KamerkringInloggen
Martin Bosma

Officieel Kamerprofiel

Martin Bosma

PVV →
0debatten
729bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: PVV (2006-11-30–heden) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
12 mrt 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 821Nationale VeiligheidNr. 262 BRIEF VAN HET PRESIDIUM Aan de Leden,Den Haag, 12 maart 2025Op dinsdag 2 april 2024 heeft de Kamer gedebatteerd over het bericht datvolgens de Tsjechische geheime dienst Rusland cash betaalde aanNederlandse en Europese politici. In het debat is de motieTimmermans c.s. (Kamerstuk 30 821, nr. 209) ingediend, waarin hetPresidium onder meer wordt verzocht om te onderzoeken hoe de Kamereen democratische weerbaarheidstoets kan (laten) uitvoeren en de interneregelgeving en het toezicht op Kamerleden en Kamerfracties kanversterken om ongewenste beïnvloeding te voorkomen. In de motie wordthet Presidium tevens verzocht om binnen een maand opties aan de Kamervoor te leggen over hoe de Kamer onafhankelijk onderzoek kan (laten)verrichten naar ongewenste beïnvloeding van Kamerleden en Kamer-fracties. De motie is op 9 april 2024 door de Tweede Kamer aangenomen.Bij brief van 17 april 2024 (Kamerstuk 30 821, nr. 217) heeft het Presidiumreeds uitvoering gegeven aan het tweede dictum in de motie Timmer-smans c.s. en de verdere uitwerking in handen gesteld van de vastecommissie voor Binnenlandse Zaken. De vaste commissie voor Binnen-landse Zaken heeft in haar procedurevergadering van 20 februari 2025vastgesteld dat via verschillende sporen invulling is gegeven aan beideverzoeken uit het eerste dictum van de motie en heeft hierover hetPresidium geïnformeerd.Middels deze brief informeert het Presidium over deze nadere uitwerking.Uitwerking motie Timmermans c.s.Op verzoek van de Kamer is aan de Raad van State de vraag voorgelegdof een onafhankelijke autoriteit voor het houden van toezicht op definanciering van politieke partijen, zoals aangekondigd in de voorge-nomen Wet op de politieke partijen, ook een rol kan spelen bij onafhan-kelijk toezicht op de financiën van individuele Kamerleden. Op 10 januari2025 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties devoorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State (Kamerstuk kst-30821-262ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2621 30 821, nr. 255), voorzien van haar reactie, naar de Kamer gestuurd. DeMinister concludeert dat zij op basis van de voorlichting van de Afdelinggeen mogelijkheden ziet om het toezicht op verkozen politici en fracties opte nemen in het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen. De Afdelingconstateert dat het houden van toezicht door een externe, niet door deKamers zelf ingestelde instantie niet mogelijk is binnen de grondwettelijkekaders. Dat geldt ook voor de op te richten Nederlandse autoriteit politiekepartijen.Daarnaast schetst de Afdeling in haar voorlichting de bijzondere grond-wettelijke positie die volksvertegenwoordigers in Nederland innemen.Deze grondwettelijke positie van Kamerleden brengt met zich mee dat hetin beginsel de kiezer is die aangeeft hoe deze het functioneren van eenKamerlid waardeert. Dit biedt Kamerleden de ruimte om naar eigen inzichtinvulling aan hun ambt te geven. Deze zelfstandige positie van volksverte-genwoordigers is een noodzakelijke voorwaarde voor de machten-scheiding tussen regering en parlement.Dat laat onverlet dat er mogelijkheden zijn voor versterking van hettoezicht op Kamerleden en Kamerfracties. De Afdeling schetst in haarvoorlichting onder meer de mogelijkheid om de eigen gedragscode aan tescherpen. Het houden van toezicht en het opleggen van sancties kanalleen door de Kamers zelf in het eigen reglement worden bepaald enbegrensd, aldus de Afdeling. Ook merkt de Afdeling op dat eenversterking van het toezicht op (buitenlandse) financiële beïnvloeding kanworden bereikt door de bestaande regels beter te benutten.In dat licht is vast te stellen dat de Kamer op 12 september 2024 hettoezicht op de leden van de Kamer heeft versterkt met de wijziging van deGedragscode en de Regeling toezicht en handhaving gedragscode(Kamerstuk 35 351, nr. 27). Met de wijziging is onder meer de rol van deonafhankelijke Adviseur integriteit en het College van onderzoekintegriteit verduidelijkt. Ook is een voorwaardelijke schorsing alsmogelijke sanctie toegevoegd en wordt een Kamerlid verplicht gesteld tehandelen in overeenstemming met een aan hem door een besluit van deKamer opgelegde sanctie. Deze wijzigingen zijn als hamerstuk door deKamer aangenomen. Het is aan de Kamer om zich desgewenst uit tespreken over de wenselijkheid van een verdere aanscherping van deGedragscode en/of de Regeling toezicht en handhaving gedragscode.Tot slot wijst de Minister er, in navolging van de Afdeling, op dat inbepaalde gevallen Kamerleden strafrechtelijk kunnen worden vervolgdvoor ambtsdelicten. Samen met de Minister van Justitie en Veiligheidwerkt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesmomenteel aan een fundamentele herziening van de regelgeving,waarmee onder andere de procedure om over te gaan tot vervolging vanKamerleden wordt verbeterd. Op 6 januari 2025 zijn de voorstellen hiertoein consultatie gegaan.Met de hiervoor beschreven stappen en gelet op de door de Afdelinggestelde (on)mogelijkheden om toezicht te houden op (de financiën van)individuele Kamerleden om ongewenste beïnvloeding te voorkomen, isnaar het oordeel van het Presidium invulling gegeven aan het eerstedictum uit de motie Timmermans c.s.Namens het Presidium,De Voorzitter van het Presidium,Martin BosmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 2622

Bron, video en gesprek →