Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 247Initiatiefnota van het lid Paulusma over toegangtot abortus is een mensenrechtNr. 18 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 29 september 2025 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op 8 september 2025 overleggevoerd met mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport,en de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken, over:–de initiatiefnota van het lid Paulusma «Toegang tot abortus iseen mensenrecht» (Kamerstuk 36 247);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 27 okto-ber 2023 inzake kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lidPaulusma «Toegang tot abortus is een mensenrecht» (Kamer-stuk 36 247) (Kamerstuk 36 247, nr. 3);–de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 3 septem-ber 2024 inzake beantwoording vragen commissie over dekabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Paulusma«Toegang tot abortus is een mensenrecht» (Kamerstuk 36 247,nr. 3) (Kamerstuk 36 247, nr. 5);–de brief van het lid Paulusma d.d. 22 november 2024 inzakebeantwoording vragen commissie over de initiatiefnota vanhet lid Paulusma «Toegang tot abortus is een mensenrecht»(Kamerstuk 36 247, nr. 2) (Kamerstuk 36 247, nr. 6).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,Westerhoff kst-36247-18ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 181 Voorzitter: Van der BurgGriffier: DekkerAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bikker, Van der Burg,Dobbe, Hirsch, Kahraman, Van Meijeren, Paternotte, Paulusma en Stoffer,en mevrouw Tielen, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, en deheer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Het is 10.00 uur. We gaan beginnen met deze vergaderingvan de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, waarbij ook ledenaanwezig zijn van de commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Mijn naam is Eric van der Burg en ik zit vandaag deze vergadering voor.De spreektijd is als volgt. De PVV heeft zeven minuten in de eerste termijnen vier minuten in de tweede termijn. U kiest zelf uiteraard hoe u datverdeelt. GroenLinks-PvdA, VVD, NSC, D66 en BBB hebben zes om drie ende overige fracties hebben vier om twee. Dat gezegd hebbende,nogmaals, u bepaalt zelf of u daarmee wilt schuiven tussen eerste entweede termijn. Ik stel voor dat we vijf interrupties doen. Het is eenemotioneel onderwerp, een beladen onderwerp, dus laten wij welrespectvol met elkaar omgaan.Welkom aan iedereen op de publieke tribune. Uiteraard geldt voor uhetzelfde: geen uitingen van voor of tegen of anderszins. Dan maken weer een respectvol debat van.Daar het een initiatiefvoorstel is, is de volgorde straks bij de beant-woording ook iets anders dan normaal. Normaal komt na de Kamer hetkabinet, maar in dit geval is het na de Kamer eerst de initiatiefnemer endan het kabinet. Maar dat is voor later. We gaan nu gewoon beginnen metde eerste spreker en de eerste spreker in dit geval is mevrouw Bikker vande ChristenUnie.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik zou willen beginnen met: mensenrechten zijn vanons allemaal. Ze beschermen wie zwak is tegen wie machtig is. Zebrengen tot uitdrukking dat wij gemeenschappelijk over de hele werelddiepste waarden delen en dat we die ook tot uitdrukking mogen brengentegenover machtige overheden, tegenover hen die jouw recht willenvertrappen. Dat geldt niet alleen voor hen die een stem hebben. Dat geldtook voor hen die stemmeloos zijn.Voorzitter. We spreken vandaag over een heel ingrijpend, kwetsbaar enhelaas voor heel veel vrouwen ook verdrietig onderwerp: abortus. Hetmag geen verrassing zijn dat de initiatiefnemer van D66 en deChristenUnie daarover van mening verschillen. Over één ding verschillenwij volgens mij niet van mening. Dat is dat je altijd op hebt te staan voorkwetsbare vrouwen, voor hen hebt te zorgen en hun een uitweg hebt tebieden. Alleen komt er een fundamenteel verschil aan de orde bij de vraagwelke uitweg en op welke manier.De titel van de nota is Toegang tot abortus is een mensenrecht. De notagaat over veel meer, maar dit is de titel en het uitgangspunt van deinitiatiefnemer. Het uitgangspunt van mensenrechten is voor mij dat iedermens inherente waardigheid bezit. Waarom? Omdat je geschapen bentdoor de Schepper en beelddrager mag zijn van Hem. Daarom heeft iedermens vanaf het prilste begin inherente waardigheid. Alle leden van demensengemeenschap, waar dan ook, delen daarin. Met andere woorden:mensenrechten zijn universeel en onvervreemdbaar, ze gelden voor iedermens en elke drager van deze rechten kan ze nooit kwijtraken. Een van demeest fundamentele mensenrechten is voor mij het recht op leven. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 182 het belangrijkste mensenrecht dat er is. Immers, zonder recht op leven zijnalle andere rechten waardeloos. Het is dan ook buitengewoon wrang enwat mij betreft zelfs een omkering van het concept mensenrechten watD66 vandaag voorstelt, want het ontmantelt de kern van wat mensen-rechten zouden moeten zijn, namelijk bescherming van het leven. Hetvervangt dat door het zogenaamde recht om leven te beëindigen. Dat isweliswaar vanuit de intentie om vrouwen te helpen, maar het stemmelozeleven kan zich daar niet tegen verzetten.Voorzitter. De Europese Unie is hier niet voor op aarde. De oprichters vande Europese Unie zouden zich omdraaien in hun graf als ze hoorden dattoegang tot abortus hoort bij de Europese waarden en in het EU-Handvestzou moeten worden opgenomen. De zendingsdrang die ik vandaagbespeur bij D66 om het recht op abortus aan de man en vrouw tebrengen, getuigt wat mij betreft daarom van weinig doordenking. Wantwat zou mevrouw Paulusma ervan vinden als Polen eenzelfde zendings-drang zou voelen om de gemiddelde opvatting van daar aan ons hier opte leggen? Wat als Hongarije zoiets zou doen? Help! Moeten we niettevreden zijn met de abortusregelgeving als een nationale bevoegdheid?De voorzitter:Punt. Want er is een vraag van de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Als mevrouw Bikker zegt dat we moeten opstaan voor kwetsbarevrouwen, dan zijn wij het daar natuurlijk helemaal mee eens. Alleen zienwe nu al een paar jaar dat wat de ChristenUnie in Nederland graag zouwillen, namelijk een verbod op abortus, in de praktijk wordt gebracht inbijvoorbeeld Amerika. Ik vind dat eerlijk gezegd niet opstaan voorkwetsbare vrouwen. We zien daar namelijk dat vrouwen steeds vakeromkomen omdat artsen geen operaties durven uit te voeren, geenafbreking van de zwangerschap willen doen omdat het verboden is, terwijler een leven in gevaar is. We zien een toename van babysterfte en dekraamzorg die in heel veel gebieden in Amerika is ingestort. We zienvrouwen die soms honderden kilometers moeten reizen als ze in eennoodsituatie toch een afbreking zoeken. Ik vind dat niet opstaan voorkwetsbare vrouwen. Ik vraag me af welke les mevrouw Bikker eruit trektals ze ziet dat de gezondheid van zo veel vrouwen daar in gevaar komt ener daar zo veel ellende plaatsvindt.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Wat een onbegrijpelijk frame! U hebt mij hier de afgelopen jaren actiefgezien, om me in te zetten om het aantal abortussen omlaag te brengen,júíst door nabij te zijn bij vrouwen, júíst door keuzemogelijkheden aan tebieden en júíst door me in te zetten voor hulp aan vrouwen die inonbedoelde omstandigheden zijn geraakt. Ik ben jaren raadslid geweest inUtrecht en ik heb gezien in Overvecht hoe vrouwen vanwege de cultureleomgeving waarin ze zich bevonden niet durfden te vertellen dat zezwanger waren. Ik zal me er altijd voor inzetten om die vrouwen te helpen.En doe niet alsof ik hen in problemen breng, want ik ben niet degene diedat doet, maar dat is die cultuur die hun niet toestaat om te vertellen datze zwanger zijn, om maar een voorbeeld te noemen. Ik vind het echtongelofelijk wat D66 de ChristenUnie hier in de schoenen schuift. Wijhebben samen opgetrokken in de strijd voor meer geld voor ontwikke-lingshulp en voor de allerarmste vrouwen wereldwijd. Wij hebben samende handtekening gezet onder het coalitieakkoord waarin we zeiden dat weons in zouden zetten voor minder abortus. Maar de dag dat deChristenUnie vertrok, was ook deze doelstelling vertrokken, terwijl dit omeen situatie gaat die we allemaal niet zouden moeten willen. Als dit is ietswat vrouwen zo veel pijn doet en heel heftig is, zullen we dan proberenom ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk abortussen zijn? Het gaat mijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 183 erom dat we vrouwen daarvoor ook op tijd helpen met anticonceptie; ja,daar zijn wij voor. Het gaat er ook om dat we vrouwen helpen door zedaadwerkelijk keuzevrijheid te geven op het moment dat zij om financiëleredenen of door studie of door hun omgeving geen keuzevrijheid zien. Datis mijn inzet. Doe nou niet alsof ik bij een of andere president hoor; dat isabsoluut niet mijn partij!De heer Paternotte (D66):Een frame? Ik heb het gewoon over wat nu echt gebeurt. Mevrouw Bikkerzegt dat ze voor keuzevrijheid is, maar zij is niet voor de heel funda-mentele keuzevrijheid van een vrouw om over haar eigen lichaam tebeschikken. Ik denk dat het goed is om daar eerlijk over te zijn. We kennenOvervecht allebei. Ik heb daar ook in de supermarkt gewerkt. Ik weet watvoor problemen daar zijn. Het gaat er nu niet over dat je niet durft tevertellen over de noodsituatie waarin je zit. In Amerika zien we dat veelminder mensen erover durven te vertellen, omdat dat verbod isingevoerd. Als we dat verbod hier in Nederland zouden invoeren, dan zijner veel minder mensen zijn die daar überhaupt open over kunnen praten,omdat ze weten dat er voor hen geen hulp is. Daarom zou ik graag eenantwoord willen op de vraag hoever de ChristenUnie hierin wil gaan. Wilzij een totaalverbod, zoals in veel Amerikaanse staten bestaat?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voor de ChristenUnie is ook het leven in de moederschoot een wonderlijken kwetsbaar leven waar zij heel graag onze bescherming aan geeft. Laatdat helder zijn. Dat is inderdaad een fundamenteel verschil met waar D66voor kiest in deze nota, die zegt: abortus is een mensenrecht. Want hetmensenrecht dat D66 daarmee toestaat, is een mensenrecht dat pasbegint op het moment dat je... Wanneer begint het eigenlijk? Als je ademkan halen? Als je geboren bent? Wanneer is een mens een mens? Ik hebD66 daar nog steeds niet fundamenteel over gehoord: alleen als demoeder het een mens vindt. Daar gaan onze wegen uiteen. Maar doe danniet alsof ik een voorstander ben van hardvochtige praktijken die elders inde wereld worden uitgevoerd. Meneer Paternotte, u heeft gezien wat onzeinzet is. U heeft gezien hoe ik dag aan dag strijd, juist ook voor de positievan vrouwen overal. Ik vind het dan echt heel bizar als we elkaar gaanframen, terwijl wij hier samen in deze Kamer ook stappen zouden kunnenzetten die vrouwen in ons land vooruithelpen en jonge meisjes ook. Ikvind het bizar dat we elkaar dan gaan wegzetten op een manier die nietwerkt. En ja, andersom heb ik ook een frame gebruikt. Waarom? Omdat ikvind dat als we abortus als mensenrecht neerzetten, we iedereen die geenstem heeft omdat die nog ongeboren is, geen mensenrechten toekennen.Daar zit mijn vraag aan D66: wanneer begint een mensenrecht?De voorzitter:Gaat u door met ... Nee, de heer Paternotte wil toch een derde interruptie.De heer Paternotte (D66):Wat ik moeilijk vind, is het volgende. Ik stel een vraag. Ik kan me bestvoorstellen dat je een heel ander perspectief hebt, dat we hier vanuitverschillende overtuigingen praten. Dat kan. Maar ik stel gewoon eenconcrete vraag, omdat ik zie wat er nu in de wereld gebeurt. De vrijhedenen de rechten van vrouwen worden op allerlei terreinen afgenomen. Alshet recht om zelf te kunnen beslissen over je eigen lichaam, met demogelijkheid voor een afbreking van een zwangerschap tot een x-aantalweken, wordt afgenomen, dan gaat dat altijd, op al die plekken, of het nouin Polen, de Verenigde Staten of Zuid-Amerika is, hand in hand met hetinperken van de rechten van vrouwen, met het beperken van hun rol,omdat ze alleen maar moeder moeten zijn. Het leidt tot onveiligheid, totverschrikkelijke tragedies, waar ik zo meteen nog iets over zal vertellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 184 Dan is het volgens mij heel logisch dat ik aan de ChristenUnie vraag:hoever wil je daarin gaan? Ik snap dat u hier uw overtuigingen deelt. Devraag die ik stel, is: hoever gaat u daarin? Betekent dat ook dat bijverkrachting, bij incest, als het leven van de moeder in gevaar is, eenabortus geen optie is? Dat is een logische vraag. Ik heb de vraag nu tweekeer gesteld en ik krijg twee keer terug dat ik hier een frame neerleg,terwijl ik gewoon een heel concrete vraag stel.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Het concrete antwoord is dat dit voor ons een weging is en dat we eerderin die heel uiterste situaties ook hebben gezien dat een vrouw onmid-dellijk na een verkrachting hulp kan vinden. Daar zullen we ook altijd voorstaan. Ja, dat is belangrijk. Juist daarom heb ik er zo’n hekel aan, als wesamen weten waar we wel voor zouden kunnen opstaan, dat ik hier wordweggezet als een soort kwaadaardige genius. Hier zit een vrouw namenseen politieke partij... Jawel, dat is wel hoe ik het ervaar. Dit is hoe ik hetervaar; u kunt dat anders ervaren. Hier zit een vrouw namens eenchristelijke politieke partij, een moeder, die houdt van alle mensen omhaar heen, die wil staan naast alle jonge vrouwen in haar eigen stadGouda, waar ze nu woont, maar ook in Nederland. Alleen, dat doe ik welvanuit het volle besef dat ieder leven, ook als het niet voor zichzelf kanspreken, heilig is.Dat maakt inderdaad dat ik voor andere middelen kies dan de heerPaternotte met D66, die van abortus een mensenrecht willen maken. Datmaakt dat ik zeg: ik wil inzetten op hulpverlening, op meer in plaats vanminder ontwikkelingshulp, waar deze regering voor kiest. Ik wil ervoorkiezen dat we ook juist hulp blijven bieden en blijven benoemen hoe wevoor kwetsbare vrouwen kunnen zorgen, in plaats van die inderdaadharteloze omstandigheden die ik ook in Amerika heb gezien. Dat isonvoorstelbaar. Juist in de armste en meest gesegregeerde samenlevingzijn altijd weer dezelfde mensen de dupe. Ik zou daar naast u staan als hetgaat om het brengen van gerechtigheid, ja, maar niet via de route van hetverstrekken van abortus. Daarover verschillen we fundamenteel vanmening, maar dat is niet zo als het gaat om het hebben van een hart voordeze vrouwen.De heer Paternotte (D66):Voorzitter, alleen nog even een persoonlijk feit. Ik hoef dit interruptiedebatniet verder te voeren, maar ik werp het idee dat ik mevrouw Bikker hierwegzet als kwade genius verre van mij.De voorzitter:Waarvan akte, voor nu. Mevrouw Bikker gaat door met haar ... Nee, sorry,ik zie andere handen. Mevrouw Hirsch was eerder dan mevrouw Dobbe.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Mevrouw Bikker vindt ons natuurlijk altijd aan haar zijde als het gaat overhet voorkomen, over het garanderen van een behandeling en goedegezondheidszorg voor vrouwen, zowel hier als elders, en hetbespreekbaar maken van een thema als zwangerschap en abortus. Alleen,het feit is dat dit op heel veel plekken ter wereld nu eenmaal niet goedgeregeld is. Ik denk dat we het daar snel over eens kunnen zijn. In haarinbreng stelt zij dat ze zeker voor keuzevrijheid van vrouwen is. Nouzeggen vrouwen overal ter wereld, niet alleen in woorden maar ook indaden, dat zij het recht op abortus belangrijk vinden. Waarom zeg ik «nietalleen in woorden, maar ook in daden»? Dat is omdat wij weten dat alshet recht op abortus niet bestaat, zelfs als abortus gecriminaliseerd wordt,vrouwen toch – en dat doen ze zeker niet lichtzinnig – een abortus latenplegen, onder zeer onveilige en zeer gevaarlijke omstandigheden voorhenzelf, met grote sociale stigma’s als gevolg. Dus vrouwen kiezen voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 185 abortus, of het nou mag of niet mag. Kan mevrouw Bikker uitleggenwaarom zij toch volhoudt dat zij volledig staat voor de keuzevrijheid vanvrouwen?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik ga in herhaling vallen. De ChristenUnie staat voor het bieden van goedehulp, goede medische zorg, aan vrouwen. Waar ik bezorgd om ben, is datEuropa meer en meer zijn eigen waarden opdringt en afdwingt datanderen precies zo denken als wij denken, of het nou gaat om de visie ophet huwelijk, seksualiteit of andere zaken. Daarover zeg ik: zorg nou dat jeecht het oog gericht houdt op wat die vrouwen helpt. Op het moment datwij daar met een bepaalde morele zelfverheffing binnenwandelen ... AlsHongarije of Polen dat andersom hier zou doen – wij hebben het ook overwat er in de Europese Unie gebeurt – zou mevrouw Hirsch dat ookafgrijselijk vinden en zou ze dat niet in orde vinden. Ik ben dus veel meervan de lijn: versterk het werk dat daar plaatsvindt. Ik zie bijvoorbeeldprachtige initiatieven, soms vanuit het geloof, vanuit de christelijkehulpverlening, en soms vanuit andere plekken, die juist willen bijdragenaan de vrijheid en de veiligheid van vrouwen en die ervoor zorgen dat erbijvoorbeeld anticonceptie kan worden verstrekt. Daar zullen wij aanbijdragen, maar wel altijd met het besef dat er een ongeboren leven is datniet voor zichzelf kan spreken. Daarbij wordt een fundamentele weginggemaakt en die maken wij verschillend.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag wordt eigenlijk niet beantwoord, want ik vraag naar mevrouwBikkers weging van de keuze voor abortus, die vrouwen op dit momentoveral ter wereld maken, of het nou mag van de wet of gecriminaliseerdis. Het antwoord dat ik krijg, is dat Europa zijn waarden aan het opleggenis. Dat is op dit moment niet het geval in heel veel gebieden waar abortusgeen recht is. Sterker nog: daar is het niet gelukt, om maar even met dewoorden van mevrouw Bikker te spreken. Vrouwen die wonen in gebiedenwaar de waarden van Europa zeker niet gelden en waar abortus dus geenrecht is, kiezen nog steeds voor het plegen van abortus. Hoe kan mevrouwBikker dan volhouden dat zij staat voor de keuzevrijheid van vrouwenoveral ter wereld?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik vind het onvoorstelbaar hoe hard er in Nederland, maar ook in Amerika– daar wees de heer Paternotte zojuist terecht naar – gesneden is in deontwikkelingshulp, de samenwerking, terwijl we juist weten dat hetvrouwen helpt als zij meer financiële zelfstandigheid krijgen. Juist daaromzal ik mij ervoor inzetten dat we dat bedrag weer omhoog gaan brengen.Volgens mij doen we dat ook samen, ook met collega Hirsch. Alleen is ereen fundamenteel verschil, omdat ik dat ongeboren leven anders weeg.Daarom zet ik niet in op het verspreiden van de mogelijkheid om abortuste ondergaan, maar wel op het verspreiden van andere vormen van hulpaan vrouwen en van anticonceptie. Dat is misschien niet het antwoord datcollega Hirsch wil horen, maar dat is wel wat mijn inzet zal zijn.De voorzitter:Mevrouw Dobbe nog? Ja.Mevrouw Dobbe (SP):Ik denk dat wij het wel eens zijn als het gaat over het tegengaan vanongewenste zwangerschap, maar ik vermoed zomaar dat wij over abortusfundamenteel van mening verschillen. Ik ben gewoon benieuwd naar deweging en hoe die gemaakt wordt. Ik doe dat niet om u te framen, maar ikben gewoon oprecht benieuwd, net zoals de andere collega’s hier, denk ik.U heeft het in uw betoog namelijk over «het recht op leven». Wij hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 186 natuurlijk vorige week ook een debat gehad. Dat was ook een wattheologisch, filosofisch debat geworden. Het recht op leven is in die zinabsoluut, maar hoe weegt mevrouw Bikker dan het recht op gezondheid,het recht op zelfbeschikking of het recht op leven van de vrouwen wiensleven in gevaar is door bijvoorbeeld onveilige abortussen? Hoe wordt datgewogen?Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Het leven van een vrouw is inderdaad net zo heilig als dat van hetongeboren leven. Als de gezondheid van een moeder in het geding isvanwege een zwangerschap, dan moet daarin een afweging gemaaktworden, waarbij ik altijd terughoudend zal zijn en geen oordeel kanhebben. Ik vind dat dat ook niet aan mij is. Als het gaat om de vraaghoever je gaat in het verstrekken van abortus omdat het veiliger zou zijnom dat via de medische zorg te doen dan om de situatie maar te latenzoals die is, maak ik de volgende keuze. Juist gezien de eigen lokalecontext en cultuur, zullen wij wel investeren in betere medische zorg. Daarwillen wij absoluut aan bijdragen. Dat is ook de reden dat in ons verkie-zingsprogramma staat dat we straks wel weer gaan investeren in meerontwikkelingshulp, dat we weer naar 0,7% toe gaan. Maar omdat hetleven heilig is, is dat niet door het verstrekken van abortusmiddelen. Weverstrekken wel anticonceptie. Verder zorgen we er juist voor dat vrouwenzich in de eigen lokale context en cultuur gesterkt en gesteund weten ophet moment dat er onverwachts een kindje verwacht wordt. Dat is eenandere afweging dan de uwe, maar ik denk juist dat we moeten uitkijkenmet het brengen van een soort westerse moraal, omdat dat in een lokalecultuur nog weleens verstorend kan werken in plaats van versterkend. Enja, wij zullen altijd bijdragen aan het versterken van de lokale gemeen-schap.