Wet kwaliteit incassodienstverlening (35733)
Brontekst
Versie 39089eb6fa2b6ea1 · officiële bronMinister Weerwind: Nee, zeker niet. Er werd gevraagd: als je aan een niet-geregistreerd bureau hebt betaald, hoef je niet nogmaals te betalen, maar is het niet veel belangrijker dat niet-geregistreerde bureaus worden aangepakt? Ik ben het volstrekt eens met deze opvatting. Niet-geregistreerde bureaus moeten worden aangepakt. Mijns inziens voorziet het voorstel daarin. Een overtreding van het verbod om incassowerkzaamheden te verrichten zonder inschrijving is een strafbaar feit op grond van de Wet op de economische delicten. Tegen een incassodienstverlener die zonder inschrijving werkzaamheden verricht, kan ook bestuursrechtelijk worden opgetreden. De betrokkene kan een last onder dwangsom opgelegd krijgen op grond waarvan het bureau zijn werkzaamheden zal moeten beëindigen, tenzij het alsnog zorgt voor een inschrijving. Mij is gevraagd of ik een bestaansgevaar zie voor eenpitters die de toezichtskosten niet kunnen betalen. Wat hebben we gedaan? We hebben bewust eerst een marktonderzoek laten uitvoeren om inzicht te krijgen in hoe de kosten door de markt gedragen kunnen worden. Deze inzichten heb ik onlangs ontvangen en gaan we uitwerken in een algemene maatregel van bestuur. Laat ik helder zijn: daarbij kijk ik wel degelijk naar de draagkracht van eenpitters. Het systeem leunt zwaar op meldingen. De vraag was: hoe zorgen we ervoor dat schuldenaren de weg weten te vinden naar een toezichthouder? Ik kan melden dat de ACM een dergelijk systeem heeft, genaamd ConsuWijzer. Dat zal een gids, een hulpmiddel zijn in dezen. Wat is de rolverdeling tussen de toezichthouders: de deken, het Bureau Financieel Toezicht en de inspectie? De ChristenUnie vroeg of een deken een onderzoek kan instellen zonder dat hij ingevoegd hoeft te worden. Er werd ook gevraagd of hij al een zelfstandige bevoegdheid heeft op grond van de Advocatenwet. Om de eventuele complexiteit van het toezicht door meerdere partijen het hoofd te bieden, heb ik net gesproken over het samenwerkingsprotocol. Daarin worden afspraken gemaakt over ieders taken en bevoegdheden. Het gaat mij om een effectieve, doeltreffende en doelmatige naleving van de wet. Voor effectief toezicht is het van belang dat de bevoegde toezichthouders onderling alsmede met de registerhouder goed samenwerken. Er moet met elkaar worden afgestemd, zodat er een goede uitwisseling van signalen over gedragingen van incassodienstverleners kan plaatsvinden en men weet wie wanneer optreedt. Dit bevordert ook dat de betrokken toezichthouders de aan hen opgelegde taken efficiënt en doelgericht kunnen vervullen, dat ze complementair zijn aan elkaar en dat ze elkaar kunnen versterken waar mogelijk. Wat betreft het toezicht op de gedragingen van verrichters en/of aanbieders van incassowerkzaamheden: de inspectie zal op grond van dit wetsvoorstel als eerste aan zet zijn als specifiek toezichthouder. Ten aanzien van de gerechtsdeurwaarders en advocaten heb ik verwezen naar het Bureau Financieel Toezicht en de lokale deken als eerste aangewezen toezichthouder. Het spreekt voor zich dat er een privacytoets zal plaatsvinden voor het op te stellen samenwerkingsprotocol. Het spijt mij, maar ik heb nog wat vragen over het toezicht, waar ik nu op inga. Wat is onze verwachting van het toezicht zelf? Is eenmaal in de drie jaar genoeg? Als we de kwaliteit echt willen verbeteren, moeten we dan niet investeren? Er werd gevraagd hoe we het toezicht kunnen versterken. Ik gaf net aan dat de inspectie JenV toezicht zal houden vanuit een combinatie van periodieke fysieke inspectie en risicogestuurd toezicht op afstand. De benodigde tijd en frequentie om reguliere doorlichtingen uit te voeren is afhankelijk van verschillende aspecten. Denk aan de inrichting van bedrijfsprocessen, de mate waarin de onderneming actief meewerkt aan het onderzoek en de informatie die reeds bekend is. Vrijwel alle toezichthouders werken op basis van risicogestuurd toezicht. Reguliere doorlichtingen kunnen daar onderdeel van zijn. De bandbreedte van de frequentie van dergelijke reguliere doorlichtingen bij andere toezichthouders is zeer groot. Laat ik duidelijk zijn: de frequentie wordt bepaald aan de hand van het risico op niet-naleving en de gevolgen daarvan. Ook hier zal aandacht aan worden besteed bij de beoordeling van de effectiviteit van het toezicht. Dit gebeurt bij de eerder genoemde invoeringstoets, die over een jaar plaatsvindt. Meneer de voorzitter, tot zover het kopje toezicht en handhaving.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie