Wet kwaliteit incassodienstverlening (35733)
Brontekst
Versie 39089eb6fa2b6ea1 · officiële bronMevrouw Kat (D66): Het is misschien zelfs iets meer, voorzitter. Maar ik ga mijn best doen. Voorzitter. We hebben er lang op moeten wachten, maar we behandelen vandaag eindelijk de Wet kwaliteit incassodienstverlening. Dat is hard nodig. We zien dat mensen met schulden klem kunnen komen te zitten. Een kleine schuld is zo gemaakt. Dat kan de beste overkomen. Maar als je die niet kunt betalen, kan het flink uit de hand lopen. We weten dat mensen met beginnende schulden gemiddeld vier jaar wachten voordat zij zich melden bij de schuldhulpverlening met een gemiddelde schuld van €40.000. En dan duurt het nog jaren voordat mensen weer schuldenvrij zijn. Het is hoog tijd dat er toezicht komt op de incassobranche om beunhazerij tegen te gaan. Dat is in het belang van schuldenaren, maar ook van incassobureaus die het wel netjes willen doen. D66 wil dat we veel meer werk maken van de preventie, van het voorkomen van schulden. Het is onacceptabel dat mensen jaren gebukt gaan onder schulden, de stress en het gebrek aan toekomstperspectief die hiermee gepaard gaan. Een deel van de oplossing hiervoor ligt bij de incassobranche. Het liefst zie ik natuurlijk dat mensen helemaal niet met een incassobureau in aanraking komen, maar dat er een betalingsregeling wordt getroffen met de schuldeiser, zo nodig met een uitspraak van de rechter. Mijn eerste vraag aan de minister luidt als volgt. Hoe kijkt de minister naar de aanbeveling om de rechters de mogelijkheid te geven een betalingsregeling af te dwingen? Waar blijft het wetsvoorstel dat hiervoor in de maak is? Het zou ook moeten kunnen dat gemeentes meer mogelijkheden hebben om tot een akkoord met schuldeisers te komen. Het doel: ervoor zorgen dat er één traject is waar mensen snel schuldenvrij uit kunnen komen en waar schuldenaren zo veel mogelijk zekerheid van aflossing hebben. Hoe kijkt de minister hiernaar? Voorzitter. Als mensen dan toch met een incassobureau te maken krijgen, dan moet dat er voornamelijk op gericht zijn om hun problemen op te lossen, en niet om ze nog groter te maken. D66 is een groot voorstander van een maatschappelijk verantwoorde incasso. Dat wil zeggen: een praktijk die er niet enkel op is gericht om de schuldeiser het geld te laten ophalen, maar een incasso waarbij de belangen van de schuldeiser, de schuldenaar en de maatschappij in balans zijn. Dat geldt voor de private incasso, maar zeker ook voor een incasso van de overheid. We zien deze wet dan ook als een stap in de goede richting, maar er is nog veel te verbeteren. Ik wil over drie onderwerpen een aantal vragen stellen: de reikwijdte van het voorstel, het doorverkopen van vorderingen en kosten van incasso, en als derde het toezicht en de handhaving van de kwaliteitseisen. Voorzitter. Het voorstel heeft betrekking op de incassopraktijk inzake natuurlijke personen. De nieuwe kwaliteitseisen zijn niet van toepassing op incasso bij bedrijven of kleine verenigingen. Het is mij eigenlijk onvoldoende duidelijk waarom die er niet in betrokken worden. De Raad van State merkt op dat bijvoorbeeld kleine verenigingen ook kunnen worden aangemerkt als kwetsbaar ten opzichte van incassobureaus, en dat geldt ook voor kleine ondernemers. Waarom wordt dit voorstel niet breder getrokken naar alle incassopraktijken? Een ander belangrijk punt betreft het incassoregister. Alle incassobureaus moeten zich daarin registreren. Dat geldt niet alleen voor advocaten en gerechtsdeurwaarders die een incasso uitvoeren. Ook de informatie over uitvoerders van incassodienstverlening is straks verdeeld over drie registers. Ik vraag me oprecht af in hoeverre het hiermee