KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 22 jun 2026 · Tweede Kamer

Initiatiefnota van het lid Westerveld: ons land is beperkt

Brontekst

Mevrouw Westerveld (PRO): Dank, voorzitter. Dank aan de collega's voor alle goede vragen die zij hebben gesteld en natuurlijk voor het lezen van onze nota. We hebben in de afgelopen jaren natuurlijk Kamerbreed al veel opgetrokken als het gaat over het VN-verdrag en over toegankelijkheid. Voorzitter. In de afgelopen jaren sprak ik met heel veel mensen die graag willen meedoen, maar letterlijk en figuurlijk worden belemmerd door onnodige drempels op de stoep en door ontoegankelijke gebouwen, maar ook door regels die niet uitgaan van autonomie, maar van wantrouwen. Dat komt door te weinig kennis, niet alleen bij de overheid, maar eigenlijk overal in onze samenleving. Het komt ook door stigmatisering en vooroordelen. Het is heel naar om dit te zeggen, maar mensen met een beperking zijn het bijna gewend … "Bijna"? Ze zijn het gewoon gewend om gediscrimineerd en buitengesloten te worden, om niet mee te kunnen doen, om niet naar school te kunnen zoals leeftijdsgenoten, om niet naar de kinderopvang te kunnen en om informatie niet mee te kunnen krijgen. Dat komt omdat er verzuimd wordt om rekening met hen te houden. Ook dit zien we in de hele samenleving. Dit zien we ook bij sportverenigingen. Dit zien we bij werkgevers. Dit zien we helaas overal. Ik blijf het zo bijzonder vinden dat zo veel mensen, niet alleen mensen met een beperking maar ook familieleden en belangenbehartigers, blijven opstaan tegen dit onrecht en zich verenigen in belangengroepen en actiegroepen. Laten we niet vergeten: voor veel mensen met een beperking is actievoeren, je stem laten horen en deelnemen aan onze democratie ook niet vanzelfsprekend. Zij moeten daar bijna altijd veel meer voor doen en veel meer voor organiseren, soms weken vooruitplannen, bijvoorbeeld als ze een keer naar Den Haag willen. Veel mensen waren ontzettend opgelucht toen in 2006 eindelijk het VN-verdrag werd ingevoerd door Nederland. Dat is een heel belangrijk verdrag, omdat het uitgaat van participatie, van meedoen. Het hebben van een beperking wordt nog te vaak gezien als iets wat hoort bij de zorg, maar het hoort natuurlijk bij alle levensdomeinen. Gebruik van zorg kan juist voorkomen worden op het moment dat mensen volwaardig kunnen meedoen. Natuurlijk is er met het VN-verdrag een aantal goede stappen gezet, maar op andere vlakken zien we dat Nederland weer achteruitgaat. Dat was een van de redenen waarom wij in 2022 de initiatiefnota Ons land is beperkt — ik heb 'm hier voor me liggen — hebben geschreven. Ik zeg "wij", want deze nota is echt niet alleen door mijzelf geschreven. Die is tot stand gekomen na input en informatie van heel veel mensen die weten wat het is om voortdurend tegen barrières aan te lopen. Wie beter dan mensen zelf kan ons vertellen wat ervoor nodig is om mee te kunnen doen? Ik denk dat we vorige week een heel mooi gesprek hebben gehad met allemaal mensen met een beperking en hun vertegenwoordigers, die ons weer voortdurend op nieuwe barrières wijzen waar je soms helemaal niet op komt als je wel volwaardig kan meedoen met onze samenleving. Het credo "niets over ons zonder ons" is een ontzettend belangrijk uitgangspunt van mensen met een beperking. Dat zou ook de kern moeten zijn bij het uitvoeren van het VN-verdrag. We noemen een aantal van de mensen die hebben meegeholpen in de nota zelf, maar sindsdien ben ik natuurlijk nog veel meer mensen tegengekomen, die ons weer op allerlei andere zaken wezen. Ik zeg maar in alle eerlijkheid dat we in de