NAVO Defensie ministeriële
Brontekst
Versie f5c626af769e0ec2 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Ollongren: Dan ga ik langs de vragenstellers. Ik begin bij de heer Krul, die inmiddels niet meer hier is, maar ongetwijfeld meeluistert of laat luisteren naar de beantwoording. Hij verwees naar het Clingendaelrapport. Hij vroeg hoe we nu, met dat rapport in de binnenzak, kijken naar bijvoorbeeld een tankbataljon. Ik wil die vragen gebruiken om op een iets hoger abstractieniveau te antwoorden, want wij kijken eerst natuurlijk naar de NAVO en de manier waarop de samenwerking binnen de NAVO het sterkst is. Dat breng ik altijd bij de NAVO onder de aandacht. Op die wijze kijken we ook naar onze investeringen in de krijgsmacht. Dus wat is de capaciteitsbehoefte bij de NAVO en tot wat voor doelstellingen leidt dat bij de verschillende bondgenoten? Aangezien dat proces nog gaande is, kan ik daar niet op vooruitlopen. We hebben natuurlijk onze oude NAVO-doelstellingen. Die hebben medebepaald dat we bij de Defensienota vorig jaar gekozen hebben om te investeren in het op orde brengen van het fundament van de krijgsmacht. Dat zijn natuurlijk allemaal zaken die we sowieso moeten doen. Die zijn eigenlijk randvoorwaardelijk voor het realiseren van de toekomstige plannen. Daar hebben we natuurlijk vaker met de Kamer over gesproken. Dat heeft geleid tot het wegnemen van bepaalde shortfalls en investeringen in shortfalls, zoals de deep precision strike en de genoemde helikopters voor de SOF. Dat doen we niet omdat de NAVO ons dat vroeg, maar omdat wij anticiperend op de toekomst dachten dat het wel verstandig was om dat vanuit Nederland te doen. Daarmee hebben we het huidige budget, zoals we het nu hebben, dus ingevuld en belegd. Wat betreft verder weg kijken en mogelijke budgettaire ontwikkelingen kunnen we in de toekomst nieuwe keuzes maken om de krijgsmacht verder te versterken, maar vind ik het wel heel belangrijk dat we steeds kijken naar het totaal van wat de NAVO nodig heeft, hoe je dat het beste kunt verdelen en wat de beste toegevoegde waarde is vanuit Nederland. De onderzeese infrastructuur. We hebben daar onlangs ook een debat over gehad met collega Harbers erbij. Het CDA en de VVD hebben er natuurlijk vaak op gewezen hoe belangrijk het is om die onderzeese infrastructuur te beschermen. Ik heb toen ook betoogd dat we dat goed in de gaten houden. Dat doen we natuurlijk bij de diensten, dus de Kustwacht en de marine. We hebben altijd een schip van de wacht gereed en we kunnen bijstand verlenen. We hebben al bepaalde capaciteiten; ik heb de vorige keer verteld over de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen, die ook met onbemande systemen zullen kunnen gaan werken, en capaciteiten om de zeebodem in kaart te brengen. Maar ik denk dat, behalve dat we dit allemaal moeten doen en daarmee verder moeten gaan, het allerbelangrijkste is dat we nog beter die internationale samenwerking vormgeven. Daarom ben ik blij dat daar vanuit de NAVO een coördinatiecel voor is ingericht, dat de NAVO daarvoor in de EU kennis en informatie uitwisselt, en dat we dat met name met onze Noordzeepartners steeds intensiever doen. Volgende week is er een bijeenkomst van de JEF met de ministers van Defensie. Dan staat dit hoog op de agenda, dus ik hoop dat u daar volgende week wat meer van zult horen. Dan de 2%. Dat was de laatste vraag van de heer Krul. U bent erover geïnformeerd dat er in Vilnius sowieso een afspraak wordt gemaakt over de defence investment pledge. Omdat de secretaris-generaal van de NAVO dat steeds zegt, is de verwachting dat de 2% een bodem zal worden. Dat zal zijn inzet zijn. Binnen de NAVO starten de onderhandelingen over de tekst binnenkort. Die zijn dus nog niet begonnen, maar gaan wel heel snel beginnen. Als die teksten er zijn en daarover gesproken gaat worden, gaan we daar ook binnen het kabinet over spreken. Dat is dus het moment waarop we ons standpunt gaan bepalen als kabinet. Voor mij is het duidelijk. Het dreigingsbeeld is verslechterd. Defensie is belangrijk en Defensiesamenwerking is belangrijk. Ik denk dus dat dit het moment om daarop door te pakken en consequent te zijn in je keuzes. Het is natuurlijk voor een organisatie als het ministerie van Defensie of de Nederlandse krijgsmacht heel erg belangrijk om daarbij meerjarige financiële zekerheid te hebben.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Verder bij de Tweede Kamer
Externe officiële informatie