KamerkringInloggen
Uitspraak

het pakket maatregelen voor de hervorming van de arbeidsmarkt

1 jun 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 65bc6c5b2dcbd59a · officiële bron

Minister Van Gennip: Ja, dat is ontzettend belangrijk. Je ziet dat 1,2 miljoen zzp'ers niet bijdragen aan de sociale zekerheid. Als zij langdurig ziek worden en in de bijstand terechtkomen, zullen ze daar uiteindelijk wel een beroep op doen. Dat is de eerste collectieve afwenteling, als u het zo wilt noemen. De tweede is dat er geconcurreerd wordt op arbeidsvoorwaarden, terwijl er geconcurreerd zou moeten worden op ondernemerschap of op wat voor soort relatie je met elkaar aan wilt gaan en niet op de prikkels die eromheen zitten. Dat legt ook druk op de werknemers, want het betekent dat die misschien ook voor een lager salaris moeten werken en dat die misschien op een gegeven moment overstappen om zelfstandig te zijn. Dat zien we nu heel veel in de zorg. Daardoor ontstaat er weer druk op de achterblijvende werknemers die de nachtdiensten moeten draaien of die de administratie moeten doen. Wat ik heel erg belangrijk vind, is die individuele zelfstandige die, flauw gezegd, van zijn fiets valt of die een hersenbloeding of een burn-out krijgt. Je wilt dat die mensen uiteindelijk ook weer mee kunnen doen in de samenleving. We weten dat mensen die langdurig ziek zijn en eenmaal in de bijstand komen daar veel meer moeite mee hebben dan mensen die misschien in een re-integratietraject zitten en die wel een uitkering op het niveau van het wettelijk minimumloon krijgen. Dat betekent ook iets voor de samenhang in de samenleving, voor hoe veerkrachtig een samenleving is. Het betekent iets voor de kinderen van die mensen. Die zaken spelen natuurlijk allemaal mee. We hebben het niet over 100.000 zzp'ers, maar over 1,2 miljoen. Dat is een heel groot gedeelte, meer dan 10%, 13% van onze werknemers. Voorzitter. Ik ga terug naar de verzekering. De heer Van Baarle had gevraagd naar de betaalbaarheid: wat zijn dan de kosten? Op basis van de huidige inzichten zou het gaan om een premie van zo'n 7,5% tot 8% bij een wachttijd van een jaar. Dat betekent ongeveer €225 per maand, die overigens van de belasting aftrekbaar is. Als je minder verdient dan €36.000, is de premie natuurlijk navenant lager. Voor sommige zelfstandigen is dit echt een groot bedrag, zeker als ze verwachten dat ze dat niet kunnen doorrekenen in de tarieven. Ik verwacht overigens dat als alle zelfstandigen verzekerd zijn, het makkelijker door te rekenen is in de tarieven omdat iedereen diezelfde kosten heeft. Tegelijkertijd hebben die zelfstandigen natuurlijk wel een goed vangnet als ze langdurig ziek worden en is er ook een gelijker speelveld ten opzichte van werknemers. Dat is heel veel waard. Dan de vormgeving van de aov en het overgangsrecht. Daar vroeg onder anderen de heer Van Baarle naar. Algemeen uitgangspunt is dat als de bestaande verzekering voldoende is en langdurige bescherming biedt, dat natuurlijk in het overgangsrecht terecht moet komen. Die langdurige bescherming moet dan zijn tegen inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid. Wat precies voldoende is, dat werken we de komende maanden uit. Daar komen we bij de behandeling van de wetsvoorstellen natuurlijk uitgebreid over te spreken. We moeten in ieder geval voorzien in een langdurige uitkering bij arbeidsongeschiktheid. We hadden het er net al over: dat is dus anders dan het broodfonds, dat een uitkering van een, twee en soms vijf jaar biedt. Daarmee heb ik ook de vraag van de heer Bisschop over de broodfondsen beantwoord. Ten aanzien van de wachttijd vroeg de heer Van Baarle waarom wij kiezen voor een jaar. De keuze kan nul jaar, een jaar of twee jaar zijn. Mijn overweging is dat als zelfstandigen ziek worden, ze niet kunnen terugvallen op loondoorbetaling bij ziekte of een ziektewetuitkering. Niet elke zelfstandige heeft de mogelijkheden om twee jaar te overbruggen zonder op de bijstand aangewezen te zijn. Daarom vind ik twee jaar best lang en hebben we in samenspraak met werkgevers en werknemers gekozen voor een wachttijd van een jaar. Enerzijds is er de verantwoordelijkheid om de eerste periode van ziekte zelf te overbruggen — dat is dat eerste jaar — bijvoorbeeld via een eigen buffer of een broodfonds. Anderzijds is er inkomensbescherming na een jaar bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Dan de opt-out. Het ging er net al even over en het ging er dinsdagavond ook over. Volgens mij hebt u er bijna allemaal vragen over gesteld. Het is inderdaad al in 2019 afgesproken tussen kabinet en sociale partners. In hun advies over de vormgeving hebben de sociale partners ook geadviseerd om een opt-out mogelijk te maken. Zelfstandigen hechten daar heel veel waarde aan; de heer De Jong en de heer Van Houwelingen hadden het daar net over. Zoals ik schreef, moet de opt-out betaalbaar, uitlegbaar en uitvoerbaar zijn en tijdig ingevoerd kunnen worden. We zitten midden in het overleg met het UWV, de Belastingdienst en de verzekeraars. De intentie om tot een opt-out te komen is heel stevig. Ik vind overigens met de heer Van der Lee en mevrouw Kathmann dat die opt-out de solidariteit niet mag ondermijnen. Die mag dus niet ten koste gaan van de betaalbaarheid van een verzekering. Die mag ook niet ten koste gaan van wat die verzekering uiteindelijk biedt. Voor mij is de randvoorwaarde dus dat er met die opt-out echt een stabiele, betaalbare, publieke verzekering moet zijn. Volgens mij willen we dat allemaal. Dat willen we bereiken door zelfstandigen die gebruikmaken van een opt-out, een stabiliteitsbijdrage te vragen om de premie van de publieke verzekering stabiel te houden. Daarmee voorkom je dus dat iedereen uit de collectieve verzekering stapt, zal ik maar zeggen, en dat je in die private verzekering de goede risico's hebt en de slechte risico's achterhoudt. Als je die stabiliteitsbijdrage hebt, dan zorg je dus dat die verzekering goed, betaalbaar en toegankelijk is. Als je die stabiliteitsbijdrage hebt, dan voorkom je dus dat de publieke premie steeds verder stijgt. Je krijgt uiteindelijk een uitkering op ongeveer wml-niveau. De inschattingen zijn nu dat dat voor een groot gedeelte van de zelfstandigen ook echt voldoende zal zijn. De heer Van Baarle vroeg naar het onderzoek naar de stabiliteit van een verzekering met een opt-out. Daar zijn we nog mee bezig. We zijn samen met het Verbond van Verzekeraars aan het kijken naar de verwachte premie-effecten en naar die opt-out. Die gaan we de komende maanden herijken en nader toetsen. Het onderzoek van SEO naar de gedragseffecten van de opt-out — daar vroeg de heer Van Baarle ook naar — heb ik volgens mij een paar weken geleden aan uw Kamer gestuurd en staat geagendeerd voor het commissiedebat van aanstaande woensdag.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.