Inburgering en integratie
Brontekst
Versie 0494f0ba76ba83d8 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Pieter Heerma (CDA): Dank u, voorzitter. Vorig jaar juni is er een debat geweest over ditzelfde onderwerp en is er een motie-Segers aangenomen, ondertekend door veel partijen, die het kabinet vraagt ervoor te zorgen dat er met roc's en de MBO Raad wordt geborgd dat toegankelijk inburgeringsonderwijs mogelijk blijft. De MBO Raad schrijft in aanloop naar dit debat dat zij toch wel zorgen hebben over de mate waarin dat mogelijk is, gegeven de eisen die vanuit het ministerie van Onderwijs richting mbo en roc's worden gegeven. Zij maken zich zorgen dat op dit punt de breed aangenomen motie van de heer Segers niet goed wordt uitgevoerd. Ik ben benieuwd naar de reflectie van de minister hierop. Een andere zorg die de MBO Raad uit, is dat jonge inburgeraars uit beeld verdwijnen doordat er in de nieuwe wet andere eisen zijn rondom de 600 uren, en dat internationale schakelklassen daar niet in meegerekend mogen worden. Het risico daarvan is dat jongeren eerst van school gaan voordat ze verder kunnen gaan. De MBO Raad ziet het risico dat mensen uit beeld geraken. Dus ook daar graag een reactie op. Ik kondigde net naar aanleiding van de vraag van mevrouw Maatoug al aan dat ik ook zorgen heb over duale trajecten. De brief die wij vlak voor het weekend gekregen hebben, spreekt over die duale trajecten en vooral over de pilots en de lessen die daaruit zijn getrokken. Denk aan het belang van een geïntegreerd aanbod en van samenwerking tussen verschillende partijen. Dat zijn niet geheel verrassende conclusies. Tegelijkertijd is ook hierbij het risico, net als voor de onderwijsroute, dat die duale trajecten niet overal ten uitvoer worden gelegd. Mevrouw Becker stelde zojuist ook al een aantal hele specifieke vragen, die ik onderschrijf, over de rol van centrumgemeentes, over arbeidsmarktregio's en over de tekortberoepen die er zijn. Worden daar op dit moment geen kansen gemist, juist vanuit de insteek — de WRR onderschrijft die overigens — dat de arbeidsmarkt, de werkvloer, een hele goede manier is voor mensen om te kunnen leren participeren? Welke bottleneck ziet de minister hier zelf en hoe kan die weggenomen worden? Voorzitter. Ik wil afsluiten met iets wat ik al twee keer heb aangehaald: het WRR-rapport Samenleven in verscheidenheid. Dat is volgens mij een heel mooi rapport dat over de volle breedte laat zien welke kansen en uitdagingen er zijn in het kader van inburgering en integratie. Maar het gaat vooral ook over samenleven. De WRR geeft aan dat we moeten investeren in samenleven en sociale cohesie, gelet op de diversiteit van migratie, het feit dat het steeds meer kleinere groepen worden, de grote verschillen tussen gemeentes en de grote verschillen in de duur dat mensen hier zijn. Op sommige punten moet je het wiel soms helemaal opnieuw uitvinden: wat ga je hiermee doen? Verdwenen sociale cohesie is namelijk niet zomaar terug. Maar op andere vlakken is het eigenlijk heel simpel en heel makkelijk. Het enige wat je hoeft te doen, is dingen die je toch al deed met elkaar te verbinden. Dat brengt mij op de maatschappelijke diensttijd. Je ziet dat er in verschillende gemeentes initiatieven zijn om daarmee enerzijds jongeren die die maatschappelijke diensttijd toch al moeten doen en anderzijds nieuwkomers, inburgeraars en statushouders met elkaar te verbinden. Een zoektocht op internet bracht me op een aantal initiatieven. Friend4Friend van Inholland laat jongeren die maatschappelijke diensttijd doen en inburgeraars samen vrijwilligerswerk doen. Wereldmeiden is ook een initiatief. Denk ook aan de Reddingsbrigade, die jongeren zwemles laat geven aan nieuwkomers. Dat zijn manieren om dingen die je toch al doet met elkaar te verbinden. Die dingen bouwen tegelijkertijd aan de sociale cohesie, zeker als het jongeren en nieuwkomers zijn die ook nog in dezelfde buurt of wijk wonen. Volgens mij zijn er op de Kop van Zuid — ik zie de heer Eerdmans voor me — ook allerlei initiatieven, die niet letterlijk deze initiatieven zijn, maar die daar wel aan raken. Mijn vraag aan de minister is: ziet hij dat twee verschillende dingen die de overheid doet, met elkaar verbonden kunnen worden, om de doelen die de WRR aangeeft naderbij te brengen? Als dat zo is, is hij dan bereid om te inventariseren wat voor initiatieven er allemaal zijn? Ik ben er een aantal tegengekomen, maar dat is zeker niet dekkend voor heel Nederland, zoals mevrouw Maatoug net aan mij vroeg. Wat kan de minister doen om te stimuleren dat de gemeentes die én bezig zijn met die maatschappelijke diensttijd én een grotere verantwoordelijkheid krijgen rond inburgeringsrecht beide elementen samenbrengen ten behoeve van de sociale cohesie, die zo belangrijk is? Dank u, voorzitter.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.