2026D28793INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGBinnen de vaste commissie voor Digitale Zaken hebben enkele fracties debehoefte om enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan deStaatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat inzake «Inrichtingtoezicht op de naleving van de AI-verordening» (Kamerstuk 22 112,nr. 4318).De voorzitter van de commissie,DekkerAdjunct-griffier van de commissie,Muller nds-tk-2026D287931 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fractiesVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieIIAntwoord/reactie van de bewindspersoon I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de inrichting van het toezicht op de naleving van deAI-verordening. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.Zij lezen dat het kabinet kiest voor een toezichtstelsel met tien verschil-lende markttoezichtautoriteiten. Deze leden begrijpen de wens om aan tesluiten bij bestaande expertise en bevoegdheden, maar constaterentegelijkertijd dat samenwerking, gezamenlijke kennisopbouw en kennis-deling tussen toezichthouders een belangrijke pijler vormen onder hetvoorgestelde stelsel. Zij lezen dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ende Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) een coördinerende rolkrijgen bij het bevorderen van een uniforme toepassing van deAI-verordening. Tegen deze achtergrond vragen de leden hoe het kabinetwaarborgt dat de verordening door alle toezichthouders op uniformewijze wordt uitgelegd en toegepast. Welke instrumenten krijgen de AP ende RDI om een uniforme benadering van de AI-verordening te bevor-deren? Worden hierover samenwerkingsafspraken gemaakt, zowel tussende AP en de RDI als tussen deze toezichthouders en de overige markttoe-zichtautoriteiten? Kunnen de AP en RDI bijvoorbeeld gezamenlijkehandhavingskaders, interpretatierichtlijnen of toezichtagenda’s opstellen?De leden van de D66-fractie lezen dat de financiële consequenties van hettoezicht nog in kaart worden gebracht. Wanneer verwacht het kabinethierover duidelijkheid te kunnen geven? Deze leden lezen dat op basis vandeze inventarisatie mogelijk aanvullende financiële middelen nodig zijn ofherprioritering binnen bestaande middelen wordt overwogen. Hoe zal hetkabinet deze opties beoordelen en afwegen? Daarnaast vragen zij of debeoogde markttoezichtautoriteiten momenteel over voldoende technischeAI-expertise beschikken om deze nieuwe taken uit te voeren. Acht hetkabinet specifieke investeringen in kennisopbouw en werving vanspecialistisch personeel noodzakelijk? En deelt het kabinet de opvattingdat de uitvoering van bestaande toezichtstaken niet onder druk magkomen te staan door de invoering van nieuwe toezichtstaken?De leden van de D66-fractie lezen daarnaast dat Nederland eenAI-testomgeving voor regelgeving zal inrichten. Deze leden onder-schrijven het belang van een dergelijke testomgeving om innovatiemogelijk te maken en tegelijkertijd naleving van regelgeving te bevor-deren. Kan het kabinet nader toelichten hoe deze testomgeving wordtingericht? Welke organisaties kunnen hiervan gebruikmaken? En hoewordt geborgd dat deze omgeving ook toegankelijk genoeg is voorstartups, scale-ups en kennisinstellingen met beperkte juridischecapaciteit en specialistische expertise?2 Zij vragen daarnaast hoe het kabinet bij de inrichting van het toezichtrekening houdt met de positie van open-source AI. Welke gevolgenverwacht het kabinet dat de uitvoering van de AI-verordening inNederland zal hebben voor ontwikkelaars van open-source AI-modellenen -toepassingen, waaronder initiatieven vanuit universiteiten enkennisinstellingen? Hoe wordt geborgd dat ruimte blijft bestaan vooropen innovatie en onderzoek, terwijl tegelijkertijd wordt voldaan aan deeisen van de AI-verordening?Verder vragen de leden van de D66-fractie hoe de voorgestelde Neder-landse toezichtsinrichting zich verhoudt tot