Uitspraak · 26 nov 2024 · Tweede Kamer
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (36600-VIII)
Brontekst
De heer Ergin (DENK): De beschuldiging dat de VVD stagemarktdiscriminatie niet belangrijk zou vinden, zou ik nooit uiten in dit huis. Ik ken mevrouw Martens-America en ik ken het verkiezingsprogramma van de VVD. We zijn het op heel veel punten oneens met elkaar, maar op dit punt niet, denk ik. Wat ik in mijn bijdrage probeerde aan te geven, is dat er twee dingen spelen als we het hebben over stageproblematiek. Aan de ene kant is er sprake van stagemarktdiscriminatie. In heel veel andere onderzoeken is vastgesteld dat dat een reëel probleem is. Aan de andere kant wilde ik het vandaag juist hebben over de stagevergoeding. Ik wil dus best wel een discussie voeren over de vraag of de middelen effectief worden ingezet. Ik wil er ook best wel in meegaan dat dat op sommige fronten niet het geval is. Sterker nog, ik heb dat in het onderwijs zelf gezien. Ik kom zelf niet uit het onderwijs, maar ik heb heel lang aanverwant aan het onderwijs gewerkt. Die discussie wil ik dus zeker voeren. Maar eigenlijk zou ik tijdens dit begrotingsdebat vandaag ook wel een stap willen zetten richting het wettelijk regelen van een stagevergoeding. Misschien moeten we daar samen nog het debat over voeren. Voorzitter. Ik kwam volgens mij aan bij het punt over hoogbegaafdheid. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: kunnen we hier vandaag ook stappen in zetten? Kunnen we ervoor zorgen dat we talenten niet mislopen omdat er onvoldoende aandacht voor hen is? Voorzitter. Dan mijn volgende punt, over het vormingsonderwijs. We hebben in dit land heel vaak discussie over segregatie. Ik ben heel lang wethouder geweest in een van de meest gesegregeerde gemeenten in Nederland als het gaat om onderwijs, Schiedam. Dat was ik twee jaar — ik zeg "heel lang", maar het was twee jaar. Juist zaken als vormingsonderwijs waren enorm belangrijk om de verschillende denominaties aan elkaar te verbinden. Ik lees in deze begroting dat ook daarop wordt bezuinigd. Volgens mij is dat niet goed voor de segregatie in dit land, waar we juist werk van willen maken. We willen juist groepen bij elkaar brengen. De staatssecretaris kwam in de nota van wijziging tot de conclusie dat het weinig effectief was. Ik zou daar graag wat nadere toelichting op willen, want ik heb dat eigenlijk niet vast kunnen stellen en ik heb het dienstencentrum dat ook niet horen bevestigen. Ik ben dus enorm benieuwd naar een toelichting daarop. Voorzitter. Dan mijn een-na-laatste punt, over het wetsvoorstel Toezicht informeel onderwijs. Daar hebben we het vandaag al heel vaak over gehad. We weten dat het wetsvoorstel op dit moment in consultatie is. We weten waar de wet vandaan komt en op welke groep dit wetsvoorstel is gericht. We weten inmiddels ook dat het wetsvoorstel enorm wringt met een groot aantal grondrechten, zoals de vrijheid van vereniging, de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Met dit wetsvoorstel zijn zeven à acht grondrechten in het geding. In het wetsvoorstel zien we zelfs een artikel waarin wordt geregeld dat de onderwijsinspectie mag registreren wat de politieke opvattingen van de persoon in kwestie zouden zijn. Dat moeten we niet willen in dit land. Dat moeten we niet willen. Daarom vraag ik het volgende aan de staatssecretaris. We hebben inmiddels te maken met een internetconsultatie waar meer dan 1.500 mensen op hebben gereageerd. We hebben te maken met een wet waarover de hele samenleving in rep en roer is. We hebben te maken met een wetsvoorstel waarvan de onderwijsinspectie in een vandaag geopenbaard rapport gehakt heeft gemaakt. Ik ga de woorden die vandaag zijn gevallen niet herhalen, maar eigenlijk wil ik aan de staatssecretaris vragen waarom ze nog in volle vaart op een muur af rijdt. We weten namelijk dat dit wetsvoorstel niet goed is voor het land en niet goed is voor al die vrijwilligers die zich dagdagelijks inzetten voor de kinderen. Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de imamopleiding. In de nota van wijziging zien we een besparing van naar ik dacht €400.000. Ik dacht altijd dat dit een SZW-onderwerp was, dus ik had het voorbereid voor morgen, maar aangezien het in de begroting van OCW staat, wil ik het daar nu over hebben. We hebben hier in dit huis heel vaak de discussie over buitenlandse inmenging. Iedereen heeft daar zijn eigen definitie voor. Iedereen is op zijn eigen manier gevoelig, of juist niet, voor bepaalde landen. Laten we die discussie even laten voor wat het is. Laten we wel vooropstellen dat het heel belangrijk is dat we in Nederland te maken hebben met een grote, dynamische islamitische gemeenschap. Als het aan DENK ligt, leidt die gemeenschap in de toekomst ook de imams in Nederland op. Volgens mij zijn we allemaal voorstander van imams van Nederlandse bodem. Op dat punt, zeg ik voordat u weer naar de interruptiemicrofoon loopt, mevrouw Martens-America: er staat echt een bezuiniging op het gebied van imamopleidingen in de begroting. Ik maak me daar zorgen om, omdat ik gewoon wil dat er een Nederlandstalige, vanuit Nederland ingerichte imamopleiding komt. Ik ben benieuwd waarom het kabinet daarvoor heeft gekozen. Dank u wel, voorzitter.
Versie 7a83a4c4a47e6c2959480299df3eccccc9ef5c9859af8a0b8f6eeb5339213cc9 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Doğukan Ergin