KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Voorstel van wet van het lid Beckerman tot wijziging van de Woningwet ter bevordering van wooncoöperaties (Wet bevordering wooncoöperaties) (36780)

Brontekst

De heer Grinwis (ChristenUnie): Nee, voorzitter, dat doe ik natuurlijk om mijn collega's te laten schrikken en ze vervolgens gerust te kunnen stellen: het worden geen vijftien minuten; het worden er veel minder. Voorzitter. Complimenten aan collega Beckerman, die met haar initiatiefwetsvoorstel wooncoöperaties eindelijk de wettelijke verankering en daarmee waardering geeft die zij verdienen. Dank dus aan collega Beckerman, maar ook aan alle betrokkenen, ook die van Cooplink, van het ministerie en van de SP zelf. Succes ook bij de verdediging zo meteen! We gaan natuurlijk wel een aantal pittige vragen stellen. Voorzitter. Een goed leven is een leven in verbondenheid. Dat is een leven waarin je onderdeel mag zijn van een gemeenschap. Maar dat staat in de huidige tijd, in onze huidige samenleving, onder druk. De keuzes die we hebben gemaakt op het gebied van wonen, hebben daar helaas mede toe geleid. We wonen steeds meer op eilandjes in onze buurt, wijk, dorp of stad. Ondertussen is er nog steeds een grote behoefte aan vormen van samenwonen, van samenleven. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 17% tot 25% van de woningzoekenden liever iets gezamenlijks deelt. Al die mensen geloven dat je in gemeenschappen elkaar kunt versterken en dat afhankelijkheid geen zwakte is, maar een waardevolle toevoeging aan je leven. Maar terwijl in de samenleving de behoefte groeit, lijken onze woonvormen juist monotoner te worden, met studio's voor studenten als eenzaam dieptepunt. Een groep waarvoor de behoefte aan gemeenschap en samenleven al helemaal groot is, zijn de ouderen. De wachtrijen voor gemeenschappelijke wooninitiatieven voor ouderen zijn enorm, terwijl onderzoek uitwijst dat passend aanbod met een vorm van gemeenschappelijkheid voor ouderen een van de belangrijkste redenen is om door te stromen vanuit een te grote woning. De kosten die daaraan verbonden zijn voor de overheid, vallen in het niet bij de opbrengsten van die betere doorstroming. Het zou de samenleving helemaal veel opleveren als er woonvormen komen waarbij ouderen en jongeren samen een gemeenschap kunnen vormen. Voorzitter. We weten het. We weten dat mensen opbloeien in gemeenschap en verbondenheid en met woonbeleid kun je deze verbondenheid belemmeren of juist vooruithelpen. Dit kleine maar fijne wetsvoorstel is daarom een stap vooruit. Onze wetgeving is nu vooral gericht op individuen en op individuele huisvesting, niet op gemeenschappen. Met dit voorstel komt daar verandering in. Door wooncoöperaties duidelijk in de wet te definiëren, krijgen deze gemeenschappen eindelijk de erkenning die tot nu toe ontbrak. Wooncoöperaties als woonvorm zijn nu nog een niche, maar elke innovatie is begonnen als een niche. Het is goed dat er met dit wetsvoorstel meer ruimte komt voor wooncoöperaties en prachtige initiatieven, zoals dat aan de Haagse Roggeveenstraat, waar bewoners 65 sociale huurwoningen hebben gered van de sloop en onderbrachten in een huurcoöperatie. En inderdaad, meneer Dijk, dat begon in een tuin. Ik ben er ook geweest, samen met de SP trouwens. Prachtig. Ik hoop dat dit initiatiefwetsvoorstel eraan bijdraagt om deze initiatieven te laten bloeien, maar ook om meer van dit soort initiatieven te krijgen. Denk ook aan de wooncoöperatie Overhoop in Utrecht, met een buurthuiskamer en een kringloopwinkel waar de buurt welkom is. Dat zijn initiatieven waar je blij van wordt. Daarom dank ik collega Beckerman nogmaals voor haar initiatief. Het is een belangrijke eerste stap, maar we zijn er natuurlijk nog niet en dat erkent collega Beckerman ook. Daarom heb ik een paar vragen aan haar als indiener. Ik ben vooral benieuwd welke stappen we nog meer kunnen zetten om wooncoöperaties te stimuleren. Daarover dus wat vragen, maar ik ben ook wel benieuwd naar de inzet van de minister hierop. De steun voor wooncoöperaties delen wij dus met de initiatiefnemer. Toen ik het wetsvoorstel las, speelde bij mij dan ook de vraag of we niet veel meer kunnen doen. Ik kan natuurlijk volgen dat de indiener dit graag eerst goed geregeld wil hebben voordat we volgende stappen zetten. Toch hoor ik graag waarom zij ervoor gekozen heeft om zich te beperken tot deze eigenlijk beperkte maatregelen, deze definiëring. Welke inzet acht de indiener nog meer noodzakelijk om wooncoöperaties verder te brengen? Ik hoor ook graag van haar welke inzet zij van de minister verwacht om wooncoöperaties te stimuleren. Er zijn verschillende doelgroepen die open zouden staan voor gedeelde woonvormen. Ik denk bijvoorbeeld aan