statement · 18 mei 2026 · Tweede Kamer
Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Brontekst
Minister Vijlbrief: Het korte antwoord is: ja. Het iets langere antwoord is dat hier natuurlijk ook de relatie met de periode van de Ziektewet speelt. Dit is het punt dat de heer Ceulemans noemde in zijn bijdrage over de wet voor de loondoorbetaling bij ziekte. Het klopt dat kleine werkgevers veel last hebben van die twee jaar, maar tegelijkertijd zit er iets fundamenteel fout in ons systeem. Het gaat namelijk niet alleen om de betaling — dat weet de heer Ceulemans ook; dit punt neem ik gelijk mee — maar ook om alle administratieve verplichtingen die ermee samenhangen. Blijkbaar slagen wij er met elkaar niet goed in om een systeem van ziekte en arbeidsongeschiktheid te hebben waarin we de instroom laag houden. Dat is de constatering. Ik moet zeggen dat ik zelf echt wel even schrok toen ik zag dat de instroom, toen de WIA werd ingevoerd, op 35.000 mensen lag. De beroepsbevolking was toen weliswaar kleiner, maar de instroom is nu meer dan verdubbeld, en onze beroepsbevolking is dat niet. Er zijn factoren, zoals het feit dat mensen langer werken; dat weet ik allemaal. Maar dan zou je toch zeggen dat we ervoor moeten zorgen dat mensen gezond langer kunnen werken. Anders zijn we toch iets verkeerd aan het doen met elkaar. Daarom is het korte antwoord ja. De heer De Beer vroeg: welke maatregelen zijn kansrijk om de instroom terug te dringen? Ik ga er nu toch één noemen waar sommige partijen in uw Kamer misschien minder enthousiast over zijn. Ik ben namelijk geen rapport tegengekomen dat niet wijst op de moeilijkheidsgraad die de IVA, de regeling voor duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid, veroorzaakt in de uitvoering. In de uitzending van Nieuwsuur zeiden verzekeringsartsen dat het afschaffen van de IVA niet dé oplossing is. Ik weet ook wel dat dit niet dé oplossing is, maar tegen de heer De Beer zeg ik wel dat dit er één is die ik steeds zie terugkomen. Er zijn ook andere maatregelen die ik steeds zie terugkomen en we ook gaan uitvoeren. Ik ga een paar dingen noemen. Laten we bijvoorbeeld proberen het aantal herbeoordelingen terug te dringen. Er zijn partijen die een financieel voordeel kunnen halen door mensen te laten herbeoordelen. Ik vind echt dat we de nadruk moeten leggen op de mensen die zitten te wachten op een beoordeling. Dat is één maatregel. Een derde maatregel is dat je verzekeringsartsen zou kunnen ontzien door meer taken af te splitsen naar sociaal-medisch verpleegkundigen, die ook hoger opgeleid zijn, maar net geen arts zijn. Dat zijn dus allemaal maatregelen die je kunt nemen om de instroom tegen te gaan. Ik neem gelijk even het punt van de heer Ceulemans mee. Ik heb hem een antwoord beloofd in reactie op zijn motie over het alles uit de kast halen voor het verkrijgen van meer verzekeringsartsen. Hij krijgt daarop een antwoord van mij. Naarmate ik me dieper in het onderwerp verdiep, denk ik steeds meer dat we daar toch redelijk taboeloos naar moeten gaan kijken. Je ziet dat iedereen dit punt naar voren haalt. "Taboeloos" betekent ook: onorthodoxe maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat er meer mensen komen die kunnen keuren. Ik weet nog niet precies welke maatregelen dat zijn; daar moet ik voor de brief nog over nadenken. Ik pak de vraag van mevrouw Van Brenk erbij, die ik eigenlijk helemaal onderop had liggen. Zij vraagt: kunnen we wachten met ingrijpen tot het UWV de zaken op orde heeft? Nee, dat kan niet, want daarvoor is de situatie te nijpend. Maar de geest van de vraag begrijp ik wel: je moet zorgen dat je de uitvoering op orde hebt. Tegelijkertijd tref ik een situatie aan — ik bedoel hier helemaal niks lelijks mee naar mijn voorgangers — die, na 2005, in twintig jaar is gegroeid. Ik kan het dus ook niet binnen elf weken veranderen. Mevrouw Van Brenk heeft wel gelijk: in de geest ben ik het met haar eens dat je meer van mensen kunt vragen als je zelf je zaken op orde hebt. Dat was volgens mij haar punt en daar ben ik het mee eens. De heer De Beer vroeg: wanneer verwacht het kabinet de eerste concrete analyse per doelgroep te hebben? Ik heb al gezegd dat we bezig zijn met de uitvoering van de motie-Neijenhuis. Misschien zegt de andere minister daar straks ook nog wat over in het kader van andere regelingen. Mevrouw Van Brenk vroeg wanneer de wachttijden weer op orde zijn. Ik wou dat ik het wist, zeg ik in alle eerlijkheid tegen mevrouw Van Brenk. Ik heb net wel gezegd dat ik daarvoor alles uit de kast ga halen. Ik heb hier nog de vraag van de heer Ceulemans. Er komt dus nog een antwoord op zijn motie. Mevrouw Van Ark vroeg naar de bestuurlijke dwangsom. Ik kom met een wetsvoorstel wat betreft de dwangsom. Ik verwacht dit wetsvoorstel aan het einde van dit jaar bij uw Kamer te kunnen indienen. Ik denk dat ik dan alle vragen over de WIA heb beantwoord.
Versie 7e66b9ded9531c0f0849c88b405e5fa8643d1568ef5270325640121f16b7ff3c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.