statement · 11 jun 2026 · Tweede Kamer
de jeugdzorg en jeugdhulpverlening
Brontekst
De heer Ceder (ChristenUnie): Voorzitter. Het gaat niet goed in de jeugdzorg, echt niet. Sterker nog, inmiddels kan de Nederlandse Staat na een uithuisplaatsing niet garanderen dat een kind er beter van wordt. Het rapport over de ZIKOS-afdelingen bevestigt dit helaas. Het rapport laat zien hoe jongeren die al kwetsbaar waren in een systeem terechtkwamen dat hen had moeten beschermen, maar dat hen soms juist verder beschadigde. De cijfers zijn onthutsend. In de twee jaar sinds de onderzoeken naar de misstanden in de gesloten jeugdzorg hebben 38 van de 51 deelnemers een poging gedaan om uit het leven te stappen. Vijf van hen zijn inmiddels overleden. Voorzitter. Laten we dat even tot ons laten doordringen. Dit zijn geen statistieken. Dit zijn kinderen, kinderen die ons ooit zijn toevertrouwd, die zijn toevertrouwd aan de zorg van de overheid. Zo zijn er nog veel meer verhalen van kinderen die helemaal niet verder geholpen worden, maar klem zijn komen te zitten in een stelsel dat niet meer functioneert. Voorzitter. Juist daarom heeft de ChristenUnie vorig jaar gepleit voor een staatscommissie jeugdzorg. Ik ben ook blij dat de staatscommissie overheidsingrijpen in gezinnen op 1 april jongstleden is gestart. Ik hoop dat deze commissie ons niet alleen een analyse geeft van wat er misgaat, want daar hebben we al genoeg rapporten over, maar vooral ook bouwstenen aanreikt voor een stelsel dat gezinnen en kinderen daadwerkelijk helpt. Ik ben blij met de nota van de heer Stoffer, want ook wij vinden dat gezinszorg daarin voorop zou moeten staan. Voorzitter. De problemen zijn niet incidenteel, maar structureel. Uithuisplaatsingen duren namelijk langer dan nodig omdat dossiers te laat worden opgepakt, er zijn ernstige personeelstekorten en er is een ernstig tekort aan pleegouders. Commissie-De Winter concludeerde al in 2019 dat een op de tien kinderen in de jeugdzorg vaak tot zeer vaak geweld meemaakte. Het Vergeten Kind constateerde dat kinderen gemiddeld zes keer worden doorgeplaatst. Daarom wil ik de minister iets nadrukkelijk vragen. Ik weet dat er hard wordt gewerkt aan hervormingen. Ten aanzien van de discussie over de reikwijdte van de jeugdzorg die we binnenkort gaan voeren hier in de Kamer, adviseerde de adviescommissie voor de Hervormingsagenda Jeugd om nadrukkelijk eerst vanuit de inhoud te redeneren, en niet vanuit het budget. Kan de minister dus toezeggen dat deze hervormingen niet primair gestuurd zullen worden door financiële overwegingen, en dat de discussie binnen het kabinet op die wijze en in die volgorde gevoerd zal worden? Voorzitter. We moeten ook eerlijker zijn over wat jeugdzorg wel en niet is. Voor de ChristenUnie is jeugdzorg gezinszorg en is gezinszorg jeugdzorg, want de meeste problemen van kinderen staan simpelweg niet los van hun omgeving. We weten dat 64% van de ouders met psychische problematiek deze in meer of mindere mate overdraagt aan hun kinderen, dat 73% van de ouders van uit huis geplaatste kinderen zelf kampt met problemen zoals verslaving, psychische klachten of armoede, en dat in ongeveer een derde van de gevallen kinderen weer naar huis kunnen wanneer niet de kinderen, maar de ouders de juiste ondersteuning krijgen. Voorzitter. Dit zijn geen randzaken. Dit is de kern van het probleem, maar ook de sleutel tot verbetering. Daarom pleit de ChristenUnie al jaren voor een gezinsgerichte aanpak. Maak daarom vaart met passende, hoogwaardige gezinshulp, zodat problemen binnen het gezin worden aangepakt in plaats van dat we een kind uit huis en uit zijn omgeving plaatsen. Pak de regie en harmoniseer wet- en regelgeving die deze hulp mogelijk maakt. Voorkom dat discussies over schotten in regelgeving tussen ministeries, privacyregels, financiering en discussies over verantwoordelijkheden uiteindelijk effectieve hulp de nek omdraaien voor een gezin dat gewoon hulp nodig heeft. Dat is nu de facto helaas elke dag te vaak het geval. Kan de minister toezeggen dat deze benadering leidend wordt in de verdere uitwerking van de hervormingen, en dat ze voor de begroting met een plan van aanpak komt om deze gezinszorg primair te stellen? Ziet de minister momenteel voldoende ruimte voor gemeenten om over domeinen heen te kunnen werken? Is ze bereid toe te zeggen dat lokale experimenten die deze ontschotting bij gemeenten mogelijk maken maximaal ondersteund worden, als die dat wensen? Voorzitter, tot slot. Gezinszorg betekent ook aandacht voor vaderschap. De gevolgen van afwezig vaderschap zien we terug in de jeugdzorg, het onderwijs en soms ook in veiligheidsvraagstukken. Dat is ook de reden dat ik een paar maanden geleden een manifest heb geschreven: Betrokken vaders, bloeiende samenleving. Internationaal gezien is er steeds meer onderzoek dat bevestigt dat je effectieve beleidsinterventies niet los kunt zien van investeren in positief vaderschap. Toch is er in Nederland nog relatief weinig kennis of onderzoek en beleid ontwikkeld rondom de rol van vaders in de opvoeding. Daarom is mijn laatste vraag of de minister bereid is om meer structureel onderzoek naar een interventie rond vaderschap toe te zeggen en te investeren in positieve mannelijke rolmodellen, ook bijvoorbeeld in de jeugdzorghulpverlening. Dank u wel, voorzitter.
Versie 482c22302db604d3f7ebf5accdbbb81f2107dadfe1fbcc3e4c14e33302459c59 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.