KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 5 okt 2026 · Tweede Kamer

Begrotingsonderdeel Handel

Brontekst

De heer Bamenga (D66): Dank u wel, voorzitter. De wereld waarin we handeldrijven, is fundamenteel veranderd. Lange tijd konden we handel vooral zien als een motor voor economische groei en wederzijdse welvaart. Vandaag de dag gaat handel steeds nadrukkelijk over macht, veiligheid en geopolitiek. We zien hoe landen tarieven, sancties, grondstoffen en technologie inzetten om hun eigen positie te versterken ten koste van andere landen. Waar macht boven recht wordt gesteld, zijn het uiteindelijk de gewone mensen die daarvoor de hoogste prijs betalen. In Sudan, Congo en Papoea zien we daarvan schrijnende voorbeelden. In die wereld kan Europa zich niet veroorloven om slechts toeschouwer te zijn. We moeten onze economische kracht beter organiseren door meer Europees samen te werken en we moeten strategische afhankelijkheden verminderen door nieuwe en gelijkwaardige partnerschappen aan te gaan. Juist wanneer handel steeds meer een instrument van macht wordt, moeten wij laten zien dat economische kracht en het recht hand in hand samen kunnen gaan. Ik ben daarom blij om te zien dat deze begroting die ambitie uitspreekt. Terwijl we aan de slag gaan met die ambitie, zie ik voor deze begroting nog drie kansen. Ten eerste: een proactieve Europese handelsagenda. Ten tweede: Europese harmonisatie van exportcontroles. Ten derde: handhaving van fundamentele normen, waarden en mensenrechten. Allereest de eerste kans die ik zie. Laten we een proactieve Europese handelsagenda opstellen. Europa heeft veel te bieden. Kijk naar chiptechnologie. Vanuit de regio Eindhoven levert ASML machines die onmisbaar zijn voor de productie van de meest geavanceerde chips ter wereld. Zonder de machines en kennis van Europese bedrijven als ASML kan de wereld de meest geavanceerde chips nauwelijks produceren. Het is technologie die cruciaal is voor technologie, van AI en smartphones tot defensie. Kijk naar de energietransitie. Europa beschikt over hoogwaardige kennis en industrie op het gebied van windenergie, waterstoftechnologie, netwerken en andere schone technologie. Kijk naar onze economische macht. Met zo'n 450 miljoen consumenten is de Europese interne markt een van de grootste ter wereld. Wie toegang wil tot die markt, kan niet zomaar om onze regels en standaarden heen. Die kracht wordt ook buiten Europa gezien. Canada zoekt juist nu nadrukkelijk toenadering tot de Europese Unie om de economische en strategische samenwerking te verdiepen. Het voorstel om Canada het eerste geassocieerde lid van de EU te maken, biedt daarom kansen. Mijn vraag aan de minister is: wat gaat dit geassocieerd lidmaatschap concreet opleveren? Wat wordt de Nederlandse inzet en met welke andere landen kunnen we op deze manier onze krachten bundelen? Voorzitter. Wat wij als Europa te bieden hebben aan technologische innovaties, kennis, bedrijven en gezamenlijke markt kunnen we het beste benutten als we samen het wereldtoneel opgaan. Dat kan bijvoorbeeld met gezamenlijke Europese handelsmissies, onder leiding van de Europese Commissie en gericht op strategische sectoren. Is de minister bereid binnen de EU te pleiten voor zulke gezamenlijke Europese handelsmissies met brede bedrijvendelegaties en kennisinstellingen in strategische sectoren? Global Gateway kan daarbij een belangrijke route zijn. Europese bedrijven en kennisinstellingen kunnen samen met lokale partners projecten ontwikkelen, maar dan moeten die partners vanaf het begin meebetalen en investeren om ook hun economie te versterken. Hoe zorgt de minister ervoor dat Nederlandse en Europese deelname aan Global Gateway aantoonbaar bijdraagt aan lokale banen, kennisoverdracht en economische ontwikkeling? Voorzitter. Dan de tweede kans die ik zie. Laten we onze exportcontroles meer Europees organiseren. Samen proactief optreden op het wereldtoneel betekent ook gezamenlijk optreden wanneer onze economische veiligheid onder druk staat. Neem opnieuw onze chiptechnologie. Als een grootmacht Nederland onder druk zet vanwege technologie die van strategisch belang is voor heel Europa, dan is dat niet alleen een Nederlands probleem, maar ook een Europese kwestie. Hetzelfde geldt voor exportcontroles. Het heeft weinig zin als Nederland de export van gevoelige technologie beperkt, terwijl vergelijkbare technologie vanuit een andere Europese lidstaat alsnog bij dezelfde eindgebruiker terecht kan komen. Ook daarin moeten we binnen Europa veel meer één lijn