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor dat antwoord. Het punt is natuurlijk dat wij vanuniversele mensenrechten – dat is ook waar deze nota om vraagt – zeggendat het een mensenrecht is. Het is niet zozeer een soort opleggen vanwaarden, van wat wij belangrijk vinden, door ons. Mensenrechten zijnuniverseel. In die zin gaat de zendingsdrang waar u net aan refereerdeniet op, want dat is nu precies waar die nota om vraagt. Hoe weegt u danbijvoorbeeld het recht op zelfbeschikking in deze afweging? Ik heb dat nogniet gehoord.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Hier zit juist het fundamentele punt van verschil. Abortus is voor mij geenmensenrecht. Volgens mij is dat het fundamentele verschil, want ik vinddat het recht op zelfbeschikking ook een grens heeft. En die grens ligt daarwaar je een ander mens ontmoet. Ons verschil van inzicht betreft ook hetbegin van het menselijk leven. Waar begint het menselijk leven? Voor mijbegint dat al in de buik, in de moederschoot, en niet pas als een kindgeboren is. Dan komen we weer op die filosofische of theologische vraagof hoe u die vraag ook maar wilt noemen: wanneer is een mens eenmens? Wanneer krijgt een mens een ziel? Ik weet het niet, en dat maaktmij terughoudend. Dat maakt ook waarom ik bij abortus ... Ik zal nooitoordelen over een vrouw in een noodsituatie. Laat dat hier ook gezegdzijn. Misschien dat ik daarom wel even zo heftig reageerde. Want iederevrouw verdient het om de volle steun te krijgen, ook als zij moeilijkebeslissingen heeft gemaakt die u of ik niet kunnen volgen. Zij verdientsteun in die situatie. Altijd. Los van wat je principiële overtuiging is. Maaromdat ik niet weet wanneer het menselijk leven begint, ben ik daarterughoudend in. Dat zeg ik er ook bij. En dat geldt al helemaal bij hetvanuit Nederland op andere plekken promoten van abortus.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 187 De voorzitter:Dat gezegd hebbende gaat mevrouw Bikker nu door met haar betoog. Uhebt al drie minuten gesproken.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter. Een aantal dingen zijn al aan de orde gekomen in de interrup-tiedebatten, met name op het punt van de subsidiariteit. Ik zou wel nogaan de initiatiefneemster willen vragen hoe zij weegt op welke wijze rechtmoet worden gedaan aan de eigen lokale context en cultuur, ook als hulpover grenzen gezonden wordt. Hoe helpt het prediken van ons eigen gelijken het niet respecteren van lokale wet- en regelgeving, terwijl in grotedelen van de wereld de kans groot is dat deze vrouwen en meisjes andersover abortus denken dan een progressieve meerderheid hier? Welkeopvatting heeft de initiatiefneemster daarover?Voorzitter. Ik kom op mijn laatste punt: de veiligheid en vrijheid vanvrouwen en meisjes. Gaat het om buitenlandse onderwerpen, dan trek ikjuist vaak samen op met veel van de collega’s, terwijl wij nu tegenoverelkaar staan. Ik kan tal van voorbeelden noemen, maar ik noem hier deWet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen. Daarbijtrekken wij samen op voor het beschermen van mensen tegen moderneslavernij. Ik zie ook heel veel kwetsbare posities van vrouwen en meisjeswereldwijd, zeker in conflictsituaties, waar de gevolgen van het uitblijvenvan goede gezondheidszorg en het uitblijven van goede veiligheid volopzichtbaar zijn. Ik trek altijd graag samen met collega’s op om ervoor tezorgen dat jonge vrouwen en meisjes veilig zijn. Ik zou daarom ook willenkijken waarin we elkaar wel kunnen vinden, ook samen met de regering.Wat kan Nederland juist nu wél doen, in deze tijd, om de veiligheid vanvrouwen en meisjes te waarborgen, juist in landen waarin de rechtsstaatniet functioneert? Hoe kunnen we inzetten op een betere geboortezorg, opgoede gezondheidszorg en op anticonceptie die past bij de lokale contexten cultuur? Want daarin kunnen wij elkaar vinden. Laten we daar dan werkvan maken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we over naar de heer Stoffer van de SGP.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. We spreken in de Tweede Kamer vaker over abortus enover mensenrechten, maar niet vaak gaat het zó om de kern van de zaakals vandaag. Wat is abortus, en wat zijn mensenrechten? En hoe is hetmogelijk dat juist die twee aan elkaar verbonden moeten worden?Laat ik beginnen met iets waarover D66 en de SGP het eens zijn, namelijkdit: alle mensen genieten mensenrechten. Mensenrechten zijn vastgelegdin internationale verklaringen zoals de Universele Verklaring van deRechten van de Mens en het Europees Verdrag tot bescherming van derechten van de mens. Met de verschrikkingen van de Tweede Wereld-oorlog nog vers in het geheugen, heeft men met deze verdragen bedoeldde burger te beschermen tegen geweld en brute machtsuitoefening. Totde meest fundamentele rechten behoren de bescherming en eerbiedigingvan de menselijke waardigheid, maar ook, zeg ik er nadrukkelijk bij, hetrecht op leven. Dat staat glashelder verwoord in artikelen 1 en 2 van hetHandvest van de grondrechten van de Europese Unie. De initiatief-neemster stelt nu dat ook abortus een mensenrecht is. Dat is eigenlijkonbestaanbaar. De radicaliteit van haar pleidooi is beklemmend en debewoordingen die ze in haar nota kiest zijn bij vlagen onthutsend. Ze zethiermee de werkelijkheid op zijn kop. Bij een abortus wordt immers eenongeboren mens gedood.In de beantwoording van feitelijke vragen over haar initiatiefnota geeft deinitiatiefneemster precies aan wanneer volgens haar menselijk levenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 188 begint. Ik citeer: «Initiatiefnemer kan aangeven wanneer het levenbiologisch start, namelijk bij de bevruchting van de eicel door de zaadcel».Dat klopt inderdaad. Hierover is zeer brede consensus onder biologen.Maar als het zo is dat het recht op leven behoort tot de meest funda-mentele mensenrechten, als het zo is dat wij dit mensenrecht toekennenaan alle mensen, als het zo is dat menselijk leven bij de bevruchtingbegint, als het zo is dat abortus dus ongeboren menselijk leven doodt, dankan abortus toch onmogelijk een mensenrecht zijn? Sterker nog, dan isabortus toch juist een grove schending van mensenrechten? Of is er ooiteen ander mensenrecht geweest dat het recht behelsde om een andermens te doden? Waar komen we terecht als een overheid burgers hetrecht toekent een ander leven – ik zeg daarbij: een geschenk van God – tedoden?Voorzitter. Een cultuur waarin dit soort voorstellen gedaan worden,verkeert in een staat van diep verval. Vaak wordt gezegd dat het belangvan de vrouw zwaarder weegt dan het recht op leven van het ongeborenkind, maar wat is dan het principiële verschil tussen een ongeboren kinden een geboren kind? Hoe kan de leeftijd van een mens, iets waar hij of zijniets aan kan doen, ons het recht geven om haar te doden?De voorzitter:De heer Paternotte zou u willen interrumperen, dus als u dit zelf een goedmoment vindt, dan zou ik dat willen toestaan. Meneer Paternotte, uwvierde interruptie.De heer Paternotte (D66):De heer Stoffer begon met mensenrechten die we met elkaar na deTweede Wereldoorlog hebben vastgesteld. Terecht, denk ik. Dat kwamnatuurlijk omdat de Tweede Wereldoorlog zo’n massieve uitbarsting vangeweld over de hele planeet was. We zagen ook dat in die oorlog seksueelgeweld een heel groot onderdeel uitmaakte van de oorlogsvoering vanlanden, zoals nu ook door de VN is vastgesteld dat in Oekraïne seksueelgeweld en verkrachtingen structureel en op grote schaal onderdeeluitmaken van de Russische oorlogsstrategie. Hetzelfde zien we in Sudan.We hebben helaas gezien dat Hamas hetzelfde deed, en zelfs Israël in deGazastrook. Als je kijkt naar de vrouwen die daarvan slachtoffer worden,die in veel gevallen dus misschien wel gedwongen zwanger zijngeworden door dat soort seksueel geweld, wat zegt het dan over hunmensenrechten als we vrouwen in zo’n noodsituatie eigenlijk geen hulpkunnen bieden?De heer Stoffer (SGP):De heer Paternotte pakt een kwetsbaar punt aan. Laat ik vooropstellen dathet verschrikkelijk is als een vrouw op wat voor manier dan ookaangerand, verkracht of überhaupt gewoon aangevallen wordt. Ik benvader van drie dochters. Ik heb geen zonen. Je houdt af en toe je hart vasten denkt: in wat voor wereld zijn zij terechtgekomen? Ik zeg er altijd gelijkbij: zij zijn in Gods hand. Dat troost mij altijd nog enorm. Maar terug-komend op de vraag van de heer Paternotte. Ik snap heel goed waar hijhet over heeft. Toch zeg ik dan: moet je met alles wat er gebeurd is, hoeverschrikkelijk dat ook is... Ik snap heel goed hoe verschrikkelijk dat is.Maar het gaat ook over een ander leven. Ik heb net in mijn tekst, wellichtwat stevig, neer willen zetten dat het gaat om het ene en andere mens. Ophet moment dat uit een verkrachting een kind zou voortkomen... Wemoeten dat niet wegpoetsen. Dat gebeurt en dat is heel verschrikkelijk.Maar je zou je bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat je dan de keuze maaktom de zwangerschap uit te dragen en een kind af te staan. Nogmaals: ja,dat is een verschrikkelijke zaak. Maar waar het vandaag over gaat, is ofabortus dan ook een mensenrecht is. Ik heb net in mijn tekst ookgeprobeerd neer te zetten dat het gaat om het recht van het ene mensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 189 tegenover het recht van het andere mens. Ik heb ook aangegeven dat hetleven al begint bij de bevruchting van de eicel door de zaadcel, wat deinitiatiefnemer zelf ook heeft aangegeven in de nota. Het is heel helder dathet verschrikkelijk is, maar dan nog zou ons pleidooi zijn: laat het niet nogeen mensenleven kosten. Dat is uiteindelijk waar het op neerkomt. Jemaakt hoe dan ook een einde aan ongeboren leven.De voorzitter:U laat deze gaan, meneer Paternotte? Dan gaat de heer Stoffer verder metzijn betoog.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. Ik kom aan het eind van mijn betoog. Ik vraag me af hoe deinitiatiefneemster haar voorstel rijmt met evidente bepalingen uitverdragen. In de preambule van het Internationaal Verdrag inzake derechten van het kind staat dat elk kind op grond van zijn lichamelijke engeestelijke onrijpheid bijzondere bescherming en zorg nodig heeft, metinbegrip van geëigende wettelijke bescherming, zowel voor als na zijngeboorte. Het is goed dat het kabinet het pleidooi van de initiatief-neemster om abortus als mensenrecht te beschouwen, niet overneemt.Aan de Minister wil ik daarom twee dingen vragen: kom in Europees eninternationaal verband meer op voor het recht op leven van ongeborenkinderen, en sta pal voor de vrijheid van organisaties om zich uit tespreken voor fundamentele rechten en vrijheden en voor de beschermingvan ongeboren leven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Paternotte, die spreektnamens D66.De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk van harte welkom aan dekersverse Minister van Buitenlandse Zaken. Wat goed dat hij op zijn eerstewerkdag direct enige tijd mag doorbrengen met deze commissie voor eenonderwerp dat helaas ontzettend actueel is.Voorzitter. In 1970 werd de leus «baas in eigen buik» gemunt. Dat is eenfrase die gaat over het fundamentele uitgangspunt dat de overheid nietbesluit over het lichaam van een vrouw. Nu, 25 jaar later, klinkt die kreeturgenter dan ooit. Het is alweer even geleden dat mijn collega, mevrouwPaulusma, samen met een oud-collega, de heer Sjoerdsma, deze notaheeft geschreven. Er valt nog weleens een kabinet, dus daardoorbehandelen we deze nu iets later. Maar er is in de tussentijd ook een hoopgebeurd. Ik zou willen vragen of mevrouw Paulusma kan toelichten opwelke manier de voorstellen uit de initiatiefnota nog steeds relevant zijn,welke ontwikkelingen zij heeft gezien en waarom zij het belangrijk vindtom deze voorstellen nu te bespreken.Voorzitter. Toen ik dit debat ging voorbereiden, kwam ik het verhaal tegenvan Teodora uit El Salvador. Zij was 24 en zwanger van haar tweedekindje. Tegen het einde van de zwangerschap ging het mis. Ze kreeg pijn,begon te bloeden en beviel thuis van een stilgeboren meisje. Ze kreeggeen hulp. Ze kreeg wel elf jaar gevangenisstraf, want abortus is in ElSalvador een misdrijf. Ik las ook over Adriana Smith, een 31-jarige vrouwdie vroeg in haar zwangerschap hersendood werd verklaard. Ze woondein de Amerikaanse staat Georgia, waar abortus illegaal is. Daarom mochthaar familie haar niet laten gaan, hoezeer ze daar ook om vroegen. Zewerd in leven gehouden als een menselijke broedmachine. Voor haarouders was dit verschrikkelijk. Haar 7-jarige zoontje dacht maandenlangdat mama lag te slapen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1810 In Polen stierf Iza, 30 jaar, in de 22ste week van haar zwangerschap doorsepsis. Een potentieel levensreddende abortus hadden artsen uitgesteld,uit vrees voor de Poolse abortuswet, die vrijwel niets toestaat. Sinds 2020,toen de abortuswet nog verder werd aangescherpt, zijn meerderevrouwen in Polen gestorven. Dat is de menselijke tol van de Poolseabortuswet. Op Malta was een vrouw door een miskraam in levensgevaar,maar ze moest naar Spanje vliegen voor hulp.Amerika, Polen, Malta. Dit soort verhalen lijken uit dystopische films tekomen, maar ze komen voor in landen waarmee we nauw verbonden zijn.De wetten worden daar strenger, terwijl abortus al verboden of heel sterkbeperkt was in grote delen van Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Ooksommige partijen in dit huis vinden het belangrijker om te kunnenbeslissen over het lichaam van een ander dan om dit leed te voorkomen.Wat D66 betreft is dat onacceptabel. Het afbreken van een zwangerschapzou altijd veilig en toegankelijk moeten zijn, voor iedereen. Dat zoumoeten, maar dat is het niet. Wereldwijd gaan er jaarlijks tienduizendenvrouwen dood aan de gevolgen van onveilige abortus. Dat getal isongeveer gelijk aan de hele gemeente Wageningen. Dit getal is extratragisch omdat we het kunnen voorkomen. Iedereen in deze ruimte weetnamelijk dat het verbieden van abortus niet zorgt voor minder abortussen.Het effect van een ongewenste zwangerschap is voor een vrouw namelijkzodanig dat ze zelf wel een manier zal vinden om de zwangerschap testoppen. Vaak is dat een levensgevaarlijke manier. Er zijn vrouwen diezichzelf in de buik slaan, excessieve hoeveelheden alcohol drinken,illegaal abortuspillen kopen, die zonder medisch toezicht wordeningenomen, of scherpe voorwerpen bij zichzelf naar binnen brengen in dehoop de zwangerschap zo te kunnen beëindigen. Na het terugdraaien vanRoe v. Wade, oftewel het federale recht op abortus in de VS, nam hetaantal zelf uitgevoerde abortussen met 40% toe. Het is onverteerbaar datdit anno 2025 nog steeds dagelijkse praktijk is.We kunnen natuurlijk niet de wet in andere landen bepalen, maar we zienwel dat in die landen heel veel clubs bezig zijn om te proberen de wet inonze landen te bepalen. We kunnen bovendien zelf een norm stellen, zoalswe dat bij andere mensenrechten hebben gedaan. Daarmee laten we nietalleen aan al die vrouwen zien dat zij het recht hebben om zelf te beslissenover hun eigen lichaam, maar geven we ze ook een stok in de hand ommee te slaan als aan dat recht wordt getoornd. Daarom vraag ik hetkabinet om hiermee aan de slag te gaan. Zoek partners in Europa endaarbuiten en werk samen aan het verankeren van het recht op abortus inzowel het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie als hetInternationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Graageen reactie van de Minister.De voorzitter:Punt, want er is een interruptie. Eerst is de heer Van Meijeren aan debeurt, daarna de heer Stoffer.De heer Van Meijeren (FVD):De heer Paternotte merkte op dat wereldwijd 39.000 vrouwen per jaarkomen te overlijden aan de gevolgen van een onveilige abortus. Mijnvraag is waar hij dat getal op baseert. Waar komen die cijfers vandaan?De heer Paternotte (D66):Van de Wereldgezondheidsorganisatie. Ik weet hoe Forum voorDemocratie aankijkt tegen de Wereldgezondheidsorganisatie, maar net alsde meeste leden in dit huis ben ik van mening dat we uit kunnen gaan vande cijfers van deze belangrijke VN-organisatie.De heer Van Meijeren (FVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1811 Dat vermoedde ik al. Ons vertrouwen in de Wereldgezondheidsorganisatieis inderdaad buitengewoon laag. In dit geval blijkt dat volkomen terecht,want de Wereldgezondheidsorganisatie baseert zich op een artikel vanThe Lancet uit 2014. Daarin wordt gesteld dat tussen de 4,7% en 13,2%van de totale moedersterfte het gevolg is van abortus. De WHO gaatdaarbij uit van die 13,2%, het bovenste deel van die bandbreedte, en komtdaarmee uit op 39.000. Als er was uitgegaan van die 4,7%, zou je rond de13.000 uitkomen. Als er was uitgegaan van het gemiddelde van 7,9%, zouje rond de 23.000 uitkomen. Los daarvan gaat het in The Lancet uitdruk-kelijk niet over onveilige abortus, maar over abortus in de ruime zin vanhet woord. De spontane abortussen, miskramen en buitenbaarmoederlijkezwangerschappen vallen daar ook onder. Dit cijfer van 39.000 is dus nietalleen statistisch onjuist, maar ook feitelijk volledig onjuist. Ik zou D66willen vragen, als partij die de mond vol heeft van desinformatie, om ineen debat over zo’n gevoelig onderwerp in ieder geval bij de feiten teblijven, zodat we dit debat op een eerlijke manier met elkaar kunnenvoeren.De heer Paternotte (D66):Dit is echt totale flauwekul. Natuurlijk gaat het niet om miskramen. Ik denkdat de heer Van Meijeren ook weet dat er niet maar 39.000 miskramen perjaar op de wereld zijn. Er zijn er miljoenen per jaar op de wereld. Dat weetiedereen. Ik weet niet of het heel veel zin heeft om op dit soort flauwekulin te gaan.De heer Van Meijeren (FVD):Het staat uitdrukkelijk in het artikel van The Lancet. Dit artikel gaat over demoedersterfte, waarbij uitdrukkelijk wordt gezegd dat de totale moeder-sterfte 295 miljoen per jaar betreft. Tussen de 4,7% en 13,2% is het gevolgvan abortus. Daar staat bij dat abortus zowel geïnduceerde abortus, waarwe het vandaag over hebben, als miskramen en buitenbaarmoederlijkezwangerschappen behelst. Als de heer Paternotte klakkeloos uitgaat vaninformatie van de WHO en niet controleert waar die op gebaseerd is, dankunnen wij in dit debat niet op een eerlijke manier met elkaar vangedachten wisselen. Dit zijn namelijk de feiten. Ik kan die u zo dadelijkheel goed laten zien.De heer Paternotte (D66):Ik weet niet of die cijfers zo nauwkeurig worden bijgehouden, maar ikdenk dat ik de stelling aandurf dat het aantal miskramen en buitenbaar-moederlijke zwangerschappen alleen al in Nederland per jaar duizendenmoet zijn. Misschien kan de Staatssecretaris daar iets over zeggen.Natuurlijk zijn de cijfers die de heer Van Meijeren hier aanhaalt op eenwereld met – hoeveel is het inmiddels? – 8 miljard mensen totaleflauwekul. Het zijn cijfers die de WHO verzamelt onder vaak hele moeilijkeomstandigheden. In veel maatschappijen is het bijna niet te doen. Maarhet punt dat ik in mijn betoog probeer te maken, is dat het ook nogtoeneemt. In Polen is abortus in 2020 totaal verboden. We zien detragedies. Ik zou het artikel uit Time Magazine over the human toll of thePolish abortion ban aanraden. Ik noemde net een paar voorbeelden uitAmerika, maar ik kan nog veel meer voorbeelden noemen waarinvrouwen in ernstige problemen komen en soms met de helikopter van deene naar de andere staat worden gebracht in de hoop dat hun leven nogte redden valt. Het zijn absurde tragedies. Daarom moeten wij iets doenvoor het recht van vrouwen om over hun eigen lichaam te beslissen.De voorzitter:Ik kijk nog even naar de heer Van Meijeren.De heer Van Meijeren (FVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1812 Dat laatste is een misverstand. De heer Paternotte gebruikt een drogrede-nering. Hij betwist het getal 39.000 onder het mom dat er alleen inNederland al heel veel miskramen plaatsvinden en dat er dan wereldwijdnatuurlijk meer dan 39.000 miskramen per jaar voorkomen. Dat isvanzelfsprekend. Het gaat hier over de moedersterfte