Veteranen
Brontekst
Versie 15fba0ad6b40a827 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Yeşilgöz-Zegerius: Daar kom ik zo nog op. Dat zit in de mapjes die echt gaan over die concrete aanbevelingen en over wat je ook samen met OCW en dergelijke kan doen. Daar kom ik straks op. Laat ik daarbij zeggen dat ik zeker bij zo'n onderwerp als dit nergens zou willen uitstralen dat wij het idee hebben dat wij alles al doen en dat het eigenlijk af is. Ik begon al met: "alles waar het beter kan, graag". Als daarover in het veld, bij veteranen of bij Kamerleden ideeën over zijn, neem ik die dus ook graag mee. Maar ik noemde de voorbeelden in die zin dat we ons dit aantrekken en er ook volop mee bezig zijn, dus niet vanuit een houding in de zin van "dat doen we al en het is af". Ik denk dat je bij zoiets fundamenteels als onze veteranen, mensen die je nooit mag vergeten, nooit mag denken: jij hebt je inzet al gepleegd en wij gaan weer verder. Dat mag nooit. Ik ben ook altijd op zoek naar wat we nog extra zouden kunnen doen. De Ombudsman geeft daar heel veel aanbevelingen voor. Daar kom ik dus ook nog op terug. Voorzitter. Als ik dan naar de veteranenstatus mag: het debat dat hier plaatsvond, met de verschillende inzichten, is eigenlijk ook een beetje hoe het de afgelopen maanden in mijn hoofd is gegaan. Als nieuwe minister was mijn houding: als er mensen zijn die zeggen "ik vind dat deze inzet ook voor een veteranenstatus in aanmerking kan komen", waarom zouden we dat dan willen tegenhouden? Toen ben ik op de hoogte gebracht van de verschillende gevoelens die er daarover zijn. Ik snap het nu veel beter, maar dat maakt ook dat het heel erg ingewikkeld is, omdat je gewoon die beide geluiden hebt; daar moeten we ook eerlijk over zijn. Wij werken op dit moment natuurlijk wel aan het opstellen van een afwegingskader met betrekking tot deze veteranenstatus, want je wilt het zo goed mogelijk doen voor alle betrokkenen. Als er zoveel verschillende inzichten over bestaan, is dat ingewikkeld. We zijn nu aan het kijken naar het afwegingskader. Daarbij worden de opvattingen van belanghebbenden uit het veteranendomein meegenomen, zoals het standpunt van het nationaal Veteranen Platform. Moderne vormen van inzet, die we nu natuurlijk volop hebben, zoals remote piloting en cyberinzet, worden ook meegenomen, net als de inzet in het kader van hoofdtaak 1 aan de oostflank van Europa. We leven gewoon in een heel andere en in die zin ook rare tijd, maar in het grijze gebied zijn wij als Defensie heel erg actief. Hoe ga je dat dan wegen? Dat zijn we nu in kaart aan het brengen. Er wordt ook gekeken naar andere landen. Daar waren ook suggesties voor: hoe doen ze het elders? Daar kijken we ook naar. Dat moet allemaal opgeteld leiden tot een helder afwegingskader dat duidelijk maakt waarom aan een inzet de veteranenstatus wordt ontleend, zodat militairen voorafgaand aan hun missie geïnformeerd zijn. Dit is hopelijk ook het antwoord op de vraag van de heer De Groot of dat de moderne inzet is en of dat daarin zit. Dat nemen we dus heel erg mee. Laat ik daar nog wel aan toevoegen dat op het moment dat je niet in aanmerking komt voor een veteranenstatus, ook niet onder het nieuwe afwegingskader, dat niet wil zeggen dat de verantwoordelijkheid, de waardering en de erkenning vanuit Defensie, vanuit de samenleving en formeel vanuit ons verdwijnen. Dan gelden andere zaken, maar dan hebben we nog steeds een zorgplicht, dan zijn we je nog steeds dankbaar en dan is het nog steeds aan ons om dat op verschillende manieren te uiten. Dat betekent dus niet dat het minder is. Alle Kamerleden zeiden dat en dat zal ik ook blijven doen. Het is gewoon een andere status. Dat is wat het is. Dat verschil zal altijd blijven bestaan. Het afwegingskader zal altijd ergens een grens trekken, maar het is heel belangrijk dat wij allemaal op die manier blijven praten en dat wij het beleid op die manier invullen, zodat uiteindelijk niemand zich verloren, vergeten of niet-gekend voelt. Dat mag nooit het effect zijn van wat voor kader dan ook. Ik ben aangekomen bij de verschillende groepen en individuen. Mevrouw Nanninga vroeg wat er nodig is om het project rond transitie weer opgestart te krijgen en om veteranen als reservist te behouden. De transitie van militair naar burger is superbelangrijk. Voor de een gaat dat soepeler dan voor de ander. Dat heeft natuurlijk te maken met heel veel factoren. De afgelopen jaren stonden in het teken van onderzoek. Dat is inmiddels afgerond en dat heeft hele goede inzichten en voorstellen opgeleverd. Nu kijken we hoe we dit kunnen verwerken en realiseren, en hoe we hiermee aan de slag kunnen. Een heleboel van die inzichten zijn al in meer of mindere mate verankerd in de bestaande bedrijfsvoering. We zullen ervoor zorgen dat we na het zomerreces aanvullende besluiten voorbereiden voor deze voorstellen. Denk aan de veteranenspelden. Dat zijn belangrijke zaken. Ik kom even terug op de initiële vraag van mevrouw Nanninga. Veteranen worden steeds vaker als reservist behouden. Ik moet eerlijk zeggen dat wij daar ook steeds beter in worden. Je kijkt hoe je mensen bij je kunt houden. Veteranen blijven over het algemeen ook heel graag betrokken bij Defensie. Het is een enorme win-win, want ze hebben enorm veel kennis en capaciteiten, die we heel hard kunnen gebruiken. We kijken ook naar nieuwe afspraken met de sociale partners om reservist te kunnen blijven na dienstverlating, waarmee dat ook de norm wordt. We proberen dat echt te verankeren, zodat dit laagdrempeliger en makkelijker wordt.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.