KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 1 jul 2025 · Tweede Kamer

Voorstel van wet van de leden De Hoop en Olger van Dijk tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 in verband met het mogelijk maken van provinciale inbesteding van openbaar vervoerconcessies (Wet provinciale inbesteding vervoerconcessies) (36569) 1TK

Brontekst

De heer Soepboer (NSC): We gaan met de botte bijl erdoorheen, voorzitter. Voorzitter. Het gebeurt niet elke dag dat Kamerleden met een eigen wetsvoorstel komen. In moties zijn we hier heel goed, maar in eigen wetsvoorstellen toch iets minder. Dat recht hebben zij wel. Het is mooi als daar ook gebruik van wordt gemaakt. Daarom wil ik mijn bijdrage beginnen met een woord van dank aan de indieners van dit wetsvoorstel: mijn eigen collega, de heer Olger van Dijk, en de heer De Hoop. Ook richt ik mijn dank tot hun medewerkers, de medewerkers van de heer De Hoop, Jaap van der Heijden en Jan Daenen, en de medewerkers van mijn fractie, Daniël 't Hart en Maurits de Lint. Hartelijk dank. Er gaat enorm veel werk zitten in het schrijven van zo'n wetsvoorstel, meer dan mensen denken. Het is een belangrijk deel van ons werk. Voorzitter. Dan gaan we toch naar de inhoud. Vandaag hebben we het over het openbaar vervoer. Overal in Nederland, van Den Haag tot Arnhem en van Zuid-Limburg tot, jawel, Fryslân, wordt het openbaar vervoer geregeld door middel van zogenoemde concessies. Daarmee worden vervoersbedrijven gecontracteerd om bepaalde lijnen te rijden. De impact van deze relatief onbekende concessies op het dagelijks leven van mensen is enorm. Het is het verschil tussen één keer per uur, één keer per dag of soms zelfs nooit een bus door je dorp, zeker als je zelf geen auto tot je beschikking hebt. Vervoersconcessies bepalen onder andere of en hoe vaak er een bus door je dorp rijdt. Als inwoner van Nijewier, een van de allermooiste dorpjes van Nederland, dat zo'n 300 inwoners telt, weet ik precies hoe dat voelt. Voordat ik überhaupt in een trein kan stappen, moet ik twee keer in de bus, mocht ik besluiten om het openbaar vervoer te nemen. Er zijn mensen die genoodzaakt zijn om dat te doen. Gelukkig hebben we in Nederland goeie professionals met veel verstand van zaken om die concessies op te stellen en ook te beheren. Vervoersconcessies zijn misschien niet het allersexyste onderwerp. Ik zie in deze Kamer ook dat het heel vaak over andere dingen gaat. Maar juist hier raak je de mensen. Juist hier gaat het om. Juist hier kom je zo dichtbij. Voorzitter. In Europa is bepaald dat concessies openbaar aanbesteed moeten worden. Dat betekent dat een provincie of vervoerregio een concessie opstelt. Daar kunnen bedrijven vervolgens op bieden. De beste wordt uitgekozen en dan kunnen de bussen weer zo'n tien jaar rijden. Nederland houdt zich netjes aan die Europese regels, tot op de punt na. Daarbij zijn wij het braafste jongetje van de klas. Dat brengt ons tot de kern van dit wetsvoorstel: de optie tot inbesteding. Soms komt het voor dat een concessie uitgeschreven wordt maar dat geen enkel vervoersbedrijf zich meldt om die concessie uit te voeren. In zo'n geval van marktfalen kan de provincie niet anders dan tijdelijk een noodconcessie uitschrijven, oftewel een aangepaste concessie opstellen in de hoop dat daar wel vervoersbedrijven voor te porren zijn. De provincie mag dan niet een eigen vervoersbedrijf oprichten om de concessie zelf uit te voeren. Dat is gek, want van Europa zou dat best mogen. In Nederland staan we dit eigenlijk ook al toe. Enkele grote steden mogen namelijk al hun eigen vervoersbedrijf hebben. Denk aan HTM in Rotterdam en Den Haag en GVB in Amsterdam. Wat dit wetsvoorstel doet, is simpel: in het geval dat de markt faalt en er geen interesse is om busvervoer in een bepaalde regio uit te voeren, mag een provincie straks de concessie gunnen aan een eigen vervoersbedrijf. De fundamentele vraag hierachter is natuurlijk: mag de overheid het zelf doen als de markt faalt? Bij zoiets essentieels als busverbindingen op het platteland is het antwoord wat mij betreft absoluut ja. Mijn vraag aan de indieners van dit wetsvoorstel is hoe zij hiertegen aankijken. Overigens regelt dit wetsvoorstel alleen dat provincies dit mógen doen. Het zal een afweging van de provincie zelf zijn en in geen enkel opzicht een verplichting. Wat mijn fractie betreft geven wij de provincies de mogelijkheid. Wij achten provincies goed in staat zelf de afweging te maken of ze daar gebruik van willen maken. Tot slot, voorzitter. Daarna kom ik tot een afronding. Ik zie hier ook een kersverse staatssecretaris Openbaar Vervoer. Ik heb hem vorige week voor het eerst getroffen bij het notaoverleg over veerboten en ik ben blij om hem ook hier plenair te zien en hier mijn felicitaties aan hem over te brengen. Voor de staatssecretaris heb ik een kort vraagje: deelt hij de opvatting van dit wetsvoorstel dat het slechts de mogelijkheid biedt tot provinciale inbesteding? En kan de staatssecretaris aangeven welke andere Europese landen de optie tot inbesteding opgenomen hebben in hun nationale wetgeving? Daar laat ik het graag bij, voorzitter. Zoals u merkt, ben ook ik erg positief.

Versie 85d2668d4debf2c4e0067a50a3889353a514bc9f906694feb488e5d0854b6905 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 7b86087c28074b22

13 okt 2026 · ea0e1e860ec4fcea

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.