als gevolg vanmiskramen. Ik heb het artikel van The Lancet er even bij gepakt. Ik citeerdaaruit: «The abortion category includes induced abortion, miscarriage,and ectopic pregnancy.» Dat is de totale categorie waar The Lancet hetover heeft. De Wereldgezondheidsorganisatie maakt hier volledig tenonrechte van dat het allemaal zou gaan om geïnduceerde abortussen. Ikzal u het artikel zo toesturen. Ik verwacht dan ook dat u zo groots bent omin de tweede termijn uw fout toe te geven.De voorzitter:De heer Paternotte mag hierop reageren en daarna gaan we nog naarandere interrupties luisteren.De heer Paternotte (D66):39.000 overlijdens door onveilige abortus. In de laatste cijfers van deWHO, uit 2023, staat dat het totale aantal gevallen van moedersterftetijdens de zwangerschap of in het kraambed 287.000 is. Dat geeft in iedergeval aan dat de heer Van Meijeren er een bepaalde factor naast zit, maardie factor die hij ernaast zit, is nog altijd minder dan we gemiddeld vanForum gewend zijn.De voorzitter:We gaan naar de heer Stoffer van de SGP.De heer Stoffer (SGP):De heer Paternotte heeft het telkens over de rechten van vrouwen. Datheb ik veel vaker gehoord, uiteraard. We hebben in de vorige kabinetspe-riode ook een aantal debatten gevoerd over de aanpassing van abortus-wetgeving. Dan stelde ik er elke keer de vraag tegenover: wat is nu hetrecht van het ongeboren leven? Ik moet eerlijk zeggen: daar kwam nooiteen antwoord op. Ik heb zojuist het citaat van de initiatiefnemer aange-haald waarin staat dat het leven biologisch start bij de bevruchting van deeicel door de zaadcel. Ik ga ervan uit dat de heer Paternotte het daarovereens is met de initiatiefnemer. Nou is mijn vraag: waar is dan het rechtvan dat ongeboren leven? Dat heeft toch ook mensenrechten? Dat heefttoch ook rechten? Zou de heer Paternotte daarop in kunnen gaan?De heer Paternotte (D66):Zeker. Ik spreek niet voor niets steeds over een noodsituatie. Ook in onzeabortuswet, de Wet afbreking zwangerschap, zoals die heet in Nederland,is opgenomen dat er sprake moet zijn van een noodsituatie en dat daarbijrekenschap gegeven moet worden van de fundamentele beschermwaar-digheid van de foetus. Ik denk dat we dat belangrijk vinden, dat het rechtop zorg van een vrouw in een noodsituatie naast die fundamentelebeschermwaardigheid staat. Daarom moet er ook een afweging, debegeleiding van een arts, zijn. Om die te kunnen laten plaatsvinden is datrecht ook ongelofelijk belangrijk, omdat je weet dat mensen dan hetgesprek aangaan. Dat vindt de heer Stoffer natuurlijk ook belangrijk. In datgesprek kan bekeken worden hoe iemand ervoor staat en of er alterna-tieven zijn, maar je haalt onderaan de streep nooit dat recht weg bij devrouw zelf; zij beslist over haar eigen lichaam.De heer Stoffer (SGP):In essentie denk ik dat de heer Paternotte en ik het over dit vraagstuk nieteens worden. Maar als de heer Paternotte dit zegt, dan moet D66 niet metdeze nota komen, maar met een nota over hoe we al die noodgevallenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1813 kunnen verhelpen. Nood gaat er heel vaak om dat er geen woning of teweinig geld is. Dan had het toch een nota moeten zijn waarin staat: latenwe alles op alles zetten om ieder ongeboren leven dat we kunnen redden,te redden? Ik zou zeggen: scheur deze doormidden, doe hem in deshredder, in de prullenbak, en maak zo’n nota. Dan komen we al een heelstapje dichterbij, zou ik zeggen, want dan kun je al ik-weet-niet-hoeveelabortussen voorkomen, gewoon om hele praktische redenen. En over determ «noodsituatie»: een beetje geld en een woning zijn hele belangrijkedingen, maar dat is geen noodsituatie; dat kun je gewoon oplossen.De heer Paternotte (D66):Weet u, de meeste ongewenste zwangerschappen ontstaan door demanier waarop een samenleving omgaat met dit soort zaken. Als het gaatom anticonceptie en seksuele voorlichting, zien we bijvoorbeeld in Polenen in zuidelijke staten van de Verenigde Staten dat het ertoe leidt datmensen niet alles weten, dat ze geen toegang hebben tot anticonceptie endat er dan een ongewenste zwangerschap kan ontstaan. Als wij hetdaarover eens zouden kunnen worden, als de SGP ook zegt dat ze detoegang tot anticonceptie ongelofelijk belangrijk vindt en dat we moetenzorgen dat kinderen op school door een open gesprek weten in wat voorwereld ze staan, wat seks is en wat dat betekent voor ze, dan kunnen weervoor zorgen dat het aantal ongewenste zwangerschappen minderwordt. Je kunt proberen dat aan te pakken door het recht bij de vrouwweg te nemen, maar we zien in het buitenland waar dat toe leidt: niet totminder ongewenste zwangerschappen, wel tot veel meer onveiligheid, totveel meer tragedies, tot onveilige miskramen en door onveilige abortus,waardoor vrouwen sterven of in grote problemen komen, en tot eentoename van babysterfte, zoals in de Verenigde Staten. Ik geloof daar nietin. Ik denk dat het uitgangspunt altijd het recht van de vrouw om haareigen keuze te maken moet zijn, met alle hulp die je daaromheen kanbieden.De voorzitter:De heer Stoffer, opnieuw.De heer Stoffer (SGP):We spreken op dit moment over een meer internationale context, maar wekunnen niet de hele wereld op onze schouders nemen wat dat betreft. Ikzou tegen de heer Paternotte zeggen: denk nou eens heel goed na overwat ik zojuist zei. Hier in Nederland, waar wij onze verantwoordelijkheidhebben, zou je al door gewoon heel praktisch ... Dat heeft in een regeerak-koord gestaan waar u onderdeel van uitmaakte, alleen is daar totaal niets– nul! – mee gedaan, terwijl er toch twee jaar de tijd voor was om daariets aan te doen. Mevrouw Bikker heeft zich daar ook voor ingezetdestijds. Laten we nu de handen ineenslaan, dit doormidden scheuren enervoor zorgen dat we, op z’n minst waar onze eigen verantwoordelijkheidligt, het aantal abortussen op z’n minst terugbrengen, daar waar hetgewoon om praktische overwegingen gaat.Voorzitter, ik ga ervan uit dat ik de heer Paternotte bij dezen overtuigd heb.Ik zie ontzettend uit naar het moment waarop die notitie komt en we dat ineen volgend akkoord kunnen zetten.De heer Paternotte (D66):Nee, de heer Stoffer heeft mij absoluut niet overtuigd. We kunnen zeggendat we de internationale context laten voor wat die is, maar dat moetenwe absoluut niet doen. We zien dat er ook hier groepen voor de deurstaan en ervoor pleiten om het recht op abortus in Nederland op te heffen.Dat lijkt misschien ver weg, maar dat leek in Amerika een paar jaargeleden ook ver weg. Het leek bijna ondenkbaar dat het zou verdwijnen.Ondertussen weten we wat de effecten daarvan zijn. Ik heb het verkie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1814 zingsprogramma van de SGP gelezen; misschien niet helemaal, maar inieder geval een paar hoofdstukken daarvan. Ik heb gezien dat de SGP overiets als seksuele voorlichting zegt: dat willen we niet méér, maar juist veelminder hebben in Nederland; anticonceptie willen we niet beschikbaarmaken, maar juist minder beschikbaar maken. Dat soort stappen leidenertoe dat meer vrouwen in een noodsituatie komen. Als je ze dan ook noghet recht afneemt om over hun eigen lichaam te beslissen, leidt datvolgens mij tot heel veel tragedies. Ik denk ook dat het leidt tot wat we nuin Polen en de VS zien, namelijk dat vrouwen steeds meer wordenweggedrukt, dat hun positie in de samenleving zwakker wordt en dat weenorme stappen terug zetten in de emancipatie, waar zo lang hard aangewerkt is.De voorzitter:We gaan naar de heer Kahraman, NSC.De heer Kahraman (NSC):De heer Paternotte refereert eraan dat er vanuit het buitenland wordtgeprobeerd om onze wet- en regelgeving te beïnvloeden. In de initia-tiefnota lees ik dat de initiatiefnemer voornemens is om geld te geven aanngo’s in het buitenland, zodat die abortuspillen kunnen verstrekken. Iklees in de nota dat die pillen juist gegeven zouden moeten worden aanorganisaties die opereren in landen waar abortus illegaal is. Ik ben blij omte lezen dat het kabinet hierop gereageerd heeft met de opmerking dat hetuitgangspunt van het Nederlandse internationale SRGR-beleid is dat ditbeleid altijd gebeurt binnen de nationale kaders en wetgeving van delanden waarin we werken. Ik zou toch aan de heer Paternotte willenvragen – hij is niet de initiatiefnemer, maar wel van dezelfde partij – inhoeverre hij erachter staat dat wij dingen zouden moeten promoten die ineen ander land verboden zijn.De heer Paternotte (D66):De Verenigde Staten hebben hun ontwikkelingshulp zo ongeveer totaalopgeheven. Bovendien hebben ze de Global Gag Rule weer ingesteld, dieinhoudt dat welke organisatie dan ook die iets doet aan reproductieverechten, oftewel iedere organisatie die vrouwen helpt met de toegang totabortus, geen cent van de Verenigde Staten kan ontvangen. De volgendestap zal ongeveer zijn dat deze organisaties gesanctioneerd worden. Ditleidt nu in heel veel landen tot tragedies waarover de collega’s die overontwikkelingssamenwerking gaan het vaak hebben. Het betekent namelijkdat het aantal vrouwen dat door een onveilige abortus omkomt – dat zijnde cijfers die ik net bediscussieerde met de heer Van Meijeren – alleenmaar gaat toenemen. Wij vinden dat Nederland daar een positief verschilin kan maken, zoals wij in het verleden ook gedaan hebben, bijvoorbeeldtoen mevrouw Ploumen een belangrijke leidende rol daarin speelde in deeerste regeringsperiode-Trump. Dus ja, we denken dat het heel verstandigis, omdat je daarmee de positie van heel veel vrouwen in de wereld kuntversterken en als Nederland een positief verschil kan maken.De heer Kahraman (NSC):Als ik de heer Paternotte goed begrijp, is hij er dus voorstander van omabortuspillen te verstrekken in landen waar abortus illegaal is, waarmeehij ingaat tegen nationale wet- en regelgeving. Dit terwijl het kabinet zegtgeen organisaties te financieren die nationale wet- en regelgeving bewustovertreden. Ik begrijp de heer Paternotte echt niet. Hij roept als parlemen-tariër gewoon op om nationale wet- en regelgeving te overtreden en datook nog eens actief te financieren. Het zou wat zijn als andere landenNederlandse burgers gaan financieren bij of aanzetten tot zaken die inNederland verboden zijn. Ik wil hier graag een reflectie op van de heerPaternotte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1815 De heer Paternotte (D66):Zodat vrouwen niet onnodig sterven, zeg ik tegen de heer Kahraman. Er isook een VN-commissie die over de abortuswet in Polen zegt dat die tothele wrede situaties leidt. Die Poolse wet kennen wij natuurlijk goedomdat Polen een EU-land is. Maar ongeveer de helft van de Afrikaanselanden heeft een vergelijkbare wet. Dus ja, inderdaad, wij vinden datngo’s met Nederlandse steun werk moeten kunnen doen dat ertoe leidtdat vrouwen niet onnodig hoeven te sterven.De voorzitter:U heeft nog recht op interrupties, meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):De heer Paternotte probeert het debat echt te trekken naar «abortus is eenmensenrecht». Dus alle abortussen en abortuspillen zijn volgens D66geoorloofd. De heer Paternotte drijft het debat naar «als vrouwen in noodkomen». Maar dat is voor mij echt een gezondheidsvraagstuk, waarin dearts samen met de moeder bepaalt welk leven de moeder ... Nou ja. Mijnmedewerker zegt dat in minder dan 1% van de gevallen abortus wordtgepleegd omdat de moeder potentieel zou kunnen sterven. De heerPaternotte drijft iedere keer het debat daarnaartoe, maar ik heb het overálle gevallen van abortus. Dat is namelijk waar het D66-debat over gaat; zijwillen abortus overal als mensenrecht bestempelen, niet alleen in gevalvan moedersterfte. Als u het wel daarover heeft, zie ik graag een anderenota en wil ik graag een andere discussie. Maar mij gaat het er echt omdat de nota nu zo is opgesteld dat abortus echt een absoluut mensenrechtis, dus dat alle abortussen in alle landen gepromoot zouden moetenworden. Ik vraag de heer Paternotte echt of hij als parlementariër ervoorstander van is om in andere landen mensen ertoe aan te zetten denationale wetten te overtreden, of niet.De heer Paternotte (D66):Twee dingen. Eén. De inzet van deze nota is om van het recht op afbrekingvan de zwangerschap een mensenrecht te maken, zodat legaal of illegaalook geen vraagstuk meer is. Het zou namelijk niet illegaal moeten zijn. Hetzou een keuze van de vrouw moeten zijn. Dat op één.Twee. Ik heb net een aantal voorbeelden genoemd – ik vind het echtbelangrijk dat de heer Kahraman daar ook nota van neemt – waarin dewet heel beperkend is. In Amerika heb je varianten zoals een totaalverbod,waarbij je zeker weet dat het nooit mag, en een verbod dat zegt dat je hetheel zorgvuldig moet aantonen als het leven van de moeder in gevaar isen dat je dan misschien wel iets kan doen, waarbij het continu gebeurt datartsen dan toch niet iets durven te doen en vrouwen daardoor in noodkomen. Als je vindt dat de gezondheid van vrouwen écht telt, dan zou jemoeten zeggen dat de keuze bij hen ligt. Het recht op abortus is inNederland absoluut ook ingeperkt. Wij hebben een wet die zegt dat ereerst een gesprek moet plaatsvinden. Er wordt met de arts een bedenktijdvastgesteld. We hebben een grens gesteld aan het aantal weken. Ik zegook niet dat wij die zaken willen veranderen. Ik zeg dat we zien dat ditrecht op zo veel plekken zo ver wordt ingeperkt dat vrouwen wordenteruggedrongen naar het begin van de emancipatie en dat hungezondheid aan de lopende band in gevaar is. Dat gebeurt continu en ophele grote schaal in arme landen; Nederland kan daar ontwikkelingshulpbieden. De Verenigde Staten hebben zich daar zo ongeveer totaalteruggetrokken. Wij kunnen dus echt iets doen. Wij kunnen helpen omlevens te redden. Dan heb ik het niet over het promoten van abortus,maar over het helpen van vrouwen als het gaat om de reproductieverechten die voor hen noodzakelijk zijn voor hun gezondheid en vaak omüberhaupt in leven te kunnen blijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1816 De heer Kahraman (NSC):De heer Paternotte blijft in dit notaoverleg maar terugkomen op «hetredden van een vrouwenleven omdat haar leven gevaar loopt door haarzwangerschap». Ik denk dat de heer Paternotte en ik elkaar op dat gebiedwel kunnen vinden. Maar de nota zegt dat abortus een mensenrecht moetzijn, een absoluut recht dus. Dan gaat het ook om vrouwen die ongewenstzwanger raken en misschien – de heer Stoffer refereerde hier al aan –geen huis of onvoldoende financiële middelen hebben, of die het nietgoed uitkomt. Dat is waar deze nota over gaat. Ik zei het al: in 1% van degevallen – dit zegt mijn medewerker – loopt een vrouwenleven gevaardoor de zwangerschap. Maar die andere 99 gevallen ... Wil de heerPaternotte zeggen dat hij die uit de nota wil halen?De heer Paternotte (D66):Als de heer Kahraman echt meent wat hij zegt over het recht op een huisof op voedsel of over in een noodsituatie zitten, hoe kan het dan dat hijhoogstpersoonlijk heeft gestemd voor de grootste bezuiniging opontwikkelingssamenwerking van deze eeuw? Hoe kan het dan dat NSC diemogelijk heeft gemaakt? NSC heeft de vinger nog wel een beetjeopgestoken om te zeggen: we willen nog wel een indexatie. Maar toen deVVD-minister die weghaalde, zei NSC: oké, óké, dan gaan we daar ookmee akkoord. Meneer Kahraman, u heeft helemaal niets gedaan voorvrouwen die vanwege het gebrek aan een huis of vanwege onvoldoendetoegang tot voedsel of onderwijs in een noodsituatie zitten. Kom dan nietbij mij aan met de bewering dat ik hun rechten niet serieus zou nemen.Het punt is dat die vrouwen überhaupt niet de toegang hebben tot eenkeuze, tot de zorg die betekent dat zij de vrijheid hebben om hun eigenkeuze te maken. Dat is waar Nederland een verschil in kan maken.De voorzitter:Dan gaan we naar mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Wij hebben in Nederland al vele jaren het debat over de abortuswet-geving, waarbij een democratische meerderheid telkens weegt hoe je naarde verschillende belangen en de verschillende waarden moet kijken. Danheb ik het over die van de moeder enerzijds, ook in een noodsituatie, endie van het ongeboren leven anderzijds. Daarmee geven we in ons landeen uitleg aan artikel 2 van het EVRM, het recht op leven. Het EuropeesHof heeft geconstateerd dat dit in verschillende landen ook verschillendwordt uitgelegd. Sommige landen zullen dichter bij de visie van deChristenUnie zitten dat je al eerder bescherming moet geven aan datongeboren leven, terwijl andere landen een ruimere abortuswetgevingkennen dan Nederland. Wat mij niet helder is in de nota van D66 is welkeweging van het ongeboren leven, artikel 2 van het EVRM dus, D66 maaktop het moment dat abortus tot een mensenrecht wordt verklaard. Kan deheer Paternotte dat verder toelichten?De heer Paternotte (D66):Dit betekent dat je het fundamentele principe vastlegt dat de keuze bij devrouw ligt. Elk land moet daar natuurlijk nog steeds de eigen invulling aangeven; dat hebben we in Nederland ook gedaan. Dat kan betekenen dat jewil dat een arts een rol speelt in de abortuszorg, of dat er een grens aanhet aantal weken zit. Dat zijn kaders waarmee je ervoor zorgt dat diekeuzevrijheid, dat recht, ook geborgd is. Dat sluit juist heel goed aan opwat het Europees Hof ook heeft gezegd. Het vreemde is dat het EuropeesHof aan de ene kant zegt dat er een «margin of appreciation», eenwaarderingsruimte, is – Polen en Malta maken daar gebruik van – maaraan de andere kant zegt: als het recht op abortus bestaat, dan moet er ooktoegang zijn tot goede zorg en moet een arts daar ook bij kunnen helpen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1817 Dan past het eigenlijk niet dat artsen zeggen: ik wil daar niet bij helpen. Ikdenk dat het Europees Hof de keuze maakt die het eerder ook bij anderezaken heeft gemaakt. Als er in Europa een paar landen zijn die daarfundamenteel anders over denken, dan zeggen ze: zolang er nog geenduidelijke consensus is, dan gaan we daar geen interpretatie in leggen.Maar ze zeggen wel: als het recht op abortus bestaat, dan moet er ookgoede abortuszorg aanwezig zijn en dan is het de plicht van een land omdat te organiseren. Dat geeft voor mij aan dat het Europees Hof hetessentieel vindt dat vrouwen recht hebben op die zorg.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Het lijkt me nogal wiedes dat je geen loze kreten mag opschrijven. Datgeldt voor alle wetgeving. Als je iets opschrijft en het vervolgens nietregelt... We hebben in dit land genoeg debatten over onderwerpen als hetklimaat en de woningbouw, waarbij sociale grondrechten niet wordenwaargemaakt. Het lijkt me nogal wiedes dat een rechter een land daaraanhoudt. Maar juist bij de rechtspraak rond artikel 2 van het EVRM, over hetrecht op leven, hoort nog steeds het besef dat dit geen Europese afspraakis. Een land mag voor zichzelf afwegen hoe het dit precies waardeert. Ikheb nog steeds geen antwoord op mijn vraag aan D66. Op de vraag «hoeweeg je het recht op leven?», is het antwoord, als ik het goed begrepenheb: dat ligt aan hoe de moeder dat weegt. Het ongeboren leven zelf heeftdan nooit zeggingskracht. Het antwoord is: de moeder weegt zelf of hetleven ver genoeg is. Hoe ziet de heer Paternotte dat? Is het subjectief?De heer Paternotte (D66):Mevrouw Bikker lijkt nu te impliceren dat wij vinden dat we de abortuswetin Nederland moeten veranderen of dat we het moeten oprekken naar 40weken. Dat is niet wat ik hier voorstel. We hebben in Nederland eenduidelijke inkadering. Laten we even duidelijk zijn wat betreft hetEuropees recht. Dit gaat om een Europees verdrag, dat voor alle lidstatenvan de Raad van Europa geldt. Het Europees Parlement heeft met eenbehoorlijk ruime meerderheid gezegd: laten we het recht op abortusvastleggen in het Europees handvest voor fundamentele rechten,waardoor abortus niet meer verboden kan zijn in lidstaten van deEuropese Unie, zoals Polen of Malta. Er duiken steeds opnieuw tragischeverhalen op over vrouwen die sterven of ernstige gezondheidsschadeondervinden omdat ze niet over hun eigen lichaam kunnen beslissen. Onsvoorstel is om hier Europees recht van te maken binnen de EuropeseUnie, zoals het Europees Parlement ook heeft bepleit.