KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 13 jan 2026 · Tweede Kamer

Raad Buitenlandse Zaken 29 januari 2026

Brontekst

Minister Van Weel: Dank, voorzitter, en ook dank aan de leden voor hun inbreng in tweede termijn. Ik zal proberen snel maar gericht en zo volledig mogelijk antwoord op uw vragen te geven. De heer Ceder vroeg naar het sanctiepakket voor Iran: zetten wij in op een steviger pakket? Antwoord: ja, zeker. Ik heb er het voortouw in genomen om dat aan te zwengelen binnen de EU. Dat zal ik blijven opvolgen. Ten aanzien van Syrië is gevraagd om randvoorwaarden te stellen aan het geld. Dat EU-geld gaat voornamelijk naar projecten en die projecten worden uitgevoerd door uitvoeringsorganisaties. Het is dus niet zo dat wij honderden miljoenen direct overmaken, als een blanco cheque, naar de Syrische autoriteiten. Natuurlijk gaat dat geld wel Syrië in en natuurlijk is de overheid daarbij betrokken, maar het is ook aan ons om de overheid, elke keer als wij iets constateren, daarop aan te spreken. Laat ik meteen van de gelegenheid gebruikmaken om hier te zeggen dat wij, in aanvulling op de antwoorden op de Kamervragen die er al aan komen, in het verslag van de RBZ in ieder geval de rol van Turkije met betrekking tot de Koerden zullen meenemen, evenals de situatie in Syrië. Extra randvoorwaarden hoeven wat mij betreft niet, want het geld kan op deze manier niet als blanco cheque worden gezien. We gebruiken dat geld natuurlijk ook als leverage, om de overheid elke keer weer op bepaalde zaken aan te kunnen spreken. Mevrouw Dobbe vroeg hoe we het middenveld verder kunnen steunen. Ook daar kom ik graag op terug in het verslag van de RBZ. Dat wil niet zeggen dat we er niet eerder al naar gaan kijken. Het is op dit moment ontzettend moeilijk in de chaos die er gaande is, maar we weten nooit hoe de situatie over een week is. We gaan er dus mee aan de slag en ik kom daarop terug in het verslag. U had het over opstaan voor het internationaal recht. Absoluut. Daar hebben we ook een uitgebreid debat over gevoerd in verband met Venezuela. Ik heb daarover gezegd waar wij staan. Daar wil ik nog bij aantekenen dat we elke keer per geval het volgende afwegen. Eén: is hier sprake van een schending. Twee: wat is dan ons oordeel over of onze veroordeling van wat er gebeurd is? Daar zijn we op dit moment niet voor Venezuela. Voor Groenland zijn we heel duidelijk over de rode lijn die we daar stellen. Dank voor de correctie op mijn radio-interview en het deel wat ik daarin heb genoemd. Wat betreft Iran weten we nu gewoon te weinig over de intenties en over de contacten die er bijvoorbeeld zijn geweest en met wie in Iran om daar nu op voorhand een oordeel over te kunnen hebben. Dat ga ik dus niet doen. Dit soort dingen moeten we echt in EU-verband doen. Als er elke keer 27 statements komen over "wat vinden EU-landen ergens van" en er nog een achtentwintigste komt van de Hoge Vertegenwoordiger, een negenentwintigste van mevrouw Von der Leyen en een dertigste van meneer Costa, wat nu af en toe gebeurt, dan draagt dat niet bij aan het machtsblok dat wij zouden moeten willen zijn. Dus ja, dat betekent ook af en toe dat je daarin een compromis moet vinden. Dat brengt mij op de sancties van de heer Van Baarle van DENK, maar ook op wat mevrouw Piri zegt. Ik ben er helemaal geen voorstander van om als Nederland in ons eentje als een soort sanctiepolitieagent overal sticks uit te gaan delen. Dat geldt trouwens ook voor de vraag van de heer De Roon over het uitzetten van Iraanse diplomaten. Dat doen de Verenigde Staten niet eens op dit moment, terwijl die toch veel meer uitgesproken zijn over wat zij wensen met dit regime dan wij als Europa op dit moment zijn, omdat wij dat internationaalrechtelijk ook moeilijk vinden. We moeten in deze moeilijke wereld juist elkaar vasthouden. Daarom zou ik heel blij zijn als ik naar de RBZ kan. Dat is de plek waar je juist met zijn zevenentwintigen probeert tot overeenstemming te komen, ook over sancties, dus wat mij betreft niet individueel. U schetst de voorwaarden voor SIS-signalering. Ik wil daarbij het volgende aantekenen. Nogmaals, ik heb al beloofd om daarop terug te komen in het verslag. Het is niet zo dat als iemand ergens wereldwijd een gevaar is voor de openbare orde en veiligheid, dat voldoende onderbouwing is om iemand een SIS-signalering te geven. Dan gaat het echt om een concreet gevaar voor de openbare orde en veiligheid die je hier ziet van iemand die voornemens is af te reizen. Met de signalering van die twee ministers hebben we echt al deze criteria opgerekt en uiteindelijk het criterium van internationale betrekkingen gekozen, dat nog nooit was gebruikt, om hier een casus te bouwen. Maar dat is echt niet zo eenvoudig als u dat schetst. Wat dat betreft zijn het echt twee verschillende soorten. De heer Van der Burg vroeg om de Kamer schriftelijk te informeren als er significante wijzigingen zijn, als ik het woord "significante" daarbij mag gebruiken. Wijzigingen in deze wereld zijn er namelijk regelmatig. Ik ga geen lopend verslag doen van alles wat er gebeurt in onze wereld, maar ik snap de strekking van het verzoek goed.

Versie 984f24bdeabb41f4985bd4bae8430a79d5b40d5dd80883bdc87a4d27645b1d8c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.