KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Inburgering en integratie

28 jun 2021 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0494f0ba76ba83d8 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Minister Koolmees: Ja. Ik ben nu bij het nieuwe stelsel. Is de datum haalbaar? Ja. Er zijn nog wel risico's. Bij zo'n grote stelselwijziging zijn die er zeker. Maar alle ketenpartners hebben unaniem aangegeven dat inwerkingtreding per 1-1-2022 haalbaar is. Daarmee heb ik het ook als verantwoord gezien om het door te zetten. Verder uitstel is niet aan de orde. Dat betekent wel dat er problemen zullen ontstaan. Dat is namelijk altijd zo. Die gaan we dan gewoon oplossen. Mevrouw Becker vroeg specifiek of de uitvoeringsproblemen bij de leerbaarheidstoets niet kunnen leiden tot vertraging in de wet, en of de wet van start kan zonder leerbaarheidstoets. We zijn met de ontwikkeling van de leerbaarheidstoets gestart. We hebben vanwege de uitvoeringsproblematiek — daar heb ik in de brief van vorige week uitgebreid over uitgeweid — gekozen voor centrale examinering bij DUO, maar de gemeente wel een rol gegeven in de fysieke locaties van afname en de begeleiding van de afname, juist ook om dit goed op tijd af te hebben, want DUO en COA lukte het niet. Daarmee zou het echt een probleem worden. Dit is dus zo'n voorbeeld van lopenderwijs ingrijpen. Als daar aanleiding toe is — maar die zien wij nu niet — kunnen we lopenderwijs passende beheersmaatregelen nemen. Maar ons beeld is nu dat we 1-1-2022 gaan halen wat betreft de leerbaarheidstoets. Kan de minister aangeven dat het taalniveau echt bepalend is voor de leerbaarheidstoets? De uitkomst van de toets is een hele belangrijke indicator voor het vaststellen van de leerroute van inburgeringsplichtigen. Daar hebben we het al eerder over gehad bij de wetsbehandeling. Het is een heel belangrijke indicator voor het vaststellen van de leerroute. Wel moet altijd worden gekeken naar alle relevante informatie die tijdens die brede intake wordt opgehaald. Maar alleen op basis van gegronde redenen kan worden afgeweken van het uit de leerbaarheidstoets voortvloeiende advies. Bij de wetsbehandeling hebben we daar uitgebreid bij stilgestaan. We hebben ook gezegd dat we een vinger aan de pols zouden houden en dat zouden gaan monitoren om te kijken wat daar precies gebeurt. Dan de reflectie van mevrouw Becker over de uitvoeringsketen. Ik ben het zeer met haar eens, maar vanwege de drukte en corona, maar ook de implementatie van het nieuwe stelsel, is het er gewoon nog niet van gekomen. We starten hiermee na de zomer. We willen zelfs breder kijken dan alleen de uitvoeringsketen. We willen eigenlijk kijken naar het hele proces van beleidsontwikkeling tot en met de uitvoering, om er nog meer van te leren, zullen we maar zeggen. Als we daarmee gestart zijn, zullen we u erover informeren wat het beoogde tijdpad is. Ik doe graag de toezegging dat het kabinet de vinger aan de pols houdt bij Blik op Werk. Er is goed zicht op het functioneren van Blik op Werk en er zijn korte lijntjes om de vinger aan de pols te houden. Voorts ben ik voornemens om deze vinger aan de pols in besluit en regeling vast te leggen en te formaliseren. Maar dat komt in de lagere regelgeving die we na de zomer naar uw Kamer toe sturen. Dat staat weer deels los van de publieke discussie over de publieke aansturing. Die verkenning komt ook nog na de zomer. Even kijken. Ik probeer er toch even snel doorheen te gaan. Deze hebben we gehad. Mevrouw Koekkoek vroeg: hoe zorgt u ervoor dat migranten meedoen en de regels kennen? Dat is in het nieuwe stelstel natuurlijk deels ook het belang van het goed inschatten van de vaardigheden van mensen om het goede niveau van inburgering te kunnen bepalen. Een aantal zaken die u heeft genoemd in de eerste termijn vind ik van belang. Die zijn ook juist meegenomen in het nieuwe stelstel om meer aan te sluiten bij de kwalificaties van mensen. Dan gaat het met name om het maatwerk, de participatie, het duale traject, dus de taal leren én werken, vrijwilligerswerk of stage lopen, en ook om aandacht voor de sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten. Ik denk dat veel van wat u heeft genoemd ook een plek heeft gekregen in het nieuwe stelsel. De heer Heerma had nog een specifieke vraag over een groep jongeren die uit de internationale schakelklas komt via entree; dat is mbo-niveau 1. Daar kan het dus niet meer, omdat A2 pas na 600 uur taalles mag. Ik zal proberen de zorgen weg te nemen. Entreeonderwijs wordt nu ook al door verschillende roc's aangeboden in combinatie met een inburgeringstraject. Zo'n traject kan ook langer dan een jaar duren. Dat kan ook onder de nieuwe wet. Bij een traject via de B1-route volgt iemand taalles gericht op het behalen van een zo hoog mogelijk taalniveau. Daarmee geven we jongeren de