de keuzes die andere lidstatenmaken. Verwacht het kabinet dat de inrichting met meerdere markttoe-zichtautoriteiten voldoende aansluit bij de toezichtstructuren elders inEuropa? En hoe wordt voorkomen dat verschillen tussen lidstaten leidentot onduidelijkheid voor organisaties die grensoverschrijdend actief zijn?Tot slot constateren deze leden dat het kabinet accepteert dat de uitvoe-ringswet mogelijk later in werking treedt dan op grond van deAI-verordening wordt voorzien. Zij vragen op welke wijze het kabinet in detussenliggende periode duidelijkheid biedt aan organisaties over hunverplichtingen onder de AI-verordening en het toezicht daarop.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de inrichting van het toezicht op de naleving van deAI-verordening. Deze leden delen de opvatting van het kabinet dat AI eensteeds belangrijkere rol gaat spelen in de maatschappij. Zij zien AI als eenbelangrijke bron van productiviteitsgroei. Tegelijkertijd erkennen de ledenvan de VVD-fractie dat vertrouwen in AI-systemen essentieel is voor eensuccesvolle toepassing van deze technologie. De leden van de VVD-fractiehebben nog enkele vragen over de brief.Deze leden constateren dat het kabinet ervoor kiest tien markttoezichtau-toriteiten aan te wijzen voor het toezicht op de naleving van deAI-verordening. Zij stellen dat twee overwegingen daaraan ten grondslagliggen. De overwegingen die het kabinet in de brief in bullets aandraagt,vormen echter geen reden waarom het kabinet ervoor kiest het toezicht teverspreiden, maar enkel een toelichting op die keuze. Graag ontvangendeze leden een onderbouwing op de keuze van het kabinet om hettoezicht te verspreiden.De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over de efficiëntie en deuniformiteit van het toezicht. Het kabinet stipt dit in de brief aan, maargaat hier niet verder op in. Deze leden vragen het kabinet uitgebreideruiteen te zetten hoe het de efficiëntie en uniformiteit van het toezicht opde AI-verordening waarborgt.Het kabinet heeft de consequentie geaccepteerd dat de Nederlandseuitvoeringswet naar verwachting later in werking treedt dan momenteelwordt voorgeschreven vanuit de verordening, zo lezen deze leden. Eenzorgvuldige vormgeving van het toezicht achten de leden van grootbelang, maar zij vragen wel naar de gevolgen van de latere inwerking-treding. Is er kans op een inbreukprocedure vanuit de EuropeseCommissie? Zijn er meer lidstaten die kiezen voor een latere datum vaninwerkingtreding?De leden van de VVD-fractie lezen daarnaast dat het kabinet wil voldoenaan de verplichting uit de verordening om tenminste één AI-testomgevingvanaf augustus 2026 aan te bieden, door een multisectorale NL sandbox3 in te richten. Hoe moet deze sandbox verschillende sectoren die willenexperimenteren met AI bedienen, bijvoorbeeld tegelijkertijd sectoren in defysieke wereld (en dan ook nog te land, te water, te lucht) en sectoren diehun verdienmodel online willen bouwen? Als er een fysieke sandboxwordt ingericht, waar in Nederland moet deze dan komen? En waaromkiest het kabinet niet voor meer dan één sandbox, aangezien de veror-dening daar wel ruimte voor biedt? Gaat het kabinet de verplichting uit deverordening om de sandbox vanaf augustus 2026 gereed te hebben welhalen en zo niet, waarom niet en deelt het kabinet de mening van de ledenvan de VVD-fractie dat haast met de ontwikkeling van AI nodig is daar weals Nederland en EU in deze ontwikkeling nu al fors achterlopen opbijvoorbeeld China en de Verenigde Staten? Is het juridisch mogelijk omheel Nederland als sandbox aan te wijzen en zo niet, waarom niet?Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractieDe leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de manierwaarop het kabinet het toezicht op de AI-verordening wil inrichten. Dezeleden waarderen de uitgebreide uitleg over hoe het stelsel optimaal kanwerken. Wel hebben zij nog vragen en zorgen die zij hieronder uiteenzullen zetten.Ten eerste betreuren de leden van de PRO-fractie de late implementatievan de AI-verordening in Nederland. Het is een patroon dat het kabinetdigitale wetgeving te laat implementeert. Wat bedoelt het kabinet door tezeggen dat zij «de consequentie [heeft] geaccepteerd» van late implemen-tatie? Welke nadelen heeft dit en is er een kans dat Nederland een tik opde vingers krijgt? Hoe wordt de periode tussen de inwerkingtreding vande AI-verordening op Europees niveau en het nationaal implementerenhiervan overbrugd?Deze leden hebben vragen over het doel van de AI-verordening. Volgenshen is het een doel op zich om, via Europese wetgeving, de totaledominantie van niet-Europese techgiganten op de digitale markt tebestrijden. Zij zien de monopolie van enkele bedrijven als een risico vooronze digitale autonomie. Deelt het kabinet deze analyse? Op welke wijzedraagt de AI-verordening bij aan dit doel? Heeft het kabinet inzicht inwelke lobby heeft plaatsgevonden vanuit niet-Europese techgiganten omde AI-verordening te beïnvloeden, en zo ja, waaruit blijkt dit?De leden van de PRO-fractie pleiten voor waardevolle en verantwoordedigitalisering. Deze leden vragen het kabinet om concreet te maken welkezorgen zij hebben over de gevolgen van AI voor veiligheid, gezondheid enfundamentele rechten. Kan het kabinet uitleggen hoe deze belangen in hetgeding komen zonder de AI-verordening? Welke verbeteringen brengt deAI-verordening voor deze belangen aan? Ook staan deze belangen somsop gespannen voet met de doelen van het kabinet om regeldruk tevoorkomen en innovatie aan te jagen. Hoe maakt het kabinet dezeafweging? Is er nu voldoende balans tussen de belangen?Zijwijzen er op dat dingen die de AI-verordening verbiedt, vooralsnogvolop gebeuren. Zo wordt het ongericht scrapen van gezichtsafbeeldingenverboden. Toch is bekend dat Meta dit volop doet, zoals blijkt uit bericht-geving uit 2024.1 Hier zijn door het lid Kathmann ook vragen over gesteld[2024Z11324]. Wat verandert de AI-verordening concreet aan dit soortpraktijken? Wie is er bevoegd om in te grijpen bij dit soort gedrag vantechgiganten?1The Guardian. (2024, 11 september). Meta’s AI is scraping users» photos and posts. Europeanscan opt out, but Australians cannot. Zie ook hier.4 De leden van de PRO-fractie zijn benieuwd hoe de AI-verordeningonderscheid maakt tussen algoritmes en AI-systemen. Wat is hettechnische verschil tussen de definities? Is in elk geval duidelijk welkebestaande algoritmes onder deze verordening vallen? Zijn er nog grijzegebieden die vooraf verduidelijkt kunnen worden?Deze leden zijn blij met de transparantie-eisen voor chatbots en genera-tieve AI. Te vaak zorgen «menselijke» chatbots voor verwarring bijmensen, met een vals gevoel van veiligheid en betrouwbaarheid. Watgaat het kabinet doen om bij alle chatbots die worden gebruikt inoverheidsdienstverlening, bijvoorbeeld bij de politie of bij gemeenten,volstrekt helder te maken dat er geen menselijk contact is? Aan welketechnische eisen moeten chatbots voldoen om hierover «transparant» tezijn?Zij plaatsen een kritische kanttekening bij het toezicht van de EuropeseCommissie op algemene AI-modellen die achter chatbots zitten zoalsChatGPT en Gemini. De strijd om AI-macht is geopolitiek: het is bekenddat AI-regulering een discussie is in onderhandelingen tussen deEuropese Commissie en de Verenigde Staten. De macht van de Ameri-kaanse overheid en techgiganten is verknoopt. Onderschrijft het kabinetdeze analyse? Wordt het toezicht op de grootste modellen niet kwetsbaarvoor lobby en politieke druk, als de Commissie hierop toezicht houdt?Deze leden vragen het kabinet om duidelijk uit te leggen hoe de onafhan-kelijkheid van dit toezicht wordt gewaarborgd.De leden van de PRO-fractie hebben vragen over het kennisniveau en decapaciteit bij sectorale toezichthouders die vooralsnog weinig met AI temaken hebben. Hoe