KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 8 sep 2025 · Tweede Kamer

Nationaal Programma Ruimte voor Defensie

Brontekst

Staatssecretaris Tuinman: Het voordeel is dat de huidige directeur van Rijkswaterstaat een oud-commandant van de Landmacht is, en ook nog eens van de categorie genietroepen, die zich in zijn carrière specifiek op dit soort zaken richtte. We hadden toen nog een Dienst, Gebouwen, Werken en Terreinen, DGW&T. Een deel van de gemoedsrust zit dus daarin. Ten tweede zijn we natuurlijk heel specifiek en nauwgezet hiermee bezig. Enerzijds doen we dat op internationaal vlak, binnen de Europese Unie. We hebben natuurlijk gezien dat, met alle plannen en whitepapers die er liggen, militaire mobiliteit wel degelijk hoog op de prioriteitenlijst staat, zoals u ook aangaf. Er liggen nog wat zaken met betrekking tot het MFK, het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie. Maar goed, daar ga ik niet over. Daar gaan de minister van Financiën en de minister van Buitenlandse Zaken over. Ik kan er wel over zeggen dat het een prominente plek in het geheel heeft. We zijn nu ook bezig om samen met de Duitsers een non-paper op te stellen dat zich specifiek richt op militaire mobiliteit op dat vlak, in het besef dat Nederland een hele specifieke rol heeft in de NAVO-plannen. Daar is niks geheims aan; dat weet iedereen wel. Het is natuurlijk de in- en doorvoerhaven van onze transnationale bondgenoten, dus de Britten, de Verenigde Staten en Canada. Het moet uiteindelijk door drie multimodale corridors richting het oosten. Dat nemen we dus zeer zeker mee. We kijken ook — daar zijn we net mee gestart — naar het grootonderhoudsplan van IenW, zoals u ook aangaf. De financiering zit daar ook in. We kijken wanneer welke brug, weg of duiker aan de beurt komt. We hebben ook een goed inzicht in waar de militairemobiliteitsaspecten zitten. Uiteindelijk ga je dat samen doen. Met betrekking tot de militaire mobiliteit kijken we ook naar het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Daarin proberen we een aantal van die behoeftes te clusteren, zodat je dat allemaal daadwerkelijk goed verankert, nationaal maar voornamelijk internationaal. Ik kom daar straks specifiek bij Zeewolde en Staphorst nog verder op terug. Voorzitter. De heer Ellian vroeg of de stas bereid zou zijn om alle infravraagstukken met prioriteit mee te nemen bij de uitwerking van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Ik heb net al even aangegeven hoe dat proces er nu uitziet. We pakken dat zowel internationaal, nationaal als regionaal op. Ik waardeer ook iedere stap naar voren van gemeentes en provincies. Ik zie de burgemeester en wethouder van Staphorst hier zitten. Ik ben ook bij ze langs geweest. We hebben op alle locaties gestaan. Ik heb op de rotonde midden in Staphorst gestaan, waar ook de munitietransporten op dit moment langskomen, en heb de topdrukte van het verkeer gezien. Ik heb ook gezien wat dat uiteindelijk betekent, maar specifiek daarover zal ik straks ook wat meer zeggen. Ik ben het er ook mee eens dat de vragen en aandachtspunten zoals die door de verschillende regio's zijn benoemd en die uw leden zojuist ook naar voren hebben gebracht, bijdragen aan de realisatie van de Defensiebehoefte en aan het draagvlak in de regio. U hoeft mij en mijn team niet uit te leggen dat als we het hebben over een munitiecomplex, het dan dus niet alleen gaat over het munitiecomplex — daar kun je iets in opslaan en daar moet iets in — maar dat het er voornamelijk over gaat dat op het juiste moment de juiste spullen eruit komen die naar een andere plek moeten; dat moet je dus als geheel beschouwen. Met de provincies en de gemeenten voer ik constructieve gesprekken en dat blijf ik ook doen om die inpassing straks — dat is niet nu — goed voor elkaar te krijgen. Ik zal