statement · 7 feb 2024 · Tweede Kamer
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2024 (36410-VI)
Brontekst
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Het is een grote eer om hier als Kamerlid voor u te staan namens GroenLinks-Partij van de Arbeid en het woord te mogen voeren tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie en Veiligheid. "Justitie", "veiligheid" en "rechtsbescherming" zijn geen abstracte begrippen. Ze bestaan bij de gratie van een vrije en gelijkwaardige samenleving. Ze leunen op waarden die de onzichtbare ruggengraat van onze maatschappij vormen, een maatschappij waarin eenieder zich veilig en vrij voelt, wetend dat hun grondrechten beschermd zijn. Als woordvoerder op het dossier justitie, veiligheid en rechtsbescherming mag ik mij inzetten voor het beschermen van dat wat ons zo dierbaar is én dat wat zo kwetsbaar is: onze rechtsstaat, onze burgerrechten en de bescherming van onze fundamentele vrijheden. In een tijd waarin onze Grondwet, onze grondrechten en de democratische rechtsstaat onder druk staan, besef ik eens te meer dat bestaanszekerheid, een onderwerp dat mij nauw aan het hart gaat, niet alleen te vinden is in economische stabiliteit, maar ook in het beschermen en waarborgen van juist deze fundamentele vrijheden. Ik heb het over vrijheden om je leven in te kunnen richten op een manier die bij je past en die goed voor je is, om te kunnen worden wie je wil zijn en een waardig bestaan te leiden, vrijheden die de kern van onze democratische rechtsstaat raken, en vrijheden die, hoe belangrijk ook, slechts een papieren werkelijkheid vertegenwoordigen, een verzameling woorden zonder betekenis zijn als we er niet gezamenlijk naar blijven streven. Om dit te realiseren, is het van cruciaal belang dat we onszelf er constant aan herinneren en elkaar verantwoordelijk houden dat regels en normen worden bepaald door mensen. Wij geven invulling aan de regels die onze samenleving vormen. Wij, ook de vertegenwoordigers in deze Kamer, maken onze Grondwet levend. Voorzitter. Sta mij daarom toe terug te blikken op vorige week. We herdachten de slachtoffers van de Holocaust. Bijna 80 jaar geleden werd concentratiekamp Auschwitz bevrijd. De Holocaust kostte 6 miljoen joden het leven, evenals ook velen duizenden Roma, personen met een mentale en een fysieke beperking, homoseksuelen en communisten. Ze werden verdacht gemaakt, ontmenselijkt, systematisch vervolgd en vernietigd. Ons continent is in vele opzichten fundamenteel veranderd sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Onze welvaart en technologische vooruitgang maakten een enorme sprong. Onze vrede en veiligheid kregen sindsdien bedding in internationale verdragen, mensenrechten en Europese samenwerking. Tegelijkertijd is de geschiedenis levend verleden en voor sommige mensen in de wereld nog steeds dagelijkse realiteit. Onze tijd is een andere, zeker. Maar hoezeer we ons ook bewust zijn van de verschillen met toen, de geschiedenis echoot na, houdt ons een spiegel voor en gaat ons nog steeds allemaal aan, ongeacht onze achtergrond, gender, seksuele voorkeur, cultuur of religie. Ook in onze tijd is er namelijk haat tegen minderheden. Ook in onze tijd zijn er wereldwijd onschuldige burgers slachtoffer van oorlog, geweld en terreur. Ook in onze tijd heerst grimmig groepsdenken, hebben moskeeën, synagogen en scholen bewaking nodig en worden gebedshuizen beklad met leuzen en smerigheid. Voorzitter. Om het verleden tot meer te maken dan boekenkennis en archiefmateriaal, om het daadwerkelijk levend te houden, zullen we moeten blijven herdenken, zullen we verhalen moeten blijven verhalen, aan iedere generatie opnieuw, zodat we niet vergeten. En we moeten er lessen uit trekken. De belangrijkste daarvan is misschien wel deze: een samenleving waarin iedereen in vrijheid en gelijkwaardigheid