eenvoudiger wordt voor inwoners van Nederland. Is het voor de schuldenaar straks heel goed te controleren of de vordering wel klopt? De vraag aan de minister is: kunnen die registers niet op een of andere manier gekoppeld worden? Een ander punt gaat over de reikwijdte. Dit voorstel heeft geen betrekking op de incasso vanuit de overheid, terwijl de overheid een van de grootste schuldeisers van Nederland is. We hebben ook gezien dat hierin verschrikkelijk veel fout is gegaan. Mijn vraag aan de minister is: welke eisen legt de overheid zichzelf op? D66 pleit er al een tijdje voor om alle overheidsincasso's te bundelen in één incassobureau, zodat de inwoner te maken heeft met één loket voor openstaande betalingen bij de overheid. Dit moet wat mij betreft geen nieuwe incassogigant worden, maar een sociale instelling, die nauw verbonden is met de schuldhulpverlening en als hoofddoelstelling een duurzame financiële toekomst heeft. Ik heb begrepen dat er wordt gewerkt aan een clustering van de rijksincasso. Is de minister het met mij eens dat de inwoner bij een loket zou moeten kunnen aankloppen bij de overheid als het gaat om een incasso? Is hij bereid om het voorstel voor één incassobureau uit te werken en het voor het einde van dit jaar met de Kamer te delen? Dan mijn tweede onderwerp: de verkoop van vorderingen en kosten van een incasso. Een kleine schuld kan gemakkelijk doorgroeien tot een grote schuld. We kennen allemaal het voorbeeld van een niet-betaalde telefoonrekening van een paar tientjes, die uiteindelijk een vordering wordt van enkele honderden euro's. Met dit nieuwe wetsvoorstel wordt een stap gezet om de kosten van de incasso voor schuldenaren te beperken. Ik vind dat we veel verder kunnen en zouden moeten gaan. De cumulatie van termijnvorderingen bij vorderingen tot €266,67 wordt op een effectieve wijze tegengegaan. Het is mij onduidelijk waarom dit voorstel zich enkel richt op termijnvorderingen. Bijvoorbeeld bij webwinkels, maar wellicht ook in andere sectoren, kunnen meerdere kleinere vorderingen in een halfjaar ontstaan, waarbij de verhouding tussen de hoofdsom en de incassokosten zoekraakt. Waarom beperkt het voorstel zich tot die termijnvorderingen? Welke andere mogelijkheid ziet de minister om ervoor te zorgen dat de verhouding tussen de hoofdsom en de incassokosten beter in balans blijft? Ik heb begrepen dat er een wetsvoorstel komt om de griffiekosten te beperken. Dat is een mooi, goed begin, maar we zien ook dat er hoge kosten zijn verbonden aan zaken waarbij de schuldenaar verstek laat gaan. Wat kan de minister doen om die kosten te beperken? We hebben hierover op 21 februari Kamervragen gesteld. We zijn helaas nog steeds in afwachting van de beantwoording. Voorzitter. Een deel van de incassokosten komt voort uit het doorverkopen van schulden. Grote incassobureaus houden zich voor 60% bezig met doorverkochte vorderingen. Wanneer de schuldeiser btw-plichtig is en hij de vordering verkoopt, verschuift de vordering naar een schuldeiser die niet btw-plichtig is. Dit heeft het grote gevolg dat de incassokosten en de kosten voor ambtshandelingen extra met de btw-omslag van 21% worden verhoogd, terwijl de debiteur geen invloed heeft op de keuze van de schuldeiser om de vordering al dan niet te verkopen. Het ligt dus eigenlijk in de rede om die kosten niet voor rekening van de schuldenaar te laten komen. Dat gebeurt nu wel. Mijn vraag aan de minister is: is de minister bereid om ervoor te zorgen dat die btw-opslag voor incassokosten en de btw-opslag voor tarieven voor ambtshandelingen alleen van toepassing is wanneer de oorspronkelijke schuldenaar niet btw-plichtig is?
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie