Uitspraak · 26 nov 2024 · Tweede Kamer
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (36600-VIII)
Brontekst
Mevrouw Koekkoek (Volt): Dank, voorzitter. Laat ik beginnen met een compliment, namelijk dat het kabinet veel geld en energie steekt in het funderend onderwijs. Dat is een goed voornemen. Maar het is voor ons dan totaal onbegrijpelijk dat dit herstelplan gepaard gaat met bezuinigingen op het vervolgonderwijs van wel 1 miljard euro: wegvallende startersbeurzen, het niet inzetten van valorisatie en minder geld naar innovatieve projecten. Kinderen worden met dit herstelplan klaargestoomd voor een onderwijsstelsel dat geen plek meer voor ze zal hebben. De logica ontbreekt. Waarom kiest de minister, wil ik aan hem vragen, voor bezuinigingen die niet alleen grote gevolgen zullen hebben voor het vestigingsklimaat en de kansengelijkheid in het land, maar ook voor ons verdienvermogen. Hoe draagt deze begroting bij aan economie van de toekomst? Hoe reageert de minister op geluiden uit het bedrijfsleven en uit de techsector dat deze plannen Nederland niet concurrerend houden maar dat onze innovatie juist wordt gehinderd door deze plannen? Voorzitter. Een concreet voorbeeld van deze bezuinigingen is de 215 miljoen uit het Fonds Onderzoek en Wetenschap. De kortingen op de sectorplannen zijn namelijk teruggedraaid ten koste van de startersbeurs voor studenten en jonge onderzoekers. Het zijn nu juist deze beurzen die uniek onderzoek stimuleren en kansen bieden aan iedereen om een wetenschappelijke bijdrage te leveren. Waarom wordt beleid van vorige kabinetten op het gebied van het bevorderen van innovatie via de onderwijssector teruggedraaid? Ziet de minister dat deze maatregel denivellerend kan werken? Voorzitter. Om verder afbreuk te doen aan het vertrouwen van studenten in de overheid besloten de coalitiepartijen afgelopen zomer om plannen voor een langstudeerboete aan te kondigen. Die boetes zijn al een keer onsuccesvol geïmplementeerd in ons land en zouden studenten moeten stimuleren om tijdig hun studie af te maken. Maar hierbij is geen rekening gehouden met de vele uitzonderlijke gevallen in het studentenleven. Er komt nu een brief met de precieze invulling van de maatregelen, maar ik zou de minister toch op een tweetal zaken willen wijzen. Ten eerste willen jongeren door de langstudeerboete nu al niet meer studeren. Ze zijn te bang voor de financiële gevolgen van uitloop, iets wat overigens ook minder internationale studenten aantrekt. Deelt de minister het beeld dat een opgeleide bevolking positief bijdraagt aan het bedrijfsleven en aan innovatie in Nederland? Hoe kijkt de minister naar het feit dat deze afname in menselijk kapitaal negatief zal uitpakken voor ons vestigingsklimaat? Daarnaast raakt het kabinet ook een zeer kwetsbare groep met deze maatregel, namelijk studenten met een vluchtachtergrond. Zij hebben geldige redenen om vaak wat meer tijd nodig te hebben voor het doorlopen van hun studie. Ze volgens immers een opleiding in een volledig nieuwe taal en een ander onderwijssysteem en hebben daarnaast vaker te maken met een gebrek aan financiële middelen. Het gaat hier dus om het bewust ontmoedigen van ruim 4.100 statushouders, dus mensen die hier al mogen verblijven, die door middel van een studie willen bijdragen aan onze maatschappij. Hoe plaatst de minister deze maatregelen in het kader van kansengelijkheid, wil ik hem vragen. En is de minister het ermee eens dat het effect van deze maatregel ook is dat mensen die juist willen meedoen, minder makkelijk kunnen meedoen in de samenleving? Voorzitter. Het faciliteren van opleidingen voor mensen met een vluchtachtergrond is tevens opgenomen in het Tirana Communiqué. Dat is het resultaat van de meest recente evaluatie van de Bolognaverklaring. Andere initiatieven zoals het stimuleren van uitwisselingsprogramma's en het garanderen van academische autonomie zijn er ook in opgenomen. Er wordt specifiek op gedoeld om in 2030 een inclusief, innovatief en onderling verbonden hoger onderwijs tot stand te brengen in Europa. Hoe kijkt de minister naar het feit dat deze begroting haaks staat op de afspraken uit de Bolognaverklaring? Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over digitale geletterdheid. Dat is in deze tijden een belangrijke vaardigheid en een essentiële sleutel tot kansengelijkheid. Maar nog niet ieder kind heeft nu toegang tot de middelen om de digitale geletterdheid te ontwikkelen. Wij zien dat organisaties meer aanvragen binnenkrijgen voor de schoolspullenpas dan zij kunnen betalen van subsidies. Het gaat dan om de meest basale voorzieningen voor kinderen, zoals rekenmachines, zodat zij volop kunnen meedraaien met de vakken op hun scholen. Ik vraag de staatssecretaris of zij het ermee eens is dat dit gat zo snel mogelijk gedicht moet worden om de kansenongelijkheid in het land tegen te gaan. Daarnaast is digitale geletterdheid momenteel niet wettelijk als kerndoel opgenomen in het curriculum. Met de publicatie van de conceptkerndoelen voor digitale geletterdheid zijn scholen aangespoord om dit onderwerp op te nemen in hun curriculum, maar zij ontvangen nauwelijks sturing bij het implementeren van deze materie en schakelen daarom vaak hulp in van geprivatiseerde onderwijsadviesbureaus. Deze bedrijven bieden ondersteuning aan scholen die nieuwe vakken zoals digitale geletterdheid of andere kerndoelen willen implementeren, maar die worden door het ministerie niet inhoudelijk getoetst aan de hand van een kwaliteitskader. We zien daarom dat er een ondersteuningssector is gegroeid waarin je een wildgroei aan eenmanszaken ziet sinds de privatisering in 2006. Van de ruim 3.400 geregistreerde bedrijven zijn er inmiddels ongeveer 3.115 zzp'ers. Deze bedrijven leveren dus ongetoetst en ongecoördineerd advies aan scholen. Dat levert weer een versnipperd onderwijsstelsel op. Dit heeft als gevolg dat de onderwijsinspectie en daarmee ook de politiek geen sturing kunnen geven en geen controle kunnen uitvoeren op onder andere de behaalde kennis en vaardigheden van kinderen en op de kosten. Ziet de minister ook een conflict in de wildgroei aan eenmanszaken in de onderwijsondersteuningssector en kan de minister uitleggen welke stappen hij neemt om de ongereguleerde groei in te perken? Dank, voorzitter.
Versie 7a83a4c4a47e6c2959480299df3eccccc9ef5c9859af8a0b8f6eeb5339213cc9 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.