KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 18 mei 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Brontekst

Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Goedemorgen allemaal. Laten we ermee beginnen dat deze suppletoire begroting is onthamerd omdat het kabinet geld dat bedoeld was om niet-gebruik tegen te gaan wilde gebruiken als sluitpost voor de begroting. Dat zegt veel over de koers van dit kabinet. Als er een tegenvaller ontstaat, kijkt dit kabinet niet eerst naar de grote vermogens, niet naar de hoge winsten en niet naar plekken waar er ruimte zit. Nee, het kabinet keek naar geld dat bedoeld was voor mensen die de overheid nu al niet goed weten te bereiken. Het was geld voor mensen die recht hebben op ondersteuning, maar die ondersteuning niet krijgen, niet omdat ze die niet nodig hebben, maar omdat ze verdwalen in regels, het vertrouwen kwijt zijn, brieven niet meer openen of simpelweg gewoon niet weten waar ze recht op hebben. Voorzitter. Dat is wat mij betreft de politieke kern van dit debat: niet een technische mutatie, niet een boekhoudkundige verschuiving, maar de vraag wie in Nederland opnieuw de rekening betaalt. Wat GroenLinks-PvdA betreft is het antwoord helder: niet telkens gewone mensen, niet mensen in armoede, niet gezinnen die al onder druk staan en niet gemeenten die met weinig middelen hun wettelijke taken moeten uitvoeren. Voorzitter. Tijdens de begrotingsbehandeling in maart heb ik beide ministers gevraagd of zij met mij vonden dat financiële middelen om niet-gebruik tegen te gaan niet als sluitpost voor de begrotingen zouden moeten worden gebruikt. Die vraag stelde ik niet voor niets, want als de overheid geld reserveert om mensen te bereiken die recht hebben op ondersteuning, dan is dat wat mij betreft geen vrij besteedbaar potje. Dan is dat een politieke belofte, een belofte dat bestaanszekerheid niet alleen een woord is in een beleidsstuk, een belofte dat de overheid niet wacht totdat mensen vastlopen en een belofte dat mensen krijgen waar ze recht op hebben. De Kamer mocht ervan uitgaan dat die belofte stond. Toen kwam daar de brief van 2 april. Toen bleek dat een wezenlijk deel van die belofte financieel was uitgekleed: de algemene bijstand zou niet volledig meegaan in de behandeling van de Wet proactieve dienstverlening. De bijzondere bijstand viel al buiten de boot. Gemeenten zouden niet de middelen krijgen om juist de mensen actief te benaderen die het moeilijkst worden bereikt. Voorzitter. Daarom zitten we hier vandaag. Niet omdat GroenLinks-PvdA graag een begroting van de hamerlijst haalt, maar omdat het precies is waar de begrotingsbehandeling over moet gaan: over keuzes, over dekking, over informatie aan de Kamer en over de vraag wie uiteindelijk de rekening betaalt. De politieke indruk was dat deze middelen er zijn om niet-gebruik tegen te gaan, maar vervolgens bleken die middelen toch beschikbaar om de begroting sluitend te maken. Dat raakt het budgetrecht van de Kamer. Voorzitter. "Proactieve dienstverlening" klinkt een beetje bureaucratisch, maar het gaat over iets héél eenvoudigs, namelijk dat mensen gewoon krijgen waar ze recht op hebben. Niet pas nadat iemand vastloopt in schulden, niet pas nadat een bewindvoerder, een voedselbank of een buurvrouw zegt "volgens mij kun jij hulp krijgen" en niet pas nadat de stress al maanden doorwerkt in een gezin, maar eerder, actiever en menselijker. Het gaat om een overheid die niet wacht totdat mensen verdwalen, maar zelf in beweging komt. Precies daarvoor is deze wet bedoeld. Het kabinet weet dat ook. Het is niet voor niets een van de belangrijkste pijlers van het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Dit kabinet weet dat de bestaande inzet onvoldoende is, dit kabinet weet dat er mensen zijn die recht hebben op bijstand, maar die niet krijgen, en dit kabinet weet dat achter niet-gebruik vaak armoede, schaamte, wantrouwen en ingewikkelde regels zitten. Toch was de eerste reflex: daar kunnen we wel op bezuinigen. Dat is gewoon niet uit te leggen. Je kunt niet zeggen dat je het niet-gebruik wilt terugdringen en vervolgens bezuinigen op de aanpak van niet-gebruik. Je kunt niet zeggen dat bestaanszekerheid belangrijk is en vervolgens het geld dat daarvoor bedoeld is, als sluitpost gebruiken. Je kunt niet zeggen dat gemeenten mensen beter moeten bereiken en vervolgens het instrument daarvoor weghalen. Voorzitter. Daarom hebben wij schriftelijke vragen gesteld, samen