diezelfde zorgen heeft mijn fractie over de capaciteit en de uitvoering bij het NIFP. Hoe ziet de minister dit?
Voorzitter. Over de nota van wijziging heb ik nog drie punten, allereerst de verhouding tot het Europees Asiel- en migratiepact. De minister schrijft dat de inrichting van vreemdelingenbewaring bij de tijd is gebracht met het oog op de implementatie van dat pact. Dat roept een aantal vragen op. Allereerst wordt het met het pact beter mogelijk om een soberder opvangregime voor zogenaamde Dublinclaimanten te creëren. Hoe gaat dat regime doorwerken binnen deze nieuwe vreemdelingenbewaringsregeling? Ten tweede: wat bedoelt de minister precies met het "bij de tijd brengen in relatie tot de lopende triloogonderhandelingen over de Terugkeerverordening"? Want laten we eerlijk zijn; niemand zit te wachten op weer een wetswijziging omdat de Terugkeerverordening over een jaar de spelregels opnieuw verandert. Verwacht de minister dat deze wet straks opnieuw aangepast moet worden?
Voorzitter. Mijn tweede punt gaat over de afwijkingsgrond in uitzonderlijke situaties. De directeur van een inrichting krijgt namelijk de mogelijkheid om maximaal twee maanden af te wijken van het aantal uren dat de vreemdeling vrij in die inrichting mag bewegen. Volgens de minister is dat alleen bij onvoorziene omstandigheden, zoals een pandemie, maar dat blijft een beetje vaag. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Deze definitie staat ook in de PBW. Kan hij concreet aangeven in welke situaties daar eerder in het kader van die wet gebruik van is gemaakt? Valt onder "uitzonderlijke situaties" bijvoorbeeld ook de situatie dat er sprake is van een uitzonderlijk groot aantal vreemdelingen die moeten terugkeren vanuit vreemdelingendetentie?
Voorzitter. Daarnaast zien wij verschillen in de uitvoering van de uitzonderingsgrond tussen enerzijds het verblijfsregime en anderzijds het beheersregime. Wij begrijpen natuurlijk dat er verschillen tussen die regimes zijn, maar niet als het aankomt op die pandemieachtige situaties. Dan zou de situatie wat ons betreft hetzelfde moeten zijn. Kan de minister daarom toelichten waarom in zo'n pandemieachtige situatie in het beheersregime het aantal uren luchten beperkt blijft tot één uur, terwijl er in het verblijfsregime nog steeds recht is op twee uur? Waarom kun je in het beheersregime tijdens een pandemielockdown educatieve maatregelen schrappen of deze helemaal niet in het dagprogramma laten vallen, en blijft het tijdens een verblijfsregime wel onderdeel van het programma? Maken we de uitvoering in deze uitzonderlijk complexe situaties niet opnieuw onnodig moeilijk? Datzelfde geldt voor de rechtsgang in het geval van uitzonderlijke situaties. We hebben de route van beklag uitgesloten in de situatie van een pandemie, maar niet in de situatie van een lockdown vanwege ordeverstoringen. Zouden we dat niet gelijk moeten trekken, vraag ik aan de minister.
Het punt dat ik ten derde wil maken, gaat over de verhouding tussen het asielproces en de rechten uit deze nieuwe wet. Met de nota van wijziging wordt namelijk duidelijk gemaakt dat afspraken in het asielproces voorgaan op rechten uit deze wet. Wij van het CDA vinden dat heel logisch, want frustratie van het asielproces mag nooit beloond worden. Maar als wij kijken naar artikel 36a, zien we ook dat afspraken in het kader van asiel niet voorgaan op het recht op bezoek, zoals dat in artikel 29 is neergelegd. Dat vinden wij onlogisch. Wat ons betreft moet ook hier gelden dat een efficiënt asielproces voorop moet staan en dat er zo snel mogelijk duidelijkheid moet komen, dus ook wat betreft het recht op bezoek. Het moet duidelijk zijn dat daar incidenteel van kan worden afgeweken als dat in het belang is van het asielproces. Daarvoor heb ik ook een amendement ingediend.
Voorzitter. Dan nog een laatste punt, over vreemdelingenbewaring. DJI gaf aan minstens een jaar nodig te hebben voor invoering en uitvoering van deze wet. Klopt dat nog steeds? Waarom duurt dat zo lang? Wanneer treedt dit nieuwe regime naar verwachting van de minister daadwerkelijk in werking? Vreemdelingenbewaring is een belangrijk instrument om vertrek mogelijk te maken, maar er zitten ook hele harde beperkingen aan. Er moet namelijk zicht zijn op terugkeer. Daar wringt het vaak, zoals ik ook in mijn inleiding zei. Soms weigeren landen mee te werken of verdwijnen mensen simpelweg uit beeld. Hoe voorkomt de minister dat vreemdelingen zich na beëindiging van toezicht of bewaring opnieuw aan het zicht van de overheid onttrekken?
Voorzitter. Eén ding mag namelijk nooit gebeuren: dat de conclusie dan maar is dat Nederland het opgeeft. Want wie hier geen recht heeft op verblijf, kan niet eindeloos in een soort juridische wachtkamer blijven hangen terwijl de samenleving de rekening betaalt. Dat vraagt wat het CDA betreft om twee zaken. Allereerst maximale diplomatieke druk op landen van herkomst om hun eigen onderdanen terug te nemen. Mijn vraag aan de minister is: bij welke landen ziet de minister momenteel de grootste knelpunten en welke concrete stappen gaat hij zetten? Waar terugkeer naar het land van herkomst niet mogelijk is, willen wij wat het CDA betreft ook maximale inzet om te kijken of er alternatieve hubs zijn waar vreemdelingen die wél zicht op terugkeer hebben, naar kunnen terugkeren. Ten tweede. Overlastgevende vreemdelingen die hier illegaal verblijven en de boel verstieren, moeten simpelweg van straat gehaald worden. Als dat niet via vreemdelingenbewaring kan, dan wel via het strafrecht.
Dat brengt mij bij het tweede en laatste punt van deze wetsbehandeling, namelijk de uitbreiding van de ongewenstverklaring. Laat ik beginnen met een compliment aan de minister. Na het sneuvelen van de Asielnoodmaatregelenwet heeft hij heel snel geschakeld en ligt er nu alsnog een herstelpakket. Mede namens het amendement van de collega's van de SGP en JA21 keren hiermee twee van de drie noodzakelijke instrumenten terug. Het zal niet verbazen dat het CDA de verruiming van de ongewenstverklaring van harte zal steunen. Het is een belangrijk instrument om alle overlastgevende asielzoekers te kunnen aanpakken, dus ook personen die onder de Terugkeerrichtlijn vallen, zoals in Nederland verblijvende derdelanders, oftewel in de volksmond de veiligelanders. Het is het CDA namelijk een doorn in het oog dat overlastgevende asielzoekers zonder verblijfsrecht in Nederland stelselmatig de openbare orde verstoren en het draagvlak voor het asielbeleid onderuit trappen. Met de invoering van deze wet wordt deze groep bij overlast niet alleen strafrechtelijk vervolgd voor de gepleegde misdrijven, maar krijgen ze ook een uitroepteken achter hun naam. Dat uitroepteken wil zeggen: als je niet terugkeert naar het land van herkomst, is ook verblijf in Nederland strafbaar. De keuze is dan heel simpel: óf vertrekken óf naar de gevangenis.
Voorzitter, ik rond af. Ferme taal is nodig om draagvlak voor een geloofwaardig asielbeleid overeind te houden, maar uiteindelijk telt niet wat wij hier vandaag zeggen, uiteindelijk telt wat mensen buiten deze zaal merken van de asielwetten. Mensen willen immers zien dat de overheid weer grip krijgt, dat de overlastgever op het Bollendak in Utrecht niet eindeloos van straat naar station en weer terug beweegt, chaos achterlatend, maar dat hij wordt vastgezet als terugkeer niet mogelijk is. Mensen willen dat iemand, Palestijn of niet, met een verblijfstatus in Griekenland ook daadwerkelijk teruggaat naar Griekenland en dat regels niet alleen op papier bestaan, maar ook worden gehandhaafd. Dit vraagt om een kabinet dat alles uit de kast haalt om migratie beheersbaar te maken, een kabinet dat binnen de grenzen van de rechtsstaat maximaal zoekt naar oplossingen, creatief waar dat kan, stevig waar dat moet en vasthoudend waar anderen afhaken.
Voorzitter. Als de overheid die grip verliest, groeit de frustratie in de samenleving, en waar frustratie groeit, groeit ook de polarisatie. Juist daarom is het belangrijk dat dit kabinet na het sneuvelen van eerdere wetgeving niet stil is blijven zitten, maar snel is teruggekomen met een herstelpakket. Deze wetsbehandeling laat zien dat politieke wil ertoe doet: niet opgeven bij weerstand, maar doorpakken totdat het wél lukt.
Versie a6e09178a19986e2035563101ab3a3a91da27385f587117724b2221f167f322b · Officiële bron.