KamerkringInloggen
Uitspraak

het pakket maatregelen voor de hervorming van de arbeidsmarkt

1 jun 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 65bc6c5b2dcbd59a · officiële bron

Minister Van Gennip: Ja. De ketenbepalingen voor tijdelijke contracten gaan we aanscherpen in lijn met het SER-MLT. We gaan draaideurconstructies voorkomen, zodat mensen niet met tussenpozen op tijdelijke basis opnieuw worden ingezet. Bij structureel werk hoort een vast contract. We schrappen de tussenpoos van zes maanden en introduceren de administratieve vervaltermijn van vijf jaar. Die gaat ook gelden voor de fase bij uitzenden. We nemen ook andere maatregelen om te stimuleren dat bij structureel werk een vast contract hoort. Daarom ben ik voornemens om de huidige regeling om bij cao te kunnen afwijken van de ketenbepaling voor wat betreft duur en het aantal contracten te laten vervallen. Er kan dus niet meer bij cao afgeweken worden. Dan kom je dus bij de hoofdregel van maximaal drie tijdelijke contracten in maximaal drie jaar. Tevens scherp ik de regels voor opvolgend werkgeverschap aan, zodat mensen niet na drie jaar via een uitzendbureau worden overgenomen door de inlener om zo de ketenbepaling te ontlopen. Zoals genoemd blijft de uitzondering voor scholieren met een bijbaan en voor studenten bestaan. Daar hoort dan een onderbrekingstermijn van zes maanden bij. De heer Van Kent vroeg naar vijf jaar als tussenpoos. Ik wil draaideurconstructies echt aanpakken. Daar hoort dus een veel langere termijn bij dan zes maanden voordat je weer door dezelfde werkgever ingeleend kunt worden. Bij structureel werk hoort een vast contract. Na drie jaar of drie aaneengesloten tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever kun je pas na vijf jaar weer een nieuw contract krijgen. Dan gaat het natuurlijk niet om de regio waarin je hebt gewerkt, maar om dezelfde werkgever. Ik realiseer me dat je in sommige regio's heel vaak dezelfde werkgever hebt, bijvoorbeeld als je docent bent in het mbo. Dat klopt. Maar als jij drie jaar met drie contracten voor dezelfde werkgever hebt gewerkt, dan is er geen sprake meer van flexwerk. Daar horen nette afspraken bij waarmee je met die baan een bestaan kunt opbouwen. Dat betekent niet dat je niet meer voor die werkgever kunt gaan werken, maar dan moet je gewoon in vaste dienst genomen worden. Er zijn ook voldoende voorbeelden, bijvoorbeeld van flexpools in de zorg, waarbij mensen in een flexpool zitten en in de regio worden ingezet, maar wel een vast contract hebben via die flexpool. Als je drie jaar door een werkgever ingeleend bent, dan weet die werkgever echt wel wat voor vlees hij in de kuip heeft. Dan kan hij dus echt wel zeggen dat hij je nog een jaar wil, maar dan moet het gewoon een vast contract worden. Dan ben je al drie jaar uitzendkracht geweest. Dit was de vraag van de heer Van Kent. Bij seizoenswerk krijg je geen vast contract na drie jaar. Daar vroeg de heer Van der Lee net ook naar. Seizoenswerk is natuurlijk werk dat niet doorlopend beschikbaar is. Meestal heb je drie of misschien wel zes maanden per jaar in het geheel geen werk. Denk aan aspergeplukkers of werknemers in strandtenten. Dan wil je geen vast contract, noch voor de werkgever, noch voor de werknemer. Zo'n vast contract kun je wel de vorm geven van een jaarurencontract; daar hadden we het eerder vanochtend over. Maar dan ontvang je maandelijks een heel laag loon, omdat je maar zes maanden werkt en dan zes maanden niet werkt. Dan kun je dus beter met tijdelijke contracten werken. In de Wet werk en zekerheid van Asscher — we hadden het er net al even over — is daarom een uitzondering gemaakt voor de tussenpoos bij cao's voor seizoensfuncties. Dat zijn functies die ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht. In het SER-MLT-advies hebben de werkgevers en de werknemers samen geadviseerd om die uitzondering te laten staan. Dat is een andere reden waarom ik er geen verandering in wil aanbrengen. Ik ben dus niet voornemens om de bestaande mogelijkheid te schrappen dat bij cao's seizoensfuncties aangewezen kunnen worden waarvoor een tussenpoos van drie maanden geldt. De heer Ceder vroeg of werkgevers de administratieve vervaltermijn gaan omzeilen door payrolling. We moeten die omzeilconstructies echt voorkomen. Dat vind ik belangrijk, want anders kun je die draaideurconstructies niet goed genoeg aanpakken. Daarom regel ik via opvolgend werkgeverschap dat werkgevers iemand niet vervolgens weer op tijdelijke basis in dienst kunnen nemen. Iemand na drie jaar op tijdelijke basis inlenen via payrolling, om zo de ketenbepaling te omzeilen, kan dus niet. De Hoge Raad heeft overigens al gezegd dat deze route om de ketenbepaling te omzeilen, dus door mensen na drie jaar in te huren via payrolling, niet toelaatbaar is en dat de werknemer dan gewoon recht heeft op een vast contract. Dat was het einde van blokje twee, voorzitter.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.