met D66 en het CDA. Daarom hebben we druk gezet en lag er ook een motie voor. Toen de minister tijdens het tweeminutendebat Participatiewet aangaf met alternatieve dekkingen te komen, hebben wij onze motie aangehouden. Laat ik eerlijk zijn: die druk heeft gewerkt. De bezuiniging op de algemene bijstand is teruggedraaid. Dat is winst. Het maakt uit dat de Kamer niet wegkeek, dat gemeenten, maatschappelijke organisaties en uitvoerders aan de bel trokken en dat wij bleven zeggen: dit kan echt niet. Daarmee is echter maar een deel van het probleem opgelost. Dit is namelijk geen volledige reparatie. Het is half werk. De algemene bijstand is gerepareerd, maar de bijzondere bijstand is dat niet. De studietoeslag en de uitvoeringskosten voor onderdelen zijn dat ook niet, en de ondersteuning voor gemeenten en de implementatie ook niet. Dat is dus geen technisch restpuntje, wat mij betreft. Dat is een politieke keuze, een keuze die gewone mensen raakt. Bijzondere bijstand gaat over noodzakelijke kosten die mensen zelf niet kunnen betalen. Denk aan een bril, een wasmachine, reiskosten, bewindvoering en kosten voor kinderen. Het zijn kosten die bepalen of iemand mee kan blijven doen of verder wegzakt. De studietoeslag gaat over studenten met een medische beperking, die niet zomaar iets kunnen bijverdienen. Het gaat om jongeren die eigenlijk al een extra drempel ervaren, die extra drempels ervaren die er zijn en voor wie financiële rust het verschil kan maken tussen studeren of afhaken. Ik vraag dus het volgende aan de minister. Waarom is iemand die recht heeft op algemene bijstand het wel waard om actief gevonden te worden, maar iemand die recht heeft op bijzondere bijstand of studietoeslag niet? Waarom krijgt de ene groep een overheid die op zoek gaat en de andere een overheid die blijft wachten? Waarom zet dit kabinet een hek om een begrotingspost die juist bedoeld is om mensen uit armoede te halen? Voorzitter. Als je proactieve dienstverlening serieus neemt, dan doe je het niet half. Je zegt dan niet tegen gemeenten: zoek mensen maar op, maar alleen voor dat deel dat wij toevallig hebben gedekt. Je zorgt er dan voor dat gemeenten het ook echt kunnen uitvoeren. Daarom heb ik twee amendementen ingediend. Zo worden die ontbrekende 17 miljoen euro voor bijzondere bijstand, studietoeslag en de bijbehorende uitvoering alsnog geregeld. Samen zorgen deze amendementen ervoor dat de reparatie niet stopt bij de algemene bijstand, maar dat gemeenten ook de mensen kunnen bereiken die recht hebben op de bijzondere bijstand of studietoeslag, zoals ik net ook al zei. Daarnaast overweeg ik een motie beschikbaar te stellen voor de implementatieondersteuning aan gemeenten, zodat zij niet afzonderlijk het wiel uit hoeven te vinden. Een wet zonder uitvoering is namelijk geen oplossing; dat is slechts een belofte op papier. Voorzitter. Voor de dekking kiezen wij voor nu in de twee amendementen voor artikel 99, met daarbij de opdracht aan het kabinet om het structureel in te passen vanaf 2027. Dat doen wij bewust. We doen het niet omdat artikel 99 voor ons de enige denkbare route is, maar omdat wij hier vandaag als Kamer moeten markeren dat deze middelen beschikbaar horen te zijn. Het kabinet heeft ervoor gekozen om de dekking eerder weg te halen. Dan is het ook aan het kabinet om dit netjes en structureel op te lossen. Ik zeg er direct bij: als de minister met betere dekkingsscenario's komt, dan ben ik uiteraard meer dan bereid om naar die dekking te kijken. Sterker nog, dat was precies wat de Kamer eerder vroeg: leg alternatieven op tafel, laat zien welke keuzes er zijn en zoek dekking waar die eerlijk is. Maar schuif de rekening wat ons betreft niet opnieuw door naar mensen die zelf al onder druk staan. Daarom vraag ik de minister het volgende. Waarom heeft hij de Kamer geen alternatieven voorgelegd, zoals toegezegd? Waarom kregen wij geen open afweging? Waarom is er geen dekking buiten gezinnen met kinderen? Waarom is er geen optie waarbij de rekening bij de sterke schouders wordt gelegd? Voorzitter. Dit kabinet heeft nu gekozen voor de reparatie van de algemene bijstand en betaalt die reparatie via het kindgebonden budget. Laat ik daar precies over zijn: dat is beter dan de oorspronkelijke bezuiniging. Geld weghalen bij mensen in de bijstand is ronduit verkeerd. Deze schuif is een verbetering, maar beter dan verkeerd is nog steeds niet automatisch goed, want de rekening komt nu terecht bij gezinnen met kinderen en een inkomen dat helemaal niet zo extreem hoog is. Vaak gaat het om gezinnen met werkende ouders, met hoge woonlasten, dure boodschappen, kinderopvangkosten, een energierekening en weinig ruimte aan het einde van de maand. Onze voorkeur ligt daar niet. Onze voorkeur ligt bij de sterkste schouders, bij grote vermogens, bij winsten, bij plekken waar er wel ruimte is. Voorzitter. Deze suppletoire begroting laat breder zien hoe dit kabinet kiest. Bij proactieve dienstverlening zegt het kabinet "wij willen mensen bereiken", maar de middelen worden er eerst weggehaald en daarna maar gedeeltelijk teruggelegd. Bij schulden zegt het kabinet "we willen problemen voorkomen", maar ondertussen wordt het geld gevonden door de middelen die bedoeld waren voor de opvolging van het ibo Problematische schulden fors af te romen. Dat is onverstandig en het is ook nog eens duur. Iedereen die ooit naast iemand met schulden heeft gestaan, weet dat wachten alles erger maakt. Een kleine achterstand wordt een grote schuld, een rekening wordt een incassotraject, stress wordt ziekte en schaamte wordt isolement. Uiteindelijk betaalt de samenleving een veel hogere rekening. Ik wil dus van de minister weten wat deze afroming concreet betekent. Welke maatregelen gaan door? Welke worden vertraagd? Welke worden kleiner gemaakt? Welke verdwijnen? En komt er een structurele financiering voor een integraal schuldenoverzicht en andere preventieve maatregelen, of blijft het bij mooie woorden? Voorzitter. Bij de inburgering zien we soortgelijke problemen. Het kabinet zegt dat nieuwkomers snel moeten meedoen. Dat is hartstikke fijn — de taal leren, werken, zelfstandig worden — maar gemeenten geven aan dat zij onvoldoende middelen hebben om hun wettelijke taak goed uit te voeren. Onlangs gebeurde dat weer. Dan kan het kabinet wel zeggen dat het in gesprek is, maar met gesprekken betaal je geen taalles, met een verkenning los je geen wachtlijsten op en met bestuurlijke woorden begeleid je niemand naar werk. Dit is precies het schuiven met verantwoordelijkheden waar gemeenten helemaal klaar mee zijn. Het Rijk maakt beleid en gemeenten moeten dat vervolgens uitvoeren, maar als de rekening komt, zegt het kabinet dat het in gesprek is. Mijn vraag aan de minister is daarom simpel: hoe staat het met die gesprekken? Wanneer gaat het kabinet stoppen met praten? Wanneer gaat het zoeken naar een juiste balans tussen taken en middelen en dat gewoon regelen? Voorzitter. Dit is uiteindelijk de rode draad van dit debat. Het kabinet zegt bestaanszekerheid belangrijk te vinden, maar bezuinigt op de uitvoering. Het kabinet zegt schulden te willen voorkomen, maar haalt geld weg bij preventie. Het kabinet zegt dat nieuwkomers moeten meedoen, maar geeft gemeenten onvoldoende middelen. Het kabinet zegt niet-gebruik te willen terugdringen, maar wilde juist díe middelen gebruiken als sluitpost. Dat is niet alleen asociaal en niet eerlijk; het is ook nog eens slecht bestuur. Voorzitter. Vandaag zou ik van deze ministers drie concrete dingen willen horen. Ten eerste. Repareer proactieve dienstverlening volledig, dus niet alleen bij de algemene bijstand, maar ook bij de bijzondere bijstand, de studietoeslag en bij de uitvoeringskosten waarvoor de gemeenten staan. Ten tweede. Ondersteun gemeenten bij de implementatie. Als wij willen dat deze wet werkt, dan moeten gemeenten niet allemaal zelf het wiel gaan uitvinden. Ten derde. Geef duidelijkheid over schulden en inburgering; niet alleen doorschuiven en niet alleen gesprekken, maar vooral geld, planning en verantwoordelijkheid. Voorzitter, tot slot. De reparatie van de algemene bijstand is winst. Die is afgedwongen en laat zien dat politieke druk werkt, maar dit debat is niet klaar zolang de rest blijft liggen. GroenLinks-PvdA accepteert niet dat middelen voor mensen in armoede worden gebruikt als een sluitpost voor de begroting. We accepteren niet dat gemeenten verantwoordelijkheden krijgen zonder middelen en we accepteren niet dat bestaanszekerheid alleen overeind blijft als dat budgettair uitkomt. Proactieve dienstverlening gaat over de vraag wat voor overheid wij willen zijn: een overheid die wacht totdat mensen omvallen, of een overheid die mensen op tijd ziet, opzoekt en helpt? Wat ons betreft kiezen we voor dat laatste, en daar hoort dan ook een volledige dekking bij.

Versie 7e66b9ded9531c0f0849c88b405e5fa8643d1568ef5270325640121f16b7ff3c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.