KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 18 jun 2026 · Tweede Kamer

Wetgevingsoverleg over de Jaarverslagen en Slotwetten 2025 van de ministeries EZ, BZK en JenV voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering

Brontekst

Mevrouw Zwinkels (CDA): Dank u wel, voorzitter. Digitale zaken zijn gelukkig geen bijzaak meer. ICT wordt binnen de hele overheid gebruikt, maar verdwijnt in begrotingen vaak onder "apparaatskosten". Juist daarom is het goed dat we er hier in dit WGO integraal naar kijken. Het gaat om gemeenschapsgeld en de vraag wat we hiermee doen. Voor burgers en bedrijven is de vraag uiteindelijk heel simpel: merken zij daadwerkelijk of die miljarden ook leiden tot een beter functionerende digitale overheid? We spreken hier namelijk over circa 9 miljard euro aan ICT-kosten per jaar. Dat is meer dan de hele begroting van VRO of de begrotingen van Landbouw en EZ, Economische Zaken, bij elkaar. Het gaat dus ergens over en dan mogen we ook verwachten dat de Kamer goed kan controleren waar dat naartoe gaat, wat het oplevert en of dit verstandig ingezet wordt. De Algemene Rekenkamer waarschuwt op de Hoogrisicolijst voor niet-weerbare ICT, onvoldoende voorbereiding op crisissituaties, beperkte naleving op de werkvloer, bijvoorbeeld als het gaat om toegangsbeleid — wie mag waarbij? — verouderde systemen en leveranciersafhankelijkheid. Als de digitale overheid uitvalt, kunnen burgers hun zaken niet regelen, kunnen ambtenaren hun dossiers niet openen en kunnen publieke taken stilvallen. Voor het CDA is de kernvraag daarom: is de digitale basis van de overheid betrouwbaar, weerbaar en controleerbaar genoeg? Voorzitter. Ik begin bij BZK. Het is positief dat de onvolkomenheid op toezicht op rijksbreed IT-beheer is opgelost. Dat laat zien dat verbetering mogelijk is. Tegelijkertijd plaatst de Rekenkamer daar een belangrijke kanttekening bij. De minister van BZK heeft vorig jaar invulling gegeven aan zijn monitorende en kaderstellende rol, maar is daarvoor afhankelijk van samenwerking met andere departementen. De doorzettingsmacht van de minister is namelijk beperkt tot het eigen ministerie. De doorzettingsmacht van deze twee staatssecretarissen op Digitale Zaken is wat ons betreft cruciaal en zou vergelijkbaar moeten zijn met die van de minister van Financiën. Als digitale kwetsbaarheden er rijksbreed zijn, waarom staan we dan die versnippering en vrijblijvendheid toe? Hoe voorkomen we dat ieder ministerie telkens opnieuw het wiel blijft uitvinden? Die versnippering vergroot namelijk de kans op fouten en risico's, vraagt onnodig veel ambtelijke capaciteit en gaat ten koste van de slagkracht en de snelheid van de overheid. Graag een reactie van de staatssecretaris. Neem de digitale werkplek. Dat is veel meer dan een laptop. Het is de toegang tot dossiers, dienstverlening en besluitvorming. Valt die voorziening door een cyberaanval of een grootschalige storing langdurig uit, dan komt het functioneren van de overheid direct onder druk te staan. Juist daarom is een rijksbrede aanpak van cruciaal belang. Voorzitter. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er een compacte, deskundige digitale dienst komt met doorzettingsmacht die rijksbrede digitalisering ondersteunt, kwaliteitsstandaarden opstelt en goede ontwerpkeuzes borgt. In de tweede termijn zal ik hier een motie over indienen. Wat het CDA betreft moet de digitale dienst een stevig mandaat krijgen om in te grijpen in IT-projecten en -budgetten en kennisuitwisseling bevorderen, juist omdat departementen nu te vaak afzonderlijk keuzes maken, eigen systemen optuigen en afhankelijk blijven van externe leveranciers. Dan moet wel helder zijn wat doorzettingsmacht concreet betekent. Is inmiddels bekend onder welke bewindspersoon en welk ministerie deze