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Op dat laatste punt had ik graag de collega’s van het CDA bevraagd, maardie zijn er niet, dus moet de heer Paternotte het met mijn vragen doen.Mijn principiële moeite bij deze initiatiefnota is dat er voor het tegenover-gestelde gekozen wordt. Abortus als mensenrecht suggereert voor mijeen exclusiviteit richting het ongeboren leven, alsof dat helemaal geenmensenrecht meer heeft. Dat is mijn fundamentele moeite hiermee.Daardoor begon ik dit debat ook zo stevig vanmorgen. Misschien was ik testevig, maar mijn fundamentele moeite is dat als je abortus tot mensen-recht verklaart, het ongeboren leven kennelijk geen recht meer heeft. Kande heer Paternotte er enig begrip voor hebben dat als je je nota zo noemt,het voelt alsof het ongeboren leven al afgeschreven is?De heer Paternotte (D66):Wat mevrouw Bikker nu zegt, doet totaal geen recht aan hoe de wet inNederland in elkaar zit. De wet zit zo in elkaar dat als een vrouw in eennoodsituatie zit, ze toegang heeft tot een arts. Ze weet dat de keuze bijhaarzelf ligt, maar dat er wel een goed gesprek plaatsvindt. Er kan, inoverleg tussen de vrouw en de arts, gekeken worden of een bedenktijdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1818 nodig is. Dat is belangrijk. Daarmee doe je recht aan de beschermwaar-digheid en aan het feit dat een vrouw in een noodsituatie altijd toegangmoet kunnen hebben tot zorg. Als we naar een situatie toe gaan zoals u ende heer Stoffer beschrijven – ik snap dat vanuit uw overtuigingen – danleidt dat ofwel tot een totaalverbod ofwel tot hele vergaande beperkingen.In de landen waar dat gebeurt, leidt dat tot bizarre situaties, tragedies eneen toename van de babysterfte, wat ook extreem verdrietig is. Ik zieeerlijk gezegd niet in hoe je een veel betere situatie kunt bereiken als jezegt dat een vrouw niet zelf de keuzevrijheid heeft. Daarom willen wij ditals recht vastleggen.De voorzitter:De heer Paternotte continueert... níét zijn bijdrage, want de heerKahraman wil nog een interruptie plegen.De heer Kahraman (NSC):Excuses, voorzitter, maar ik werd getriggerd door de beantwoording vande heer Paternotte. Dit is de commissie voor Buitenlandse Zaken, dusdacht ik bij de voorbereiding: ik ga het niet hebben over de inhoudelijkevraag wanneer abortus wel is toegestaan en wanneer niet, want dat debathoort in een andere commissie thuis. Wel heb ik de vraag wat het doet alshet een absoluut recht als mensenrecht is. Wat doen we daarmee in derichting van andere landen en noem maar op? Ik hoor de heer Paternotteeen aantal keren over de termijn van 24 weken, die in Nederlandzorgvuldig gekozen is, zeggen dat die termijn door D66 als uitgangspuntwordt gehanteerd. Als we van abortus een mensenrecht maken, onder devoorwaarden die wij als Nederland hebben bepaald, wat gaat de heerPaternotte dan doen met landen die een liberalere abortuswet hebben?Gaan we die dan inperken? Ik weet dat een aantal staten in de VerenigdeStaten niet eens een beperking van het aantal weken kennen. Wilt u derechten in andere staten die liberaler zijn, gaan beperken? Hoe het inScandinavië geregeld is, weet ik niet – dat heb ik niet opgezocht – maar ikzou denken dat die landen misschien wat liberaler zijn. Wilt u die landendan gaan beperken en inkaderen in de Nederlandse wet- en regelgeving?Wilt u dat als uitgangspunt hanteren?De heer Paternotte (D66):Nee.De voorzitter:De heer Kahraman heeft geen interruptiemogelijkheid meer, dus gaat deheer Paternotte...De heer Paternotte (D66):Ik zie dat hij graag meer had willen horen, maar ik zou hem willenaanraden om gewoon de resolutie van het Europees Parlement te lezen.Die maakt heel duidelijk hoe dit moet worden opgenomen in het handvestvoor de fundamentele rechten en doet daarbij geen afbreuk aan de landendie eigen regelgeving hebben, die over het algemeen op een vergelijkbaaraantal weken zitten.De voorzitter:Laten we doorgaan met het debat en vooral géén antwoord geven op nietgestelde interrupties. Dat helpt in het kader van de orde. De heerPaternotte maakt zijn betoog af.De heer Paternotte (D66):Ik had even een streepje moeten zetten bij waar ik was gebleven,voorzitter. Ik kom bij het beschermen van mensenrechtenverdedigers.Nederland heeft zich altijd ingezet voor het beschermen van degenen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1819 mensenrechten verdedigen, en die dat vaak met gevaar voor zichzelfdoen. Maar de ruimte voor het maatschappelijk middenveld is vaak al heelklein, dus die mensenrechtenverdedigers kunnen elk beetje hulpgebruiken om voor de rechten van anderen op te komen. Onder ditkabinet is er alleen ontzettend veel bezuinigd. Onder Minister Klever iszelfs al het geld voor pleitbezorging geschrapt. Dat is heel pijnlijk, wanthet heeft geen zin om geld te geven voor abortuszorg als die zorgverboden is. Het is zo ontzettend belangrijk dat actiegroepen en-organisaties zich in het buitenland kunnen inzetten om de toegang totabortus te verbeteren, maar dat wordt ze op deze manier ontzettendmoeilijk gemaakt. Is het kabinet bereid, nu het niet meer wordt beperktdoor de PVV, om die beleidswijziging terug te draaien? We hadden het aleven over het enorme effect van de extreme bezuinigingen op USAID opde seksuele gezondheid in ontwikkelingslanden. Veel vrouwen warenafhankelijk van deze hulp voor anticonceptie, maar kunnen die nu nietmeer krijgen. Kan de Minister toezeggen uit te zoeken of Nederland inieder geval een deel van dit gat kan opvullen?Voorzitter. Ik noemde net, in een kort debat met de heer Stoffer, dewreedheid van seksueel geweld tegen vrouwen als gevechtshandelingdoor Russen in Oekraïne, door de Rapid Support Forces in de omgevingvan Khartoem en Darfur. Een mensonterende misdaad die ook eenongewenste zwangerschap tot gevolg kan hebben. Stel je voor dat jegedwongen wordt het kind te dragen van iemand die jou zoiets onmense-lijks heeft aangedaan. Daarom pleitte mijn oud-collega Hammelburg er alvoor om standaard abortuszorg beschikbaar te maken bij noodhulp. Dieoproep werd toen door de Kamer gedeeld. Hebben de bezuinigingen vandit kabinet ook effect gehad op deze zorg. En, zo ja, wat gaat de Ministerdoen om dit terug te draaien?Dan naar Nederland. Hoewel het ook hier rammelt, is de toegang totabortus gelukkig nog een realiteit, niet alleen voor Nederlandse vrouwenmaar ook voor vrouwen uit andere met name Europese landen diehierheen komen voor de zorg waar ze recht op zouden moeten hebben.Daar zit alleen wel een prijskaartje aan, waardoor het vaak voor mensenniet haalbaar is. Ziet de Staatssecretaris nog mogelijkheden om insamenwerking met klinieken te spreken over het zo laag mogelijk makenvan de financiële drempel?Voorzitter, tot slot. We zagen de afgelopen jaren helaas in Nederland deconservatieve partijen, ook binnen de coalitie, voorstellen doen die detoegang tot abortus inperken. Soms gebeurde dat heel subtiel, doorslechts te vragen om de redenen voor abortus te laten registreren, ensoms overduidelijk, door tegen de beschikbaarheid van de abortuspil bijde huisarts te stemmen. De reacties vanuit het kabinet stemden tot nu toeniet direct hoopvol, maar ik zie ook dat er vandaag geen NSC-ministermaar twee liberale bewindspersonen tegenover mij zitten. D66 en de VVDwerken vaak zij aan zij voor individuele vrijheden, zowel in Nederland alsdaarbuiten. Ik hoop dat we dat vandaag ook kunnen doen.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Stoffer, voordat we naarde bijdrage van mevrouw Dobbe gaan luisteren.De heer Stoffer (SGP):Toch nog een keer. Ik hoor de heer Paternotte aan het kabinet vragen: kuntu ook nog wat geld beschikbaar stellen en de kosten zo laag mogelijkmaken om mensen vanuit het buitenland hiernaartoe te laten komen omeen abortus te plegen? Dan stel ik nog één keer de volgende vraag aan deheer Paternotte. Als u dan toch al die vragen stelt, kunt u dan in antwoordop mijn vraag niet ook de vraag bij het kabinet neerleggen of het geldbeschikbaar kan stellen om te voorkomen dat Nederlandse vrouwen diehier een abortus willen plegen omdat ze geen huis of geen eten hebben,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1820 omdat hun man ze niet wil helpen of ga zo maar door ... Kan die vraag erook bij? Als u dan toch een aantal vragen daar neerlegt, dan graag ookdeze vraag om gewoon een aantal miljoen beschikbaar te stellen voorNederlandse vrouwen die niks te besteden hebben, maar eigenlijk welhun kindje zouden willen houden, als de omstandigheden goed zoudenzijn.De heer Paternotte (D66):We kunnen dit natuurlijk heel breed maken. Ik ben altijd graag bereid omdat te doen. Maar het verbaast me altijd zo dat ik de SGP dat zelf niet ziedoen. Kijk bijvoorbeeld naar ontwikkelingslanden, waaraan Nederlandinderdaad veel minder ontwikkelingshulp levert. De SGP heeft daaruiteindelijk mee ingestemd. Ze hadden alleen één voorwaarde, namelijkdat de hulp aan Palestijnen via de VN-organisatie UNRWA ook nog eensmoest worden afgebouwd. In ruil voor die deal, waarmee dat in eenaantal jaren werd afgebouwd, heeft de SP ingestemd met de grootstebezuiniging op ontwikkelingssamenwerking ooit. De SGP. Zei ik de SP?De voorzitter:Ja, u zei de SP.De heer Paternotte (D66):Ik snap niet hoe ik die twee door elkaar kan halen! De SP heeft daar nietmee ingestemd; de SGP inderdaad wel. Dan is het gevolg toch dat er veelmeer vrouwen in een noodsituatie zitten? Die ontwikkelingshulp isinderdaad mede gericht op zorgen dat er voorlichting is en dat anticon-ceptie beschikbaar is. Oftewel, als je echt zou willen dat er minderabortussen plaatsvinden, zou je die ontwikkelingssamenwerking toch juistin stand moeten houden? Die is er namelijk voor een heel groot deel opgericht dat vrouwen niet in de noodsituatie van een ongewenstezwangerschap terechtkomen.De voorzitter:De heer Stoffer voor zijn laatste interruptie.De heer Stoffer (SGP):Ik ga me er toch aan wagen. Twee dingen. Eén. Ik heb een aantal jarengeleden in deze commissie zelf een initiatiefnota neergelegd voor goedemoeder- en kindzorg. D66 hoonde mij gewoon weg, en GroenLinks ook;dat weet ik nog heel goed. Dat was echt het meest belachelijke wat er konzijn. Dat is één.Ten tweede heb ik het nu niet over de verantwoordelijkheid buitenNederland. Met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking zou ik maareens kijken naar alle initiatieven die ik genomen heb om op 0,7% tekomen, ook in de tijd dat D66 in het kabinet zat. Toen haalden we hetnamelijk ook niet. Maar het gaat me nu om de Nederlandse vrouw. Ikvraag dus gewoon aan dit kabinet om een aantal miljoenen beschikbaar testellen voor Nederlandse vrouwen die hun kindje best zouden willenhouden, maar gewoon de euro’s of de kamers in hun huis niet hebben,om dat te regelen. Als meneer Paternotte zegt «laat de SGP het zelf doen»:bij dezen het aanbod om dat straks als motie bij deze nota in te dienen. Ikstel die graag op en ik hoor dat de heer Paternotte daar dan onder wil. Ikschat zo in dat mevrouw Bikker dat ook wel wil. Iedereen die mee wiltekenen, mag meetekenen. Dat wil ik graag doen.De voorzitter:De heer Paternotte voor de laatste keer; daarna gaan we echt naarmevrouw Dobbe.De heer Paternotte (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1821 D66 doet aan de lopende band voorstellen om de woningnood inNederland aan te pakken. De heer Van der Burg en ik hebben inAmsterdam samen gezorgd voor een enorm forse extra investering inarmoedemiddelen en ondersteuning van mensen. Wij zijn voor urgentie-verklaringen, zodat mensen die het nodig hebben recht hebben op eenwoning. Ik zou de SGP op dat punt graag aan mijn kant hebben. Maarvergeeft u mij dat als ik de heer Stoffer en de SGP hoor praten over goedemoeder- en kindzorg, ik niet meteen denk: dat is de samenleving waar wijnaartoe willen. In Polen wordt wat de SGP graag wil eigenlijk in de praktijkgebracht. Dat gaat niet alleen over het verbod op abortus; dat betekentook dat er veel minder kinderopvang is en dat de deelname van vrouwen,van moeders, op de arbeidsmarkt heel hard aan het afnemen is. De SGPmaakt er geen geheim van dat dat een samenleving is waar zij ook graagnaartoe zou willen. Maar D66 vindt dat keuzevrijheid, waaronder dekeuzevrijheid met betrekking tot het eigen lichaam, waar we het nu overhebben, maar ook de gelijkwaardigheid van de vrouw iets is waar je elkedag aan moet werken en wat je niet moet proberen terug te dringen doorde vrouw te stimuleren om thuis te blijven zodat de man aan het werkkan.De voorzitter:U heeft geen interruptiemogelijkheid meer, meneer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Maar wel een persoonlijk feit.De voorzitter:Ja, een persoonlijk feit mag, maar daar wordt dan verder niet opgereageerd.De heer Stoffer (SGP):Zeker niet. Ik heb een vrouw en drie dochters. Als de heer Paternotte eenséén keer zou komen spreken met mijn vrouw en mijn dochters en zoukijken hoe ik ze stimuleer om te participeren in deze samenleving ... Ja,maar dit raakt me echt tot in het diepst van mijn vezels, want dit gebeurtvaker. Ik heb Partij van de Arbeid-GroenLinks dat ooit horen doen en nuD66. Ze doen net alsof ik vrouwen achter het aanrecht wil houden, ze geenbankpas gun enzovoort. Elke keer wordt dat gesuggereerd. Dat isklinkklare nonsens. Ik hoop dat de heer Paternotte dát terugneemt.De voorzitter:U mag dan alleen daarop reageren, meneer Paternotte, en geen nieuwbetoog houden.De heer Paternotte (D66):Ik zit al een tijdje met de heer Stoffer in de Tweede Kamer. Ik weet dat hij,net als ik, houdt van zijn dochters en ze het allerbeste in de wereld gunt.Daar twijfel ik echt geen seconde aan. Ik kan alleen niet om de consta-tering heen dat zowel zijn als mijn dochters op dit moment weinigperspectief hebben op een plek op de kieslijst van de SGP.De voorzitter:We gaan over naar de bijdrage van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Misschien kan ik dan zeggen dat ik moeder ben van zonen en dat ik tochmoeder ben.Allereerst wil ik mevrouw Paulusma, en de anderen die daar natuurlijkheel hard aan hebben gewerkt, bedanken voor haar initiatiefnota en hetaankaarten van dit belangrijke onderwerp. Goede abortuszorg staatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1822 namelijk wereldwijd steeds meer onder druk, wat voor veel vrouwen hetverschil tussen leven en dood kan betekenen. Conservatieve krachtenwillen dit stukje veiligheid en zelfbeschikking van vrouwen afpakken.Vrouwenrechten staan onder druk. Afgelopen juni bracht het EuropeanParliamentary Forum het rapport The Next Wave uit. Hierin werdnogmaals blootgelegd hoe conservatieve en religieuze groeperingeninternationaal georganiseerd zijn en terrein winnen. Deze groeperingenworden gefinancierd vanuit reactionaire donoren in de Verenigde Staten,Europa en Rusland. Deze anti-rechtengroeperingen zijn een bedreigingvoor de veiligheid van vrouwen wereldwijd. De initiatiefnemer kaart ditterecht aan. We hebben hier eerder ook in de Kamer over gesproken.Het vastleggen van abortus als mensenrecht in internationale verdragen,zoals het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en hetInternationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, kunnenwij steunen. Het recht van de vrouw om over haar eigen lichaam tebeslissen en te beschikken is wat ons betreft universeel. De reactie van hetkabinet op het voorstel van mevrouw Paulusma is voor onze fractie danook onbegrijpelijk. De reactie van dit kabinet vat ik dan maar even zosamen: wij vinden het belangrijk, maar wij willen geen slapende hondenwakker maken, dus we kaarten het niet aan en beginnen er maar lieverniet over bij bijvoorbeeld de VN. Maar waar is dan het Nederlandseleiderschap op vrouwenrechten heen gegaan? Ooit waren we eengidsland op het gebied van vrouwenrechten en nu is de regering te banggeworden om het überhaupt bespreekbaar te maken, denk ik te lezen.Graag daar een reactie op. Is dit werkelijk het belang van de Nederlandseregering dat zij aan vrouwenrechten hecht?Ook is het punt over goede zorg na seksueel geweld in conflictgebiedenerg belangrijk, want we zien en weten hoe dit geweld toeneemt. Het isafschrikwekkend. Het kabinet stelt dat de abortuszorg en de zorg naseksueel geweld al standaard wordt aangeboden in de MISP voorseksuele rechten en seksuele gezondheid. Is dat nu nog steeds zo of isdaar inmiddels op bezuinigd? Want de brief van het kabinet is inmiddelsook al een beetje oud.Daarnaast schrijft de regering in haar reactie dat de uitspraak in Roe v.Wade geen gevolgen heeft voor het Amerikaanse buitenlandbeleid opabortus. Toch is sinds het verschijnen van de kabinetsreactie wel DonaldTrump aan de macht gekomen, die onder andere een eind heeft gemaaktaan USAID met, net als de Global Gag Rule, rampzalige gevolgen voor hetwereldwijde ontwikkelingsbeleid en dus ook voor de toegankelijkheid vanabortus. Is de regering bereid om de gevolgen van het wegvallen vanUSAID op abortuszorg te onderzoeken? Graag een reactie.Wij vinden net als de initiatiefnemers dat abortuszorg ook beschikbaarmoet zijn voor onverzekerden in Nederland. Maar de financiering daarvanvia het Mensenrechtenfonds lijkt ons onwenselijk, zeker gezien het feit datdaar ook al flink op is bezuinigd in de afgelopen periode. Dekking zou watons betreft daarvoor gevonden moeten worden in bijvoorbeeld regulierefinanciering van abortusklinieken. Daar moet dan vervolgens weervoldoende financiering voor beschikbaar zijn. Is de initiatiefnemer hetdaarmee eens, ook gezien de toegenomen bezuinigingen op het Mensen-rechtenfonds sinds het schrijven van deze initiatiefnota?Tot slot, voorzitter. Sinds dit kabinet is aangetreden, is er met miljoenenbezuinigd op seksuele rechten en gezondheid: 43 miljoen dit jaar, 100miljoen volgend jaar en de jaren erop nog veel meer. De post «vrouwen-rechten» is volledig wegbezuinigd. Hoe kan deze regering nog volhoudendat de inzet op vrouwenrechten en seksuele rechten er blijft, terwijl iederebegroting en iedere voorjaarsnota opnieuw meteen wordt bezuinigd opontwikkelingssamenwerking en op vrouwenrechten? De woorden vandeze regering zijn leeg en het beleid komt niet overeen met wat ze zegt.Graag een reactie daarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1823 De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Kahraman namens Nieuw SociaalContract.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Laat ik helder zijn: ook wij vinden het verschrikkelijkdat er jaarlijks duizenden vrouwen wereldwijd overlijden als gevolg vaneen onveilige abortus. Maar het vastleggen van abortus als mensenrechtzien wij niet als de oplossing. Het opnemen van abortus in internationaleverdragen zoals het EU-Handvest of het Internationaal Verdrag inzakeburgerrechten en politieke rechten, zoals de initiatiefnemers voorstellen,achten wij niet zinvol. Niet alleen zijn verdragswijzigingen langdurige enkansarme processen, er is ook een reëel risico dat bestaande verdragenjuist worden opengebroken en dat verworvenheden op het gebied vanseksuele en reproductieve gezondheid teruggedraaid worden. De luideroep om abortus expliciet als mensenrecht vast te leggen, werkt in onzeogen zelfs averechts. In de huidige wereldorde, waarin dit themazwaarbeladen, cultureel bepaald en politiek controversieel is, dreigt zo’nstap vooral de polarisatie te vergroten. Veel experts wijzen er bovendienop dat het recht op toegang tot abortus al impliciet besloten ligt inbestaande verdragen, zoals het VN-Vrouwenverdrag en het InternationaalVerdrag inzake economische, sociale en culturele rechten.Voorzitter. Voor Nieuw Sociaal Contract ligt de nadruk op preventie. Hetvoorkomen van ongewenste zwangerschappen moet centraal staan; datkan door goede voorlichting en door brede toegang tot anticonceptie.Want iedere abortus is er een te veel. Tegelijkertijd vinden wij hetbelangrijk dat door Nederland gefinancierde ngo’s zich houden aan dewetten van de landen waar zij actief zijn.Ik gaf net ook in het interruptiedebat met de heer Paternotte aan dat ik hetzo lees dat de initiatiefnemer eigenlijk abortuspillen wil verschaffen inlanden waar abortus illegaal is. Ik ben blij dat het kabinet reageert door tezeggen: wij financieren ngo’s die zich houden aan de wet- en regelgevingin de landen waar ze actief zijn. Ik zou graag van de initiatiefnemer willenhoren: hebben wij het verkeerd geïnterpreteerd en wilt u dus nietabortuspillen verstrekken aan landen waar het illegaal is? Of heeft u hetbewust zo neergezet en wilt u het juist promoten in landen waar hetillegaal is? Wilt u zelfs pillen verstrekken aan ngo’s in landen waar hetverboden is zodat zij die daar aan vrouwen kunnen verstrekken? Ik zougraag een antwoord willen hebben, voorzitter.De voorzitter:Punt, want er is een interruptie van de heer Paternotte; zijn laatste, zeg iktegen de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Ik hoorde de heer Kahraman zeggen dat dit voorstel om het recht opabortus als een mensenrecht vast te leggen eigenlijk overbodig is omdathet impliciet al besloten ligt in het VN-Vrouwenverdrag en in het Internati-onaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten. Dathoorde ik hem zonet zeggen in ieder geval. Hoe kan het dan dat er zo veellanden zijn, waaronder bijvoorbeeld Polen en Malta, met een totaalverbodop abortus?De heer Kahraman (NSC):Uiteindelijk hebben landen bepaalde wet- en regelgeving. Ik heb alaangegeven dat het mij echt te ver gaat om het te bevorderen naar eenabsoluut recht en er een mensenrecht van te maken. Het ligt besloten alseen recht van vrouwen, binnen een aantal rechten die vrouwen hebben.Maar elk land heeft ook de vrijheid om zijn eigen wet- en regelgeving temaken. Daarom vind ik het echt een foute beslissing om het tot eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1824 absoluut mensenrecht te maken, waarbij landen geen eigen overwegingkunnen maken. Dat landen een eigen overweging kunnen maken enkunnen zeggen «wij zien het toch wat anders dan de Europese wet- enregelgeving aangeeft»: het zij zo. Ze zijn ook niet teruggefloten door derechters op dit moment.De voorzitter:Mevrouw Dobbe heeft ook een interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zou zeggen dat het antwoord van de heer Kahraman juist het belangvan deze nota onderstreept. Maar ook gehoord de woorden van de heerKahraman dat preventie belangrijk is en dat we vooral moeten inzetten ophet voorkomen van ongewenste zwangerschappen, vraag ik hem hoe hijterugkijkt op de bezuinigingen die zijn gedaan op ontwikkelingssamen-werking met steun van of door NSC. Daardoor is het budget voorvrouwenrechten volledig wegbezuinigd. Hoe kijkt de heer Kahramandaarop terug?De heer Kahraman (NSC):Ik vond dat een heel fout besluit. Ik heb volgens mij al vaak in debattengeuit dat het van ons niet moest en dat wij het ook niet wilden. Ik heb medaar ook vaak tegen verzet. Maar in een coalitieakkoord is het soms gevenen nemen. Een aantal andere partijen wilden graag bezuinigen opontwikkelingshulp en daar hebben wij helaas – of «helaas» – meeingestemd. Wij hebben daar op basis daarvan mee ingestemd. Onze partijwas heel duidelijk: wij wilden ontwikkelingshulp overeind houden.Mevrouw Dobbe (SP):Dat is niet gelukt, door NSC. Het is wel heel kwalijk om nu te horen dat zehet eigenlijk niet wilden en het een fout besluit vonden, omdat de fractievan NSC zich daartegen had kunnen verzetten en de fractie van NSC datniet heeft gedaan. Dus wat gaat NSC dan nú doen, als er nu voorstellenkomen om alle afbraak, die mede door NSC is veroorzaakt, terug tedraaien? Gaat NSC die dan steunen en zeggen: hup, dat was weer eenbedrijfsongeval, we hebben er spijt van en we draaien het nu terug?De heer Kahraman (NSC):Fijn dat mijn collega de term «bedrijfsongeval» heeft gehouden. Die hebzelfs ik gebruikt richting de Minister toen ik heb gezegd dat het tornen aande bni-koppeling een bedrijfsongelukje was. Dat had niet gemogen, datwas ook tegen de afspraken die we hebben gemaakt in het hoofdlijnenak-koord. Dus daar ziet u: NSC is wel de partij die zich houdt aan haarafspraken. Als we afspraken maken, zoals de bezuinigingen op BHO, dandoen we dat als we in de coalitie zitten. Dát is hoe je afspraken met elkaarmaakt in een coalitie. Ik ga niet de afspraken die ik in de coalitie maakterugdraaien, zoals tornen aan de bni-koppeling. Voor die bni-koppelingheb ik in het debat hard gestreden en ik heb ook tegen de Minister gezegddat ik verwacht dat dit een bedrijfsongelukje is en dat de Minister ditterugdraait. Afspraken zijn afspraken voor NSC; we houden ons daaraan.Ik verwacht ook dat het kabinet zich houdt aan het hoofdlijnenakkoord enals dat niet zo is, dat ze het dan repareren.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, ik kijk eerst naar u voor ik naar anderen kijk. Alsmevrouw Dobbe zwijgt, nee...Mevrouw Dobbe (SP):Ja, want ik had er nog één, hè?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1825 De voorzitter:U heeft er nog één.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind dit antwoord namelijk echt stuitend. Eigenlijk zegt NSC hier dat zeiets hebben gedaan wat ze echt fundamenteel fout vinden, dat het eenbedrijfsongeval is en dat het niet had moeten gebeuren, maar ze het tochgesteund hebben. Ik vind het echt stuitend om op die manier politiek tebedrijven. Het is toch geen excuus of je in een coalitie zit of niet in eencoalitie zit? Als er fout beleid is, dan steun je dat toch niet, dan doe je dattoch niet? En dan stel je het al helemaal niet zelf voor. NSC gaat er nu dusniet alleen voor zorgen dat de bni-koppeling wordt teruggedraaid, maarook dat het hele bedrijfsongeval, dus alle bezuinigingen op ontwikkelings-samenwerking, inclusief vrouwenrechten, wordt teruggedraaid? Als wijdat voorstellen, gaat NSC dat dan steunen? Begrijp ik dat goed?De heer Kahraman (NSC):Mijn collega mag alles voorstellen wat ze wil. Ik zal dat beoordelen. Zijbegon zelfs over het bedrijfsongelukje. Dat was niet iets wat NSC heeftvoorgesteld. Dat stelde het kabinet voor. Ik zei daarvan dat het ingingtegen de afspraken die we in het hoofdlijnenakkoord hebben gemaakt. Ikverwacht dat het kabinet dat zal repareren. U heeft ook gezien dat wealtijd de oproep gesteund hebben om de bni-koppeling in stand tehouden. Als u met voorstellen met goede dekkingen komt, waarin we onskunnen vinden, dan zou u ons misschien best wel aan uw kant kunnenvinden.De voorzitter:Mevrouw Hirsch heeft nog een vraag.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dat wordt een leuk debat straks, want de regering heeft al aangekondigddat de koppeling niet zal worden hersteld. Ik reken dus op NSC. Maar daarging mijn vraag niet over. Ik wil graag even helderheid krijgen van de heerKahraman. Hij zegt: Nederland gaat organisaties financieren die tegen dewet- en regelgeving in landen ingaan, dus die iets anders doen dan delokale wet- en regelgeving. Dat doet Nederland natuurlijk wel vaker. Ik wilgewoon even weten wat de heer Kahraman precies bedoelt. Nederlandfinanciert maatschappelijke organisaties die opstaan voor rechten vanminderheden, van religieuze minderheden en van vrouwen. Daar zijnorganisaties bij die er bijvoorbeeld voor zorgen dat vrouwen in Afgha-nistan een stem hebben tegen de regels en de wetten van het land in ofdat minderheden in landen op kunnen komen voor hun eigen religieuzekeuzes. Nederland steunt op allerlei manieren voortdurend maatschappe-lijke stemmen die niet gehoord worden in hun eigen land als het eromgaat de lokale wet- en regelgeving ter discussie te stellen of om op testaan voor de rechten van vrouwen, kinderen, mensen en mannen. Vindtde heer Kahraman werkelijk dat Nederland de maatschappelijke stemmendie opstaan voor basale rechten van mensen, niet meer moet steunen alsdie ingaan tegen de wet- en regelgeving van een land?De heer Kahraman (NSC):Mevrouw Hirsch vindt mij aan haar zijde als het gaat om je stem latenhoren, in welk land dan ook. Het is vaak niet strafbaar om gewoon tezeggen: ik zou graag dit willen hebben in het land. Maar ik heb het hierover wat letterlijk in het stuk staat, namelijk «dan wel abortuspillen teverstrekken». Een leven beëindigen vind ik wat anders dan je stem latenhoren en het financieren van organisaties die iets willen veranderen ineen land. Laat ik het zo zeggen: als die verandering met geweld zougebeuren, zou ik ook niet willen dat een organisatie dat doet. Maar als weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1826 organisaties in een land helpen om een stem te laten horen en op eendemocratische manier verandering te brengen, dan kan mevrouw Hirschmij volledig aan haar kant vinden. Maar abortuspillen verstrekken tegenhet beleid in ... Het zou gek zijn als Amerikanen een pistool naarNederland zouden sturen omdat in Amerika het recht bestaat om eenwapen te dragen, en wij dat ook zouden goedkeuren als Nederland. Ikhoop dat het kabinet daar ook tegen in het geweer komt.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):We hadden het net over het mensenrecht op leven. Ik ga even niet in opdat van die pistolen. Ik ga toch even doorvragen. Mensen hebbenoverigens in heel veel landen juist niet het recht om voor dit soort dingente pleiten. Dat is daar wél strafbaar. Dus zelfs daarvan zou u kunnenzeggen dat wij als land ingaan tegen het recht in heel veel landen doorvoor bepaalde belangen op te komen. Als het in woorden gebeurt maghet wel, maar als wij als Nederland niet alleen woorden gebruiken, maarook echt opkomen voor het recht op leven en keuzevrijheid voor mensen,dan zegt de heer Kahraman: het met woorden doen is leuk, maar als ermiddelen zijn om dat daadwerkelijk kracht bij te zetten, dan moeten wedat niet doen.De heer Kahraman (NSC):Ik vind echt dat het verstrekken van abortuspillen in landen waar abortusillegaal is – dat staat letterlijk in de initiatiefnota – een stap is die veel tever gaat. Ik zou zeggen dat het onacceptabel is om organisaties tefinancieren die abortuspillen verstrekken in landen waar dat tegen de wetis.De voorzitter:Waarna u doorgaat met uw betoog, meneer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Abortus raakt immers aan twee waarden: het recht van de vrouw om tebeschikken over haar eigen lichaam en het recht op leven. Ongeborenlevens hebben waarde. Dat erkennen we ook in Nederland, waar de grensis vastgesteld op 24 weken, het moment waarop sprake kan zijn vanlevensvatbaarheid buiten de baarmoeder. Ook dat was geen vanzelfspre-kende keuze, maar het resultaat van een lange maatschappelijke enpolitieke discussie. Daarom vindt NSC het onwenselijk om wereldwijd eenrecht op abortus te forceren. Ieder land heeft zijn eigen cultuur, traditiesen overtuigingen. Het opleggen van onze normen kan al snel wordengezien als neokoloniaal en paternalistisch. Wij pleiten daarom voorrespect, respect voor hoe landen zelf omgaan met dit gevoelige thema enrespect voor het maatschappelijke debat dat zij voeren, net zoals wij inNederland hebben gedaan. Het is niet aan ons om onze keuzes wereldwijdop te leggen. Laten we daarom bij onze hulp aan andere landen inzettenop preventie, zodat de moeilijke keuze voor een abortus überhaupt mindervaak gemaakt hoeft te worden. Laten we daarnaast de nationalewetgeving respecteren.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan over naar de heer Van Meijeren van Forum voorDemocratie.De heer Van Meijeren (FVD):Dank u wel, meneer de voorzitter. Mevrouw Paulusma begint in de eerstezin van haar nota met de valse claim dat er wereldwijd 39.000 vrouwenper jaar doodgaan aan de gevolgen van een onveilige abortus. Daarbijmerkt ze op dat dit een hele gemeente Wageningen is aan vrouwen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1827 per jaar onnodig sterven. Los van het feit dat dit cijfer aantoonbaar onjuistis, zoals ik net al heb betoogd, zou ik er graag wat cijfers tegenover willenzetten. Wereldwijd worden per jaar 73 miljoen ongeboren kinderenopzettelijk gedood als gevolg van abortus. Dat zijn behalve de gemeenteWageningen ook alle inwoners van de rest van Nederland en van heelBelgië, Oostenrijk, Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland bij elkaaropgeteld aan opzettelijk gedode kinderen. Dat zijn de cijfers per jaar. Laatdat even op u inwerken. Alleen al in Nederland gaat het per jaar om39.000 abortussen. Gemiddeld ieder kwartier wordt er opnieuw eenongeboren kind gedood. Dat is een duizelingwekkend aantal, dat aljarenlang achter elkaar fors stijgt.Het roept de vraag op hoe het mogelijk is dat we in een beschaafd landsteeds minder goed in staat zijn om de meest kwetsbare mensenlevens tebeschermen. Het staat vast dat partijen als D66, met mevrouw Paulusmavoorop, hier enorm aan bijdragen. Nu stelt ze voor om van abortus eenmensenrecht te maken, het mensenrecht om een ongeboren kind tedoden. Hoe verdorven kan een geest zijn, vraag ik via u, meneer devoorzitter.De voorzitter:En pas daarmee wel op. U mag hier alles zeggen wat binnen de wet valt,maar we houden het wel netjes als het over personen gaat. Via mijspreekt u nu rechtstreeks een persoon aan op een manier die ik op c.q.over de grens vind. Ik geef het u maar even mee.De heer Van Meijeren (FVD):Voorzitter, het gaat mij echt uitdrukkelijk om de denkbeelden, de opvat-tingen, van mevrouw Paulusma, die ik zal bestrijden.De voorzitter:Maar toch, u mag de opvattingen van mevrouw Paulusma en van iederander in deze ruimte bestrijden. Dat heb ik bijvoorbeeld ook mevrouwBikker, de heer Stoffer en de heer Kahraman zien doen. Alleen, zij blevendaarbij wel respectvol naar de indiener. Dat zou ik u in dit geval ookernstig adviseren. Heeft u een interruptie, meneer Paternotte?De heer Paternotte (D66):Ik wil hier even een punt over maken. We kunnen het hebben over watrespectvol is en wat niet, maar als je zegt «hoe verdorven kan een menszijn?» ...De heer Van Meijeren (FVD):Geest.De heer Paternotte (D66):Volgens mij zijn we ons hier allemaal bewust van waar Kamerleden vaakaan worden blootgesteld. Ik heb partijgenoten – ik denk ook aan mevrouwKaag – die dingen hebben meegemaakt door allerlei teksten die Kamer-leden van Forum hier in deze zaal hebben gespuid. Volgens mij hebbenwij daar niet voor niets duidelijke beperkingen aan gesteld in onsReglement van Orde. Ik hoop dat we het met elkaar niet toestaan datcollega’s op deze manier gedehumaniseerd worden.De voorzitter:Daarom ook mijn woorden, meneer Paternotte. Ik stel voor dat de heerVan Meijeren doorgaat en datgene in acht neemt wat niet alleen de heerPaternotte als lid heeft gezegd, maar ook ik als voorzitter. Meneer VanMeijeren, gaat u door.De heer Van Meijeren (FVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1828 Voorzitter, ik ga mijn betoog vervolgen, maar niet dan nadat ik even eenopmerking heb gemaakt over de hypocrisie van de heer Paternotte. Wijzijn hier voor rotte vis uitgescholden, voor fascisten, racisten en noem hetallemaal maar op, met bedreigingen en geweld tot gevolg. Dat de heerPaternotte zich nu zo opstelt over een onschuldige opmerking over eenuitdrukking van de verdorven geest, vind ik ronduit hypocriet.De voorzitter:Los daarvan heb ik u als voorzitter gevraagd om door te gaan en urekenschap te geven van mijn nadrukkelijke verzoek.De heer Van Meijeren (FVD):Meneer de voorzitter. Zoals ik opmerkte, maakt mevrouw Paulusma zich ernu hard voor om van abortus een mensenrecht te maken. Maar warenmensenrechten niet juist ooit bedoeld om kwetsbaren te beschermen inplaats van ze te doden? Op grond van het VN-verdrag inzake de rechtenvan het kind in ieder geval wel. In de inleiding van dat verdrag wordtbepaald – ik citeer – «dat het kind op grond van zijn lichamelijke engeestelijk onrijpheid bijzondere bescherming en zorg nodig heeft metinbegrip van geëigende wettelijke bescherming, zowel vóór als na zijngeboorte». Feit is dat abortus, oftewel het doden van ongeborenmensenleven, geen mensenrecht is en dat feitelijk naar zijn aard ook nietkan zijn, omdat het indruist tegen de essentie van mensenrechten.Wat wél een mensenrecht is, is het recht op leven zoals verankerd in talvan internationale verdragen waaronder het EVRM. Het is vaste jurispru-dentie dat ook het ongeboren leven op grond van het internationaal rechtbeschermwaardig is. En daar gaat het bij iedere geïnduceerde abortusover: het doden van ongeboren menselijk leven. Daarom stoort het mijenorm dat het in dit debat vrijwel alleen maar lijkt te gaan over debelangen van vrouwen. Vanzelfsprekend verdienen alle vrouwen die alsgevolg van een ongeplande zwangerschap in een noodsituatie verkeren,de best mogelijk hulp en begeleiding. Dat blijft FVD benadrukken. Wijerkennen daarbij ook dat in zeer uitzonderlijke gevallen, indien eenabsolute noodsituatie dat onontkoombaar maakt, een rechtvaardiging kanbestaan voor abortus.Maar het op gruwelijke wijze doden van ongeboren kinderen tot 22 wekenoud, met alles erop en eraan, van de vingernageltjes tot de wimpers, vanbaby’tjes die de stem van de moeder al kunnen herkennen, die zichergens aan vast kunnen grijpen, die kunnen gapen en noem het allemaalmaar op, zonder enige medische noodzaak en zelfs überhaupt zonderenige noodzaak, is in Nederland de dagelijkse praktijk. Die ouders zoudenbijvoorbeeld liever een jongetje of een meisje hebben gehad, zitten net ineen verbouwing en zouden daarom het liefst pas over een halfjaar eenbaby’tje hebben gehad of maken zich zorgen over het klimaat. Ik verzin ditniet. Dit zijn redenen die in Nederland voldoende zijn om baby’tjes van 22weken oud te doden.Dat is niet vooruitstrevend, zoals mevrouw Paulusma het noemt. Hetdoden van ongeboren baby’tjes van 22 weken oud, zoals te zien op dezefoto ...De voorzitter:Neeneenee, dat gaan we niet doen.De heer Van Meijeren (FVD):... is het absolute kwaad.De voorzitter:Dat gaan wij niet doen! Die foto gaat nu weg, en anders ontneem ik u hetwoord. We hebben afgesproken dat we dit soort dingen niet doen. U doethet toch. Ik ontneem u het woord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1829 Het woord is aan mevrouw Hirsch. De heer Van Meijeren overtreedt hierde regels die we met elkaar hebben afgesproken. Jammer dat u dit doet.Het was een respectvol debat tot nu toe. Ik ontneem u nu het woord engeef het woord aan mevrouw Hirsch.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik ga hopelijk het respect weer terugbrengen in hetdebat.Voorzitter. Vandaag bespreken we een initiatiefnota over het recht opzelfbeschikking en keuzevrijheid. In mijn twee jaar als Kamerlid heb ik nieteerder een debat gehad waaruit zo goed bleek hoe snel rechten kunnenworden afgebroken, ook in Nederland. Ik wil mevrouw Paulusma en haarteam danken voor het opstellen van deze initiatiefnota, waardoor wevandaag over dit urgente onderwerp kunnen spreken.Voorzitter. Als een vrouw geen recht heeft op veilige abortus, dan wordt zijgedwongen tot een onveilige abortus. Restrictief beleid leidt niet totminder abortus, maar tot meer onveilige abortus, met alle socialestigma’s en gezondheidsgevaren van dien. Dat zijn stigma’s en gevarendie alleen vrouwen treffen. En hoe armer een vrouw is, hoe groter derisico’s zijn. Toegang tot abortus is daarmee een voorwaarde voor gelijkekansen voor iedereen. Overal ter wereld gaan vrouwen samen de strijdaan om dit recht te realiseren. Ik heb het zelf meegemaakt in Argentinië.Jong en oud, rijk en arm, stad en platteland, streng katholiek en vrijzinnig:vrouwen stonden schouder aan schouder en kregen het recht op abortusgerealiseerd. Toen ik 3 was, demonstreerde ik aan de hand van mijn vadervoor abortuszorg in wat toen nog het ziekenfonds heette. 50 jaar later isde strijd nog steeds niet gestreden, integendeel. Tijdens de jaarlijksevrouwenmars staan vrouwen met de leeftijd van mijn ouders wéér opstraat. Hun borden spreken voor zich: «Ik kan niet geloven dat ik hier weermoet staan». Ze hebben gelijk, want ik zei het al: rechten worden in hoogtempo afgebroken.De kabinetsreactie op de initiatiefnota dateert van 2023. Het is schokkendom te zien hoeveel er sindsdien al verschoven is. Ik ben ook benieuwdnaar de reflectie van de indieners hierop. Twee jaar geleden schreef hetkabinet: de VS blijven op vrouwenrechten een bondgenoot. Inmiddelsheeft president Trump USAID ontmanteld, heeft hij miljoenen vrouwenwereldwijd beroofd van levensreddende zorg en is de Global Gag Ruleingesteld. In de VS zelf is abortus in dertien staten inmiddels helemaalverboden.Twee jaar geleden schreef het kabinet: «Vrouwenrechten zijn prioriteit inhet Nederlandse buitenlandbeleid». Het laatste kabinet bracht echterafbraak en achteruitgang. Het schafte op een namiddag het feministischbuitenlandbeleid af. Zonder tussenkomst van de Kamer was het budgetvoor vrouwenrechten genadeloos op nul gezet. Twee jaar geleden schreefhet kabinet: «Via het maatschappelijk middenveld dragen we bij aantoegang tot veilige abortus». Maar het afgelopen jaar ging de sloopkogeldoor deze organisaties. De regering kwam met een bezuiniging van 1miljard. Door uitstel ligt er nog steeds geen nieuw beleidskader. Organi-saties stevenen volgens Investico af op een ravijnjaar. Duizendenprojecten zullen stil komen te liggen. Wat gaat de Minister doen om dit tevoorkomen?Twee jaar geleden schaalden de Ministers van Ontwikkelingssamen-werking en Volksgezondheid de financiering van mondiale gezond-heidszorg, inclusief veilige abortus, op, maar nu wordt hierop bezuinigdmet 360 miljoen. Zijn de Minister en Staatssecretaris bereid om, in plaatsvan af te breken, te investeren in mondiale gezondheid, zoals deze notavraagt? Zo niet, zijn de bewindspersonen dan bereid ten minste deeffecten van hun afbraakbeleid door te laten rekenen?De ons bekende cijfers liegen er namelijk niet om. Het GuttmacherInstitute berekende dat een bezuiniging van 10 miljoen een toenameTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1830 betekent van 97.000 onveilige abortussen. Dat is een bezuiniging van 10miljoen, welteverstaan. Het is bijna niet te bevatten wat een bezuinigingvan 360 miljoen voor vrouwen wereldwijd betekent. Als ik hierop geentoezegging krijg, dien ik hierover een motie in.Voorzitter. Het kabinet-Wilders/Yes¸ilgöz heeft onze positie als voortrekkerop het gebied van vrouwenrechten te grabbel gegooid. Ze braken nietalleen af wat we opgebouwd hadden, maar trokken ook het tapijt vandaanonder alle vrouwen die, vaak met gevaar voor eigen leven, staan voor hunrechten. Een stuitend gebrek aan solidariteit. Als VVD-collega’s zichvandaag gaan profileren als voorvechters en bondgenoten in deze strijd,kan ik niet anders dan dit op dit moment met een grote korrel zout tenemen. Vrouwenrechten zijn heus belangrijk voor u, maar tegelijkertijdzien we dat die keer op keer geofferd worden om andere zaken binnen tehalen, zoals deregulering voor bedrijven als het om mensenrechten gaat.Dat het anders kan, zagen we vorig jaar in Frankrijk, dat op initiatief vanmijn partijgenote Mélanie Vogel het eerste land werd waar het recht opabortus grondwettelijk werd vastgelegd. President Macron wil inmiddelsde volgende stap zetten en dit ook in het EU-Handvest zetten. Ik vraag debewindspersonen of zij aan de zijde van president Macron gaan staan. Iser al contact met de Franse regering over dit initiatief?Frankrijk biedt hoop in een wereld waarin vrouwenrechten zwaar onderdruk staan. Van Milei tot Trump tot Orbán: overal worden rechtenafgebroken door conservatieve krachten. Daarom vindt mijn fractie, netals de initiatiefnemer van de nota, dat Nederland nu stelling moet nemen.We moeten naast vrouwen overal ter wereld gaan staan en ons juist nu,ook voor de schermen van internationale diplomatie, doen gelden voorhet recht op abortus, net zoals we dat doen voor de rechten voorlhbti-personen.Waar rechten worden afgebroken, is het tijd om ze stevig te verankeren.De indieners stellen voor om dit in het EU-Handvest en de VN-verdragente doen. Welk pad zien zij voor zich? Met welke landen en maatschappe-lijke organisaties zien zij mogelijkheden tot samenwerking?Voorzitter. Nogmaals dank aan team-Paulusma voor het aanjagen van hetdebat over het recht van vrouwen wereldwijd om te kiezen. Mijn fractie zaldaarin altijd een bondgenoot zijn. Nederland moet van zich laten horen, inwoorden en daden. Alleen als we ons uitspreken, kunnen we beschermenwat is opgebouwd.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Bikker heeft een interruptie.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik heb goed geluisterd naar collega Hirsch. Ik heb in haar hele betoogniets gehoord over de waarde van het ongeboren leven en over hoe zij dieweegt. Het gaat vooral over het zelfbeschikkingsrecht. Ze verwijst metname naar Frankrijk als lichtend voorbeeld. Nu is mijn vraag de volgende.We hebben in de afgelopen jaren in Nederland juist gezien dat deabortuswetgeving is verruimd. De beraadtermijn is afgeschaft en deabortuspil bij de huisarts is toegankelijk geworden, waar mijn partij tegenwas en de partij van mevrouw Hirsch voor. Maar we hebben ook geziendat het aantal abortussen daardoor niet is afgenomen, maar is toege-nomen. Hoe weegt mevrouw Hirsch dat?Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. We hebben hier een debat over het recht vanvrouwen om te kiezen voor abortus. Ik denk dat het debat vandaagdaarover moet gaan. Ik denk dat we moeten constateren dat die rechtenoveral onder druk staan, dat dat recht in heel veel landen geenszins geldten dat we naast de vrouwen moeten gaan staan die nu geen keuzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1831 hebben en voor onveilige abortussen moeten kiezen. Dat leidt tot groteongelijkheid. Dat is het debat dat we vandaag moeten voeren. Dat wij datvervolgens gaan verkleinen – ik zag het een paar keer gebeuren in ditdebat – tot hele concrete vragen over wat er in Nederland speelt ... Ik wilalleen even benadrukken dat het debat daar vandaag niet over gaat. Hetgaat over de vraag of vrouwen het recht hebben om te kiezen voor eenabortus. Wij staan voor dat recht omdat we willen dat vrouwen keuze-vrijheid hebben over hun eigen lijf en leden.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Maar dan heb ik toch een vraag. Als ik bijvoorbeeld hoor over de situatiewaarbij er geen urgentieverklaring wordt gegeven in Amsterdam als eenalleenstaande moeder een kindje verwacht, omdat dat niet in de regel-geving past, dan geeft dat voor mij aan dat we de keuzevrijheid vanvrouwen op een bepaalde manier ook nog steeds belemmeren. Als ik hetwereldwijd bekijk, hebben we juist altijd samen opgetrokken in hetbevorderen van ontwikkelingshulp. Wat mij betreft gaan we die koppelingzo snel mogelijk herstellen. Daarin vinden wij elkaar. Ook al kunnen weelkaar op het gebied van abortus misschien niet vinden, we kunnen elkaarwel nog steeds vinden in de zorg en de hulp voor vrouwen om hunkeuzevrijheid te vergroten wanneer geld- of woninggebrek de reden is datzij een kindje niet kunnen of willen houden. Ziet mevrouw Hirsch dat enkunnen we elkaar wat dat betreft wel de hand geven, ook als dit debatbijna ten einde loopt en we heel veel verschillen hebben uitgelicht? Ik bener voorstander van om telkens weer te zoeken naar wat we wel kunnendoen om vrouwen, en ook het ongeboren leven, een steun in de rug tegeven.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. Ik hoorde dat er net een vergelijkbare vraag werdgesteld aan de heer Paternotte. Wij vinden elkaar niet alleen wat betreftontwikkelingssamenwerking, maar ook wat betreft armoedebestrijding inNederland. Dit is een voorbeeld van een heel concreet gevolg van deafbraak van sociaal beleid in Nederland. Als wij kunnen voorkomen datvrouwen in hele ingewikkelde situaties terechtkomen, niet alleen als zezwanger zijn, maar in het algemeen, en ervoor kunnen zorgen dat zijgelijkwaardig kunnen functioneren in deze samenleving en op econo-misch gebied niet voortdurend gediscrimineerd worden, waardoor zeslecht keuzes kunnen maken, dan vinden wij elkaar nog meer dan alleenop het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Maar nogmaals, danhebben we het wel over een veel breder debat dan het debat dat wevandaag voeren. Vandaag gaat het namelijk over de vraag of vrouwen diein situaties verkeren waarin ze een overheid tegenover zich vinden die opwelke manier dan ook hun keuzevrijheid beperkt, het recht krijgen om zelfte kiezen over wat er met hun lijf gebeurt, en dus het recht krijgen opabortus. We maken er hier een heel erg brede, sociaal-economischediscussie van. Dat vinden we allemaal prima, maar ik vind het belangrijkdat we focus houden, ook in het belang van al die vrouwen wereldwijd.Wij vinden elkaar in het feit dat wij willen voorkomen dat ze in de ellendeblijven, maar mijn partij vindt dat het recht op abortus bij het pakket hoortdat gelijkstaat aan preventie et cetera, omdat we weten dat alleenpreventie op dit moment niet effectief genoeg is.De voorzitter:Ik verzoek mevrouw Bikker om het voorzitterschap over te nemen, opdatik een bijdrage kan leveren namens de VVD.Voorzitter: BikkerDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1832 Ik geef het woord aan collega Van der Burg namens de Volkspartij voorVrijheid en Democratie. Gaat uw gang.De heer Van der Burg (VVD):Dank u wel, voorzitter. De VVD staat pal voor het recht op abortus en palvoor het recht op zelfbeschikking van vrouwen. We hebben het hier echterniet over de abortuswetgeving voor Nederlandse vrouwen, of betergezegd, vrouwen in Nederland. We hebben het hier over de basisvraag ofabortus een mensenrecht is. Dat is onder andere het gevolg van de keuzevan de titel van dit notaoverleg. Als afgeleide daarvan hebben we het overwelke acties volgens ons ondernomen moeten worden in of richting hetbuitenland. Wat betreft mensenrechten zien we dat de Europese Unie ende Verenigde Naties daar op dit moment nee tegen zeggen en er in iedergeval geen draagvlak lijkt te zijn om abortus op Europees niveau dan welop VN-niveau tot een mensenrecht te bestempelen.Is dat vervolgens reden om dat dan te concluderen? Nee, dat is het niet.Laat ik een aantal voorbeelden noemen. Het vrouwenkiesrecht begon ooitin één land om vervolgens uit te groeien tot een recht dat in ieder gevalnu door vele landen als zodanig wordt gezien. Eerlijkheidshalve moet ikzeggen dat er nog steeds landen zijn waar dat niet kan. Het was nota benein Nederland en in mijn stad waar het eerste huwelijk plaatsvond tussenmensen van gelijk geslacht. Ook dat wordt wereldwijd nog steeds nietgezien als een recht. Er zijn zelfs nog steeds heel veel landen waar hetstrafbaar is en er zijn nog steeds landen waar de doodstraf op homosek-sualiteit staat.Tegelijkertijd kan een land of een parlement niet bij besluit iets tot eenmensenrecht maken. Als dat wel zo zou zijn, zou Nederland dat dankunnen? Of zouden alle landen daartoe het recht hebben? Als bij besluitvan een parlement iets tot mensenrecht kan worden gemaakt, danontstaat er een wel heel boeiende situatie. Er zijn hier van beide kantenvoorbeelden genoemd. Om iets internationaal tot mensenrecht tebenoemen, heb je een soort van een soort universele eenheid dan weluniverseel begrip nodig.Maar ik wil een beetje loskomen van de titel, en daarmee ook van destelling die in het voorstel zit. Kunnen en moeten wij meer doen omvrouwen wereldwijd te helpen, zoals we dat in Nederland in de ogen vande VVD op dit moment goed geregeld hebben? Ik begreep de woordenvan mevrouw Hirsch daarover wel. D66 heeft natuurlijk terecht kritiekgeuit op het kabinet en daarmee op de coalitiepartners. In dit geval bedoelik de vier partijen. Wij hebben namelijk fors bezuinigd op ontwikkelingssa-menwerking en daarmee ook op het ondersteunen van ngo’s. Ook de VVD– wij waren onderdeel van de vier, de drie en de twee – heeft daarmeenadrukkelijk ingestemd.Toch vraag ik aan de bewindspersonen, zeker aan de inmiddels derdeMinister van Buitenlandse Zaken die er zit, om hierop te reflecteren en tekijken wat er wel mogelijk is op het gebied van het ondersteunen vanngo’s bij het geven van voorlichting aan mensen, maar vooral ook aanvrouwen. Laat ik nadrukkelijk zeggen dat abortus niet alleen vrouwenraakt. Het raakt ook mannen en het kan ook door mannen voorkomenworden. Denk bijvoorbeeld aan het verstrekken van voorbehoedsmid-delen of anderszins. Welke rol ziet de Minister als het gaat om hetondersteunen van ngo’s bij het geven van voorlichting, het verstrekkenvan voorbehoedsmiddelen en het helpen van vrouwen in de noodsituatiesdie hier al door een aantal collega’s zijn genoemd?Ik heb ook vragen aan de initiatiefnemer. Ik vind de vragen van de heerKahraman namelijk wel terecht. Vindt u dat wij ngo’s moeten onder-steunen in het doelbewust negeren dan wel overtreden van wetgeving inandere landen? Los van de morele kant, waarin ik mij meer verbondenvoel met GroenLinks-PvdA en D66 dan met de vrienden van de christelijkepartijen hier aanwezig, dient het zich houden aan wetgeving door ngo’sTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1833 ook een ander doel. Het dient het grotere doel dat ngo’s moeten kunnenblijven functioneren in het betreffende land, omdat ze meer doen danalleen het ondersteunen van vrouwen als het gaat om het recht opzelfbeschikking. Door doelbewust de wet te overtreden, loop je het risicodat ngo’s het werken in die landen onmogelijk wordt gemaakt en dat eengroter doel van ons daarmee ook onmogelijk wordt gemaakt.Dan over het in kaart brengen hoe anti-abortusorganisaties in Nederlandgefinancierd worden. Leven we nu niet juist in een land waarin je demening mag hebben van mevrouw Stoffer ... Dit is een hele bijzonderecombinatie! Excuus. Leven we nu niet juist in een land waarin je demening mag hebben van mevrouw Bikker, via mevrouw Dobbe totmevrouw Hirsch, en waarin je dus ook een standpunt mag innemen datzich richt tegen abortus, net zo goed als je ervoor mag zijn? Dus wat is hetdoel van het in kaart brengen daarvan? Wij zouden in Nederland toch devrijheid moeten hebben om standpunten in te nemen die een ander zeeronwelgevallig zijn? Daarom stel ik daarover ook een vraag aan deinitiatiefnemer.Van het beschermen van mensenrechtenverdedigers, onder andere doorervoor te zorgen dat wij ook aanwezig zijn bij rechtszaken, ben ik eengroot voorstander. Ik kan me daar ook in vinden, al was het maar omdatwij ook Nederlanders ondersteunen die in het buitenland de wet hebbenovertreden en de meest verschrikkelijke misdaden hebben begaan. Danzouden we juist ook mensen moeten steunen die in het buitenland ietsdoen waarvan wij als Nederland zeggen: daar moeten we voor staan.Maar is het geen onderdeel van die bescherming dat we ze in die zin nietin de gelegenheid brengen om dingen te doen waardoor ze juistonbeschermd dreigen te raken, omdat ze uitvoering geven aan wensenzoals in deze notitie vermeld?Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Wil mevrouw Hirsch nog interrumperen? Toch niet? Wij horenwat overwegingen, maar ze wil toch niet. Dan dank ik u voor uw inbreng.O, mevrouw Hirsch wil toch wel interrumperen. Mevrouw Hirsch, voorhaar laatste interruptie.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik wil toch graag even kijken, want ik heb er nog één, dus... Ik ken mijncollega natuurlijk als iemand die inderdaad verschillende bestuurlijkerollen heeft vervuld bij niet de minste maatschappelijke organisaties. Tochhoor ik in zijn betoog – ik wil even checken of dit klopt – een soortbevoogding over mensen die opstaan voor rechten. Het klinkt alsof zijmisschien zelf niet goed kunnen beslissen of zij dat doen... Sorry, ik moethet even onder woorden brengen. Ik hoor een bevoogding in de zin datwij vanuit hier beter zouden kunnen beslissen of mensen die opstaan voormensenrechten, welke dat ook zijn, dat op de juiste manier doen en of zijwel slim genoeg zijn om te kunnen overzien wat de consequenties zijn vanwat ze doen. Is het niet juist omgekeerd, ook voor de VVD, namelijk datwij staan voor mensen die opkomen voor bijvoorbeeld vrouwenrechten inallerlei landen en dat wij achter die mensen gaan staan, omdat wij wetendat zij het beste kunnen bepalen hoe ze dat in hun context, in hun land,gegeven hun wetgeving, kunnen doen? Mijn vraag aan de heer Van derBurg is dus of ik hem goed heb begrepen. Gaan wij hier beoordelen ofwat die mensen daar allemaal aan het doen zijn, wel verstandig is?De heer Van der Burg (VVD):Je hoort standaard te zeggen dat je blij bent met een vraag en hoortiemand daarvoor te bedanken, maar in dit geval ben ik ook oprecht blijmet deze vraag, want dan kan ik dit misverstand uit de wereld helpen.Mevrouw Hirsch weet bijvoorbeeld dat ik totdat ik Staatssecretaris werd,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1834 voorzitter was van het Aidsfonds. Het Aidsfonds verleent hulp aanmensen in landen waar de doodstraf staat op bijvoorbeeld homoseksua-liteit of waar het strafbaar is om in de prostitutie werkzaam te zijn of sekste hebben buiten het huwelijk. Dus nee, ik denk dat juist organisaties alshet Aidsfonds dat goed weten. Maar ik denk bijvoorbeeld ook aan Rutgersin dezen; dat doet echt fantastisch werk over de hele wereld. Het is watanders – ik kom daarmee in de buurt van de woorden van de heerKahraman, maar ik heb niet dezelfde intentie – als wij als overheid ngo’sgaan financieren met de bedoeling de wet te overtreden. Betekent dat dateen bestuurslid of vrijwilliger van een ngo als het Aidsfonds of Rutgersgeen dingen kan doen die de grenzen opzoeken of er zelfs overheen gaan?Nee, dat kan zeker. Dat is soms ook noodzakelijk om dingen te bewerkstel-ligen, zou ik bijna zeggen. Maar als een overheid aan organisaties middelsfinanciering opdracht geeft om in andere landen de wet te overtreden, isdat een zeer hellend vlak. Als Nederland organisaties de opdracht maggeven om in andere landen de wet te overtreden, betekent dat namelijkimpliciet dat andere landen organisaties de opdracht mogen geven om inNederland de wet te overtreden. Want waarom zou Nederland meerrechten hebben dan een ander land? Daar wil ik bij wegblijven. Dat wasdus de intentie. Maar hulde voor al die vrijwilligers en al die organisatiesdie zich, waar ook ter wereld, hiervoor inzetten, vaak ook zonder directesteun van een overheid, dus ook de Nederlandse overheid.De voorzitter:Dank u wel. Dan sluit ik hiermee de eerste termijn van uw betoog en ookde eerste termijn van de Kamer en geef ik het voorzitterschap aan u terug.Voorzitter: Van der BurgDe voorzitter:Als voorzitter heb ik ... Voordat ik concludeer, is er een punt van orde. Datgaat voor.De heer Van Meijeren (FVD):Voorzitter. U heeft mij zojuist het woord ontnomen omdat ik een fototoonde en daarmee zou hebben gehandeld in strijd met de regels die wemet elkaar hebben afgesproken. Ik heb het Reglement van Orde er nogeen keer op nageslagen. Er bestaan geen regels over het tonen van foto’s.Daarbij zou ik graag willen opmerken dat dat in dit huis regelmatigvoorkomt, een paar weken geleden zelfs nog. Toen werden bij eenGazadebat foto’s getoond van gedode kinderen. Ik zou u dus willenverzoeken om mij toch toe te staan om deel te nemen aan de rest van ditdebat, in plaats van mij het woord te ontnemen.De voorzitter:Uiteraard kunt u gewoon deelnemen aan de rest van dit debat.De heer Van Meijeren (FVD):Dank.De voorzitter:Dat gezegd hebbende, dames en heren, gaan we schorsen. Het is eenbijzondere situatie, omdat we te maken hebben met een initiatiefnemervan de Kamer die net wat minder ondersteuning heeft. Daarmee zeg ikniks over de kwaliteit van de ondersteuning, maar mevrouw Paulusmaheeft nu net wat minder kwantiteit van ondersteuning. We zullen dus watruimer schorsen. Ik schors voor een halfuur. Dat betekent dat wij om 12.25uur doorgaan met het debat.De vergadering wordt van 11.57 uur tot 12.27 uur geschorst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1835 De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Wij hebben formeel nog een uur en vijfminuten. Dat uur en vijf minuten loopt wat mij betreft maximaal uit tot13.45 uur. Dan zullen we echt moeten stoppen, niet alleen omdat debewindslieden dan naar andere plekken moeten, mar ook omdat ergewoon een ander debat hier ingepland staat. Ik vraag dan ook uwmedewerking om als u interrumpeert, dat kort te doen. Als we niet klaarzijn om 13.45 uur en niet conclusies kunnen trekken zodat het door kannaar de stemming volgende week, wordt het inplannen van een debat nogvoor het verkiezingsreces namelijk nagenoeg onmogelijk. Dat zoubetekenen dat de stemmingen niet plaats kunnen vinden.Dat gezegd hebbende stel ik voor dat we drie interrupties doen; ik heb inde eerste termijn van de commissie ruim de tijd gegeven voor onderlingedebatten. Ik geef nu het woord aan de initiatiefnemer, mevrouwPaulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw urgentie rond de tijd. Het is een tebelangrijk onderwerp om weer twee jaar te laten liggen; het heeft tweejaar geduurd voordat we deze initiatiefnota gingen behandelen. Ik zal mijninleiding daarom ook fors inkorten en spoedig overgaan tot de beant-woording.Ik doe een stukje inleiding dat wellicht ook al antwoord geeft op de vraagvan mevrouw Hirsch. Wij schreven deze initiatiefnota en sindsdien heeftde werkelijkheid ons veel verder ingehaald. Toegang tot abortus iswereldwijd niet meer vanzelfsprekend. Abortuszorg staat onder druk endat is gewoonweg onacceptabel, want daarmee staat het zelfbeschikkings-recht van vrouwen wereldwijd ter discussie. Dat zouden we met elkaarniet moeten tolereren. Laten wij samen strijden voor deze verworvenvrijheden, zou ik zeggen, zodat deze vrijheden op een dag mogentoebehoren aan alle vrouwen in de wereld.Voorzitter. Het is daarom erg belangrijk dat we hier vandaag samen zittenom deze initiatiefnota te behandelen. Ik wil ook alvast de collega’sbedanken voor hun bijdrage. Het is goed om te zien dat er zo veelverschillende partijen vandaag aanwezig zijn. Dat laat zien dat dit eenbelangrijk onderwerp is, waar wij met elkaar niet lichtzinnig mee omgaan.Ik zal de vragen die gesteld zijn, beantwoorden aan de hand van devolgende blokjes. Het eerste blokje gaat over de relevantie van deinitiatiefnota, het tweede blokje gaat over onveilige abortussen, het rechtop abortus en zelfbeschikking, en het derde blokje gaat over abortuserkennen als mensenrecht.De voorzitter:Dan stel ik om te beginnen voor om na de blokjes de interrupties te doen.Dat gezegd hebbende: gaat u door.Mevrouw Paulusma (D66):Voorzitter. Ik was al een klein beetje begonnen met het eerste blokje: derelevantie van de nota. Onder anderen mevrouw Hirsch vroeg hiernaar.Ja, er is inderdaad veel veranderd sinds 2023. De kabinetsreactie op denota spreekt nog over positieve ontwikkelingen onder de regering-Biden,maar inmiddels is er onder Trump veel verslechterd, zowel in de VS alsdaarbuiten. Meerdere collega’s stipten al aan dat de financiering vanUSAID grotendeels is opgeschort, waardoor dagelijks ruim 130.000vrouwen de toegang tot anticonceptie verliezen. Ook in Nederland is erfors bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. We zien steeds groterebarrières, ook voor abortus in Europa.Het belangrijkste is dat er nog steeds wereldwijd vrouwen sterven aan degevolgen van een onveilige abortus. Al was het maar één vrouw per jaar:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1836 dat is er dan één te veel. We moeten alles op alles zetten om dat tevoorkomen, dus de nota is relevanter dan ooit.De voorzitter:Dat met betrekking tot het eerste blokje. Ik kijk even of dit interruptiesoproept. Dat is niet het ... Dat is wél het geval.De heer Stoffer (SGP):Het komt straks wellicht aan de orde, maar ik hoorde zojuist mevrouwPaulusma aangeven: al zou je maar één vrouw per jaar kunnen helpen.Daartegenover stel ik: al zou je maar één kind per jaar kunnen redden. Ja,we moeten er veel meer redden, maar .... Ik kreeg van de heer Paternotteniet echt antwoord op mijn vraag, en kreeg dat de afgelopen jaren ooknooit, over het mensenrecht van een vrouw versus het mensenrecht vanhet ongeboren leven. Zou mevrouw Paulusma kunnen aangeven wat hetrecht van het ongeboren leven is? Had dat ook niet thuisgehoord in diteerste blokje?Mevrouw Paulusma (D66):Dat komt doordat ik zonet in de inleiding heb benoemd dat dit onderwerpin het tweede blokje hoort. Als de heer Stoffer mij dat toestaat, ga ik daarnu mee verder.Er zijn meerdere vragen gesteld over hoe het een zich tot het anderverhoudt. Ik ken veel van de collega’s uit de discussies over medischeethiek. Ik denk ook dat we die balans en de manier waarop mensen naarrechten kijken, zorgvuldig met elkaar te bediscussiëren hebben. Mensenzullen hier vanwege de manier waarop zij het geloof belijden of de manierwaarop zij naar het leven kijken, anders in staan. Zo hebben wij ookgekeken naar deze initiatiefnota. We hebben vooral gekeken naar denoodzaak om deze initiatiefnota te schrijven. Mevrouw Bikker zeivanochtend dat het recht op zelfbeschikking een grens heeft. Dezediscussie heb ik vaker met mevrouw Bikker gevoerd. Daar zijn wij het nietover eens. In deze zaken weegt het recht op zelfbeschikking voor ons, voorD66 – ik hoorde dat ook in een aantal woordvoeringen terugkomen –zwaarder dan voor mevrouw Bikker. Ik praat niet lichtzinnig over dit soortonderwerpen, maar ik maak wel een andere afweging.Er is hier een aantal keer een aantal dingen gesteld. Ik heb het ook over devraag van de heer Stoffer van daarnet. Wij stellen niet het een tegenoverhet ander. Preventie is ontzettend belangrijk. Het voorkomen van elkeongewenste zwangerschap moet elke dag de strijd van ons allen zijn. Ikzat in een kabinet met de partij van mevrouw Bikker. Toen hebben we ookfors geld vrijgemaakt voor onder andere Kansrijke Start. Onderdeel vandat programma was om hierin te investeren. Helaas is dat programmadoor het huidige kabinet – en een aantal mensen die kritisch zijn op dezenota hadden daar heel veel woorden voor nodig – wegbezuinigd. Datheeft consequenties voor Nederland. Als we kijken naar ontwikkelingssa-menwerking in de brede zin van het woord, hebben de Nederlandsebezuinigingen daar ook consequenties voor gehad.O, ik hoor iets.De voorzitter:Nee, nee, nee. Er wordt nu niet geïnterrumpeerd. Gaat u gewoon door!Mevrouw Paulusma (D66):Ik hoor iets over «hoopvol kijken», maar ik kijk altijd hoopvol naarmevrouw Bikker, zeg ik nu in de microfoon.Voorzitter. Wij hebben met deze initiatiefnota gekeken naar het recht opabortus. In onze veronderstelling – dat is ook onze conclusie – vloeit ditjuist voort uit internationaal erkende mensenrechten, namelijk het rechtop gezondheid, het recht op lichamelijke integriteit, het recht op zelfbe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1837 schikking en het recht om vrij te zijn van wrede of onmenselijke behande-lingen. Internationale organisaties zoals de WHO, het Mensenrechten-comité en de Raad van Europa erkennen ook dat toegang tot veiligeabortus deel uitmaakt van deze rechten.Daarnaast is er een hardnekkig misverstand. Het is goed om dit bij elkdebat te benoemen: het beperken van de toegang tot veilige abortussenleidt nergens tot minder abortussen, maar leidt wel tot minder veiligeabortussen en daarmee tot onnodige sterfgevallen van vrouwen die hulpnodig hadden.Voorzitter. Er zijn ook een aantal vragen gesteld over wanneer het levenbegint; naar aanleiding van de schriftelijke vragen hebben wij daar ookantwoord op gegeven. Ik vind het ook altijd heel bijzonder om daar onderanderen met de heer Stoffer over in debat te gaan. Ik denk dat wij daaranders ... Eigenlijk denk ik dat niet alleen: wij zijn al eens eerder tot deconclusie gekomen dat wij daar anders naar kijken. Wij hebben in debeantwoording ook gezegd dat biologisch gezien het leven ergens begint,maar dat wij een andere waardering maken als het gaat om de rechtendis-cussie. Voor ons staat met deze initiatiefnota pal boven water dat het rechtop zelfbeschikking, zorg, veilige abortuszorg en het recht om niet tehoeven sterven ten gevolge van het gebrek aan abortuszorg bovenaandeze lijst staan. Dat zeg ik met het volste respect voor de overtuiging dieonder anderen de heer Stoffer in dat debat inbrengt.De heer Stoffer heeft ook vragen gesteld over de preambule metbetrekking tot internationale verdragen zoals het VN-verdrag inzake derechten van het kind. Maar in datzelfde verdrag staat ook dat we moetenzorgen voor veilige en toegankelijke abortuszorg, juist om de rechten ende gezondheid van meisjes te beschermen. Ook andereVN-mensenrechtenorganen zien abortusrestricties juist als een schendingvan de rechten van vrouwen en, in het geval van schendingen van hetVN-verdrag inzake de rechten van het kind, van meisjes. Daarmee hoop ikeen antwoord te hebben gegeven op de vraag welke weging wij gemaakthebben rond deze vragen.Dit is wél het einde van dit blokje.De voorzitter:Dan kijk ik even naar mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank voor de eerste antwoorden van collega Paulusma. Zij benoemde aldat wij de afgelopen jaren verschillen gekend hebben, maar wel altijdeenzelfde hart voor vrouwen in nood hebben gehad; dat heb ik zeergewaardeerd. Je komt vanuit een fundamentele overtuiging misschien totandere antwoorden, maar datzelfde hart klopt over en weer. Ik vind hetgoed om dat hier te benoemen.Dan mijn vraag. Ik ben toch benieuwd hoe de initiatiefnemer dat recht opleven, artikel 2 van het EVRM, nu waardeert. Dat ziet op mijn vraag:wanneer is een mens een mens? Dat is toch niet helemaal subjectief? Erwordt gezegd: wanneer de moeder beslist dat het een mens is. Hoe zietD66 dat? Excuses, hoe ziet de initiatiefnemer dat?Mevrouw Paulusma (D66):Het zal u wellicht verbazen, maar mevrouw Bikker en ik strijden heel vaakgezamenlijk voor de rechten van vrouwen. Maar af en toe nemen we eenkleine andere afslag. Soms een grotere, zoals mevrouw Bikker buiten demicrofoon zegt. Mevrouw Bikker stelt een vraag over het Europees Hofvoor de Rechten van de Mens. Dit is continu de weging. Ik snap datmevrouw Bikker het leven en het kwetsbare begin zwaarder weegt. Zijgebruikt daar altijd andere woorden voor dan die bij mij spontaanopkomen. Maar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft ookbevestigd dat vrouwen toegang moeten hebben tot diensten die legaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1838 zijn, bijvoorbeeld abortus. Datzelfde Hof heeft ook gezegd dat statenmoeten zorgen voor duidelijke, toegankelijke en voorzienbare wetgeving,en voor voldoende betrokkenheid van vrouwen. Het moet een effectiefrechtsmiddel kunnen zijn. Volgens mij zei de heer Paternotte of mevrouwDobbe: een stok om mee te slaan. Het Europees Hof heeft dus wel kadersgesteld. We hebben vorige week nog een debat gehad over de ruimte dieeen weging moet kunnen hebben. Wij zeggen niet tegen landen dat zijhun wetgeving moeten aanpassen, maar wij zeggen wel: in Europa zouhet recht op abortus moeten gelden en zou je niet onnodig moetensterven.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Maar als je van abortus een mensenrecht maakt, dan is dat een funda-menteel ander gezichtspunt dan het recht op leven, dat tot nu toe in artikel2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens staat. Dat staatecht vooraan in dat verdrag. Als je zo’n grote wissel omzet en van abortuseen mensenrecht maakt, dan impliceer je daar van alles mee richtingallerlei landen. Nog even los van alle verschillen in de weging: het is vanbelang dat je heel nadrukkelijk uitlegt wat de waarde van artikel 2 van hetEVRM betekent, van het recht op leven. Dat heb ik nog nergens duidelijktot me kunnen nemen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik wil het niet simplificeren, maar vrouwen hebben ook het recht op leven.Zolang wij zien dat de toegang tot veilige abortuszorg niet geregeld is enwe het niet kunnen garanderen dat vrouwen niet meer onnodig stervenomdat ze niet geholpen worden, voldoen wij richting vrouwen niet aandatgene wat vastgelegd is in het recht op leven. Dat is mijn invalshoek.Daarover zullen wij het niet eens worden, maar dit weegt voor mij en mijnpartij dusdanig zwaar dat we met deze nota zijn gekomen.De voorzitter:Gaat u door. Nee, er is toch nog een interruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Het zegt natuurlijk al iets dat je dat niet in het eerste blokje naar voren laatkomen, maar in het tweede. Ik heb geen antwoord gekregen op mijnspecifieke vraag. Misschien zegt de initiatiefnemer zo dadelijk: dat hoort inhet derde blokje. Mijn vraag is: wat is nu het principiële verschil tusseneen ongeboren en een geboren kind? De leeftijd van een mens, nul, driemaanden of min drie maanden, is iets waar hij of zij niets aan kan doen.Wat geeft je het recht om een mens in wording te doden? Dat waren devragen die ik heb gesteld, maar daar komt eigenlijk geen antwoord op. Ikheb daar in de afgelopen jaren nooit een antwoord op gekregen. Ik hooraltijd die ene kant, over de rechten van vrouwen. Het is heel helder watbetreft het leven van vrouwen. Daar hebben we vaker over gediscus-sieerd. Als het leven in het geding is, dan moet je een keuze maken tussenhet ene en het andere leven. Maar dit is toch niet een keuze tussen het eneof het andere leven? Het ene leven blijft doorgaan. Het leven van devrouw gaat hopelijk door. Maar het andere leven breek je af. Zoumevrouw Paulusma daar toch wat dieper op in kunnen gaan?Mevrouw Paulusma (D66):We lopen nu wel het risico om een heel debat te voeren over abortus enabortuswetgeving. Dat doen we ook in een andere commissie. Ik vond datmevrouw Hirsch het heel mooi zei aan het einde van haar inbreng. Ik sluitme daar van harte bij aan. Deze nota gaat over het recht van vrouwen omte kiezen. Daar zullen meneer Stoffer en ik het misschien nog wel overeens kunnen worden, maar we zullen het niet eens worden over deweging die we daarin maken. Voor mij en mijn partij weegt het recht voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1839 vrouwen om te kunnen kiezen over zaken rond het eigen lichaam, hetrecht op zelfbeschikking, zwaarder dan de discussie of de levensover-tuiging van de heer Stoffer. Dat bedoel ik niet persoonlijk. Excuus, ditbegon bijna persoonlijk te worden. Daarin maken wij een andereafweging.De heer Stoffer (SGP):Dat maakt gelijk het punt duidelijk. Je hebt zelfbeschikkingsrecht over heteigen lichaam, maar hoe zit het met dat ongeboren kind? Over eengeboren kind van drie maanden zijn we het helemaal eens, maar datongeboren kind van min drie maanden is ook een kind in wording. Ikdacht gisteren nog: wat ben ik blij dat mijn moeder die keus niet had. Diewilde die keus ook helemaal niet, die was ontzettend blij dat er überhaupteen kind kwam na vele jaren. Maar dat geldt voor ons allemaal. Als onzemoeders een andere keuze hadden gemaakt, hadden we hier nu ook nietgezeten. Dat in ogenschouw nemend vraag ik wat dan het recht van datongeboren kind is. Dat is toch ook een mensenrecht? Ik heb daar vrij veelvragen over gesteld. Het recht van een vrouw om te beschikken over haareigen lichaam blijft, maar dat kindje wat daarna komt heeft dan geenrecht? Dat kan helemaal niets, heeft helemaal niets in te brengen? Is hetniet meer dan dit? Is dat het enige recht?Mevrouw Paulusma (D66):Ik ga even op zoek naar woorden, want nu doet mevrouw Stoffer... Datkomt toch door de voorzitter. De heer Stoffer, excuus, doet geen recht aanhoe we het debat over abortus hier Nederland voeren. Mijn partij, envelen hier in deze Kamer, zijn daarin nooit lichtzinnig geweest. We zijnaltijd op zoek gegaan naar de balans. Er is veel geïnvesteerd in preventie.Wij hebben ook altijd gezegd: elke ongewenste zwangerschap die wekunnen voorkomen, is er één. Laten we zij aan zij met vrouwen staan.Maar ik voeg daar altijd aan toe: ook als het gaat om zelfbeschikking. Hetgaat dus niet alleen om deel één, maar ook om deel twee. Als vrouwenandere keuzes maken, weloverwogen – want voor het grootste percentageaan uitgevoerde abortussen hier in Nederland geldt dat het een welover-wegen besluit is – dan ga ik naast die vrouwen staan, omdat ze het rechthebben op zelfbeschikking. Dat zouden we in de rest van de wereld ookmoeten doen.De voorzitter:We gaan naar de heer Kahraman, en daarna naar de heer Van Meijeren.De heer Kahraman (NSC):Ik zie ook hoe de initiatiefnemer... Het was in Nederland al een heelmoeilijk proces om tot een afgewogen abortusbeleid te komen. Ik wil ookecht wegblijven van het medisch-ethische aspect. Ik ben woordvoerderBuitenlandse Zaken, dus ik probeer te achterhalen wat de impact is op dewereld als we dit gaan promoveren tot een mensenrecht. We hebben eendiscussie gehad. Ik hoorde een collega ook zeggen: de 24 wekengrens isvoor ons... Maar bijvoorbeeld ons dierbare buurland, België, heeft,waarschijnlijk na een debat in het parlement, besloten om het op 12weken te zetten. Voor mij is het dan heel moeilijk om te beredeneren watu dan met dit initiatief wil. Wilt u het terugbrengen naar 12 weken of op 24weken houden? Wat beoogt u met deze initiatiefnota? Wilt u de Neder-landse wetgeving opleggen aan alle andere landen? Of heeft u andereideeën daarbij?Mevrouw Paulusma (D66):Wij gaan de Nederlandse wetgeving niet opleggen aan anderen. Waar wijvoor staan, is dat vrouwen wereldwijd toegang krijgen tot zorg waar zijrecht op hebben, zodat zij niet sterven aan gebrek aan zorg, aan eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1840 onveilig uitgevoerde abortus, aan initiatieven of middelen die zondertoezicht en zonder medische ondersteuning verstrekt worden aanvrouwen in hoge nood. Dus wij gaan niet iets opleggen, maar de normstellen dat vrouwen wereldwijd toegang moeten hebben tot de zorg waarze recht op hebben. Dat is wat ik met mijn initiatiefnota beoog.De heer Kahraman (NSC):Nu ben ik echt in verwarring, want de hele initiatiefnota gaat erover databortus een mensenrecht moet zijn, en nu hoor ik de initiatiefnemerzeggen: nee, ik wil dat zórg een mensenrecht wordt. Dat kan, hè; daarvindt u mij misschien aan uw zijde, als een land toelaat dat er echtmedische zorg beschikbaar moet zijn voor vrouwen die abortus willenplegen. Is dat nou uw initiatiefnota? Want volgens mij wilt u gewoonabortus tot recht, tot een mensenrecht, promoveren, wat betekent datiedereen in elk land recht moet hebben om abortus te plegen. U zegt nu:nee, ik wil dat de zórg een mensenrecht wordt. Wat is het nou? Is het nouhet recht om te aborteren of het recht om zorg te krijgen?Mevrouw Paulusma (D66):Laat ik het heel kort houden. Vrouwen plégen geen abortus. Een abortuswordt uitgevoerd. Als u mij in debatten over medische ethiek gevolgdhad, zou u weten dat ik altijd heb gezegd dat abortus een vorm vanmedische zorg is. Zo schrijven we daar ook over in deze nota. Omdat dietoegang zovelen ontzegd wordt, is het tijd om het tot een mensenrecht teverklaren.De heer Kahraman (NSC):Kan ik de initiatiefnemer vragen om dan echt wat duidelijker te zijn in deinitiatiefnota en te zeggen dat ze wil dat de zorg toegankelijk wordt en dathet niet gaat om het recht om abortus te laten plegen, of – sorry, excuses– uitvoeren? Wat wil de initiatiefnemer, mevrouw Paulusma? Wil ze noude zorg ... Het is wel heel fijn als duidelijk is dat ze alleen wil dat de zorgtoegankelijk is in alle landen.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, maar dat is dus hetzelfde als toegang tot abortus, want dat is voormijn partij een vorm van zorg. U kunt in de nota lezen wat u wil, maarabortus is voor mij een vorm van zorg en ik wil dat vrouwen daarwereldwijd toegang toe hebben.De heer Van Meijeren (FVD):Eigenlijk zou dit debat natuurlijk niet moeten gaan over feitjes en cijfers,maar over de fundamentele en morele vraagstukken die daaruit voort-vloeien. Maar als mevrouw Paulusma van alles beweert, vind ik het welbelangrijk dat dat ook feitelijk juist is, zodat we die moeilijke beslissingenin ieder geval kunnen nemen op basis van de waarheid en niet op basisvan valse aannames, desinformatie en onjuistheden, waar de heleinitiatiefnota bol van staat. Nu hoorde ik haar zojuist zeggen dat strengereabortuswetgeving niet leidt tot minder abortussen. Dat druist in tegen delogica. Ik ben benieuwd waar mevrouw Paulusma dat op baseert.Mevrouw Paulusma (D66):We zien in landen om ons heen – kijk ook naar Amerika – dat waar deabortuswetgeving strenger wordt, vrouwen ondergronds gaan. Vrouwendoen wat nodig is om te kunnen blijven leven of om hun eigen keuzes temaken. Dat heeft altijd schadelijke gevolgen. U kunt ze dus de toegangontzeggen, maar daarmee wordt de veiligheid van vrouwen niet vergroot.De heer Van Meijeren (FVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1841 Ik heb niet een onderzoek of een noemenswaardige publicatie gehoordwaar mevrouw Paulusma aan refereert. Ze zegt «als we kijken naarAmerika». Nou, laten we even kijken naar Amerika. In de zogenaamderode staten, de Republikeinse staten, waar veel meer prolifewettengelden, zijn de abortuspercentages aanzienlijk lager dan in dezogenaamde blauwe staten, de Democratische staten. Kijk naar Massa-chusetts, dat bekendstaat als een democratisch bolwerk. Daar is de enigebeperking bij abortus dat een minderjarige toestemming moet hebbenvan de ouders. In Mississippi heb je juist verplichte voorlichting, bedenk-tijden, wettelijke toestemming et cetera. In Mississippi liggen de abortus-cijfers op 3,9 abortussen per 1.000 vrouwen en in het liberale Massachu-setts op 12,6 abortussen per 1.000 vrouwen. Laten we dus, als we naarAmerika kijken, ook daadwerkelijk kijken naar wat daar gebeurt en hierniet met allerlei onjuistheden gaan strooien die nergens op gebaseerdzijn. Als mevrouw Paulusma daadwerkelijk achter haar initiatiefnota enhaar voorstel staat, dan hoeft ze niet de waarheid te verdraaien omdaarvoor steun te kunnen vinden. Ik zou haar willen vragen om zeker ineen gevoelig debat als dit wel bij de feiten te blijven en niet te gaanchoqueren om het choqueren met ongefundeerde leugens.De voorzitter:Pas op met het woord «leugens», zeg ik richting de spreker.Mevrouw Paulusma (D66):Als u mij toestaat, voorzitter, hou ik het ook kort. Dat wat de heer VanMeijeren beweert, raakt kant noch wal en doet ook geen recht aan deurgentie om abortus voor vrouwen mogelijk te maken in noodsituaties.We hebben die wetgeving in dit land niet voor niks gekregen. Datgebeurde omdat vrouwen álles deden om ervoor te zorgen dat ze blevenleven. Daarom is er abortuswetgeving met goede toegang tot zorg. Dankan de heer Van Meijeren zeggen dat er leugens zijn en onwaarheden enwat anders, maar het gaat om levens van vrouwen. Daar zal ik elke dagvoor strijden. Ik zal me niet laten aanleunen dat wat ik zeg niet waar is.De voorzitter:Een laatste interruptie van de heer Van Meijeren.De heer Van Meijeren (FVD):Hadden we er geen drie?De voorzitter:Ja. Dit is dus ook de derde, want na één komt twee en na twee komt drie.De heer Van Meijeren (FVD):Ik dacht dat dit de tweede was.De voorzitter:Nee, dit wordt de derde.De heer Van Meijeren (FVD):Laat ik dan even afronden. Vanzelfsprekend deelt FVD de mening datvrouwen altijd toegang moeten hebben tot hulp en begeleiding en dat dezorg ook toegankelijk moet zijn voor vrouwen. Wij willen geen enkelevrouw in de steek laten. Maar als de cijfers en feiten laten zien dat ookzaken als voorlichting, bedenktijd, goede opvang en het zoeken naarandere oplossingen aantoonbaar leiden tot minder abortussen en dusaantoonbaar leiden tot het redden van meer ongeboren mensenlevens,dan zou mevrouw Paulusma er toch ook voor open moeten staan om juistdaarop in te zetten? We zien dat in Nederland door het afschaffen van debedenktijd en het toegankelijk maken van de abortuspil bij de huisarts hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1842 aantal abortussen de afgelopen jaren fundamenteel is gestegen. MevrouwPaulusma zegt dat het hier gaat over de levens van vrouwen, maar waar ishaar erkenning voor het leven van ongeboren kinderen?Mevrouw Paulusma (D66):Ik ga alleen op dat laatste in, namelijk op de onwaarheid dat het aantalabortussen in Nederland de laatste jaren zou toenemen vanwege debedenktermijn en de abortuspil. Die abortuspil wordt pas sinds kortverstrekt en die bedenktijd is ook nog maar zeer recent afgeschaft. Er isgeen onderzoek gedaan naar de correlatie tussen die twee zaken. Dus alswe het hebben over bij de feiten blijven, dan moet de heer Van Meijerenzijn huiswerk beter doen.De voorzitter:Dan gaan we naar een interruptie van de heer Paternotte richtingmevrouw Paulusma.De heer Paternotte (D66):Forum voor Democratie heeft een nieuwe partijleider en die wist niet of AlQaida nou achter de aanslagen van 9/11 zat. En ook hier ...De voorzitter:Maar u interrumpeert nu mevrouw Paulusma.De heer Paternotte (D66):Zeker. Ik ga zeker naar mijn punt. Ik wil haar vragen om iets meer tevertellen over de situatie in Amerika, omdat we net de bewering horen dater minder abortussen zijn in een staat waar minder gerapporteerd wordt.Dat gaat over een staat waar abortus vrijwel volledig verboden is. Kanmevrouw Paulusma ingaan op het verschil dat er misschien is in hoeveeler gerapporteerd wordt als het verboden is om abortus te plegen en opwat er misschien ondergronds gebeurt of door verplaatsing naar anderestaten?Mevrouw Paulusma (D66):We weten allang dat het ondergronds gaat als je het verbiedt, met grotegevolgen voor vrouwen. In dertien staten in Amerika is abortus nuverboden. 