wordt, bijvoorbeeld in de domeinen rechtshand-having, migratie-, asiel- en grenstoezichtbeheer, rechtsbedeling endemocratische processen, dit kennisniveau verhoogd? Deze leden vragenom een onderbouwing welke middelen hiervoor nodig zijn. Als dat nietbeschikbaar is, vragen zij op welke termijn dat wel duidelijk is.Zij hebben vragen over de derde partijen die hoog-risico AI-systemenmoeten certificeren. Welke derde partijen worden aangewezen en welkeeisen zijn er voor hun onafhankelijkheid?De leden van de PRO-fractie wijzen erop dat het huidige toezicht- enhandhavingsstelsel voor privacy en digitalisering al mankementen kent.De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft meermaals aangegeven meermiddelen nodig te hebben om effectief toezicht te houden op debestaande taken. Hoe kijkt het kabinet naar het huidige stelsel? Erkent zijdat deze niet in alle gevallen optimaal functioneert, en grijpt zij ditmoment aan om hier structurele verbeteringen in te maken? Op welketermijn wordt er een berekening gemaakt van de aanvullende middelendie voor alle toezichthouders nodig zijn?Deze leden lezen dat het kabinet het advies van de toezichthouder«grotendeels» heeft overgenomen. Zij zijn uiteraard benieuwd op welkepunten het kabinet afwijkt van het advies. Kan het kabinet concreetonderbouwen waarom zij dit heeft gedaan en dat dit niet tot problemen inhet toezicht zal leiden? Kunnen de toezichthouders zich vinden in hethuidige voorstel?De leden van de PRO-fractie steunen het idee om het toezicht sterk tecoördineren en kennisopbouw te bevorderen. Wel zijn deze ledenbenieuwd hoe dit in de praktijk vorm krijgt. Hoe wordt kennis en capaciteitin de praktijk uitgewisseld tussen de verschillende toezichthouders? Hoewordt voorkomen dat er op grensgebieden van toezicht handelingsverle-5 genheid ontstaat? Komt er structureel overleg tussen toezichthouders omgecoördineerd aan de slag te gaan, en zo ja, met welke regelmaat?De leden van de PRO-fractie spreken hun vertrouwen uit over de manierwaarop de toezichthouders, met name de AP, haar toezicht zal invullen.Echter stellen deze leden wel dat het te verwachten is dat, als er geentoereikende middelen worden toegekend, er wel degelijk keuzes gemaaktmoeten worden over de prioritering van de verschillende toezichtstakendie de AP heeft. Erkent het kabinet dat dit een risico is? Zegt zij toe dathier geen sprake van zal zijn, en dat alle taken van de AP naar behorenvervuld zullen blijven?De leden van de PRO-fractie achten het onrealistisch dat toezicht op deAI-verordening niet zal leiden tot (aanzienlijk) hogere kosten bij detoezichthouders. Deze leden hebben zorgen over de stelling van hetkabinet dat er mogelijk sprake is van «herprioritering binnen bestaandemiddelen.» Het uitgangspunt moet in alle gevallen zijn dat het toezicht opalle domeinen op orde blijft en dat er geen kwaliteitsverlies komt. Hoeworden de financiële consequenties en de uitvoerbaarheid van de nieuwetoezichtstaken in kaart gebracht? Op welke termijn komt dit inzicht, enwelke consequenties verbindt het kabinet aan de uitkomst?Zij vinden het van groot belang dat het toezichtstelsel blijvend verbeterdwordt. Hiervoor achten de leden van de PRO-fractie het noodzakelijk dat ereen structuur is waar knelpunten, problemen en verbeteringen blijvendopgehaald worden. Op welke momenten wordt het stelsel geëvalueerd enhoe worden signalen over de uitvoering opgehaald en aangepakt?Deze leden willen weten wanneer de verschillende toetsen, die parallellopen aan de internetconsultatie, worden afgerond en gedeeld. Wat doethet kabinet met de uitkomsten?Zij lezen dat het kabinet het voorstel «volledig van dekking» wil voorzien.Wat bedoelt het kabinet hiermee? Betekent dit dat alle benodigde extramiddelen voor de toezichthouders worden vrijgemaakt?