KamerkringInloggen
Uitspraak

Wet kwaliteit incassodienstverlening (35733)

6 apr 2022 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 39089eb6fa2b6ea1 · officiële bron

De heer Van Kent (SP): Dank, voorzitter. Ik mag het overnemen van de heer Van Nispen, die helaas niet bij dit debat aanwezig kon zijn. Voorzitter. Als je iets koopt of een dienst afneemt, dan moet je die ook betalen. Afspraak is afspraak. Zo simpel is dat. Het Burgerlijk Wetboek kent regels over hoe zo'n vordering geïnd kan worden. Dat kan door de schuldeiser zelf, maar ook door het inschakelen van een incassobureau. Die incassobureaus zijn niet de meest populaire organisaties. Ze worden zelden met gejuich ontvangen, maar zijn wel belangrijk in ons rechtsverkeer. Dit heeft al een behoorlijke politieke geschiedenis. Er zijn veel debatten gevoerd over de hoogte van de incassokosten, over het incassogedrag van de overheid zelf en ook over de vraag of er geen register zou moeten komen. Over dat laatste gaat deze wet. Het kabinet wil namelijk de kwaliteit van incassobureaus verhogen. Dat kan de SP vanzelfsprekend alleen maar toejuichen. Met deze wet wordt een registratieplicht voorgesteld voor incassodienstverleners. Bedrijven of eenmanszaken zullen alleen in het register voorkomen als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, waaronder de afwezigheid van relevante antecedenten van de aanvrager en het kunnen overleggen van een verklaring omtrent het gedrag. Dat is, laten we daar helder over zijn, een goede zaak. Toch snappen wij dan niet zo goed waarom die kwaliteitsverbeteringen voor het grootste gedeelte moeten komen van zelfregulering en er eventueel later AMvB's komen, algemene maatregelen van bestuur. Dan komt er eventueel dus pas verdere invulling van die regels. De invulling van die vereisten om in het register te komen en de concrete kwaliteitseisen lijken aan de sector te worden overgelaten, terwijl de afgelopen jaren hebben aangetoond dat dat juist onvoldoende is. De Wki bepaalt straks bijvoorbeeld niet de inhoud van de criteria voor vakbekwaamheid en kwaliteitseisen. Waarom niet? Dat is ons niet duidelijk. Komen er nu wel of niet van die algemene maatregelen van bestuur en wat komt daarin te staan? Wat is er gedaan met de kritiek van de NVI op dit punt? Waarom worden er geen grotere stappen gezet richting het beschermen van veelal kwetsbare mensen met geldproblemen? Een tweede kanttekening: deze wet stelt alleen regels voor de incassobureaus die ingeschakeld worden door de schuldeisers, maar niet voor die schuldeisers zelf. Die kan zelf namelijk ook incasseren. Dat gebeurt natuurlijk ook volop. Wat als bepaalde woningbouwcorporaties, energiemaatschappijen, zorgverzekeraars of juist veel kleine partijen zich misdragen? De regels die we vandaag bespreken gelden niet voor hen. Welke middelen heeft de benadeelde partij dan? Voorzitter. Dan het doorverkopen van vorderingen. D66 sprak daar ook over. Het is een bijzondere gang van zaken, omdat de debiteur geen invloed heeft op de keus van de schuldeiser om de vordering al dan niet te verkopen en dus overgeleverd is aan de grillen van de schuldeiser. Ik sluit me aan bij de vragen die D66 heeft gesteld over de btw-situatie die kan ontstaan. De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden wees ons daarop. Ik zou de minister in navolging van D66 willen vragen om te kijken of dat probleem opgelost kan worden. Voorzitter. Dan de niet-geregistreerde bureaus. Dit wetsvoorstel regelt dat je, als je aan een niet-geregistreerde incassoclub betaald hebt, bevrijd hebt betaald of onverschuldigd hebt betaald en dat je het dus niet nog eens hoeft te betalen. Prima om op die manier schuldeisers in de richting te dwingen van geregistreerde incassobureaus, maar is het niet veel belangrijker dat die niet-geregistreerde incassoclubs aangepakt worden? Wat gaat de minister daar concreet aan doen? Ziet de minister ook het gevaar van eenpitters die de toezichtskosten, €2.300 incidenteel en €1.300 per jaar, niet kunnen dragen en dan besluiten om zich maar niet te registreren? Een ander punt op dit vlak is de gekozen formulering van het voorgestelde artikel 18, lid 2. Artikel 18 beoogt dat een debiteur geen incassokosten verschuldigd is voor werkzaamheden van een niet-geregistreerd incassodienstverlener. Dat alles om het gebruik van een niet-geregistreerd bureau door een schuldeiser verder te ontmoedigen. Is hier nu geregeld dat sowieso geen incassokosten in rekening mogen worden gebracht als op enig moment in de incassofase gebruik is gemaakt van een niet-geregistreerde incassodienstverlener? Mag dit ook niet als na dit niet-geregistreerde incassobureau alsnog gebruik wordt gemaakt van een wel-geregistreerde incassodienstverlener? Mijn vraag aan de minister is: klopt het dat het dus op geen enkele manier loont om te proberen een incassocowboy in te zetten? Dan het toezicht. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit nu wel een beetje vreemd wordt geregeld. Veel partijen leveren daar ook kritiek op. Het lijkt een ratjetoe te worden. Ook de Raad van State levert hier kritiek op. De ACM heeft een rol als toezichthouder. De AFM ook. De deken van advocaten en het BFT houden toezicht op de gerechtsdeurwaarders. Wat zegt nou dit wetsvoorstel? Laten we de Inspectie JenV daar als vijfde toezichthouder aan toevoegen. Is dat nou verstandig? Kan de minister verduidelijken waarom niet het BFT, maar de Inspectie JenV — die mist kennis en ervaring op dit vlak — de toezichthouder wordt op de buitengerechtelijke incassosector? Hoe wordt de samenwerking tussen het BFT en de deken, die toe zullen zien op de gerechtsdeurwaarders en de advocaten, enerzijds en de inspectie anderzijds, vormgegeven? Is dit allemaal niet onnodig ingewikkeld? Wat moeten we verwachten van dat toezicht zelf? Een keer in de drie jaar komt de toezichthouder tussen de lunch en het avondeten door om te controleren of alles wel goed gaat. Is dat wel genoeg? Zeker voor een branche waarvan we toch allemaal de onwenselijke uitwassen kennen. Als we echt de kwaliteit willen verbeteren, zullen we dan niet goeddoen en beginnen met een gedegen toezicht? Ik wil echt een uitgebreid antwoord hierop. Wat kunnen we doen om het toezicht te versterken? Is de minister bereid om hier meer geld voor vrij te maken? Voorzitter. Tot slot het handelen van het CJIB. De wet gaat voornamelijk over de buitengerechtelijke incasso's, maar ik wil toch ook even stilstaan bij de gerechtelijke incasso's, en dan met name bij de rol van de overheid om ervoor te zorgen dat de inning van dergelijke incasso's naar behoren verloopt. De overheid is een van de grootste, zo niet de grootste, schuldeiser. Dan hoop je dat die zijn zaakjes op orde heeft en niet alleen op papier spreekt van maatschappelijk verantwoord incasseren, maar dat ook in de praktijk brengt. Wat doet de minister nu om ook de overheid zich netjes te laten gedragen en ervoor te zorgen dat mensen niet nog verder in de ellende worden gestort? Wordt er nu in alle gevallen onderscheid gemaakt tussen mensen die niet kunnen betalen en mensen die niet willen betalen? Dank u wel, voorzitter.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie