Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid) (36785)
Brontekst
Versie 9af76e6e14ab5aae · officiële bronMevrouw Wiersma (BBB): Dank, voorzitter. BBB is een partij die handelt vanuit een sociaal-conservatieve agenda. De overheid moet de randvoorwaarden scheppen waarbinnen burgers maar ook bedrijven een goed leven kunnen opbouwen. Als iemand een tegenslag kent in het leven, dan moet de overheid een effectief vangnet bieden wat tevens dient als springplank. Verder staat wat BBB betreft de gemeenschap vooral centraal als het gaat om zaken zoals mantelzorg, bestrijding van eenzaamheid en ook sociale hulp. Omzien naar elkaar is immers een fundamentele pijler die we moeten koesteren als maatschappij. Daarbij hoort echter ook de eigen verantwoordelijkheid en de vrijheid om zelf keuzes te maken. Sociaal betekent wat mij betreft niet socialistisch en van burgers mag in beginsel worden verwacht dat ze hun eigen broek ophouden. Vandaag bespreken we de Wet handhaving sociale zekerheid, die als doel heeft de hardheden, terugvorderingen en daaruit volgende schrijnende situaties tegen te gaan in de uitvoering van de wet. Vooropgesteld: BBB wil dat mensen een eerlijke kans krijgen om terug te komen vanuit een situatie van achterstand, werkloosheid of ziekte. In beginsel steunt BBB dan ook het doel om hardheden te bestrijden en de menselijke maat te verankeren in het systeem. Echter, die menselijke maat moet primair een instrument zijn van de gemeenschap en de almachtige overheid moet terughoudend zijn met het optuigen van complexe handhavingsregimes, hoe goedbedoeld die ook zijn. De vraag is dan ook of deze wet een stap in de juiste richting is of de problemen juist erger maakt. Ik licht er een aantal maatregelen uit. Bij een besluit om al dan niet terug te vorderen mag de overheid voortaan niet meer alleen naar de financiële gevolgen kijken, maar moet zij alle feiten, omstandigheden en de oorzaak van de fout meewegen. Wat BBB betreft kan dit leiden tot rechtsongelijkheid; collega Schenk hield er zojuist ook al een vlammend betoog over. Vergelijkbare situaties kunnen immers door verschillende instanties anders worden beoordeeld. Het kabinet geeft aan daartoe een wettelijk kader te hebben ontwikkeld met harde grenzen, maar tegelijkertijd zit er nog veel beleidsruimte in. Mijn fractie zet er grote vraagtekens bij of dit genoeg is om ongelijke behandeling te voorkomen. Hoe waarborgt deze minister de gelijke weging in gelijke situaties? Wat zijn de consequenties als dat niet lukt? De heer Schenk had hier eenzelfde vraag over. Ook het in de basis afzien van terugvordering bij overheidsfouten kan leiden tot problemen, want het onderscheid tussen wat wel en niet als een overheidsfout geldt en wanneer de burger dit redelijkerwijs had moeten begrijpen, is te vaag en onduidelijk. Ik wil de minister dus vragen hoe hij dat ziet. In de nota naar aanleiding van het verslag wordt gesteld dat er regelmatig wordt overlegd met de VNG en de SVB, waarbij wordt gewerkt aan het uniformeren van de werkinstructies om rechtsongelijkheid te bestrijden. Als de wettelijke kaders van tevoren niet duidelijk zijn, dan is het wat BBB betreft echt niet toereikend om vaker overleg te plegen. Het risico op verschillen in de beleidsinstructies blijft daarmee levensgroot. Is de minister dat met me eens? Voorzitter. Ook de uitvoering van deze wet zorgt voor problemen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Sociale Verzekeringsbank waarschuwen in de uitvoeringstoets dat de wet de handhaving in de praktijk uiteindelijk complexer maakt. Handhavers kunnen niet meer terugvallen op automatische besluiten, maar moeten bij elke casus maatwerk leveren en uitgebreid motiveren waarom ze een bepaalde sanctie opleggen of afzien van terugvordering. Hiermee bestaat het risico dat de regeldruk voor handhavers zo groot wordt dat het de daadwerkelijke opsporing vertraagt. Dat is dus een enorme uitdaging in de uitvoering. Hoe verstandig is dit, ook gegeven het feit dat diverse gemeenten, net als het UWV en de SVB, al tegen capaciteits- en geldproblemen aan lopen? Moeten we dan niet voorzichtig zijn met vage regels voor maatwerk die zo veel druk leggen op de uitvoering? Tot slot kom ik nog op de zesmaandentermijn. Als een instantie een signaal krijgt dat iemand te veel ontvangt en daar vervolgens zes maanden niets mee doet, vervalt het recht op terugvordering. Mijn vraag is dan hoe we weten dat overheden erin gaan slagen om binnen die termijn te blijven. De grootste fouten, zo blijkt uit onderzoek, komen juist door de stroperigheid van overheidssystemen. Als de overheden niet binnen zes maanden in actie komen, betekent dat dus dat er een aanzienlijk budgettair effect gemoeid kan zijn met deze plannen. Kan de minister dat adresseren? Kan hij uitleggen om hoeveel geld dat op de korte termijn gaat? Hoe vaak wordt er op dit moment al niet binnen zes maanden teruggekoppeld? Voorzitter. Wat BBB betreft moet de echte oplossing worden gezocht in een fundamentele herziening van het stelsel zelf. Het is gewoonweg te complex en vereist een fundamentele herziening, waarbij werken loont en individuele verantwoordelijkheid nog steeds op één staat. Aan de andere kant moet er daarnaast afdoende financiering zijn voor de sociale zekerheid om mensen die dat echt nodig hebben te steunen. Dat zijn twee zaken die het kabinet op dit moment verwaarloost. Pas als de basis op orde is, komt er wat ruimte voor de arbeidsongeschikten, gepensioneerden en werklozen die afhankelijk zijn van een uitkering met toeslagen. Wat ons betreft draagt een complex nieuw handhavingsregime op een al veel te complex systeem daar niet aan bij.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.