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de brief over de inrichting van het toezicht op de naleving van deAI-verordening en hebben daarover de volgende vragen.Deze leden lezen dat het kabinet kiest voor een toezichtstelsel met tienmarkttoezichtautoriteiten, met de RDI als centraal contactpunt en eengezamenlijke coördinatierol voor RDI en AP. Zij vragen hoe het kabinetvoorkomt dat deze inrichting in de praktijk leidt tot versnippering,onduidelijkheid en verschillen in uitleg of handhaving tussen toezicht-houders. Ook vragen de leden van de CDA-fractie hoe voor bedrijven,burgers en instellingen duidelijk wordt bij welke toezichthouder zij moetenzijn.Deze leden lezen dat een groot deel van het toezicht bij de AP wordtbelegd, waaronder verboden AI-praktijken, transparantieverplichtingen eneen groot deel van de hoog-risico toepassingsgebieden. Zij vragen hoehet kabinet waarborgt dat de AP deze brede taak ook daadwerkelijkaankan, mede gelet op haar bestaande takenpakket. Ook vragen de ledenvan de CDA-fractie hoe de beoogde zelfstandige en nevengeschiktepositionering van het AI-toezicht binnen de AP in de praktijk zal functio-neren.6 Deze leden lezen voorts dat het kabinet bewust kiest voor een zorgvuldigeinrichting van het toezicht, ook als gevolg waarvan de uitvoeringswetwaarschijnlijk later in werking treedt dan de verordening nu voorschrijft.Zij vragen hoe het kabinet in de tussenliggende periode rechtszekerheidvoor bedrijven en burgers wil bieden, nu de verordening al rechtstreeksgeldt maar de nationale toezichtinrichting en bevoegdheidstoedeling nogniet volledig zijn afgerond.De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet definanciering van dit nieuwe toezichtstelsel wil borgen. Kan het kabinetaangeven wanneer duidelijkheid wordt verwacht over de structureledekking, en hoe wordt voorkomen dat nieuwe toezichttaken wel wettelijkworden opgedragen maar onvoldoende uitvoerbaar blijken door gebrekaan middelen of specialistisch personeel?Deze leden lezen dat het kabinet voor bestaande productregelgeving enfinanciële instellingen zoveel mogelijk aansluit bij bestaande toezicht-houders. Deze leden vragen hoe het kabinet de samenwerking tussensectorale toezichthouders en de AP concreet vorm wil geven, juist op degrensvlakken waar AI, grondrechten, productveiligheid en sectorspecifiekeregels samenkomen. Zij vragen daarbij ook hoe wordt voorkomen datlacunes of overlap ontstaan.Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet ervoor zorgtdat dit toezichtstelsel niet alleen juridisch klopt, maar ook past bij debredere ambitie om Nederland koploper te maken in verantwoorde AI,met sterke Europese en Nederlandse capaciteit, onafhankelijke toezicht-houders en een overheid die minder afhankelijk is van grote buitenlandsetechnologiebedrijven.Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de voorgenomen inrichting van het toezicht op de EuropeseAI-verordening in Nederland. Deze leden onderschrijven het belang vaneen effectief toezichtstelsel dat zowel innovatie mogelijk maakt als debescherming van rechten waarborgt. Zij hebben hierover nog enkelevragen en opmerkingen.De leden van de JA21-fractie zijn ervan op de hoogte dat deAI-verordening reeds in werking is getreden en dat verschillendebepalingen de komende jaren van toepassing worden. Tegelijkertijd geefthet kabinet aan dat de nationale uitvoeringswet naar verwachting later inwerking zal treden dan oorspronkelijk voorzien. Deze leden vinden het vanbelang dat burgers, bedrijven en toezichthouders snel duidelijkheidhebben over de wijze waarop de verordening wordt gehandhaafd. Kan hetkabinet uitleggen welke gevolgen deze vertraging heeft voor de effectievehandhaving van de AI-verordening? Kan het kabinet uiteenzetten welkebevoegdheden toezichthouders gedurende deze tussenperiode wel en nietkunnen uitoefenen? Hoe wordt voorkomen dat een handhavingstekortontstaat zolang de nationale uitvoeringswet nog niet volledig van krachtis?Zij zijn ervan op de hoogte dat het kabinet kiest voor een model waarbijtien verschillende