KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 4 feb 2026 · Tweede Kamer

Verkeersveiligheid

Brontekst

Minister Van Oosten: Dank u wel, voorzitter. Ik wil mijn bijdrage beginnen met het blokje alcohol en drugs. Ik deel met u dat het verdrietig is om vast te stellen dat het aantal mensen dat een proces-verbaal is opgelegd vanwege het gebruik van alcohol opnieuw is gestegen. Dat is gewoon heel ernstig. Het is terecht dat u daar allemaal aandacht aan geeft. Om die reden is het ook goed om vast te stellen dat we in maart dit jaar met elkaar de Wet verbetering aanpak rijden onder invloed gaan behandelen, met inbegrip van een ander wetsvoorstel. Ik moet even spieken hoe dat heet, want ik haal dat steeds door elkaar met een andere. Het gaat om de alcoholmeter, wat iets anders is dan het alcoholslot; daar kom ik dadelijk nog even op terug. Beide wetten zijn van grote betekenis, omdat je het dadelijk uitvoerbaar kan stellen op het moment dat iemand in hoger beroep gaat. Iemand is dan al voor iets veroordeeld, maar in hoger beroep kan dat weer worden ingenomen of worden veranderd. Het gaat erom dat je kunt zeggen: tot die tijd mag u toch niet de weg op. Het heeft ook betrekking op de mogelijkheid om te zeggen: op het moment dat je je niet aan voorwaarden houdt, leggen we vervangende hechtenis op. Zo zijn er nog wat andere maatregelen die echt ingrijpen in de vrijheid die iemand misschien ervaart om desondanks wederom met alcohol achter het stuur te gaan zitten. Dat willen we namelijk niet. Ook wijs ik u op de wet-Mulder en de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten. Die zijn c.q. worden op dit ogenblik geëvalueerd. Ik verwacht dat u rond de zomer de beleidsreactie krijgt. Pin me niet vast op het precieze moment. Het is ook wel chique om daar even wat ruimte voor te geven aan het nieuwe kabinet. Ik denk dat er voor u alle mogelijkheid is om dan ook door te gaan op het punt van alcohol. Dan maak ik de stap naar de vraag die de heer Stoffer mij onder meer stelde. Met hem ben ik benieuwd naar het antwoord, dus ik zeg hem toe dat ik dat verder verkend wil hebben en opgenomen wil hebben in de brief die u elk halfjaar krijgt. Zijn vraag heeft betrekking op het inhouden van het rijbewijs. Dat gebeurt af en toe om redenen, maar je krijgt het dan na zes maanden weer terug. De heer Stoffer gaf dat voorbeeld. Ik wil goed bekeken hebben of dat de weg is die we moeten willen blijven houden. Ik zeg u dus niet toe dat we het per se gaan veranderen, maar ik zeg u wel toe dat we dat verder verkennen en dat ik u daar verslag van doe in de brief die u, naar ik aanneem, elk halfjaar krijgt. Dat zal dus rond de zomer zijn. Dan kunt u met elkaar de discussie voeren. De heer Stoffer vroeg mij ook naar het aantal controles en staandehoudingen. Ik zeg u graag toe dat ik jaarlijks in de verkeersbrief blijf opnemen hoeveel alcohol- en drugscontroles er hebben plaatsgevonden en hoeveel processen-verbaal er zijn opgelegd. Ik heb die informatie. Ik ga ervan uit dat u die eerder ook heeft gekregen, maar laten we dat als een toezegging noteren; dan staat dat. Dat zeg ik u niet toe, zeg ik via de voorzitter tegen de heer Stoffer, met betrekking tot het specifieke aantal testen of het aantal auto's dat je hebt geregistreerd of hebt zien voorbijtrekken bij een alcoholcontrole. Als het zo specifiek moet worden, dan voorzie ik echt een te zware administratieve last bij de politie. Dat vind ik niet juist. We moeten ervan uit kunnen gaan dat de politie dat werk doet. U krijgt te zien hoeveel alcoholcontroles er plaatsvinden. We kunnen dan misschien wel, als ik daar wat meer informatie over heb, in zijn algemeenheid bespreken over hoeveel auto's het ongeveer zou kunnen gaan. Maar als we die last echt bij de politie neerleggen, dan gaat dat ten koste van het blauw op straat. Ik zie de heer Stoffer knikken om aan te geven dat dat zijn bedoeling niet was. Dan het alcoholslot. Ook daar is een vraag over van de heer Stoffer. Het alcoholslot is dus wat anders dan de alcoholmeter, waar ik het net over had, maar in dit gezelschap hoef ik het verschil niet te duiden, neem ik aan. Het is inderdaad de bedoeling om die verkenning voor de zomer te hebben afgerond. Ik vind dat het aan het nieuwe kabinet is om een besluit te nemen over de invoering en de snelheid daarvan, maar het doel is absoluut om u daar voor de zomer nader over te informeren. We hebben allemaal kunnen lezen wat er op dat vlak in het coalitieakkoord staat. Ten slotte nog drugs. Dat onderwerp hangt er een heel eind mee samen, maar dat krijgt toch even apart aandacht. Er staat hier niet bij van wie deze vraag over de handhaving was, maar volgens mij was die van meneer Jumelet. Of ben ik in de war? Nee, dat klopt. De handhaving op drugsgebruik in het verkeer neemt elk jaar toe. In 2017 zijn we daarmee begonnen. Het ging van 1.500 toen naar bijna 21.000 in 2024. Bijna elke zaak waarin sprake is van een positief bloedonderzoek boven de grenswaarden leidt tot strafoplegging met