kan leven, is een bouwwerk dat wij alleen samen tot stand kunnen brengen, en er zullen altijd krachten zijn die daar afbreuk aan willen doen, soms zelfs van binnenuit. Als ik nu naar de staat van dit bouwwerk kijk, dan maak ik me zorgen. Dan maak ik me zorgen over de fundamenten ervan. Dat gevoel bekroop me ook de afgelopen weken in deze Kamer; een gevoel van verbijstering, ontluistering en onbegrip. Verbijstering toen de VVD tegen alle ongeschreven staatsrechtelijke normen in een voorstel indiende om de behandeling van de spreidingswet voorlopig uit te stellen. Ontluistering toen een motie van collega Piri, een oproep tot het respecteren van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, het niet heeft gehaald. Onbegrip over een motie van de BBB over een wettelijke regeling om preventief op te treden tegen oproepen die kunnen leiden tot een verstoring van de openbare orde. Een oproep die de checks-and-balances overhoop gooit en een fundamenteel rechtsstatelijk uitgangspunt ondergeschikt maakt aan controledrang. Het mag dan enkel debat zijn, momenten als deze tonen mij dat we ons als Kamer op een glijdende schaal begeven en daarmee doen we onze democratische rechtsstaat tekort. De stevigheid van onze rechtsstaat valt of staat namelijk met hoe wij dat als Kamer en samenleving samen invullen. Voorzitter. De afgelopen jaren is de samenleving verhard. We leven in een maatschappij waarin groepen steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Een maatschappij waarin de focus wordt gelegd op de vermeend onverenigbare tegenstellingen tussen mensen en te weinig op wat hen fundamenteel bindt. Verschillende scheidslijnen lopen kriskras door Nederland: scheidslijnen tussen arm en rijk, tussen academisch en praktisch opgeleid, tussen stad en platteland, tussen progressief gezind en conservatief denkend en tussen verschillende culturen en geloven. We weten steeds minder over elkaar en dat leidt tot vooroordelen en polarisering. Waar vooroordelen fungeren als houtrot, zijn het wezenlijke ontmoetingen die onze gemeenschap, wijk of buurt sterk maken. Waar we elkaar niet ontmoeten, wordt verdacht maken gemakkelijk en waar we elkaar wel ontmoeten, gaat ons hart open. Voorzitter. Voordat ik Kamerlid was, was ik wethouder in het prachtige Tilburg. Als wethouder hield ik mij elke dag bezig met het tegengaan van wij-zijdenken in onze samenleving. Via beleid op het gebied van arbeidsparticipatie en bestaanszekerheid droeg ik bij aan een inclusieve samenleving waarin iedereen ertoe doet en iedereen er mag zijn, een samenleving waarin iedereen zich gelijkwaardig voelt en vrij voelt om zichzelf te zijn. Ik maakte me hard voor groepen die het gevoel hadden dat ze niet openlijk zichzelf mochten zijn, voor groepen die het gevoel hadden dat ze niet mee mochten doen, voor inwoners met weinig geld, voor inwoners met een beperking, voor de lhbtiq+-gemeenschap, voor inwoners met een migratiegeschiedenis, voor iedereen die zichzelf wil zijn, ook al is dat anders in de ogen van de rest. Ik maakte me er hard voor dat het niet uitmaakt wie je bent, waar je vandaan komt, uit welke wijk je komt, wat je achternaam is, welke seksuele voorkeur je hebt of in welke god je gelooft. Voorzitter. Daar sta ik voor. Daar voeg ik aan toe: ook voor mezelf. Want als wethouder was het niet altijd mijn beleid dat de meeste aandacht kreeg. Mijn keuze voor het dragen van een hidjab hield de gemoederen regelmatig bezig. Een van de meest gestelde vragen, zeker in het begin van mijn wethouderschap, was de vraag: past het een bestuurder een hidjab te dragen? Mijn antwoord daarop was, en is, een volmondig "ja". Dat is in mijn rol van Kamerlid niet anders. Ik verwijs hier naar het voorstel in het verkiezingsprogramma van de PVV om het dragen van de hidjab in overheidsgebouwen, inclusief die van de Staten-Generaal, te