markttoezichtautoriteiten verantwoordelijk worden voorhet toezicht op AI binnen hun eigen domein. De leden van de JA21-fractiebegrijpen dat hiermee gebruik wordt gemaakt van bestaande expertise,maar constateren tegelijkertijd dat deze keuze, de inrichting van hettoezicht, complex maakt. Kan het kabinet toelichten hoe wordt voorkomendat verschillende toezichthouders uiteenlopende interpretaties van de7 AI-verordening hanteren? Kan het kabinet eveneens verduidelijken welkeinstrumenten de Autoriteit Persoonsgegevens en de RijksinspectieDigitale Infrastructuur krijgen om de noodzakelijke coördinatie tussentoezichthouders daadwerkelijk af te dwingen? Kan het kabinet verdertoelichten hoe geschillen tussen toezichthouders worden opgelostwanneer verantwoordelijkheden elkaar overlappen?De leden van de JA21-fractie begrijpen dat effectief toezicht op AI nietalleen juridische kennis vereist, maar ook diepgaande technischeexpertise. Deze leden constateren dat verschillende toezichthouders nogbezig zijn de gevolgen van hun nieuwe taken in kaart te brengen.Tegelijkertijd is gespecialiseerde AI-kennis schaars op de arbeidsmarkt.Kan het kabinet toelichten hoe wordt gewaarborgd dat alle betrokkentoezichthouders over voldoende capaciteit en deskundigheid beschikkenom hun taken uit te voeren? Kan het kabinet verder verduidelijken welkeaanvullende financiële middelen beschikbaar worden gesteld voor deuitvoering van het toezicht?Zij constateren dat AI-systemen steeds vaker verschillende maatschappe-lijke domeinen tegelijk raken. Een AI-toepassing kan bijvoorbeeld zowelgevolgen hebben voor privacy, arbeidsverhoudingen als de gezond-heidszorg. Hoe wil het kabinet voorkomen dat onduidelijkheid ontstaatover de verantwoordelijkheidsverdeling tussen toezichthouders wanneermeerdere toezichtsdomeinen samenkomen? Kan het kabinet toelichtenwelke toezichthouder uiteindelijk leidend is wanneer bevoegdheden elkaaroverlappen?De leden van de JA21-fractie zien de meerwaarde van een NederlandseAI-sandbox ter ondersteuning van innovatie. Tegelijkertijd vragen dezeleden welke waarborgen worden ingebouwd om te voorkomen datexperimenteerruimte leidt tot risico’s voor grondrechten, veiligheid oftransparantie.Kan het kabinet toelichten op welke wijze toezicht wordt gehouden opactiviteiten binnen de sandbox?Deze leden zijn op de hoogte dat een groot deel van de geavanceerdeAI-systemen die in Nederland worden gebruikt, wordt ontwikkeld doorinternationale technologiebedrijven. Zij constateren dat effectief toezichtdaarom niet uitsluitend op nationaal niveau kan worden georganiseerd.Kan het kabinet toelichten hoe het Nederlandse toezicht zich verhoudt totde Europese toezichtstructuur die voortvloeit uit de AI-verordening? Kanhet kabinet eveneens toelichten op welke wijze wordt samengewerkt metandere lidstaten en Europese toezichthoudende instanties? Acht hetkabinet het huidige toezichtstelsel voldoende toegerust om toezicht tehouden op grote internationale aanbieders van AI-systemen?De leden van de JA21-fractie constateren tot slot dat bedrijven dekomende jaren te maken krijgen met nieuwe verplichtingen onder deAI-verordening. Tegelijkertijd kunnen wijzigingen in Europese regelgevingen onduidelijkheid over de planning van bepaalde verplichtingen leidentot onzekerheid. Hoe zorgt het kabinet ervoor dat bedrijven tijdigduidelijkheid krijgen over hun verplichtingen? Kan het kabinet toelichtenop welke wijze organisaties worden ondersteund bij de naleving van deAI-verordening en hoe wordt voorkomen dat onduidelijkheid overregelgeving leidt tot onnodige administratieve lasten of terughou-dendheid bij innovatie?II Antwoord/reactie van de bewindspersoon 8
Bron, video en gesprek →61debatten
483bijdragen
171interrupties
58.463woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: FVD (2026-08-06–heden) · FVD (2025-11-12–2026-08-05) · FVD (2024-11-19–2025-03-31) · FVD (2022-08-23–2023-03-27) ·