digitale dienst kom te vallen en, nog veel belangrijker, weten we al wat het mandaat van deze dienst wordt? Wordt dit een echte uitvoeringsmacht die standaarden kan afdwingen of vooral een nieuwe overlegtafel? Kan deze digitale dienst straks stevig ingrijpen als ministeries afwijken van rijksbrede standaarden? En kan deze dienst eisen stellen bij aanbestedingen? Minstens zo belangrijk: hoe wordt de digitale dienst een plek waar kennis wordt opgebouwd en gedeeld? Het CDA wil namelijk niet dat de overheid structureel afhankelijk blijft van externe IT-leveranciers voor kennis die zij zelf in huis moet hebben. Welke rol krijgt de digitale dienst bij kennisuitwisseling tussen de departementen, het delen van goede voorbeelden, het opbouwen van eigen IT-vakmanschap en het voorkomen dat ieder ministerie opnieuw het wiel uitvindt? Tot slot op dit onderwerp: wanneer verwacht de staatssecretaris dat deze dienst operationeel is? Kunnen we in het volgende rapport van de Algemene Rekenkamer lezen dat door de rijksbrede aanpak deze onvolkomenheden op IT-vlak voortvarend en structureel zijn aangepakt? Voorzitter. Bij Justitie en Veiligheid zagen we dat de digitale kwetsbaarheid direct een risico vormt voor de rechtsstaat. De hack bij het OM liet zien dat een digitaal incident niet binnen één organisatie blijft. Als systemen van het OM uitvallen, raakt dat ook de rechtsspraak, het CJIB, Slachtofferhulp, de reclassering en uiteindelijk ook slachtoffers en verdachten. Het is geen gewoon ICT-probleem, maar een ketenprobleem voor de rechtsstaat. Wat zijn de lessen die hieruit getrokken kunnen worden? Voorzitter. Dan het budget. Als we miljarden aan ICT uitgeven, moeten we scherper weten wat we daarbinnen prioriteit geven. Welk deel van de ICT-uitgaven gaat naar nieuwe projecten, en welk deel naar het oplossen van de legacy, naar digitale weerbaarheid en naar het verminderen van leveranciersafhankelijkheid? Ziet het kabinet binnen de bestaande ICT-budgetten ruimte om meer te sturen op veiligheid, continuïteit en toegankelijkheid? Voorzitter. Daarmee kom ik ook bij de informatiepositie van de Kamer. De overheid geeft veel geld uit aan ICT, maar voor de Kamer blijft vaak onduidelijk waar dat geld precies naartoe gaat, welke oude systemen het grootste risico vormen, hoe groot de afhankelijkheid van externe leveranciers is en welke projecten vertragen of duurder worden. Als rapporteur heb ik samen met mevrouw El Boujdaini — dank voor de fijne samenwerking — de Algemene Rekenkamer gevraagd om het toevoegen van indicatoren aan de rapportage over Digitale Zaken. De Rekenkamer staat daar positief tegenover, en dat is belangrijk, want zonder goede indicatoren blijft het debat vaak hangen in incidenten en losse projecten. Daarom zou het kabinet jaarlijks een compacte digitale verantwoordingsbijlage moeten sturen bij de jaarverslagen of bij de rijksbrede digitaliseringsbrief. Het Rijks ICT-dashboard laat zien dat dergelijke informatie goed inzichtelijk kan worden gemaakt. Ons voorstel is om dit onderdeel te maken van de reguliere verantwoording. Het krijgt dan een structurele en centrale plaats in de parlementaire controle en daarmee de aandacht die het verdient. Is de staatssecretaris bereid om dit toe te zeggen? Voorzitter, afrondend. Een overheid die digitaal wil zijn, moet ook digitaal verantwoordelijkheid nemen. Dat betekent goede dienstverlening voor burgers, veilige systemen, eigen kennis in huis, minder afhankelijkheid van een klein aantal leveranciers en heldere verantwoording aan de Kamer, ook op dit digitale vlak. Dank u wel.

Versie 4e868ae44982051bda460524123d6a4d894b155a0274d3b0746c78654700ef2f · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 9f554374fff20f6e

12 okt 2026 · 9bcb5995338770b0

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.