Brontekst
De heer Van den Berg (JA21): Voorzitter, dank. Ik was sneller aan de beurt dan verwacht. Zeker in de WGO's is de volgorde altijd wat overhoop geschopt, dus dan is het niet zo erg als ik wat later binnenkom.
Ik trap af. Digitalisering is voor JA21 niet enkel een ondersteunend beleidsterrein, maar het is de ruggengraat van onze overheid, onze economie en onze rechtsstaat. Vrijwel iedere publieke taak, van belastingheffing tot vergunningverlening, van politieonderzoek tot digitale identificatie, is inmiddels afhankelijk van ICT-systemen. Wanneer die systemen tekortschieten, raakt dat direct burgers, ondernemers en de veiligheid van Nederland. De jaarverslagen over 2025, de slotwetten en de rapporten van de Algemene Rekenkamer geven op dit terrein een gemengd beeld. Er zijn stappen gezet, maar tegelijkertijd zien we een patroon van vertragingen, onduidelijkheden, structurele onrechtmatigheden en een overheid die op essentiële onderdelen nog onvoldoende grip heeft op haar digitale infrastructuur. Namens de fractie van JA21 wil ik mij vandaag beperken tot drie thema's: de Wet digitale overheid, digitale veiligheid en de toepassing van AI.
Voorzitter. Ik begin met de Wet digitale overheid. De evaluatie van deze wet bevat een opvallende constatering. Verschillende betrokken partijen typeren de wet als een kaderwet, waarvan de daadwerkelijke werking voor een belangrijk deel afhankelijk is van lagere regelgeving die nog niet volledig gereed is. Sterker nog, essentiële beveiligingsbepalingen zijn nog altijd niet volledig in werking getreden. Ondanks dat de Wet digitale overheid sinds 2023 van kracht is, is bovendien gekozen de overgangstermijn tot 1 juli 2028 te verlengen, waardoor overheidsdiensten die volgens de Wet digitale overheid op betrouwbaarheidsniveau "substantieel" of "hoog" zijn ingeschaald, tijdelijk nog toegankelijk mogen blijven via een lager betrouwbaarheidsniveau.
Dat roept enkele fundamentele vragen op voor JA21. Kan de staatssecretaris verduidelijken wat de praktische betekenis is van een wettelijke norm als de bepalingen die de veiligheid en betrouwbaarheid moeten waarborgen nog jarenlang in een overgangssituatie blijven verkeren? Kan de staatssecretaris toelichten hoe de verlenging van de overgangstermijn zich tot de gewijzigde eIDAS-verordening verhoudt, die van lidstaten verlangt dat zij al aanzienlijk eerder ondersteuning bieden voor een Europese digitale identiteit? Kan de staatssecretaris eveneens toelichten of door de verlenging het risico bestaat dat Nederland wederom achter Europese ontwikkelingen aanloopt in plaats van vooroploopt? Wat betekent dit voor de digitale soevereiniteit? Zo nee, welke gevolgen kan deze verlenging met zich meebrengen?
Voorzitter. De evaluatie van de Wet digitale overheid laat ook zien dat er bij uitvoeringsorganisaties en marktpartijen nog veel onduidelijkheid bestaat over het Stelsel Toegang. Dat is problematisch. De wet beoogt immers concurrentie mogelijk te maken tussen publieke en private middelen voor digitale identificatie, maar concurrentie kan alleen ontstaan wanneer partijen weten welke technische eisen er wanneer gaan gelden. Kan de staatssecretaris daarom een harde datum roepen waarop de technische specificaties, beveiligingseisen en koppelvlakken definitief worden vastgesteld? Kan de staatssecretaris ook toelichten welke onderdelen van het Stelsel Toegang momenteel als kritiek pad worden aangemerkt en welke risico's nog bestaan voor verdere vertraging?
Voorzitter. Dan het tweede punt: de digitale veiligheid. De Algemene Rekenkamer is op dit punt buitengewoon kritisch. Bij Justitie en Veiligheid beschikt slechts 12% van de hoogrisicosystemen over een officiële goedkeuring dat het systeem aan de geldende beveiligingseisen voldoet. Dat heeft grote gevolgen voor de praktijk. Wanneer dergelijke accreditaties ontbreken, kan de overheid namelijk niet aantonen dat de gevoelige systemen daadwerkelijk veilig zijn. Na de ernstige ICT-problemen bij het Openbaar Ministerie zou men verwachten dat dit absolute prioriteit heeft. Kan de staatssecretaris toelichten welke juridische consequenties verbonden worden aan het structureel in gebruik houden van niet-geaccrediteerde systemen? Ik bedoel overigens de minister. Bestaat er een harde deadline waarop alle kritieke systemen moeten voldoen aan de geldende accreditatie-eisen? Indien de deadline niet wordt gehaald, welke verantwoordingsmaatregelen volgen dan richting de Kamer?
Voorzitter. De Rekenkamer wijst daarnaast op bredere tekortkomingen in de cyberweerbaarheid van de overheid. Nederland heeft de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan cybersecurity, en terecht. Tegelijkertijd constateren we dat essentiële systemen nog steeds achterlopen op de gewenste beveiligingsstandaard. Hier zou de NIS2-richtlijn, samen met de Cyberbeveiligingswet, voor moeten zorgen. Kan de staatssecretaris toelichten hoe het staat met de implementatie van de NIS2-richtlijn binnen de Rijksoverheid? Hoeveel uitvoeringsorganisaties voldoen inmiddels volledig aan de eisen van de NIS2? Nogmaals, kan de minister verder verduidelijken welke maatregelen worden genomen wanneer overheidsorganisaties zelf niet voldoen aan normen die ze tegelijkertijd wel aan bedrijven opleggen?
Voorzitter. Dan de toepassing van AI. Het kabinet investeert in initiatieven zoals GPT-NL en VLAM-chat. Dit heeft tot doel digitale autonomie en digitale soevereiniteit. Het doel zal behaald moeten worden door het ontwikkelen van eigen, Nederlandse of Europese technologieën. Hier ligt echter een belangrijk risico. De ontwikkeling van commerciële AI-systemen gaat razendsnel. Hierdoor zijn Nederlandse of Europese systemen al verouderd op het moment dat ze breed inzetbaar worden. We lopen achter op technologie, terwijl we zelf nog aan het ontwikkelen zijn. Kan de staatssecretaris daarom verduidelijken hoe wordt voorkomen dat publiek gefinancierde projecten technologisch zijn ingehaald op het moment dat zij grootschalig beschikbaar komen? Kan de staatssecretaris bovendien toelichten welke concrete prestatie-indicatoren het kabinet hanteert voor GPT-NL en VLAM-chat? Wanneer worden deze projecten bovendien als succesvol beschouwd? Welke exitstrategie bestaat er wanneer de beoogde doelstellingen niet worden gehaald? Kortom, laten we het zo concreet mogelijk maken. Dat is ook de reden dat we gisteren de motie van mevrouw El Boujdaini niet hebben gesteund, omdat wij eerst nog met deze zorgen zitten voordat wij daarmee verder zouden willen.
Voorzitter. Ook SSC-ICT en DICTU experimenteren met opensource-alternatieven, zoals Nextcloud. Dat is positief in het kader van digitale autonomie, maar tegelijkertijd moeten we ook hier onderkennen dat in cloudomgevingen altijd bepaalde risico's blijven bestaan, bijvoorbeeld op het gebied van gegevensverwerking, toegang tot data en afhankelijkheden in de onderliggende infrastructuur. Die risico's verdwijnen niet volledig door over te stappen op een ander type leverancier of softwarepakket. Juist daarom is het van belang dat de keuze voor nieuwe of alternatieve werkplekken niet alleen wordt ingegeven door geopolitieke of strategische overwegingen, maar ook simpelweg door aantoonbare, technische, juridische en operationele gelijkwaardigheid.
Kan de staatssecretaris toelichten hoe wordt geborgd dat een eventuele brede overstap naar alternatieven zoals Nextcloud pas plaatsvindt wanneer is aangetoond dat deze oplossingen voldoen aan alle eisen op het gebied van beveiliging, continuïteit, interoperabiliteit en gegevensbescherming? Kan de staatssecretaris verder bevestigen dat bij de afweging tussen bestaande en alternatieve oplossingen niet vooraf wordt uitgesloten dat grote internationale aanbieders een rol blijven spelen zolang zij aantoonbaar voldoen aan de geldende publieke eisen?
Voor JA21 is daarbij het uitgangspunt dat Nederland moet investeren in Europese en nationale alternatieven om strategische afhankelijkheden te verminderen, maar dat een overstap alleen verantwoord is als de alternatieven daadwerkelijk gelijkwaardig zijn qua functionaliteit, veiligheid en betrouwbaarheid, en niet gebeurt op basis van vooraf vastgestelde voorkeuren. Kan de staatssecretaris dit toezeggen?
Er zijn twee punten die net al even in het debat naar voren kwamen en waarop ik toch nog even op deze manier wil reageren. Volgens mij zei mevrouw Kathmann dat wij niet inzichtelijk hebben wat we kwijt zijn aan big tech in Nederland. Ik hou niet zo van het frame "big tech", maar ze hebben nou eenmaal een hele grote rol binnen onze overheid. Ik wil eigenlijk toch eens de volgende suggestie opwerpen. Als we dan toch zo'n ferme relatie hebben met Microsoft, dan is mijn vraag eigenlijk: gebruiken wij Power BI voor onze overheidsfinanciën? Dan zou ons bedrag toch heel snel boven tafel moeten komen? Het is een Microsofttool, maar die geeft wel hele goede antwoorden. Dat gaat wel via Microsoft inderdaad, maar het zegt ook iets over de kwaliteit.
Dan heb ik nog een punt dat ik lastig vind. Het gaat om een breder punt in dit hele debat rondom digitale zaken. Kijk, sommige dingen zijn gewoon feitelijk, andere zijn politieke meningen, en weer andere zijn persoonlijke overwegingen. Maar als hier dingen worden gezegd over bijvoorbeeld datalekken of gegevens die worden doorgespeeld aan de Verenigde Staten, dan vind ik dat we wel bij de feiten moeten blijven, zeg ik zonder er nu politiek op in te gaan. Ik denk dat we allemaal gewoon kunnen teruglezen wat het Huis van Afgevaardigden heeft gevraagd aan partijen, om gegevens te delen. Ik zie het een beetje als een parlementaire enquête. Dan moeten bedrijven simpelweg inzage geven in hun eigen communicatie. Daar valt iets over te zeggen, maar laten we hier niet doen alsof er actief gegevens van ambtenaren worden doorgespeeld aan de Amerikaanse overheid. Dat is volgens mij niet zo. Daar zou ik graag ook een reflectie op willen van het kabinet.
Voorzitter. Dan kom ik tot mijn afronding. Wanneer wij alle jaarverslagen, slotwetten en Rekenkamerrapporten naast elkaar leggen, ontstaat er één duidelijke conclusie. Het grootste probleem van de Nederlandse overheid op het gebied van digitalisering is niet een gebrek aan ambities; dat is duidelijk. Het probleem is de uitvoering. Digitalisering vraagt om duidelijke wettelijke kaders, uitvoerbare regelgeving, tijdige implementatie, transparante verantwoording en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Ik dank u wel.
Versie 4e868ae44982051bda460524123d6a4d894b155a0274d3b0746c78654700ef2f · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.