daarnaast ook met de andere departementen en bewindspersonen in gesprek blijven, zeker met de minister van IenW, maar ook met de staatssecretaris van IenW. In elke ruimte die we hebben in een onderraad of een mr gaat het over het algemeen over dit soort dingen. Het gaat niet altijd over de daadwerkelijke behoefte, maar zeker wel over de vraag hoe je dat proces nu goed en slim in moet richten, zodat we uiteindelijk allemaal die stappen in de juiste volgorde zetten en met de juiste waardering voor iedereen die ook een stap naar voren zet. Mevrouw Dobbe stelde dat mensen het gevoel hebben dat alles al besloten is en stelde de vraag waar mensen hun inspraak op kunnen hebben met betrekking tot die voorkeurslocatie. In het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie hebben we natuurlijk een voorfase gehad met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en vervolgens een eerste trechtering. In die eerste trechtering hebben we de eerste niet-kansrijke locaties laten afvallen, ook op het verzoek van uw Kamer om zo snel mogelijk duidelijkheid te creëren. Daar is een zienswijze overheen geweest; dat was de eerste fase. De tweede fase is dat we uiteindelijk naar definitieve voorkeursalternatieven van het kabinet zijn gegaan. Dat besluit ligt er; dat heeft u ook van ons gehad op 23 mei. Daar is een tweede zienswijzenfase overheen gegaan. Die is nu een aantal weken afgelopen, volgens mij een week of zes. Die zienswijzen hebben we uiteindelijk allemaal binnen en die zijn we met elkaar nauwgezet, zorgvuldig en navolgbaar aan het analyseren op wat de trends zijn, dus de ontwikkelingen en de grote zaken, maar ook op wat de echt schrijnende gevallen zijn, zodat we daar straks goed naar kunnen kijken om die daadwerkelijk in te passen. Het gaat om ongeveer 2.000 zienswijzen op al die 56 verschillende behoeftes. Daar komen we nog op terug. Die nota van antwoord zullen we met het kabinetsbesluit publiceren. Daar wil ik wel bij aangeven dat op het kabinetsbesluit, dat aan het einde van het jaar genomen zal worden, geen bezwaar of beroep mogelijk is, zoals we dat in Nederland met de Omgevingswet hebben geregeld. Later, in de realisatiefase, is daar wel gelegenheid toe, op basis van de ruimtelijke procedures die gevolgd worden bij de gebiedsprocessen voor de afzonderlijke projecten, ook met betrekking tot de inpassing. Mevrouw Dobbe vroeg ook hoeveel ruimte er nou echt nodig is om te voorzien in wat de NAVO van Nederland verwacht. Laat me duidelijk zijn: het gaat niet zozeer over wat de NAVO van ons verwacht, maar wij hebben als Nederland in de Grondwet een aantal artikelen waarin staat dat je allereerst moet zorgen voor de veiligheid en de integriteit van je eigen grenzen, bijvoorbeeld. In de tweede plaats wil ik er ook wel op wijzen dat de NAVO niet alleen artikel 5 heeft, dat gaat over bondgenootschappelijke verdediging, maar dat ze ook artikel 3 heeft. Artikel 3 stelt dat landen allereerst hun eigen zaken voor elkaar moeten hebben. Ongeacht wat de NAVO vindt en wat ze uiteindelijk neerlegt, moeten wij dus sowieso deze plannen uitvoeren. Dat wil ik wel even duidelijk gezegd hebben. De NAVO is geen entiteit an sich; de NAVO is de collectieve besluitvorming, het collectieve geheel van al die afzonderlijke lidstaten. Daarin gaat het steeds op basis van unanimiteit en veto. Defensie heeft de afgelopen jaren ook heel veel ruimte in het fysieke domein teruggegeven ten gunste van andere functies. Kazernes, vliegvelden en oefenterreinen zijn nu of natuurgebieden of woningen. Ik vind altijd dat Ede een passend voorbeeld is. Dat had vroeger 15.000 militairen en dienstplichtigen op locatie. Er was een militair vliegveld; dat ging over heel veel hectares. Nou goed, dat is nu een kleine postzegel van Defensie geworden, want er kunnen nog net 150 militairen parttime