trekken, met gezamenlijke veiligheidsafwegingen, betere informatie-uitwisseling en zo veel mogelijk dezelfde regels en handhaving. Zeker bij snel ontwikkelde strategische technologieën, zoals chips, fotonica en kwantum, is dit belangrijk, om niet tegen elkaar uitgespeeld te worden en om zelf te kunnen bepalen welke technologie we als Europa willen beschermen vanuit ons eigen veiligheidsbelang. Is de minister bereid de evaluatie van de Europese dualuseverordening te benutten om te komen tot meer gezamenlijke veiligheidsafwegingen, verdere harmonisatie van Europese exportcontroles en een gelijk speelveld voor Europese bedrijven? Voorzitter. Dan de derde kans die ik zie. Laten we onze economische kracht hand in hand gaan met onze fundamentele waarden en mensenrechten. Een sterker Europa betekent voor mij dat we onze economische belangen behartigen zonder fundamentele waarden en mensenrechten uit het oog te verliezen. Een sterke handelspositie mag namelijk nooit worden gebouwd over de ruggen van anderen. Dat betekent dat we misstanden bij handelspartners bespreekbaar maken, dat we bereid zijn te handelen wanneer gesprekken onvoldoende opleveren en dat we kritisch kijken naar onze eigen handelsketens. Dragen die handelsketens bij aan duurzame ontwikkeling of dragen ze bij aan uitbuiting, mensenrechtenschendingen of oorlogseconomieën? Hoe voorkomt de minister dat onze handelsrelaties oorlogseconomieën versterken? Welke concrete consequenties verbindt hij aan handelspartners die blijven bijdragen aan ernstige mensenrechtenschendingen? Voorzitter. Hoe belangrijk dat is, zien we bijvoorbeeld in Papoea. In Papoea is op dit moment het grootste ontbossingsproject ter wereld gaande. Daar wordt op grote schaal bos gekapt voor onder andere palmolieplantages, terwijl de lokale bevolking onder druk wordt gezet om land af te staan. Het gaat om een voorgenomen kap van 2,3 miljoen hectare oerbos om palmolieplantages aan te leggen. Dat is ruim twee derde van het landoppervlak van Nederland aan bos. 40.000 inheemse Papoea's dreigen daarmee hun leefomgeving, cultuur, bestaanszekerheid en perspectief kwijt te raken. Niet onbelangrijk: Nederland is de grootste importeur van palmolie in Europa. Ondertussen hebben de Europese Unie en Indonesië de onderhandelingen over een handelsakkoord afgerond. Welke concrete stappen zet de minister richting Indonesië en de EU om ontbossing en schendingen van rechten van de lokale bevolking tegen te gaan? Hoe gaat hij de duurzaamheidsafspraken in het handelsakkoord daarvoor daadwerkelijk inzetten? Uit onderzoek blijkt dat palmolie uit gekapt oerwoud in de Indonesische fabrieken wordt vermengd met schone palmolie, waardoor het traceren van conflictpalmolie aan de Europese grens onmogelijk wordt gemaakt. Hoe is de minister in het kader van de Europese ontbossingsregels van plan om te voorkomen dat de conflictpalmolie de Europese markt betreedt? Wat in Papoea gebeurt, laat ook zien waarom Europese bedrijven zicht moeten hebben op hun handelsketens. Wie verantwoordelijkheid moet nemen voor mensenrechten, arbeidsomstandigheden en natuur, moet ook kunnen weten waar producten vandaan komen en waar de risico's zitten. Daarbij mogen we van bedrijven verantwoordelijkheid vragen, maar we moeten ze ook helpen om die verantwoordelijkheid waar te maken. Daarom hebben wij eerder, samen met de VVD en CDA, al een motie ingediend om de ondersteuning van bedrijven via de SER voort te zetten en te onderzoeken hoe sectorafspraken over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen worden uitgebreid naar meer sectoren. Ik heb de volgende vragen aan de minister. Hoe geeft de minister uitvoering aan deze motie? Welke stappen zijn inmiddels gezet om meer sectoren te ondersteunen? Wanneer ziet de Kamer daarvan de resultaten? Is de minister bereid om deze ondersteuning ook na afloop van het huidige subsidieprogramma in 2029 voort te zetten? Tot slot, voorzitter. De wereld waarin we handel drijven is veranderd. Europa heeft de technologische innovaties, de kennis, de bedrijven en de economische kracht om onze eigen koers te bepalen. De opdracht is wat mij betreft helder: laten we die kracht gezamenlijk organiseren, waar nodig beschermen en altijd verantwoord inzetten. Economische kracht en het recht hoeven geen tegenpolen te zijn. Ik zou zeggen: laten we als Europa het voorbeeld stellen dat ze wel degelijk hand in hand kunnen gaan. Dank u wel.

Versie bd2cbbe3064570f3f392a5abcfbf5f368f2688cbc105c2eec3b72af4cff534c7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.