tijd om zich te ontwikkelen, ook als ze eerder in de isk, de internationale schakelklas, hebben gezeten. Lesmethodes en het tempo moeten worden afgestemd op de deelnemers. Sommigen in de B1-route gaan snel en anderen gaan langzamer. Zit B1-niveau er niet in, dan kan na 600 uur les afgeschaald worden naar A2-niveau. Dat is de drempel die erin zit. Dat kan dus ook in combinatie met de entreeopleiding. Ik denk dat daar de zorg zat van de heer Heerma. Binnen de wettelijke kaders van OCW en SZW is het aan scholen om dit vorm te geven, maar die mogelijkheid is er wel. De laatste blokjes, mevrouw de voorzitter. De heer Van Baarle had een terechte vraag over de hardheden. Ook mevrouw Matoug vroeg er volgens mij naar. Ik ben in de recente maanden drie keer door de rechter op de vingers getikt wat betreft mensen die net over de inburgeringstermijn heen waren, maar wel de hele lening moesten terugbetalen. De rechter vond dat niet proportioneel en niet evenredig. De wet van 2013 was natuurlijk een strenge wet, maar de huidige alles-of-nietsbepaling dat een inburgeraar bij een verwijtbare termijnoverschrijding, ook als deze gering is, de gehele lening moet terugbetalen, is een van de scherpe kanten die in die wet zat. Die vormt onderdeel van de verkenning van de verbetermogelijkheden waar ik in mijn inleiding over begon. Ik zal de Kamer na het zomerreces informeren over een mogelijke aanpassing op dit punt, omdat ik ook zie dat dit op dit moment disproportioneel kan uitwerken. De brede discussie over hardheden indachtig zie ik er zowel in de P-wet als in de socialezekerheidswet een waar we volgens mij een oplossing voor moeten vinden. Dat komt na de zomer dus uw kant op. Mevrouw Maatoug vroeg nog hoe het nou zat met de ondertussengroep. Ik heb 30 miljoen extra aan de gemeenten beschikbaar gesteld, waarvan 21 miljoen voor de begeleiding van de zogenaamde ondertussengroep en 9 miljoen voor de extra invoeringskosten. In combinatie met de al eerder beschikbaar gestelde ondertussenmiddelen is er nu cumulatief 46,5 miljoen euro beschikbaar voor de begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten onder het huidige stelsel voor de jaren 2021 tot 2026. Ik heb ook afspraken gemaakt met de VNG om dit vorm te geven. Tot slot mevrouw Koekkoek. O nee, ik heb nog een stukje overig. Mevrouw Koekkoek vroeg naar een actieplan om maximale steun uit Europa te halen voor de fondsen. Er is geen sprake van één breed actieplan om Europese fondsen te ontvangen. Wel wordt er met het oog op integratie hard gewerkt aan de uitwerking van het nieuwe programma Asiel, Migratie en Integratiefonds, het AMIF, voor de periode 2021-2027. Mevrouw Koekkoek vroeg ook nog naar de blue cards van de Europese Unie. Nederland maakt daar nauwelijks gebruik van. Wat weerhoudt Nederland ervan om hier gebruik van te maken? De blue card is een Europese kennismigrantenregeling en regelt de voorwaarden voor toegang en verblijf van niet-Europese kennismigranten in de Europese Unie. Wij hebben een nationale kennismigrantenregeling. Dat zei ik in mijn inleiding al in de richting van de heer Eerdmans. Die wordt ook gebruikt om kennismigranten van buiten de Europese Unie een vergunning te geven om werk te kunnen verrichten. Er worden jaarlijks veel meer vergunningen verleend op grond van deze nationale kennismigrantenregeling dan er blue cards worden vergeven. Dat komt met name doordat de blue card een hogere salariseis kent dan onze nationale kennismigrantenregeling en daardoor over het algemeen minder aantrekkelijk wordt gevonden door werkgevers die een vacature te vervullen hebben. Het is dus geen principieel ding, maar een praktisch ding. In de praktijk kiezen mensen voor de Nederlandse kenniswerkersregeling. De heer Stoffer vroeg nog hoe de draagkracht en integratie in de gemeente worden meegewogen. In het geval van asielmigratie bestaat de ruimte om afspraken te maken over het spreidingsbeleid. Elk halfjaar wordt bepaald hoeveel statushouders gemeenten moeten huisvesten. Dat gebeurt ook in overleg met de gemeenten. Binnen deze landelijke huisvestingstaakstelling stuurt het COA in samenspraak met gemeenten ook nu al aan op een goede match tussen statushouder en gemeente — dat was ook een vraag van mevrouw Becker — zowel vanuit het perspectief van inburgering als dat van participatie. Het gaat dus over draagkracht in de gemeente, maar ook over de arbeidsmarktomstandigheden in die regio. Dat gaat in overleg met de landelijke tafels. Ik ben er zelf ook een aantal keer aanwezig geweest. Met name het COA en de gemeenten doen dat samen. Het blokje overig. Ik ga er echt heel snel doorheen, zodat u allemaal nog een minuut heeft. O nee, nou ja. Mag ik over de moties van mevrouw Belhaj ten aanzien van de initiatiefnota-Paternotte ... Nee, ik ga het toch even doen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.