een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie of een vonnis van de rechter. Mij zijn geen knelpunten bekend. Daarnaast is er educatie en een maatschappelijke normverandering nodig. Dat is denk ik minstens zo belangrijk. Ik weet dat het geregeld voorkomt dat daar door de rechter specifiek een bijzondere maatregel voor wordt opgelegd, wat mij zeer wenselijk lijkt in een situatie zoals beschreven. Wellicht is dat iets — die suggestie doe ik u ter hand — om ook mee te nemen bij de evaluatie van beide wetsvoorstellen die ik u net aan het begin meegaf, omdat dat prima momenten zijn om het juist in wat algemenere zin te bespreken. Dan zou u nog verbeterstappen kunnen doen. Voorzitter. Dan de boa's. Onder meer de heer Van Asten had daar een vraag over. We hebben de brief over het hele boa-bestel — dat noemen wij de boa-brief — via de commissie voor Justitie naar de Kamer gestuurd. Wat nog niet helemaal rond is en nog verder besproken moet worden met de ketenpartners — ik ben nooit zo'n fan van dat woord, maar toch — is of er knelpunten zijn in de sfeer van bevoegdheden voor boa's als het gaat om verkeershandhaving. Dat is onvoldoende helder, dus dat moet goed uitgedacht worden. U vroeg naar knelpunten in bevoegdheden, meen ik, dus ik noem dit er toch maar specifiek bij. Minstens zo belangrijk is dat we ons ook realiseren dat je vaak wat meer specialistische kennis, training en kunde nodig hebt dan nu wellicht van de boa's verlangd wordt. Je hebt het dan al snel over gemotoriseerd verkeer in plaats van het ongemotoriseerde verkeer; zeg maar controles op fietsen. Je ziet ook dat veel boa's controleren op verkeerd parkeren en dat soort zaken. Het gaat dan niet per se om verkeersveiligheid, maar het hangt er wel mee samen. Bij gemotoriseerd vervoer heb je het wel een klein beetje over een wat ander chapiter dat kennis, opleiding en middelen vergt. Over die bevoegdheden wil ik u terugrapporteren of er hiaten zijn. Ik kan dus de toezegging doen dat ik u dat laat weten. Of je die opgelost wil hebben of wil veranderen, dat laat ik aan het volgende kabinet. Maar dan moeten we eerst weten wat het is. Dan een vraag van de heer Jumelet over straatraces. Nee, er zijn geen landelijke afspraken, een landelijke hotspotaanpak of iets dergelijks. Dat is echt aan de lokale driehoek. Ik heb er zelf ook weleens wat ervaring mee opgedaan en toen hebben we er een drempel op gelegd. Ik zou dat overigens niet overal willen aanraden, want dat kan ook weer tot allerlei … Het is heel belangrijk om daar wat maatwerk toe te passen. Dan de fatbikes. Daar heb ik iets meer vragen over gekregen, onder meer de vraag wanneer alle gemeenten over rollentestbanken gaan beschikken. Dat zal niet gebeuren, maar wel bij alle politie-eenheden. Dat is overigens ook het geval. Via de basisteams van de politie wordt dat natuurlijk wel gevoeld in gemeenten. De politie-eenheden kunnen dan ook kiezen waar de inzet moet plaatsvinden. Dan de handhaving rondom fatbikes in het bijzonder. Ik heb geen geluiden vernomen over knelpunten of problemen bij de handhaving met de rollenbanken. Ik heb al gezegd dat die bij de eenheden beschikbaar zijn. Je moet die dan natuurlijk inzetten en daar een verdeling voor maken. Als het gaat om ongekeurde e-voertuigen, dus elektrische voertuigen, zien we wel een forse stijging: van 643 in 2023 naar 4.845 in 2024. Dat zijn overigens vaak fatbikes, maar soms heb je wat discussie: is het nou een fatbike of niet? Ik zou dat aantal als positief willen omschrijven als het gaat om de handhaving, maar ook als negatief. Want in the end wil je natuurlijk niet dat er allerlei ongekeurde voertuigen zijn, laat staan aan de kant van de weg zwerven. We hebben ook wat discussie met elkaar gevoerd. We hebben later ook een uitspraak gehad over die 25 kilometer; daar refereerde u ook aan. Er zijn mogelijkheden versterkt om daarop te kunnen handhaven. Die uitspraak van de rechter biedt op dat punt ook perspectief. Ik denk dat we het heel goed moeten blijven volgen. Op het gebied van veiligheid heb je in het hele justitieapparaat en in het bijzonder de politie natuurlijk altijd keuzes te maken; die keuzes worden vaak lokaal gemaakt. Ik denk dat we met elkaar goed moeten volgen of het ook goed uitpakt. De uitspraak van de rechter biedt op dat punt perspectief, vind ik. De heer De Groot vraagt naar de aparte categorie voor fatbikes en of de inbeslagname dan ook beter geregistreerd kan worden. Dat staat in het coalitieakkoord. Daar verwijst hij ook naar. Ik vind het niet mijn rol om vanuit mijn positie als demissionair minister in het kabinet-Schoof daarop te reflecteren. Dat laat ik aan de opvolger, maar ik lees het net als de heer De Groot ook terug. Ik kom op mijn laatste kopje. Ik praat maar gewoon door, hoor, meneer De Groot, totdat ik word onderbroken.

Versie b3806d7b7ad814d2056e986e160c3d8b34a8e70c12922c7a658ebcb1e40e0d86 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 160327fc43133429

12 okt 2026 · 77a3bb9901625f3b

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.