Personeel
Personeel
statement · 28 sep 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Jagtenberg (D66): Voorzitter. Veel van wat vrouwen nodig hebben, maakt Defensie uiteindelijk ook een betere werkgever voor iedereen. Daarom heb ik vandaag de actieagenda Sterke vrouwen, sterke defensie gepresenteerd aan de staatssecretaris. Hij heeft al vaker zelf gezegd dat hij een vader van drie dochters is. Ik denk dat de staatssecretaris hier dan ook wel raad mee weet. Ik heb een aantal vragen. Wie is er binnen Defensie eindverantwoordelijk voor het behalen van de doelstelling van 30% vrouwen? Is de staatssecretaris bereid om één generaal expliciet met deze opdracht te belasten? Waarom worden vrouwen eigenlijk nog verplicht om een rok te dragen op plechtige momenten? En hoe wordt ervoor gezorgd dat veilig en inclusief leiderschap daadwerkelijk meeweegt bij selectie, beoordeling en bevordering van leidinggevenden? Dit is in lijn met de hierover aangenomen motie-Bamenga. Voorzitter. Het behouden van vrouwen én mannen gaat ook over goede regelingen voor ouders. Zo zorgen we voor een levensloopbestendige carrière bij Defensie. Hoe kan het, vraag ik de staatssecretaris, dat de eerste negen weken van het ouderschapsverlof bij het Rijk voor 100% zijn doorbetaald, maar bij Defensie maar voor 75%? Is de staatssecretaris bereid dit op te brengen in de gesprekken met de vakbonden? Ik heb het al een aantal keer gezegd: sterke vrouwen maken Defensie sterker. Laten we ervoor zorgen dat Defensie die kracht volop kan benutten. Graag een reactie van de staatssecretaris op deze punten en op de overige voorstellen uit ons actieplan. Voorzitter. Dan een ander stukje. Afgelopen zomer was ik in Oekraïne en bezocht ik onder andere een militair trainingskamp, waar rekruten werden opgeleid voor de medische basistraining voor militairen. Een van de militairen die ik daar sprak, legde mij uit hoe door drones eigenlijk de hele oorlogsvoering en de hele medische keten zijn veranderd. Met een killzone van zo'n 40 kilometer wordt alles wat beweegt, gezien en aangevallen door drones. Het is bijna geen doen meer om gewonde militairen van het front terug te krijgen. Daarbij komt ook nog eens dat Rusland geen rekening houdt met het humanitair oorlogsrecht en zelfs medisch personeel aanvalt. Gelukkig heeft Oekraïne hier hele slimme oplossingen voor: nieuwe manieren om met robots gewonden van het front te halen, en een nieuwe planning en inrichting van de medische keten voor het behandelen van gewonde militairen en bescherming van het medisch personeel tegen drones. Hij benadrukte wel dat als de NATO de medische keten blijft inrichten zoals het dat nu doet, we veel verliezen gaan lijden, want elke seconde telt. Hij bood gelukkig ook een oplossing. Hij had een heel boekwerk — ik heb het vandaag meegenomen — meerdere boekwerken zelfs, over hoe de NATO de medische keten kan verbeteren, van de planning, de logistiek en het beschermen van medisch personeel tot het decentraliseren van die keten. Zijn voorstel was helder: zet een bilateraal samenwerkingsverband op met Oekraïne, een center of excellence, voor de militaire geneeskunde. Zo kan Nederland leren van de meest recente geleerde lessen in Oekraïne en kan Oekraïne profiteren van de hoogwaardige medische kennis en technologieën van Nederland. Zo helpen we niet alleen onze eigen medische keten sterker te worden, maar helpen we ook Oekraïne verder. Is de staatssecretaris bereid hier opvolging aan te geven? Hoe kijkt hij naar het idee om een concrete bilaterale samenwerking op medisch gebied met Oekraïne op te zetten? Voorzitter. In de Defensienota is veel te lezen over Defensie midden in de samenleving. Dat is natuurlijk heel goed, want de samenleving heeft Defensie heel veel te bieden. Een mooi voorbeeld zagen we al tijdens corona, met de Nationale