verbieden. Ik verwijs naar de oneindige stroom berichten op X, iedere keer weer als ik me ergens over uitlaat. Het maakt sinds een paar maanden eigenlijk niet eens meer uit waarover. "Moslimrat met je kopvod." "Wanneer ga je integreren? Je draagt nog steeds een kopvod." "Jij, misselijkmakende moslim." "Kreng." "Wantrouwende islamist met een verborgen agenda, ga terug naar je eigen land." Mezelf zijn in alle vrijheid roept reacties op. Gebruikmaken van mijn vrijheid roept blijkbaar bij anderen op dat ik die moet beperken. Reacties die mijn veelzijdige ik reduceren tot slechts één aspect van wie ik ben: mijn hidjab, mijn moslim-zijn. Ik spreek me hier zelden over uit — dat doe ik zeer bewust — omdat dit type denken het wij-zij benadrukt en in stand houdt, iets wat me enorm tegen de borst stuit en niet past bij het begrip "samen". Maar ook de angst om mezelf hierover uit te spreken speelt hierbij een rol. Het is de vrees om de aandacht nóg meer te vestigen op dat deel van mij, want dat uitleggen maakt mij anders. Dat uitleggen, steeds weer, maakt dat het niet gelijkwaardig is en maakt dat ik me tweederangs burger voel, die zich moet rechtvaardigen. Voorzitter. Wat leert dat mij? Dat je in een democratische rechtsstaat kunt leven met prachtige grondrechten, die ons moeten beschermen, maar dat vrijheid, echt helemaal vrij zijn, er pas is als je niet langer het gevoel hebt dat je moet ontsnappen aan jezelf, maar dat je er gewoon mag zijn. Dus hier sta ik: geboren en getogen Helmondse, dochter van de Marokkaanse gastarbeider Mokthar én dochter van de oer-Helmondse Karin, middelste zus van Mariem en Malika, partner van Lars, moeder van twee prachtige kinderen, vriendin — wat fijn om mijn vriendinnen hierboven op de publieke tribune te zien en te weten dat familie en vriendinnen thuis meekijken; ik zwaai even — vrouw, sporter, carnavalsvierder en ja, ook een moslima die een hidjab draagt. Dat is een persoonlijke keuze die ik bewust in alle vrijheid en met trots heb gemaakt. Voorzitter. President Roosevelt sprak in 1941 over het belang van vier essentiële vrijheden. Deze vier steunpilaren van de rechtsstaat zijn vandaag onverminderd relevant. De begroting heb ik dan ook door de bril van deze vier steunpilaren bekeken. Eén. De vrijheid van meningsuiting. Het recht om te demonstreren staat wereldwijd onder druk, ook in Nederland. Ik denk hierbij aan de beperkingen die de Wet openbare manifestaties aan demonstraties kan opleggen. Zo kan een demonstratie verboden worden vanwege het verkeersbelang. Maar waarom is dit belang belangrijker dan de vrijheid van demonstratie? Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hamert erop dat de vreedzaamheid van een protest een leidend element moet zijn in het demonstratierecht. Toch zijn er partijen in deze Kamer die de vraag hebben gesteld of Extinction Rebellion als een criminele organisatie aangemerkt kan worden. Waarom? Omdat zij vreedzaam gebruikmaken van het demonstratierecht? Hoe verhoudt zich dat tot de uitspraak van minister Yeşilgöz in de HJ Schoo-lezing dat: "Mensen die vinden dat zij mogen bepalen welke informatie of mening juist is en wat niet juist is, wat kwetsend is of niet kwetsend is, wie wel deugt en wie niet deugt, leggen een enorme druk op de vrijheid van meningsuiting." Graag een reflectie van de minister. De tweede steunpilaar. De vrijheid van godsdienst. Er is niets zo intiem als ergens in geloven. Daarvoor willen en durven staan en het met trots laten zien getuigt van lef en moed in deze samenleving. De minister wil geen religieuze uitingen bij de politie en sluit daarmee onder andere vrouwen met een hidjab uit, terwijl de politie juist veel meer diversiteit nodig heeft. Zij doet dat juist nu het Europees Hof van Justitie strengere eisen is gaan stellen aan het verbieden van de hidjab op de werkvloer. Hoe ziet de minister