drieënhalf jaar tijd die is verstreken tussen het schrijven en de bespreking, hebben overwogen om een tweede nota te schrijven, want ik kan met gemak nog 71 of 100 voorstellen noemen die hier eigenlijk ook in thuishoren. Maar toen bedachten we dat het eerst maar eens nodig was om die 71 voorstellen hier te bespreken. Voordat ik begin aan de beantwoording, wil ik mijn collega van destijds, Daniël de Rijke, bedanken. Hij is echt de drijvende kracht achter deze nota. Het is misschien wel leuk om hier even te melden dat ook de liften in het Kamergebouw dankzij hem een ander bordje hebben gekregen. Daar stond voorheen op dat het een goederenlift was, terwijl die lift natuurlijk ook werd gebruikt door mensen met een beperking. Wat heeft Daniël gedaan? Hij heeft elke ochtend opnieuw een A4'tje opgehangen waarop stond dat de lift ook is bedoeld voor mensen. We hebben natuurlijk ook de diensten in de Kamer aangeschreven. Nu hangt er een keurig bordje dat de lift ook is bestemd voor mensen met een beperking. Dit lijkt een kleine actie, maar het laat wel zien waar mensen met een beperking allemaal mee te maken krijgen. Het laat zien dat zaken als doorzettingsvermogen en niet opgeven soms ontzettend belangrijk zijn, ook als het gaat over zaken die relatief makkelijk zouden kunnen worden opgelost. Ik zie ook een aantal mensen op de tribune zitten die ons al jarenlang volgen. Margit wil ik natuurlijk noemen, maar ook Pauline, die vandaag jarig is en daarom niet aanwezig is. Maar het is wel mooi dat we vandaag deze nota bespreken! Ik zie Maureen, met wie ik een tijdje geleden door Rotterdam mocht roeien. Zij was vorig jaar ook bij ons te gast was en had daar toen haar roeiles voor afgezegd. Ik zie een aantal mensen van belangenorganisaties als VGN, Per Saldo en Ieder(in), die zich de afgelopen jaren regelmatig hebben verenigd om het belang van inclusie bij ons onder de aandacht te brengen. Ik kan zo nog wel even doorgaan. Ik zie ook Max zitten, die voor onze fractie heel veel werk heeft gedaan, maar door wie ik ook het Kamergebouw beter heb leren kennen, omdat hij niet met de gewone roltrap meekan. Het is dan eigenlijk heel fijn om iemand in je fractie te hebben die je op zo'n manier de andere kant van het Kamergebouw laat zien. Ik zie Roderick, die bij ons in de partij ook veel doet op het gebied van inclusie, en ons er ook voortdurend op wijst dat je niet alle beperkingen ziet, maar dat het wel nodig is om rekening te houden met elkaar. Ik zou nog wel even door kunnen gaan. Heel veel van de mensen die hier zitten, of die meeluisteren, houden ons voortdurend scherp en wijzen ons op het belang van inclusie. Dat blijft helaas actueel. Toen ik vanochtend naar de radio luisterde, hoorde ik twee nieuwsberichten. Het ene bericht ging over het feit dat er meer vacatures zijn dan werkzoekenden. Daarop kwam ook een ander nieuwsbericht, namelijk dat online winkels niet altijd toegankelijk zijn voor mensen met een visuele beperking. Dat zijn twee zaken die laten zien hoe belangrijk het is dat onze samenleving veel toegankelijker wordt. Daarom ook deze nota, met daarin 71 voorstellen om onze samenleving aan te passen zodat mensen met een beperking kunnen meedoen. Want het gaat hier over nogal wat mensen. Dat aantal ligt in totaal rond de 2,5 miljoen, wordt vaak geschat. Maar ook iedereen die ouder wordt, krijgt last van een beperking. Als we het hebben over mensen met een licht verstandelijke beperking, waar de VVD op wees, dan praten we ook over ruim 1 miljoen mensen. Dat zijn groepen die vaak over het hoofd worden gezien, maar die zo graag willen meedoen. Het zit 'm in gebouwen. Daar ging een aantal vragen ook over. Ik kwam een tijdje geleden nog een meisje tegen dat graag naar de middelbare school van haar keuze wilde, maar daar niet naartoe kon, omdat er maar één lift was en zij daar geen sleutel van kon krijgen. Mensen met een beperking lopen tegen allemaal van dit soort beperkingen aan. Het zit 'm ook in faciliteiten. Veel evenementen zijn niet toegankelijk voor mensen met een beperking, vaak omdat er simpelweg niet aan hen wordt gedacht. Denk aan een situatie waarin je vanwege veiligheidsredenen maar een kleine tas mag meenemen, maar je toch echt je eigen spullen nodig hebt om de dag door te kunnen komen. Al dat soort zaken zorgen voor ontoegankelijkheid. Ik ga straks ook nog in op de vragen over het ov en over de enorme regeldruk. De aanvragen voor hulpmiddelen en toeslagen zorgen vaak voor enorm veel stress. Het kost enorm veel tijd om sommige regelingen of toeslagen aan te vragen. Te vaak horen we van mensen met een beperking dat zij iedere keer weer opnieuw moeten aangeven dat ze nog steeds die beperking hebben. Ik kreeg ook een aantal vragen van het CDA over meerjarige indicaties. Voorzitter. Ik wil in de inleiding ook de stapeling van zorgkosten noemen, want daar ging een heel aantal vragen over. Het ging er ook over in interruptiedebatjes onderling. Zorg en hulp worden steeds duurder. Ook dit kabinet voert extra maatregelen in die mensen met een beperking hard raken. Er zijn een aantal vragen hierover aan de minister gesteld, maar ook aan mij. Ik vind dit natuurlijk onverstandig, want het leidt tot moeilijke keuzes en tot ongezond leven. Het leidt er ook toe dat mensen met een beperking vaker aan de kant staan en soms keuzes moeten maken waardoor ze niet alleen niet kunnen meedoen aan het sociale leven, maar soms ook niet of minder kunnen werken. Ik las ook een brief van de Coalitie voor Inclusie, die hierover, samen met anderen, aan de bel trok. Terecht geven zij aan dat de optelsom van maatregelen en bezuinigingen in het coalitieakkoord — ik zeg het even in mijn eigen woorden — haaks staan op de beloften die zijn gedaan bij het ondertekenen van het VN-verdrag. Het rapport van het Nibud — dat is door een aantal van u al aangehaald — wijst daar ook op. Ik heb natuurlijk ook in de antwoorden gehoord over de 350 miljoen, maar dit lijkt mij weer zo'n voorbeeld van pleisters plakken: je voert eerst een maatregel in die veel mensen hard raakt en vervolgens moet je weer een andere maatregel invoeren om dat te compenseren. Dat lijkt me onnodig ingewikkeld. Bovendien is niet duidelijk of die 350 miljoen daadwerkelijk alle mensen compenseert. Daarover zullen we nog vaak genoeg het debat gaan voeren in deze Tweede Kamer. Vorige week werd bij de rondetafel door een aantal deelnemers de bal bij ons teruggelegd. Die vraag kwam onder meer van April Ranshuijsen. Zij vroeg aan ons: "Wat gaan jullie als Kamer doen? Wat gaan jullie echt leveren, behalve woorden over het belang van toegankelijkheid?" Ik denk dat dat een vraag is die vandaag aan ons voorligt. Er moet namelijk heel wat gebeuren voordat we dat VN-verdrag echt helemaal ten uitvoer brengen in Nederland. Zoals bekend heeft Nederland zich aan dat VN-verdrag gecommitteerd, maar zijn we in 2024 nog hard op de vingers getikt door de VN-commissie. Die zei echt: jullie doen te weinig en het gaat te traag. Dat zou ons allemaal wakker moeten schudden, want het uitvoeren van het VN-verdrag is geen keuze, maar een harde verplichting en een harde belofte aan mensen met een beperking. Een aantal van u heeft aan mij gevraagd: is die nota niet wat ambitieus; staan er niet wat veel voorstellen in? Die vraag begrijp ik, maar in alle eerlijkheid denk ik dat deze nota een essentiële aanvulling is op de inzet van ons kabinet en ook gewoon nodig is om het VN-verdrag uit te voeren. Voordat ik dadelijk echt aan de antwoorden begin, wil ik het volgende zeggen. Ik gebruik de begrippen "handicap" en "beperking" door elkaar. Dat hebben we ook gedaan in de initiatiefnota. Je kunt een hele discussie voeren over wat de juiste termen zijn. Van mensen met een beperking horen we daar ook verschillende meningen over. Vandaar dat we die begrippen door elkaar gebruiken. Waar ik het heb over "mensen met een handicap" of "mensen met een beperking", heb ik het natuurlijk over zichtbare en onzichtbare, fysieke en mentale … We noemen de groepen niet voortdurend apart. Er zijn flink wat vragen gesteld. Ik wil ze eigenlijk per kopje vanuit de initiatiefnota beantwoorden. Ik begin met de prioriteiten, omdat daar een aantal vragen over zijn gesteld. Inkomen en werk is het tweede kopje. Mobiliteit is het derde kopje. Het vierde kopje is democratie. Het vijfde kopje is zorg en ondersteuning. Het zesde is gebouwen. Het zevende is overig. Dat klinkt heel uitgebreid, maar over sommige onderwerpen zijn wat meer vragen gesteld dan over andere. Een flink aantal van u had in ieder geval vragen over de prioriteiten. Mevrouw Bikker vroeg: welke 35 prioriteiten heeft u? Van BBB kwam de vraag: welke vijf prioriteiten hebben jullie? Ook de VVD vroeg naar de prioriteiten. Ik pak deze vragen maar even samen. Ik wil ook zeggen dat het best wel lastig is om uit een nota met 71 punten een aantal prioriteiten te pakken, want juist de samenhang tussen de voorstellen is zo belangrijk. Mevrouw Bikker noemde dat ook al in haar vragen aan de VVD. Als je niet in de trein kan komen, kan je ook niet op je werk komen. Daar lopen mensen helaas vaak genoeg tegen aan. Als ik een aantal belangrijke prioriteiten zou moeten aanwijzen, zou ik beginnen bij de maatregelen die het grootste verschil maken voor de dagelijkse vrijheid van mensen en tegelijkertijd structurele verandering in gang zetten. Denk bijvoorbeeld aan: maak toegankelijkheid de norm in beleid, wetgeving en uitvoering. Dat betekent dat nieuwe wet- en regelgeving wat ons betreft standaard wordt getoetst aan het VN-verdrag, en dat mensen met een beperking vanaf het begin betrokken worden bij de besluitvorming, zodat niet achteraf blijkt dat allerlei zaken over het hoofd zijn gezien. Te vaak wordt wetgeving namelijk pas achteraf gerepareerd. Als we toegankelijkheid vanaf het begin meenemen, voorkomen we nieuwe uitsluiting. Het terugdringen van bureaucratie en wantrouwen zou een andere prioriteit voor ons zijn. Ik zei het al: heel vaak moeten mensen met een beperking als ze bijvoorbeeld een aanvraag doen, aantonen dat zij of hun kind nog steeds die beperking hebben, terwijl we allemaal weten dat die nooit overgaat. Het is naar om elke keer weer opnieuw te moeten vertellen wat je niet kan om een bepaalde voorziening of bepaald hulpmiddel te krijgen. Dit allemaal kost natuurlijk veel energie en zorgt ook voor bureaucratie en voor frustratie. Ik zou heel graag een overheid willen die uitgaat van vertrouwen in plaats van wantrouwen, omdat dat direct het verschil maakt in het leven van mensen. Een andere prioriteit zou voor ons zijn het versneld verbeteren van de toegankelijkheid van publieke voorzieningen. Dan heb ik het zowel over fysieke als over digitale voorzieningen, of het nu gaat om een gemeentehuis, om informatie op websites, waarvoor ik maar even naar het nieuwsbericht van vanochtend verwijs, om openbaar vervoer of om culturele instellingen. Meedoen