Wet kwaliteit incassodienstverlening (35733)
Brontekst
Versie 39089eb6fa2b6ea1 · officiële bronMinister Weerwind: Voorzitter, daar twijfel ik geen moment aan. U moet het niet zien als een belediging, want het is alles wat ik deze Kamer toewens. De incassomarkt is gevarieerd en uiteenlopend. Ik zie dit wetsvoorstel dan ook als een meer dan essentiële stap om hier in het belang van de burger, van de Nederlander, meer grip op te krijgen en om te bereiken dat mensen niet onnodig klem worden gezet. Ondertussen wordt natuurlijk door dit kabinet verder gewerkt aan oplossingen voor problemen rond schulden. Daar is mijn collega Carola Schouten, de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, actief mee. Voorzitter. Een punt van aandacht. Een incassobedrijf is niet hetzelfde als een gerechtsdeurwaarder. Ik wijs daar met klem op. Dat gezegd hebbend, wil ik ingaan op de verschillende vragen die mij gesteld zijn. Ik kreeg een vraag van de heer Van Kent over de kwaliteitseisen. Waarom moeten kwaliteitsverbeteringen komen uit zelfregulering? Invulling van eisen lijkt aan de sector te worden overgelaten. Waarom? Komt er wel of niet een algemene maatregel van bestuur met aanvullende maatregelen? Het is zeker niet zo — ik heb dat in mijn inleiding gezegd — dat de eisen voor kwaliteit aan de sector worden overgelaten. Een eerdere versie van het wetsvoorstel liet misschien nog te veel open. Ja, dat geef ik toe. Maar na het advies van de Raad van State zijn duidelijke kwaliteitseisen voor incassodienstverleners in artikel 13 van het wetsvoorstel neergelegd. Dat is de kern, maar de inhoudelijke kwaliteitseisen moeten worden uitgewerkt in een AMvB. Ik heb u net aangegeven wanneer de AMvB in consultatie gaat. U vraagt mij of ik de normen van artikel 13 wil concretiseren. Ja, dat ga ik doen in de toekomst. U kunt dat proces nadrukkelijk volgen, want ik wil dat delen met uw Kamer. De heer Ellian zei dat normen die het gedrag van incassobureaus moeten reguleren, essentieel zijn. Hij zag een gebrek aan concrete normen en vroeg zich terecht af: wat moet er dan gehandhaafd worden? Artikel 13 stelt inhoudelijke eisen aan de kwaliteit van incassodienstverleners en op grond van artikel 13, zevende lid, zal in de AMvB een verdere verduidelijking worden opgenomen. Voor het opstellen van de geformuleerde kwaliteitseisen is breed gekeken naar alle beschikbare informatie omtrent de incassobranche. Met dit wetsvoorstel wordt slechts een eerste stap gezet in de wettelijke regulering van de incassobranche, een eerste stap. Ik heb getracht om enerzijds een balans te creëren tussen het niveau en de concreetheid van de eisen en anderzijds rekening te houden met de branche, maar er ook voor te zorgen dat de kleinere dienstverleners op de markt kunnen voldoen aan de gestelde normen. Ik heb net aangegeven wanneer de AMvB behandeld zal worden. Dat was het kopje kwaliteitseisen, voorzitter. Ik ga nu in op de verkochte vorderingen, inclusief de btw. Daar was een vraag van D66 over. Een deel van de incassokosten komt voort uit doorverkoop van vorderingen. Zijn die wel of niet btw-plichtig? Ligt het in de rede om die kosten niet voor rekening van schuldenaar, maar voor de btw-plichtige, oorspronkelijke schuldeiser, te brengen? Dat was een vraag van mevrouw Kat. Er was even wat discussie over en daar luister ik altijd scherp naar, om te kijken wat nu de werkelijkheid is. Vervolgens moet ik antwoorden dat het klopt dat het bij verkoop van vorderingen kan voorkomen dat de debiteur 21% extra over de incassokosten moet betalen, in verband met verschuldigde btw. Schuldeisers zijn namelijk btw verschuldigd over de kosten die incassobureaus en gerechtsdeurwaarders in rekening brengen. Wanneer de schuldeiser btw-plichtig is, kan de btw verrekend worden met de af te dragen btw. Wanneer de schuldeiser niet btw-plichtig is — denkt u aan verhuurders, verzekeraars, banken, medische beroepen en de overheid — worden de incassokosten op grond van artikel 2, derde lid van het BIK, het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, en artikel 10 van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders, met een btw-opslag verhoogd. Dat is omdat de schuldeiser de btw niet kan verrekenen en anders deze kosten zelf moet dragen. Het is dan de schuldenaar die de btw moet betalen. De btw-opslag gaat dus niet over de hoofdvordering, maar over de kosten om de vordering verhaald te krijgen. Voorzitter. De cumulatieregeling en de incassokosten. Gevraagd is wanneer de Kamer een aangepast besluit over de incassokosten kan verwachten. De aanpassing van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, die nodig is voor de cumulatieregeling, loopt mee met het traject voor de algemene maatregel van bestuur voor de kwaliteitseisen en zal tegelijkertijd in werking treden. Een vraag die gesteld is, betreft het systeem van aanmaning. Men noemde artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek en vroeg of dit voldoende duidelijk is. Hoe vaak moet een aanmaningsbrief worden verzonden? De trits werd opgenoemd, zoals die inderdaad aanwezig is. Op grond van artikel 6:96 BW mag de schuldeiser alleen incassokosten in rekening brengen als hij de schuldenaar, die een consument is en op grond van artikel 6:81 BW in verzuim is, een aanmaning heeft gestuurd. U sprak terecht over die aanmaning, oftewel de veertiendagenbrief. De schuldenaar is in verzuim wanneer de betaaltermijn is verstreken. Als er geen duidelijke termijn voor betaling is, dan is de schuldenaar in verzuim als de schuldeiser de schuldenaar in gebreke heeft gesteld en de schuldenaar niet heeft betaald. Met die veertiendagenbrief wordt aan de consument, de schuldenaar, die reeds in verzuim is, de gelegenheid gegeven om alsnog binnen veertien dagen, zonder bijkomende kosten, te betalen. Op deze kosteloze aanmaning moet vermeld worden wat de gevolgen en de precieze kosten zijn, indien de schuldenaar niet binnen veertien dagen betaalt. Deze brief dient op grond van de wet eenmaal te worden verzonden. Het is een zeer technisch antwoord dat ik geef. Het spijt mij dat ik zo diep erop inga, maar ik hoop dat ik helder overkom. De Verwijsindex Schuldhulpverlening kwam aan de orde. De vraag werd gesteld waarom niet alle gemeenten in Nederland hierop aangesloten zijn. Het gebruikmaken van de Verwijsindex Schuldhulpverlening is niet verplicht voor gemeenten. Gemeenten moeten op verzoek wel aan een gerechtsdeurwaarder laten weten of iemand schuldhulpverlening krijgt. Daarom wordt gebruik van de Verwijsindex Schuldhulpverlening door zowel de branchevereniging voor schuldhulpverlening als de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders meer dan aangemoedigd. Ik kan het niet afdwingen, is eigenlijk mijn antwoord. Wat nu als een rechter constateert dat de incassokosten die in rekening worden gebracht door een bepaalde incassodienstverlener niet kloppen? Waar kan die rechter dan terecht met dit signaal? En hoe wordt er ingegrepen? Het zijn vragen die ik kreeg van de ChristenUnie; hele logische en terechte vragen, dunkt mij. Artikel 17 van het wetsvoorstel bepaalt dat de incassodienstverlener wordt doorgehaald indien deze zich in ernstige mate niet aan de bij of krachtens de wet gestelde regels houdt. Dat is een stok achter de deur. In de aanloop naar doorhaling van de registratie kan op grond van artikel 9, derde lid, ook worden geschorst. Rechters kunnen dan ook signalen doorgeven aan de toezichthouder, op dezelfde manier als dat nu al gebeurt — laat ik bij de praktijk blijven — bij slecht functionerende advocaten. Daarvoor gelden wat mij betreft eenzelfde procedure en eenzelfde gang van zaken.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie