Inburgering en integratie
Brontekst
Versie 4bd53e65977cfb59 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Van Gennip: Vandaag gaat de discussie over inburgering en integratie. De discussie die daaraan natuurlijk voorafgaat, maar die niet voor vandaag is, gaat over wie er dan naar Nederland komen. Ik geloof wel dat een succesvolle integratie helpt bij het draagvlak voor de ontvangst van de echte vluchtelingen in Nederland. Om dat draagvlak te krijgen, is die wederkerigheid zo belangrijk. Voor mannen en voor vrouwen geldt: taal leren, inburgeren en aan het werk. Daar hoort ondersteuning bij vanuit gemeentes, werkgevers en vanuit ons allemaal. Ik zei het al: dat geeft mensen een perspectief op de toekomst en geeft hun kinderen perspectief. Dat zie je gelukkig ook terug. We zagen vandaag in de CBS-cijfers dat de kinderen van statushouders weer verder komen in het leven dan de statushouders zelf. Daarmee wordt het verschil in opleiding en carrières steeds verder gedicht. We hebben een nieuw inburgeringsstelsel, sinds 1 januari vorig jaar alweer. Daarin hebben we belangrijke verbeteringen doorgevoerd, op basis van hoe de inburgering in het verleden ging. Daar bent u als Kamer uitgebreid bij betrokken geweest. Het was vóór mijn tijd. Het is ook een lerend stelsel. Belangrijke verbeteringen zitten 'm in de begeleiding door gemeenten, in maatwerk en in duale trajecten. Ik kom zo terug op de vraag hoe het met al die onderdelen gaat, want het gaat om allerlei redenen nog niet zoals we zouden willen. Het is een lerend stelsel, maar we moeten ons dat wel aantrekken. De eerste les uit het verleden is dat de nieuwkomers eigenlijk te veel aan hun lot werden overgelaten. Er werd te veel verwacht dat mensen het zelf voor elkaar konden krijgen. Daarmee werd eigenlijk het tegenovergestelde bereikt. Mensen bleken onvoldoende in staat om mee te kunnen doen. We zien met onze Oekraïense ontheemden nu hoe het ook anders kan. Zij kwamen in groten getale uit een crisissituatie naar Nederland en andere landen. Er zijn heel veel initiatieven om ze juist snel een baan en huisvesting te laten vinden. Daarom is er die brief met de lessons learned, met de lessen die we geleerd hebben over één jaar Oekraïners in Nederland en hoe we die kunnen gebruiken voor alle andere statushouders. Dan werk als woordenboek. Werk speelt een sleutelrol. Het is de snelste weg naar echt meedoen in de samenleving. Bente Becker geeft in navolging van Thierry Aartsen het belang daarvan aan. Het is belangrijk voor economische zelfstandigheid, eigenwaarde, maar ook om iets terug te kunnen geven aan de samenleving. Dat is juist in tijden van krapte van belang. We zien helaas dat de arbeidsdeelname nog ver achterblijft. Volgens de CBS-cijfers van vandaag gaat het wel de goede kant op, maar heel langzaam. Wat mij betreft is het echt te langzaam. Daarom is er sinds twee maanden ook dat plan van aanpak "statushouders aan het werk". Ik denk dat we het daarover allemaal eens zijn. We weten ook steeds beter waardoor het komt. Nieuwkomers komen soms relatief laat op de arbeidsmarkt. Ze lopen tegen praktische zaken aan. Het kan gaan om het spreken van de taal, om erkenning van diploma's en om een relevant netwerk. Ook dat is heel belangrijk. Dat bleek gisteren bij het werkbezoek wederom. We weten dat ook vanwege allerlei voorbeelden, bijvoorbeeld uit Vlaanderen. Dat netwerk maakt echt een verschil. Zoals ik in het begin al zei, helpt het ook om anders naar mensen te kijken. Er staat geen statushouder voor je; er staat iemand met een IT-opleiding of IT-vaardigheden voor je die toevallig ergens anders geboren is. Werkgevers lopen ook tegen allerlei zaken aan. Soms hebben ze moeite om die groep te vinden. Ook op dat punt weten we steeds beter wat we moeten doen. Het soort initiatieven als Refugee Talent Hub helpt daarbij. De RMT's die we aan het opzetten zijn, helpen daar ook bij. Er liggen heel veel kansen om het beter te doen en dat is in deze tijden van krapte ook nodig. Dan wat betreft de lessen uit Oekraïne. Een aantal lessen zijn van groot belang. We gaan er dadelijk nog dieper op in. Wat gebeurt er? Er is sprake van huisvesting door het hele land. Het is kleinschalige huisvesting in plaats van huisvesting op een paar grote locaties. Er zijn actieve netwerken, zowel van de Oekraïners zelf als van een heleboel Nederlanders, die zeiden: doe mij maar tien Oekraïners en ik vind wel werk voor ze. Er waren initiatieven van gemeentes voor informele matching. Op ons eigen ministerie vond ik het ook wel een goede les om in dit geval een Oekraïense dame in te zetten om de informatie in het Oekraïens te delen en om via haar te begrijpen wat obstakels zijn. Op die manier haal je informatie binnen over wat er in het netwerk speelt. Op ons departement konden we die voor het beleid gebruiken. We hebben dat ook gezien bij uitzendbureaus die Oekraïense intercedenten aan het werk hebben gezet. Zij kopiëren dat. Ze zeggen: misschien moeten we ook intercedenten met een Syrische of een Afghaanse achtergrond inzetten, om ook die groepen mensen veel beter te bereiken. Wat Oekraïne betreft hebben we ook geleerd dat de arbeidsparticipatie wel heel snel is gegaan, maar toch nog vaak op een niveau dat niet bij de eigen ervaring en diploma's past. Er is dan geen sprake van werk op eigen niveau. Oekraïners zeggen na een jaar dat ze toch wel beter Nederlands willen leren, omdat dat ze gaat helpen om beter in te burgeren. Die twee lessen nemen we dus ook weer mee in de brede inburgering. Dus ja, een snelle start heeft heel veel voordelen, want je leert heel veel op die werkvloer. Het gaat niet alleen om de taal, maar ook om de participatie. Aan de andere kant wil je ook dat mensen graag de taal leren.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.