Zorgreserve: een pool aan professionals die bij crises extra capaciteit leveren. Nederland is namelijk een land van vrijwilligers. Miljoenen zetten zich dagelijks in. In Oekraïne zag ik ook hoe sterk de samenleving Defensie kan ondersteunen. Ik zag stichtingen, bedrijven en vrijwilligers die Defensie ondersteunen met kennis, materieel en logistiek. Het initiatief van de Nationale Zorgreserve om Defensie ook te ondersteunen en naast de zorgreserve ook een reserve te hebben voor andere schaarse en cruciale beroepen, zoals logistiek, techniek en IT, is supersympathiek. Zo versterken we niet alleen Defensie, maar benutten we ook de kracht van de samenleving. Is de staatssecretaris bereid om het initiatief van de Nationale Zorgreserve te omarmen en ook voor andere cruciale beroepen, zoals logistiek, techniek en IT, een nationale reserve op te zetten? Wat is er tot op heden gebeurd met mijn aangenomen motie over combinatiebanen? Dat is een klein bruggetje vanuit dit onderwerp. Voorzitter. Dat is niet de enige motie waar ik nieuwsgierig naar ben, want ik gebruik de tijd die we in dit debat hebben ook graag om te vragen naar opvolging van andere moties. Eerder is mijn motie die vroeg om meer in te zetten op vaardigheden en minder op diploma's, aangenomen. Wat is daar tot op heden mee gebeurd? Ik heb dezelfde vraag over mijn aangenomen motie over het voorbereiden en structureel contact houden met het thuisfront van uitgezonden militairen. Wat betreft mijn aangenomen motie over ketenregie binnen de veteranenzorg was ik eigenlijk niet supertevreden met het antwoord dat de staatssecretaris hierover gaf in zijn laatste brief aan onze Kamercommissie. Er wordt namelijk geschreven dat er geen signalen waren voor aanvullende regie, maar in mijn betoog tijdens het veteranenoverleg gaf ik aan dat er zo'n 200 casussen lopen die dit wel echt degelijk verzoeken, en dat bij gebrek aan deze ketenregie de regie uiteindelijk bij het thuisfront komt te liggen. Dus ik vraag graag aan de staatssecretaris: op welke signalen baseert de staatssecretaris zijn conclusie? Is de staatssecretaris bereid dieper in de casussen te duiken waarbij het niet goed is gegaan? En hoe sluit deze houding aan op de wens om meer over te gaan op een brengplicht in plaats van een haalplicht? Voorzitter. Eerder hebben we ook Kamervragen gesteld over de positie van reservisten, die een belangrijke rol spelen bij de veiligheid en schaalbaarheid van onze krijgsmacht. Er werd duidelijke opvolging toegezegd. Daarover heb ik een paar vragen. Hoe staat het met de eerder toegezegde verbetering en verduidelijking van de rechtspositie van reservisten in hun arbeidsrelatie met hun civiele werkgever en met Defensie? Ook gaf Defensie eerder aan te kijken naar toekenningscriteria voor de tegemoetkoming en de hoogte van het bedrag van de tegemoetkoming. Gaat Defensie hierin concreet stappen zetten? Ik heb nog een andere vraag over reservisten: hoe verklaart de staatssecretaris de salarisbetalingsachterstanden van zo'n twee tot vier maanden die regelmatig voorkomen, zoals ook is gemeld door de vakbonden? Voorzitter, tot slot. Uiteindelijk gaat de kracht van Defensie over mensen die voor elkaar klaarstaan en die samen de verantwoordelijkheid nemen voor iets wat groter is dan zijzelf, over militairen en de samenleving daaromheen die zeggen: als het nodig is, staan wij er. Als wij toe willen groeien naar een krijgsmacht van 122.000 mensen, moeten we die kracht koesteren, ruimte geven en beter benutten. Want wie mensen de ruimte geeft om het beste van zichzelf te geven, bouwt aan een Defensie die klaar is voor de toekomst. Dank u wel, voorzitter.
Versie 801d4ec1b94320a3961a1f7864363833d8002bfdb40d949e4dd99a46cad33f74 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Personeel
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.