studenten en ouderen, die beiden baat hebben bij gezamenlijke woonvormen. Wat is de inzet van de indiener voor deze groepen? Hoe mooi zou het zijn als deze jonge en oude mensen elkaar kunnen vinden in hun behoefte aan een plek om samen te wonen? Welke mogelijkheden ziet zij daarvoor? Dan heb ik ook nog wat vragen aan de minister, onze adviseur. Want hoewel het initiatief voor deze wet uit de Kamer komt, is er dus ook veel inzet nodig van de minister. Ik hoop dat zij de handschoen wil oppakken en het harde werk van collega Beckerman weet af te maken. Is de minister bereid om dat te doen? Wil zij zich hard maken voor deze vorm van wonen? Kan de minister reageren op de antwoorden van de indiener op de vraag wat zij van de minister verwacht? Dat wordt dus nog wel wachten op de eerste termijn van de indiener. Dat besef ik. Deelt de minister de mening dat wooncoöperaties niet mogen worden gezien als een vorm van een onderneming, ook niet met een vinkje, die misschien wel vpb, vennootschapsbelasting, zou moeten afdragen? Is dat eigenlijk wel goed geregeld? En als dat niet zo is, wat kan de minister eraan doen om te voorkomen dat er ooit vanuit een wooncoöperatie vennootschapsbelasting zou moeten worden betaald? Hoe verhoudt dit wetsvoorstel zich eigenlijk tot de plannen van de minister voor ouderenhuisvesting? Welke rol voor wooncoöperaties ziet zij in het bevorderen van het doorstromen van ouderen? Het is goed dat binnen het SVn het Fonds Coöperatief Wonen is gestart. Er is daar nu 60 miljoen euro beschikbaar, ook met dank aan amendementen uit deze Kamer, van de indiener en ook van een aantal andere partijen in dit huis, waaronder de mijne. Daar is gelukkig veel belangstelling voor, dus de pot dreigt al snel leeg te raken. Nog voordat het revolverende karakter in de praktijk kan worden gebracht, is straks de spaarpot of dat fonds leeg. Daarnaast zij de voorwaarden voor snelle afbetaling zo streng dat wooncoöperaties geen financiering kunnen aanvragen. Hoe ziet de minister dat? Hoe wil de minister de werking van dit fonds voor wooncoöperaties in de praktijk verbeteren, zodat ze er echt wat aan hebben? Graag een concrete reactie. De vraag hoe wooncoöperaties worden gemonitord, staat ook nog open. Nu vallen zij in de woningbouwcategorie van particulier opdrachtgeverschap. Handhaaft de minister die monitoring van wooncoöperaties in deze categorie, zoals experts adviseren, of is zij iets anders van plan? Wil zij deze categorie opnemen in de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw, de LMVW? Uit onderzoeken, waaronder dat van Cooplink, worden nog veel belemmeringen genoemd waar de minister nog best een hoop werk voor te doen heeft. Een paar vragen daarover. Is de minister bereid om te komen tot landelijke uniforme toepassing van de kostendelersnorm voor bewoners van wooncoöperaties? Nu zijn er nog veel verschillen tussen gemeenten. Wat kan en wil zij daaraan doen? Een andere belemmering is het ontbreken van de mogelijkheid tot huurtoeslag. Is de minister bereid om mogelijkheden uit te werken om huurtoeslag toegankelijk te maken voor bewoners in wooncoöperaties of voor wooncoöperaties zelf? De regels rondom brandveiligheid zijn nu ook vaak nog een belemmering. Kan de minister uitwerken hoe die regels beter kunnen aansluiten bij de specifieke kenmerken van gedeelde ruimten in wooncoöperaties? In het wetsvoorstel wordt aangegeven dat het vaak moeilijk is om grond te vinden voor het starten van een wooncoöperatie. Dat hebben wij ook uit de praktijk heel vaak te horen gekregen. Gemeenten geven vaak aan dat de regels rondom mededingingsruimte als een obstakel worden gezien om grond te kunnen gunnen aan wooncoöperaties. Tegelijkertijd heeft de ambtsvoorganger van deze minister geschreven dat dat in de praktijk helemaal niet hoeft, omdat je gewoon duidelijk als gunningscriterium kunt opnemen dat het wel aan een wooncoöperatie gegund kan worden. Hoe dat ook zij, is de minister bereid om met gemeenten in gesprek te gaan om wooncoöperaties daadwerkelijk als een apart selectiecriterium op te nemen bij het toewijzen van gemeentegronden? Voorzitter. Dat waren zo wat vragen. Deze wet is belangrijk en is ook nog maar een begin, want er kan nog veel worden gedaan om deze gemeenschappen te bevorderen. Daartoe heb ik natuurlijk verschillende moties voorbereid voor de tweede termijn, maar eerst kijk ik uit naar de antwoorden van collega Beckerman en de minister. Dan kijk ik daarna welke moties er nou daadwerkelijk zouden moeten worden ingediend. Tot zover.

Versie d4fc54330761ede6fab1593afab1bab453a31bc6012525a2b75ad736da1bac30 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 7be484fb944d0000

12 okt 2026 · a826f8d2052803c6

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.