dit? Waar ligt de ruimte voor de politietop die juist voordelen hierin ziet? Dat brengt me bij mijn volgende punt. Vanuit rechtsstatelijk oogpunt is het wenselijk en noodzakelijk om de politietaken van opsporing en handhaving van de openbare orde te scheiden. Zo krijgen openbare orde en veiligheid de aandacht die ze verdienen. Graag een reflectie van de minister. Steunpilaar drie. De vrijwaring van gebrek. Minister Weerwind leek op het goede pad als het om investeringen in de sociale advocatuur of de verlaging van de griffiekosten gaat. Maar zolang de overheid liever de burger voor de rechter sleept, dan dat zij een ambtenaar de ruimte geeft om het probleem op te lossen en zolang middengroepen niet in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand en een advocaat niet zelf kunnen betalen, zijn we er nog lang niet. Ik wil een lans breken voor uitbreiding van de rechtsbijstand voor meer groepen en voor meer vormen van laagdrempelige geschiloplossing, zoals mediation. Tot slot de laatste steunpilaar: de vrijwaring van vrees. Dan denk ik in de eerste plaats aan de meest ernstige strafbare feiten in de intieme sfeer: huiselijk geweld, waaronder bedreiging en belaging, en kindermishandeling. Ondanks dat het OM en de politie hoge prioriteit geven aan de aanpak van huiselijk geweld, hebben jaarlijks ruim 200.000 volwassenen en ruim 100.000 kinderen te maken met ernstig of herhaaldelijk geweld. In slechts een klein aantal gevallen doen slachtoffers aangifte. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat aangifte doen makkelijker wordt en dat er meer kennis en deskundigheid bij de professionals in de keten komt, van hulpverleners en instanties tot politie en OM? Het belang van rechtsbescherming kan niet genoeg worden benadrukt, omdat het mensen beschermt tegen willekeurige of onrechtmatige acties van anderen, inclusief de overheid. Het waarborgt eerlijke behandeling, rechtvaardigheid en naleving van wetten en regels, wat essentieel is voor een goed functionerende samenleving. Daarom acht ik het van cruciaal belang dat in een volgend kabinet een minister ván Rechtsbescherming wordt aangesteld en niet zoals nu een minister vóór Rechtsbescherming. Ik bedoel een minister met eigen zeggenschap over structurele begrotingsmiddelen. In mijn tweede termijn zal ik de Kamer oproepen om deze minister in een volgend kabinet aan te stellen. Voorzitter, ik rond af. Het is onze taak als bouwers en bewakers van onze samenleving om elk proces dat tornt aan verdraagzaamheid, medemenselijkheid, respect, tolerantie en gelijkwaardigheid te herkennen en te stoppen. Het is onze taak om het abnormale te blijven signaleren. Sheila Sitalsing formuleerde het treffend in haar dankwoord bij het aanvaarden van haar eredoctoraat: "Het is een collectieve plicht om te blijven bevragen en te blijven benoemen: nee, dit is niet normaal." Het verdedigen van ieders vrijheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, ónze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat is het niet alleen omdat het moet van onze Grondwet, hoe belangrijk ook, maar ook omdat de samenleving en wij op ons best zijn wanneer we ruimte maken voor hen die in plaats van anders zichzelf mogen zijn. Onze geschiedenis is nog altijd springlevend. Alle antwoorden op onze vragen kunnen we hierin vinden. Alle antwoorden op vragen waarom we moeten blijven streven naar een inclusieve, multiculturele samenleving waarin we elkaars verschillen respecteren en de dialoog altijd in stand houden, kunnen we erin vinden. Niet vanuit het ik en zij, maar vanuit het wij ontstaan de goede dingen. Dat heeft de geschiedenis ons geleerd. Laten we elke moment gebruiken, ook vandaag, om aan die les recht te doen. Dank u wel.
Versie 4e352f433a16fa948d0fa48354dcaa863c58ec95d3b735047e7502d9e0d79cea · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.