begint natuurlijk bij de toegang. Als die toegang niet op orde is, blijft inclusie voor heel veel mensen een belofte op papier. Ik noem deze drie punten omdat zij de basis leggen voor alle andere verbeteringen, want als toegankelijkheid een vanzelfsprekend uitgangspunt wordt, als mensen niet langer vastlopen in bureaucratie en als publieke voorzieningen daadwerkelijk voor iedereen toegankelijk zijn, dan zetten we een fundamentele stap richting een samenleving waarin mensen niet worden beperkt door de manier waarop wij die samenleving hebben ingericht. Dat is ook de kern van onze initiatiefnota: niet de beperking van mensen staat centraal, maar de barrières die we als samenleving hebben en die de samenleving nog steeds in stand houdt. Als ik dat verder zou mogen aanvullen met een aantal andere prioriteiten, zou ik ook kiezen voor bestaanszekerheid en participatie. We weten namelijk dat mensen met een beperking vaak extra kosten moeten maken. Als we serieus werk willen maken van gelijke kansen, kunnen we niet accepteren dat we een groep mensen in onze samenleving hebben die structureel hogere kosten heeft om hetzelfde leven te leiden als andere mensen. Ik zou ook kiezen voor het versterken van participatie en de zeggenschap van mensen met een beperking zelf. Ik verwees daar net ook al naar: het VN-verdrag kent niet voor niets het principe "niets over ons zonder ons", want te vaak worden besluiten genomen over mensen in plaats van samen met mensen. Structurele betrokkenheid van ervaringsdeskundigen leidt niet alleen tot beter beleid, maar voorkomt ook dat we telkens achteraf iets moeten constateren dat ook vooraf al meegenomen had kunnen worden. Het is ook wel goed om daarbij op te merken dat wij in deze nota Kamer en kabinet aanspreken, maar dat de voorstellen natuurlijk ook een oproep zijn aan meerdere partijen. Dat kwam ook naar voren in de vragen van een aantal collega's. Gemeenten hebben namelijk een belangrijke rol. De Lokale Inclusie Agenda komt nog niet overal goed van de grond. We weten ook niet of elke gemeente die wel heeft en of mensen met een beperking allemaal betrokken zijn. Maar denk ook aan het onderwijs, namelijk als het gaat over het halen van de ambitie van inclusief onderwijs, aan bouwbedrijven, aan architecten en aan vervoersbedrijven, maar ook aan winkels en aan gemeenten die contracten afsluiten met verschillende bedrijven. Of kijk naar de media: de zichtbaarheid van mensen met een beperking blijft ook achter. Als mensen al geïnterviewd worden, bijvoorbeeld in een talkshow of in de krant, dan is dat vaak om iets te vertellen over een beperking in plaats van iets te vertellen over het vakgebied waar ze deskundig in zijn. Mijn oproep aan al die partijen, en aan nog veel meer dan ik net noemde, zou dan ook zijn om daar rekening mee te houden. Kijk ook wat je zelf kan verbeteren. Redacties, nodig mensen met een beperking uit die deskundig zijn. Ik denk dat we vorige week in het rondetafelgesprek hebben gezien dat dat echt prima kan. Mijn oproep aan iedereen die meeluistert of die van dit gesprek hoort, zou dus echt zijn om na te denken over wat je zelf kan verbeteren om die toegankelijkheid van mensen met een beperking beter te maken in de hele samenleving, want dat is niet alleen iets wat we vanuit de politiek kunnen doen. Ik merk ook dat — ik noemde dat net al — mensen met een beperking dagelijks gediscrimineerd worden, buitengesloten worden. Ik heb de indruk dat we dat als samenleving ook te makkelijk accepteren. Ik ben dus over het algemeen geen voorstander van ophef, maar hierover wel. Er zou best wel wat meer ophef mogen zijn