← OnderzoekenBrontekst
De heer Ceder (ChristenUnie): Voorzitter. In 2021 maakte ik de overstap van de advocatuur naar de Tweede Kamer. Ik heb de jaren daarvoor ouders bijgestaan die hun kinderen uit huis geplaatst zagen worden. Ik heb ouders meegemaakt die onderling vochten om een kind en kinderen gesproken die vanuit een loyaliteitsconflict niet wisten of ze beter af waren bij instanties, bij pleegouders of bij hun biologische papa en mama. Ik zag hartverscheurende taferelen, maar het was wel de dagelijkse realiteit in vele rechtbanken in Nederland; dat is het ook nu, terwijl we over dit onderwerp praten.
Voorzitter. Ik kwam de Kamer in mede om dit beleid te verbeteren en het belang van het kind centraler te stellen, maar ik heb de afgelopen vier jaar, rapport op rapport, vooral moeten lezen hoe het huidige stelsel niet kan garanderen dat, zodra de overheid de zorg van ouders overneemt, kinderen daadwerkelijk beter af zijn. Soms zijn ze zelfs slechter af.
Sinds het tragische verhaal van het pleegzorgmeisje uit Vlaardingen in de publiciteit is gekomen, is het aantal aanmeldingen van potentiële pleegouders gestegen. Van gezinnen die na deze tragedie dachten: dit kan en moet anders; kinderen die niet thuis kunnen wonen, verdienen een liefdevol huis. Dat vind ik een hoopvolle ontwikkeling. Net zo hoopvol is de onafgebroken inzet van jeugdbeschermers om te zorgen voor de veiligheid van kinderen. We zijn ook veel dank aan hen verschuldigd. De inspectie zegt ook in haar rapport: aan hen ligt het niet. Tegelijkertijd staat Vlaardingen ons nog scherp voor ogen. In een gezinshuis in Noord-Nederland waren ook kinderen structureel onveilig. Nog steeds zijn kinderen en jongeren in de jeugdbescherming niet altijd beter af dan thuis, omdat er te weinig contact is met de kinderen, omdat de samenwerking onvoldoende is en door elkaar heen loopt en omdat passende hulp niet of te laat wordt ingezet.
Voorzitter. Als parlement kunnen we ons er niet bij neerleggen dat kinderen onder verantwoordelijkheid van de Staat inmiddels structureel onveilig zijn. Ik weet dat we moeten accepteren dat dingen fout kunnen gaan in de jeugdzorg, want anders regel je alles dicht en is het geen werken meer voor de jeugdhulpverleners. Maar we moeten dan wel weten: hebben we de afgelopen tijd incidenten zien terugkomen of zijn het tekenen van structurele fouten? Volgens mij is het tweede het geval ten aanzien van het stelsel. Het rapport van de inspectie wijst ons op de structurele tekortkomingen van het stelsel. De vragen voor de politiek zijn volgens mij dan ook hoe we gerechtvaardigd ingrijpen van de Staat garanderen zolang het stelsel tekortschiet en hoe we het stelsel zo snel mogelijk weer op orde krijgen. Daarom heb ik de volgende vragen, want ik hoor graag een reflectie van de staatssecretarissen op het structureel falen van het stelsel van de jeugdbescherming en jeugdzorg. Wat betekent het voor het recht dat de Staat heeft om kinderen uit huis te plaatsen of onder toezicht te stellen? Delen de staatssecretarissen dat er nog meer reden is voor terughoudendheid bij uithuisplaatsing als kinderen er niet per se beter van worden als ze uit huis geplaatst worden? Hoe gaan rechters en GI's daarmee om? Hoe vindt dat gesprek met elkaar plaats?
Voorzitter. Ik ben blij dat er een staatscommissie komt, want de staatscommissie die ingesteld gaat worden, moet de fundamentele vraag van het gerechtvaardigd overheidsingrijpen oppakken. Wanneer wordt de commissie ingesteld, vraag ik. Kan de staatssecretaris ons er nogmaals van verzekeren dat de ervaringsdeskundigen in alle fasen betrokken zijn?
Alleen met een goede rechtsbescherming van kinderen en ouders kan gerechtvaardigd overheidsingrijpen gegarandeerd worden. Die rechtsbescherming is nog steeds niet op orde; dat weet het kabinet ook. We zijn al jaren bezig met het wetsvoorstel ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming. Ik heb in de afgelopen jaren meerdere moties ingediend. In debatten heb ik, maar hebben ook vele Kamerleden hier ideeën aangebracht, juist om de rechtsbescherming te verbeteren. Denk aan het verbeteren van het feitenonderzoek. Denk aan de verplichte procesvertegenwoordiging. Denk aan kosteloze rechtsbijstand. Dat zou allemaal geregeld worden in het mooie wetsvoorstel dat nog steeds niet naar de Kamer is gestuurd. De consultatie is al sinds maart van dit jaar gesloten. Ik mag toch aannemen dat we dit wetsvoorstel in januari in de Kamer zien? Kan de staatssecretaris dat toezeggen? Mijn geduld begint namelijk op te raken.
Ten aanzien van de kwaliteit en veiligheid in de pleegzorg en gezinshuizen zien we dat we aan de bel moeten trekken. Ik lees dat er wordt gekeken of de screening van pleegouders frequenter kan en dat voor gezinshuizen wordt gekeken of de screening beter kan. Ik wil ervoor waken dat pleegzorg en gezinshuizen te veel geformaliseerd worden. Tegelijkertijd zijn gezinshuizen een zorgaanbieder onder de wet, maar wel met een kwetsbare constructie: kwetsbare kinderen in een gezinssetting. Zou de staatssecretaris ervoor voelen om de screening van gezinsouders op dezelfde manier vorm te geven als die van pleegouders?
Tot slot de arbeidsmarkt. Het is goed dat er wordt ingezet op zijinstromers voor de GI's. Kan mijn beeld kloppen dat de geschoolde jeugdhulpverleners eerder kiezen voor werk bij een gemeente dan in de jeugdbescherming? Hoe kunnen we de prikkels op de arbeidsmarkt zo inzetten dat de beste mensen ook juist in dit hele belangrijke stelsel aan het werk kunnen?
Dank u wel.
Versie fe8eab1ba6f343d029a26f7549373f68fa821ca657a978e13f8c75865323f1b3 · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.