de jeugdzorg en jeugdhulpverlening
de jeugdzorg en jeugdhulpverlening
statement · 11 jun 2026 · Tweede Kamer
De heer Hamstra (CDA): Voorzitter. Mijn vaderhart huilt bij het lezen van de hartverscheurende tragedies die de afgelopen decennia in de jeugdzorg hebben plaatsgevonden: kwetsbare jongeren die waren vastgelopen en die om hulp vroegen, maar voor wie de hulp te laat kwam of waarvoor de hulp niet passend was. Ze vroegen om veiligheid, maar kregen nog meer onveiligheid. Het is terecht dat de samenleving zich afvraagt: wanneer is het genoeg? De problemen in de jeugdzorg stapelen zich op. Het stelsel is volledig vastgelopen. Er is te weinig personeel om de huidige vraag aan te kunnen. Wachtlijsten lopen op. Gemeenten geven aan dat ze te weinig geld hebben. Inspecties trekken aan de bel dat het zo echt niet langer kan. Dat moet anders. Voorzitter. In 2025 maakten meer dan 470.000 jongeren gebruik van een vorm van jeugdzorg, dus dat is 1 op de 7, terwijl dat in het begin van deze eeuw nog 1 op de 27 was. Dat is niet alleen onhoudbaar, dat is ook onacceptabel. Het CDA gelooft namelijk niet dat 1 op de 7 jongeren, in elke klas dus 4, een probleem heeft dat thuishoort in de jeugdzorg. De bandbreedte van wat wij problematisch vinden is breder dan de gehanteerde norm. De samenleving is namelijk pluriform, veelzijdig en veelkleurig. Pas als we dat omarmen, komen we tot het besef dat niet ieder kind dat afwijkt van de te smal genormeerde en gehanteerde norm een probleem heeft. Voorzitter. Niet alle jeugdzorg is hetzelfde. Het gaat van lichte opvoedondersteuning tot jeugdbescherming, jeugdreclassering en alles wat daartussen zit. Maar op dit moment zien we daar een grote disbalans in. De relatief lichte vorm van hulpvragen vraagt en krijgt veel aandacht en middelen, terwijl de zwaarste vormen van jeugdzorg en jeugdbescherming onder druk komen te staan. Daarom moeten we kritisch kijken naar wat er daadwerkelijk onder jeugdzorg valt. Niet elke tegenslag in het opgroeien vraagt om professionele jeugdzorg. Sommige vragen horen eerder thuis in de opvoeding, bij een vereniging of gewoon in het sociale netwerk. Daarom heeft het CDA al eerder gepleit voor het versterken van en het investeren in de pedagogische civil society. In dat kader vragen we aan de minister wanneer de Wet reikwijdte Jeugdwet naar de Kamer wordt gestuurd; dat is al eerder gevraagd. Kan de minister aangeven hoe zij kijkt naar de reacties naar aanleiding van de internetconsultatie in relatie tot de wet die zij uiteindelijk naar de Kamer wil sturen? Voorzitter. De jeugdzorg van de toekomst is voor de meest kwetsbare kinderen. Zij moeten kunnen rekenen op de zorg en onze bescherming. In eerste instantie hebben we het dan over de 42.000 kinderen die momenteel in de jeugdbescherming en jeugdreclassering zitten. Juist voor deze kinderen moet helder zijn welke koers we kiezen en welke bescherming we willen bieden. Toekomstscenario's en proeftuinen liggen er al, maar er wordt al lange tijd over gesproken zonder dat duidelijk is wat we concreet gaan doen en waartoe dit concreet moet gaan leiden. Daarom vraag ik aan de minister wat het perspectief voor de jeugdbescherming is. Waar werken we naartoe? Hoe wordt dit zichtbaar in beleid en uitvoering, en vooral: hoe wordt dit merkbaar voor de jongeren zelf? Kan de minister aangeven welke concrete stappen zij wil gaan nemen? Voorzitter. De afgelopen drie jaar zijn jongeren met zware problematiek door capaciteitsgebrek ondergebracht op vakantieparken en andere tijdelijke locaties. Dat is natuurlijk een zeer onwenselijke situatie. Inspectierapporten waarschuwen al jaren dat de situatie onhoudbaar is. De conclusie is helder: signalen en noodoproepen worden nog altijd niet snel genoeg opgepakt. Welke van de in de inspectierapporten genoemde stappen zijn sindsdien gezet, vraag ik aan de minister. Partners in de keten werken nog te weinig samen en gegevensdeling blijft moeizaam. Wat kan de minister concreet doen om die samenwerking en gegevensdeling te verbeteren? De afschuwelijke gebeurtenis in Stadskanaal laat zien hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn als signalen te laat worden opgepakt. Verdere conclusies trekt het CDA pas na de onderzoeken van de inspectie, want pas dan is de Kamer aan zet. Mijn vraag aan de minister is wanneer we deze kunnen verwachten. Het is duidelijk dat de jeugdzorg en jeugdbescherming kampen met personeelstekorten. Die gevolgen zijn ook zichtbaar in de rechtszaal. Rechters luiden al langer de noodklok, omdat het gebrek aan hulp steeds vaker wordt meegewogen in hun beslissingen. Soms wordt zelfs geen gedwongen maatregel opgelegd door een tekort aan jeugdbeschermers en beschikbare plaatsen. Wat is de reactie van de minister op het feit dat rechters hun oordeel moeten aanpassen aan de schaarste in de uitvoering? Voorzitter. We mogen nooit vergeten dat het om jongeren gaat. Hun welzijn moet altijd centraal staan. Toch zien we dat jongeren die zelf mishandeling melden bij Veilig Thuis niet altijd serieus worden genomen en dat er soms eerst met ouders moet worden overlegd voordat er met de jongere wordt gesproken. Daarom heb ik enkele vragen aan de minister. Is het nu al mogelijk dat Veilig Thuis zonder toestemming van de ouders alleen met het kind spreekt? Vindt de minister dat van die mogelijkheid voldoende gebruik wordt gemaakt? Zou een aanpassing van de meldcode op dit punt sneller kunnen zijn dan een wetstraject? De kernvraag is of wat we nu doen voldoende is om de meest kwetsbaren echt te beschermen. Voorzitter. We moeten echt een beetje bijtrekken, dus we kunnen aan de slag. Dank u wel.
Versie 482c22302db604d3f7ebf5accdbbb81f2107dadfe1fbcc3e4c14e33302459c59 · Officiële bron.
de jeugdzorg en jeugdhulpverlening
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.