statement · 1 apr 2026 · Tweede Kamer
Eerstelijnszorg
Brontekst
De heer Bevers (VVD): Dank, voorzitter. De eerstelijnszorg is de basis van de uitstekende gezondheidszorg in Nederland. Huisartsen, apothekers, tandartsen en diverse paramedici zoals diëtisten en fysiotherapeuten zorgen voor een solide en betrouwbare zorg, die bovendien dichtbij de patiënt thuis wordt geleverd. Ook in het coalitieakkoord onderkent de VVD, samen met de andere partijen, het nadrukkelijke belang van de eerstelijnszorg en de huisarts bij het kiezen voor passende zorg. Ik citeer er letterlijk uit: bij deze beweging hoort ook het verder versterken van de eerstelijnszorg en de toegankelijkheid van de huisartsenzorg. Het continueren van de inhoudelijke en financiële afspraken in de huidige akkoorden, zoals het AZWA, hoort daar vanzelfsprekend bij. Dat is ook op die manier geregeld. De VVD staat ook voor de duidelijke keuze die gemaakt wordt voor passende zorg: zo dicht mogelijk bij mensen thuis. De eerstelijnszorg zal daar een onmisbare schakel in zijn en de huisarts zal hier een belangrijke rol bij spelen. Om de lijn van de passende zorg in de eerste lijn zo veel mogelijk te kunnen realiseren zijn voldoende huisartsen nodig en daarnaast artsen ouderenzorg en artsen verstandelijk gehandicapten. Het Capaciteitsorgaan adviseerde begin 2026 dat er meer huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en artsen VG moeten worden opgeleid. Maar helaas, lang niet alle plekken worden opgevuld in onder andere de huisartsenopleiding. Die andere artsen zijn ook hard nodig om de huisartsen te ondersteunen in de eerste lijn. Mijn vraag aan de minister is hoe zij kijkt naar het pleidooi van onder andere de Landelijke Huisartsen Vereniging voor een nieuw gezamenlijk actieplan om meer huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en artsen VG op te leiden. Veel jonge huisartsen willen geen praktijkhouder meer worden omdat de regeldruk en de administratieve lasten te hoog zijn. Mijn vraag aan de minister is of zij bekend is met deze trend en wat zij kan doen om dat praktijkhouderschap in de volle breedte, dus ook huisvesting, aantrekkelijker te maken voor jonge huisartsen. Doktersassistenten zijn ook een punt van aandacht binnen de huisartsenzorg. Er is met name een tekort aan stageplaatsen. Huisartsen willen graag hun bijdrage daaraan leveren, maar lopen aan tegen praktische beperkingen. Het tekort binnen de huisartsenzorg is echter wel heel groot. Is de minister het met de VVD eens dat gezien het grote aantal vacatures hier actie op nodig is? Is zij bereid om met de huisartsen in gesprek te gaan om te bekijken hoe beperkingen weggenomen kunnen worden? Voorzitter. Passende zorg betekent soms ook geen zorg, omdat de klachten van de patiënt andere oorzaken hebben en niet op te lossen zijn door zorg, maar door bijvoorbeeld een omgeving waarin ruimte is voor ontmoeting. Het kabinet trekt extra geld uit voor de ontwikkeling van de zogenaamde zorgzame wijken en buurten. Sociale cohesie is namelijk niet afdwingbaar en anno 2026 niet meer vanzelfsprekend. Je zult dus moeten investeren om dat in gang te zetten. De VVD denkt dat het sociaal werk in brede zin een heel belangrijke rol kan spelen. De sociale omgeving is van belang bij het vinden van oplossingen rond bijvoorbeeld eenzaamheid, dementie en andere aandoeningen waarbij een medische interventie niet altijd de beste optie is. Wijkteams met sociaal werkers en andere professionals sluiten naadloos aan bij de ontwikkeling van de sociale cohesie in wijken en buurten. In het AZWA worden de nodige stappen gezet om de betrokkenheid van het sociaal domein te vergroten, maar ik wil nadrukkelijk de vraag aan de minister stellen hoe zij deze rol denkt definitief te gaan borgen, zodat dit een gegeven wordt van de dagelijkse praktijk. Voorzitter. Ten slotte nog een opmerking over de versterking van de farmaceutische patiëntenzorg. Het is al een aantal keren genoemd, ook door de heer Claassen. Dat gaat met name over de term "ontpillen" en de vraag hoe je daarmee om kan gaan. Ik heb begrepen dat het mogelijk is om een aantal zaken rond medicatie-evaluaties te doen. Maar vaak gaat het dan om het totale pakket van medicijnen dat iemand slikt en niet om bijvoorbeeld een individueel middel en de ruimte om daarover het gesprek aan te gaan. Die vergoeding lijkt niet of slechts beperkt mogelijk. Mijn vraag aan de minister is heel concreet hoe zij hiertegen aankijkt. Is zij eventueel bereid om te kijken of daar een zogenoemde andere betaaltitel voor mogelijk is? Tot zover, voorzitter.
Versie 49a220ef31838176a8faac30b6d487aa6ddf5dedf1c117378a8014586876350a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.