over de uitsluiting en de discriminatie van mensen met een beperking, want het is niet normaal dat een hele grote groep niet mee kan doen in de samenleving. Ik denk dat ik hier al ben ingegaan op de vragen die zijn gesteld over welke voorstellen wat ons betreft het meest urgent zijn. We kregen ook de vraag, specifiek van de VVD, of keuzes niet onvermijdelijk zijn en welke keuzes ik zou maken als de financiële ruimte beperkt blijkt. Ik deel natuurlijk dat je niet alles tegelijk kan doen en ook dat elke overheid keuzes moet maken. Vervolgens is natuurlijk wel de vraag wat je uitgangspunt daarbij is, want te vaak wordt toegankelijkheid of inclusie gezien als iets extra's, als een kostenpost, die pas aan bod komt als er geld over is. Als er dan geld tekort is, dan weten we inderdaad allemaal — volgens mij zei mevrouw Bikker dat net ook — waar dan als eerste op bezuinigd wordt, terwijl ik ervan overtuigd ben dat inclusie juist heel veel oplevert: ons als samenleving, mensen individueel natuurlijk, maar ook qua kosten. Als mensen kunnen meedoen en volwaardig naar school en aan het werk kunnen, dan levert ons dat als samenleving heel veel op, ook in termen van gezondheid, want we weten allemaal dat ook eenzaamheid vaak op de loer ligt bij mensen met een beperking, omdat ze minder makkelijk uitjes kunnen ondernemen of anderen kunnen opzoeken. Het VN-verdrag Handicap verplicht ons ook om een samenleving te bouwen waarin iedereen kan meedoen. Dus het is ook geen optie; we zijn het gewoon verplicht als we kijken naar het VN-verdrag. Toegankelijkheid is geen luxe maar een randvoorwaarde voor een democratische en een rechtvaardige samenleving. Maar dat betekent natuurlijk niet dat al die 71 voorstellen morgen tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden. Positief is wel dat een aantal voorstellen al uitgevoerd zijn of dat er voorbereidingen voor worden getroffen. Ook positief is dat deze minister ermee bezig is en dat de Kamer de afgelopen jaren al verschillende moties heeft ingediend bij debatten over het VN-verdrag. Ook onze collega's hebben dat in andere debatten gedaan, bijvoorbeeld in debatten over bouwregelgeving, het openbaar vervoer of sport. Gelukkig zijn een heel aantal van die voorstellen dus ook al opgepakt door het kabinet of door verschillende fracties. Ik zie ook dat sommige maatregelen meer tijd, capaciteit of investeringen vragen dan andere. Ten aanzien van geld zou ik zeggen: laten we ervoor kiezen om op korte termijn te investeren in de voorstellen die structurele barrières wegnemen en op langere termijn kosten besparen, omdat dat ons heel veel oplevert. Laten we ook onnodige bureaucratie verminderen voor mensen die telkens opnieuw moeten bewijzen dat hun beperking niet verdwenen is. Bureaucratie kost natuurlijk geld. Dat weten we allemaal. Dus laten we uitgaan van vertrouwen. Ik zou niet kiezen voor het uitstellen van fundamentele toegankelijkheid, omdat dit op korte termijn geld kost. De afgelopen jaren hebben we gezien wat er misgaat als gebouwen, openbaar vervoer, dienstverlening en digitale systemen worden ontworpen zonder mensen met een beperking erbij te betrekken en zonder het universal design als uitgangspunt te nemen. We zien dan dat de kosten naderhand nog verder stijgen, omdat het achteraf gerepareerd moet worden. Dit was het blokje algemeen en prioriteit. Ik begin aan inkomen en werk.

Versie d8d30d066d0ca9d6cd8a2de0a72f60e0569be0fa2cf9bd90c2e723986671909a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

12 okt 2026 · 368ce1e8a048ba6c

12 okt 2026 · 5626f77b025beac4

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.