KamerkringInloggen
Uitspraak

Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) (36785)

18 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9af76e6e14ab5aae · officiële bron

De heer Neijenhuis (D66): Ik was niet bij die regeling, maar volgens mij hebben wij dat debatverzoek gesteund en is er ook juist vanuit onze partij en ook wel vanuit meerdere partijen gezegd dat er zeker goed gekeken moet worden op het moment dat er juist overgecompenseerd wordt, of naar de casus die de heer Ceulemans hier aanhaalt. Daar bestaat geen discussie over en ook niet over de vraag of je fraude moet aanpakken. Ja, als er fraude is, dan moet je die ook aanpakken. Alleen hebben we in het verleden te vaak gezien dat er gewoon vergissingen gemaakt worden door mensen, omdat we dat stelsel zo complex gemaakt hebben. De lessen die we daaruit getrokken hebben als Kamer als geheel en als politiek als geheel, moet je dan ook wel terug laten komen in je handelen. Je moet niet alleen maar met elkaar dingen constateren en conclusies trekken, en dan vervolgens weer op dezelfde weg doorgaan. Daarom denk ik dat het heel goed is om de rug recht te houden op het moment dat er weer fraude plaatsvindt en om dan ook te staan voor de menselijke aanpak die uit dit wetsvoorstel spreekt. Onderdeel van die balans tussen blind vertrouwen en geïnstitutionaliseerd wantrouwen is definiëren wanneer er sprake is van opzet. Coulance bij kleine fouten, maar forse sancties bij forse overtredingen: dat is gezond verstand en ook de strekking van het huidige voorstel. In het voorstel lijkt de definitie van opzet wel te worden opgerekt. Uitvoeringsinstanties zullen na inwerkingtreden vaker oordelen dat opzettelijk gehandeld is dan nu het geval is. Daar staat tegenover dat uitvoeringsorganisaties natuurlijk de menselijke maat kunnen toepassen — dat zijn al die kan-bepalingen waar ik het net over had — maar het is nog altijd oppassen geblazen dat onschuldige mensen niet kwade opzet krijgen toegedicht. Ik hoef niemand in deze Kamer uit te leggen hoe in de toeslagenaffaire mensen ook vanwege de fout van een ander het stempel "fraudeur" kregen. Precies met die term, "opzet/grove schuld", raakten zij ontzettend veel rechten kwijt. Zodoende vraag ik de minister hoe een uitvoeringsorgaan straks te werk gaat bij het vaststellen van opzet. Welke waarborgen zijn er dat mensen niet ten onrechte het stempel "opzet/grove schuld" krijgen opgelegd terwijl er sprake was van een vergissing? En hoe halen deze mensen effectief hun recht als dat toch het geval is? Ten slotte wil ik het hebben over het doenvermogen van mensen. De huidige wet gaat er veelal nog van uit dat mensen weten wat hun rechten en verplichtingen zijn in de wet en dat zij daar ook naar handelen. In deze context haal ik graag het WRR-rapport van negen jaar geleden aan, Weten is nog geen doen. Mensen zijn geen machines: ze vergeten, ze begrijpen iets verkeerd, ze zitten midden in een crisis of ze weten het maar kunnen er nog niet naar handelen. Het verschil tussen wat de wet van burgers verwacht en wat mensen aankunnen, is vaak nog altijd groot. Het wetsvoorstel pakt sommige aanbevelingen van de WRR goed op — denk aan het terughoudend sanctioneren bij kleine fouten — maar het centrale thema, dat doenvermogen, komt in de memorie niet voor. Neem bijvoorbeeld de terugvorderingen. Het uitgangspunt van de wet is dat de overheid niet terugvordert bij eigen fouten, tenzij de burger redelijkerwijs had kunnen weten dat er iets niet klopte; dan moet de burger actie ondernemen. Dat klinkt op zich redelijk, maar is het dat ook altijd? Want wat betekent "redelijkerwijs" als je het niet bekijkt door de ogen van een jurist, maar door de ogen van een moeder die €355 kinderbijslag ontvangt voor haar 4-jarige oftewel 20% te veel? Volgens de huidige wet zou dit "redelijkerwijs" opgemerkt moeten worden als te veel. Kan zij dat eigenlijk wel weten? En zo ja, hoe moet zij eigenlijk aan de bel trekken? Weet zij dat ook altijd? Ik ben dus benieuwd en hoor graag van de minister of wetenschappelijke inzichten over denk- en doenvermogen betrokken zijn bij het schrijven van dit wetsvoorstel en wat "redelijkerwijs" betekent. Gaat dat om wat juristen "redelijk" vinden of sluiten we aan bij de belevingswereld van mensen? Is in dat licht, gezien dit alles, die grens van 20% boven het bedoelde bedrag wel realistisch? Ik overweeg over dit laatste een motie in te dienen, want hier gaat het uiteindelijk over: wat mogen we vooral als overheid verwachten van onze burgers? Leggen we ze een boete op, zelfs als er sprake is van een vergissing? D66 heeft zich net als andere partijen hier hard ingezet voor dat recht om je een keer te mogen vergissen. Is het duidelijk dat er sprake is van een vergissing? Dan geen boete. We zien dit principe helaas nog niet helemaal goed in het wetsvoorstel terug. Het risico bestaat dat het alleen een soort voetnoot wordt. In dit voorstel staat dat als het UWV zelf tot het oordeel komt dat er sprake is van een vergissing geen boete wordt opgelegd. Daar ontbrak het in het voorstel natuurlijk niet aan. In het voorstel staan genoeg opties voor de uitvoerder om af te zien van een boete. Het gaat er juist om dat iemand bij de rechter dat recht kan halen, dat een rechter oordeelt dat er inderdaad een vergissing was en dat er dan een streep door de boete gaat als die er toch is. D66 heeft daarom op dit punt een amendement ingediend, zodat burgers sterker staan in de rechtszaal en zodat we als Kamer uitspreken dat fouten maken menselijk is, zodat we mensen behandelen als mensen en niet als dossiers. Dank u wel.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 7372ea3ae9df6826

12 okt 2026 · 6e8bb1c92022b396

12 okt 2026 · 73be2e5669b84db4

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.