terecht. Je ziet dus ook dat we heel veel terug hebben gegeven en daar eigenlijk door de bodem heen zijn gebroken. Met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van december 2023 hebben we de minimaal noodzakelijke behoefte vastgesteld. Hoe hebben we dat gedaan? We hebben bekeken wat we eigenlijk allemaal in het buitenland doen. Daar waren ook aantal vragen over. Maar beseft u goed dat we meer dan 50% van de vlieguren in het buitenland maken. Dus alle opleidingen op het gebied van F-35 en helikopters doen we al in Amerika. En als je kijkt naar het oefenen, zeker het oefenen met de landmacht en eigenlijk elke grote oefening, dan zie je dat daar eigenlijk in Nederland geen ruimte voor is. Het gaat om de tijd- en ruimtefactoren, om hoeveel ruimte je nodig hebt om daadwerkelijk met tanks en artillerie te kunnen bewegen en trainen. Dat doen we eigenlijk allemaal al in het buitenland, in Duitsland, in Polen of in Litouwen. Dus dit moet ook echt wel gewoon in Nederland landen. Dat heeft ook geleid tot 57 concrete behoeftes. Die zijn ook opgenomen. Daarvan hebben we er uiteindelijk eentje niet kunnen realiseren. Aan het einde, helemaal als allerlaatste, zal ik daar specifiek op terugkomen, omdat dat ook een vraag was van een van uw leden. Er waren ook een hoop vragen — of laat ik het zo zeggen: ik denk eerder dat het een soort aanmoediging betrof — over hoe we multifunctioneel gebruik, specifiek het agrarisch medegebruik, oppakken. We hebben voor het NPRD — ik heb daar zelf ook altijd veel tekst en tijd aan gewijd; ik ben daar hard mee bezig geweest — het multifunctioneel gebruik van ruimte als uitgangspunt gepakt. Wat betekent multifunctioneel gebruik van de ruimte? Dat is dat je dus uiteindelijk twee of meer functionaliteiten op elkaar kunt stapelen. Waarom doe je dat? Dat doe je omdat vaak de zaken of factoren die belangrijk zijn voor een bepaalde functionaliteit bij elkaar passen. Het meest sprekende is een munitiecomplex in combinatie met natuur. Want wat heb je nodig voor een munitiecomplex? Geen recreatie. Het moet er een beetje rustig zijn. Er zijn strenge eisen met betrekking tot alles wat erin komt en wat eruit gaat. Op zich is dat ook nog wel beperkt en uiteindelijk planbaar. Als je gaat kijken naar de natuur, dan zie je dat die behoeftes juist heel erg daarbij passen. Ik geef een heel concreet voorbeeld, dat we in Staphorst gezien hebben. Er waren wat vragen over dat er een dassenburcht in de Zwarte Dennen zat. Dat klopt. Maar die dassenburcht zit op het huidige munitiecomplex. Een van de redenen daarvoor is dat je daar geen verstoring hebt door mountainbikers, hardlopers, wandelaars of mensen die hun hond uitlaten. We hebben heel veel onderzoek liggen — een aantal jaren terug is dat al naar uw Kamer gestuurd — van ecologen die zien dat Defensie en de natuurdoelen een goed huwelijk vormen. Dat gaat zowel over de biodiversiteit als de kwaliteit van de natuur. Dat is niet zozeer omdat Defensie er weinig gebruik van maakt, maar juist omdat de bedrijfsvoering ervoor zorgt dat je dat eigenlijk met natuurherstelmaatregelen voor elkaar krijgt. Als u me dat gunt, voorzitter, geef ik een allerlaatste voorbeeld. Woensdrecht is een vliegveld. Om dat vliegveld is heel veel Natura 2000, en ook schraal grasland, veldleeuwerikjes en dat soort dingen meer. Waarom is dat daar? Omdat we 30 jaar geleden zijn begonnen met het afvoeren van maaisel. Waarom? Omdat dat dan het gras dat er groeit minder voedingswaarde heeft en de grote grazers, de ganzen, daar niet komen landen. Je ziet dat je dus heel goed en mooi zaken bij elkaar kunt doen.

Versie 2ba55351515fdfff9aced1a73370d828075f2d834009b6b3e42d3bcd31a78c46 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 3b271deb0ac37f73

13 okt 2026 · 79b9327194c08d93

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.