Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat
Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat
statement · 15 jan 2026 · Tweede Kamer
De heer Schutz (VVD): De reden dat ik dit oppakte, was met name dat het gelden zijn — we hebben het over een kwart miljard — die in mindering worden gebracht op de begroting waarover we het gaan hebben. Dat vind ik wel een omstandigheid waar we wat van zouden moeten vinden. Met andere woorden, ook wat overprogrammering is en hoe zich dat verhoudt tot lagere budgetten moet gewoon duidelijk en eenduidig zijn, zodat we het allemaal over hetzelfde hebben. Anders begrijpen we elkaar niet meer. Daar wou ik het voor nu bij laten met betrekking tot onderuitputting en overprogrammering. Voorzitter. Dan over de spanning tussen ambities versus beschikbare middelen. Ook dit begrotingsjaar blijft de kernvraag hoe ervoor gezorgd wordt dat het budget daadwerkelijk de norm blijft voor de uitvoering en programmering. Hoe draagt dit bij aan het oplossen van de grote opgaven terwijl capaciteit, beschikbare middelen en de markt duidelijke grenzen kennen? Uit de technische briefing van Rijkswaterstaat en ProRail over de staat van de infrastructuur en de recente mediaberichtgeving daarover blijkt dat de opgave groot is en de oplossing budgettair steeds verder uit beeld raakt. Het aanzienlijk hogere tekort bij ProRail en Rijkswaterstaat valt daarbij op. De minister is net echter wel ingegaan op wat er organisatorisch kan gebeuren in deze fase waarin het kabinet zich bevindt met de formatie. Ik begrijp de metafoor van de treintjes. De rest is wat mij betreft voor later. We kunnen het daar lang over hebben, maar de oplossingen voor budgetten moeten echt daarvandaan komen. Dan maak ik een doorschakeling naar taakstelling en informatiewaarde. De Kamer krijgt te maken met drie begrotingen en zeer technische informatie. Juist daarom zijn transparantie en goed inzicht in de ontwikkelingen essentieel. Daarom onderschrijf ik de oproep van de rapporteurs. Behoud deze informatie en maak haar juist meer toegankelijk. Over de SEA heeft de minister al het nodige gezegd en toegezegd. Ik vraag specifiek aandacht voor de aanbevelingen over drinkwaterbesparing en overstromingen achter de dijken, mede in het licht van wat we hierover van de Algemene Rekenkamer en de ILT hebben gehoord. Dan een laatste punt, voorzitter, en wel hetgeen de staatssecretaris zei over Haarlem. Ik herinner me dat commissiedebat nog goed. We hebben daar nadrukkelijk met de staatssecretaris over gesproken. Ik herinner me ook dat hij daar een toezegging deed, omdat hij de onwenselijkheid benoemde van "kapitaalvernietiging", om het maar zo te noemen. We doen nu een investering van vele tientallen miljoenen die we er op termijn weer uit moeten halen. Dat is onwenselijk. Ik hoop wel dat die toezegging nog steeds staat, ook al heeft de staatssecretaris er direct de waarschuwing bij gegeven dat er wel meer van dit soort situaties zullen zijn die op dat moment nog niet geïdentificeerd waren en die uit de heup mee konden worden gegeven. Maar laten we er in ieder geval wel voor zorgen dat dat spoorknooppunt in Haarlem op een doelmatige en doeltreffende wijze kan worden opgepakt, ook als zou blijken dat er straks nog andere projecten zijn. Laat dat niet de legitimering zijn om te zeggen: nou, dan doen we Haarlem ook maar niet. Laten we Haarlem alstublieft bij de kop pakken. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen of hij die toezegging van toen nog steeds staande houdt en wil herbevestigen, want kapitaalvernietiging moet echt worden voorkomen. We hadden het net over geld niet uitgeven. Dat is niet goed als dat uitgeven wel gepland is. Maar het geld over de balk gooien en uiteindelijk niet doelmatig besteden is natuurlijk niet de bedoeling. Dat was mijn bijdrage.
Versie 1725da47e4bb352fa914c34e056089fb6850ed9c22016e9c7047654e8db67b0f · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.