160.000 vrouwen per jaar moeten de staatsgrens over enmoeten minimaal 450 kilometer reizen voor goede zorg, als ze dat alredden en als ze het geld er al voor hebben. Volgens mij was hetmevrouw Bikker of de heer Stoffer die daar een heel terecht punt overmaakte. Als je abortus verbiedt, gaan vrouwen in zeer onveilige situatiesterechtkomen. Dat zien we in Amerika. En omdat het strafbaar isgeworden, is er ook een zeer sterk verband tussen dat verbod en de vraagof vrouwen durven praten over wat ze overkomt en wat ze nodig hebben.De voorzitter:Dat gezegd hebbende gaan we naar blokje drie, het laatste blokje vanmevrouw Paulusma. Daarna gaan we richting het kabinet.Mevrouw Paulusma (D66):Blokje drie is het erkennen van abortus als mensenrecht. Er werdenvragen van praktische aard gesteld en ook financiële vragen. Een aantaldingen heb ik al benoemd. De heer Kahraman van NSC zei dat dit voorstelaverechts werkt en dat er polarisatie door dreigt te komen. MeneerKahraman, opkomen voor vrouwenrechten is nooit polariserend. Nooit!Het zou ons als land sieren om dat te blijven doen, want Nederland heeftdat eerder gedaan, of om dat opnieuw te gaan doen en daarvoor kijk ikalvast naar rechts. Het niet opkomen voor vrouwenrechten is misschiennog wel meer polariserend dan de heer Kahraman beseft. Ik vind datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1843 Nederland een kopgroep moet vormen samen met andere landen. In mijnnota beschrijf ik dat ook. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Frankrijk en Spanje.Mevrouw Hirsch begon zelf ook al over Frankrijk. Het Europees Parlementheeft zich namelijk uitgesproken voor het vastleggen van het recht opabortus in de Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.En, ja, we erkennen dat er grote culturele en religieuze verschillen in dewereld zijn. Mevrouw Bikker stelde daar een vraag over. Ons voorstel gaater nadrukkelijk niet over om landen van buitenaf iets op te leggen. Wat wijwel willen bereiken, is dat er internationaal wordt erkend dat vrouwen enmeisjes recht hebben op toegang tot veilige zorg. Dit sluit ook aan bijbestaande internationale verdragen en resoluties, waarin het recht opgezondheid en lichamelijke integriteit juist is vastgelegd. Wat mij betreftgaat het daarbij dus ook niet om het opleggen van een Westers idee, maarom het beschermen van universele mensenrechten, zoals het recht omniet te hoeven sterven. Voor vrouwen en meisjes die geen voorstanderzijn van abortus, verandert er niets. Volgens mij was dat het voorbeeld datmevrouw Bikker benoemde. Het gaat namelijk om het recht van vrouwenom zelf te kiezen, ook als ze ervoor kiezen om geen abortus te ondergaan.Mevrouw Hirsch herhaalde dat ook steeds.De VVD stelde ook vragen over de worsteling of je hulp aan het aanbiedenbent als abortus illegaal is. Dat is eigenlijk de kern van mijn pleidooi. Ikzou willen dat abortus nergens meer illegaal is, zodat vrouwen wereldwijdtoegang hebben tot levensreddende zorg. Ik weet niet meer wie van decollega’s het zei, maar er zijn collega’s die zeiden: waarom zouden we ditnou doen als het tegen wet- en regelgeving ingaat? Er zijn ook organi-saties die opkomen voor geloofsvrijheid in landen waar het niet legaal isom christen te zijn. Die organisaties steunen wij ook. Dus ik wil daar geenonderscheid in maken. Dat zou ik ook heel ingewikkeld vinden. Laten wehelder zijn: de ngo’s weten heel goed lokaal in de context waar zijopereren wat wel of niet kan. Wij leggen niets op, maar steunen ngo’s welin landen waar zij het goede werk voor vrouwen doen.Daarnaast werd er nog een aantal keer benoemd dat we en-en moetendoen. Ik heb daar net ook al naar verwezen. Dat ben ik met onder anderenmevrouw Bikker eens. Maar volgens mij zeiden ook mevrouw Hirsch enmevrouw Dobbe dat. We moeten én aan preventie werken én aanseksuele voorlichting én aan gratis anticonceptie. We hebben samen veelgeïnvesteerd in Kansrijke Start. Laten we dat, mogelijk in een anderesamenstelling, in dit huis weer gaan doen. Maar dat betekent niet dat jeniet hoeft te strijden voor veilige zorg als het gaat om abortus.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk eerst even naar de Kamer. Mevrouw Bikker twijfelt. Uhoeft geen interruptie te plegen.Mevrouw Paulusma (D66):Een compliment.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Bijna, voorzitter. Mevrouw Paulusma impliceerde dat wij samen optrekkenals het gaat over en-en. Er is daar wel een duidelijk verschil. Mijn inzet isniet op het verspreiden van meer mogelijkheden tot abortus. Onzegedeelde inzet is wel op het voorkomen dat vrouwen in noodsituatiesbelanden. Dat wil ik wel even scherp hebben. Maar dat is bijna meer eenpersoonlijk feit, voorzitter. Ik denk dat u dat ook zo ziet.De voorzitter:Wij gaan naar de bewindspersonen. Ik gun mevrouw Bikker eenpersoonlijk feit. Ik kijk naar de bewindspersonen. Ik zie dat de Minister heteerst het woord gaat voeren. Dan krijgt de Minister nu het woord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1844 Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Het is een eer om hier bij u te zijn voor mijn eerste debatals Minister van Buitenlandse Zaken. Het zal zeker niet het laatste debatzijn, maar ik zal me vol inspannen voor het overeind houden van deNederlandse positie in Europa en in deze woelige wereld.Heel veel dank aan de initiatiefnemers voor het agenderen van ditonderwerp. De toegang tot veilige abortus blijft een actueel onderwerp inonze nationale inzet in de EU, maar ook in Nederland. Daarom zitten wehier ook getweeën vanuit het kabinet. Onveilige abortus is een belangrijkeoorzaak voor moedersterfte. Jaarlijks overlijden er meer dan tiendui-zenden vrouwen aan de gevolgen van een onveilige abortus. Bijna dehelft van de abortussen wereldwijd is nog onveilig. Dat kan leiden toternstige gezondheidsproblemen. We staan met dit kabinet pal voor hetbeschermen van de rechten van vrouwen en meisjes. We delen de zorgvan de initiatiefnemers dat vrouwen wereldwijd onnodig overlijden alsgevolg van een onveilige abortus. Daarom investeren we als onderdeelvan het ontwikkelingsbeleid in mondiale gezondheid inclusief seksuele enreproductieve gezondheid en rechten, afgekort SRGR. SRGR gaat over debeschikbaarheid van goede zorg in relatie tot bijvoorbeeld zwangerschap,veilige bevallingen, een gedegen aanpak van hiv en aids, toegang totvoorbehoedsmiddelen en ook toegang tot veilige abortussen. Het gaatook over moeder- en kindzorg, waaronder kindvaccinaties. Daarmeezetten we in op het voorkomen en het reduceren van wereldwijdemoedersterfte. Het vergroten van keuzevrijheid en zelfbeschikking vanvrouwen staat hierbij centraal. Dat geldt natuurlijk ook voor de diplomatie.Ik kom zo meteen op de bezuinigingen terug waar een aantal vragen overzijn gesteld.De initiatiefnemers vragen om het recht op abortus te verankeren in hetEU-Handvest en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten enpolitieke rechten. Ik begrijp dat de initiatiefnemers dit onderwerp verderwillen brengen, maar ik moet daar wel enigszins de verwachtingentemperen. Voor het wijzigen van het EU-Handvest is een verdragswij-ziging nodig en dat vereist unanimiteit onder lidstaten. Ik kan u nu alzonder sonderen zeggen dat die unanimiteit op dit moment niet te vindenzal zijn. Voor het wijzigen van het Internationaal Verdrag inzake burger-rechten en politieke rechten is er steun nodig van twee derde van alleVN-lidstaten. Hoewel die drempel minder hoog lijkt, moet je daarvoor ookeerst het verdrag openen. Dat betekent dat je ook alle verworven rechtendie inmiddels in dat verdrag staan, mogelijk weer in een risicovol daglichtzet. Dus hoewel wij zeer veel sympathie hebben voor de stap vanFrankrijk, eerst met de grondwettelijke verankering, maar nu ook met hetvoornemen om daar wat mee te doen in de richting van het EU-Handvest,zien wij deze route niet als productief binnen de bredere SRGR-agendabinnen de EU. Ook ik zou huiverig zijn om op dit moment het handvest teopenen. Nogmaals, ik ben wel bereid om te bezien hoe dat speelveld zichontwikkelt, om contact te houden met like-minded landen om te zien ofzich daar in de toekomst wel een mogelijkheid voordoet, maar op ditmoment zou ik daar geen voorstander van zijn.Dan de internationale inspanningen. Ik zei al: wij spreken ons uit voorvrouwenrechten en gendergelijkheid in het gehele buitenlandbeleid. Wetrekken daarbij op met gelijkgezinde landen. Per situatie kijken we wat wede meest effectieve manier is om dit aan te kaarten. Wat dat betreft blijvenvrouwenrechten en lhbtiq-rechten en mensenrechten prioriteiten, ookbinnen het beleid dat door deze regering wordt uitgevoerd. We houdenons daarbij aan internationale afspraken en verplichtingen binnen Europaen de VN, waaronder het verdrag van de Raad van Europa inzake geweldtegen vrouwen en huiselijk geweld.De voorzitter:Punt. We gaan namelijk even luisteren naar de heer Paternotte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1845 De heer Paternotte (D66):Mooi dat de Minister zegt: we kijken heel positief naar hoe Frankrijk heeftgekozen voor die grondwettelijke verankering. We zien natuurlijk dat inEuropa de meningen verdeeld zijn, zeker. Ik denk dat Malta maar zeker ookde regering van bijvoorbeeld Hongarije inderdaad voorlopig niet zullenstaan te springen om het inzetten van zo’n wettelijke verankering. Je kuntinderdaad kijken hoe dat speelveld zich ontwikkelt. Je kunt ook zeggen: ikzal in ieder geval aan de landen die dit ook willen, meedelen dat wij daargraag bij willen helpen. Dan neem je in ieder geval een positie in in datspeelveld. De vraag is dus een beetje: zit je op de tribune of wil je graagmeedoen als er iets kan gebeuren?De voorzitter:Waarmee de heer Paternotte niets negatiefs heeft gezegd over mensen dieop de tribune zitten.De heer Paternotte (D66):Exact.Minister Van Weel:U neemt mij de woorden uit de mond, voorzitter. Momenteel zit iedereenop de tribune; ik denk dat dat het meer is. Ik ben zeer wel bereid om naastdiegenen die op de tribune zitten en hier welwillend tegenover staan, tegaan zitten en contact met hen te onderhouden. Maar op dit moment is ergeen speelveld. Er wordt niet gespeeld op het veld, niet aangaande dezeverdragswijziging. Er zal toch echt iets moeten veranderen in de verhou-dingen voordat we zover komen. Dus we zitten zeker in het goede vak, omhet zo maar te zeggen.De heer Paternotte (D66):Even om dat wel goed te duiden: er is een resolutie aangenomen met eenbijna tweederdemeerderheid in het Europees Parlement. Daarbij zagen wedat het niet alleen maar de traditioneel groene en liberale partijen zijn diedaar steun aan geven, maar ook een groot deel van de partijen inbijvoorbeeld de Europese Volkspartij. We hoorden hier net een van departijen die er wat minder enthousiast over is, maar er zijn ook partijenvoorstander van. Ziet de Minister dus wel ... Althans, hij is nu drie dagenMinister van Buitenlandse Zaken, maar heeft hij in die drie dagen in iedergeval gezien dat hiervoor ook steun is op plekken waar je dat voorheenmisschien niet zou verwachten? Daardoor denk ik: dit zou weleens inbeweging kunnen komen.Minister Van Weel:In die drie dagen heb ik niet alleen maar op dit gebied het veld kunnenmonitoren, maar ik ben me zeer bewust van de resolutie in het EuropeesParlement. Ik mis hier vandaag overigens een deel van de aanhang van deEuropese Volkspartij. Maar we zullen ons zeker rekenschap geven van hoede verhoudingen liggen en op basis daarvan verder handelen.De voorzitter:Mevrouw Hirsch heeft een vraag voor de Minister.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij om te horen dat het kabinet pal blijft staan voor vrouwen-rechten wereldwijd. Ik begrijp uw afweging om binnen de EU voorzichtigop te treden; laat ik het even zo zeggen. Maar ik wil toch even watduidelijkheid krijgen over wat «pal staan voor vrouwenrechten» preciesinhoudt. Ik hoor dit namelijk vaak gezegd worden, maar als ik kijk naar dedaden van het kabinet, dan zie ik bezuinigingen, vrouwen op nul en deafschaffing van het feministische buitenlandbeleid. Ik ben dus even opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1846 zoek naar alle positieve dingen die dit kabinet dan wel gedaan heeft voorvrouwen. Is de Minister bereid om de maatregelen die door het inmiddelsgevallen kabinet zijn genomen, die vrouwenrechten ongelofelijk uitkleden,terug te draaien?Minister Van Weel:Mevrouw Hirsch heeft natuurlijk gelijk. We hebben in het hoofdlijnenak-koord, in het regeerprogramma, de keuze gemaakt om te bezuinigen opontwikkelingssamenwerking. Dat komt overigens ten gunste van andereprioriteiten. Politiek is keuzes maken in schaarste. Er is een aanzienlijkebezuiniging ingeboekt op ontwikkelingssamenwerking. Die zullen wij nietterugdraaien, ook niet in deze periode. Ik wil wel zeggen dat daarbinnenhet budget voor mondiale gezondheid en SRGR-activiteiten nog steedsaanzienlijk is. Ik kan de reeks hier opnoemen. Natuurlijk zit daar een afloopin en elke afloop doet pijn. Dit raakt natuurlijk aan de organisaties die hetdaarmee eens waren, maar dat wil niet zeggen dat we naar een uiterstlaag niveau zijn gegaan. We zijn op dit onderwerp niet door de onder-grens heen gegaan. Natuurlijk zijn daarbinnen ook prioriteiten gesteldwaarover u zou kunnen betogen dat u die graag anders had gezien, maarik denk dat er op dit moment voor de mondiale gezondheid en SRGR nogsteeds een geloofwaardig programma is. We zijn wel bereid om deeffecten door te laten rekenen, zoals u van ons vraagt. Daarover krijgt u opkorte termijn – voor de behandeling van de begroting van BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp – een brief van de Staatssecretaris die daarnu over gaat. Dat kan ik u wel toezeggen.Dat bracht mij al langzaam bij het kopje geld. Laat ik daar dan ook maarmee doorgaan en beginnen met de weggevallen USAID-gelden. Natuurlijkheeft dat een enorme impact. Het mag als een paal boven water staan datde inspanningen die USAID verrichtte, gigantisch waren en dat hetwegvallen daarvan grote effecten heeft. Zo zegt het Guttmacher Institutedat als gevolg van deze bezuinigingen binnen één jaar meer dan 47miljoen vrouwen en meisjes geen toegang meer hebben tot voorbehoeds-middelen. Nou, de effecten die daaruit kunnen voortvloeien, kunt u zelfwel raden. We hebben redelijk in kaart hoe groot dat gat is. De vraag isdan ook of wij wat kunnen betekenen bij het vullen van dat gaat. Heteerlijke antwoord is: nee. Het gat dat USAID achterlaat is enorm.Natuurlijk gaan we binnen onze programma’s kijken waar de grootstenoden ontstaan en of wij daar met onze gelden een rol kunnen spelen,maar het is voor Nederland onmogelijk om het wegvallen van deUSAID-hulp te compenseren, laat staan voor de EU gezamenlijk.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap het antwoord van deze Minister. Nederland kan niet het hele gatdat USAID achterlaat, opvullen. Maar Nederland kan er wel voor zorgendat de bezuinigingen die bijdragen aan het gat dat het zelf heeft latenvallen, niet doorgaan, zodat dat gat minder groot wordt. Wij hebben hiervaker discussie over gevoerd. Dan wordt inderdaad gezegd: het gat, hetfinancieringstekort dat is ontstaan, is zó groot dat Nederland dat niet kanopvullen. Maar we kunnen dat wel een beetje doen. De vraag is natuurlijk:kunnen wij in ieder geval ons deel doen?Minister Van Weel:Dan moet ik u helaas toch hetzelfde antwoord geven als ik eerder aanmevrouw Hirsch gaf: politiek is keuzes maken in schaarste en dit zijn dekeuzes die we hebben gemaakt. Nogmaals, een groot deel van het budgetdat hiervoor beschikbaar is, hebben we wél laten staan. Andere postenhebben we volledig stopgezet. Die keuzes kun je niet geïsoleerd bekijken.Als we dit weer helemaal optoppen tot het niveau waarop we zaten, dangaat dat ten koste van andere prioriteiten, nationaal dan wel internati-onaal. Dit zijn de keuzes die wij nu hebben gemaakt. Elk jaar overleggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1847 we rondom de begrotingsbehandelingen gezamenlijk over de vraag of wedaarin wijzigingen willen aanbrengen. Bij de Financiële Beschouwingendoen we dat over de begrotingen heen, en daarna op deelbegrotingenzelf. Dat is het moment om het hierover te hebben, denk ik.De voorzitter:Gaat u door. Ik zie geen verdere interrupties.Minister Van Weel:Datzelfde geldt voor het artikel van Investico dat door mevrouw Hirschwerd genoemd en voor het zogenaamde «ravijnjaar». Dat is bij diverseorganisaties een populaire term geworden. Deels hebben ze daarnatuurlijk gelijk in als het te maken heeft met een dip naar beneden. Hiergaat het over het maatschappelijk middenveld voor ontwikkelingssamen-werking. Het klopt dat ook daar keuzes zijn gemaakt, ook op het gebiedvan samenwerking met het maatschappelijk middenveld. We blijveninzetten op de samenwerking met het maatschappelijk middenveld, ondermeer door middel van het focuskader dat op dit moment wordtontwikkeld. Voor de programmering wordt in totaal 600 miljoenbeschikbaar gesteld.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Ik weet niet of dit een interruptie is, maar ik geloof dat we het over tweeverschillende dingen hebben. Het artikel van Investico gaat niet over 600miljard of het kader. Het gaat erover dat het kader niet op tijd bekend is,waardoor er zelfs voor de organisaties die nog wel in aanmerking zoudenkomen geen financiering is in de eerste maanden van 2026. Daardoormoeten heel veel dingen opengebroken of stopgezet worden die jeeigenlijk zou willen doorzetten. Ik weet niet of dit als interruptie geldt,meneer Van der Burg, maar mijn vraag gaat niet over het kader en de 600miljard, maar over het feit dat het zelfs voor de organisaties die er welvoor in aanmerking komen nu niet beschikbaar is.De voorzitter:Het spijt mij, mevrouw Hirsch, maar ik tel deze wel gewoon als interruptie.Hier is geen persoonlijk feit van te maken.Minister Van Weel:Ik moet mevrouw Hirsch allereerst teleurstellen. Met het kader is geen 600miljard maar 600 miljoen gemoeid, maar dat zou geen verrassing moetenzijn. Ik zal de vraag hoe het zit met de timing van het kader en hoe datbeschikbaar moet worden voor deze organisaties doorgeleiden naar deStaatssecretaris. Mijn Staatssecretaris, bedoel ik, die van BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp.De voorzitter:Ik zag al de paniek in de ogen van mevrouw Tielen.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dít is geen interruptie: kan ik daar dan wel graag op zeer korte termijn,eind deze week, helderheid over krijgen?De voorzitter:Deze tel ik inderdaad niet.Minister Van Weel:Ik ga de vraag doorgeleiden naar de Staatssecretaris om daar zo spoedigmogelijk opheldering over te krijgen. Daar moet u het even mee doen. Ikweet niet hoeveel moeite daarmee gemoeid is en of die informatiebeschikbaar is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1848 De voorzitter:Wij vertrouwen op uw gezag. Gaat u door.Minister Van Weel:U weet wie mijn Staatssecretaris is, toch?De voorzitter:Zeker, sterkte.Minister Van Weel:Voorzitter. De heer Van der Burg vroeg in zijn spreektijd namens de VVD:hoe zit het met het ondersteunen van ngo’s bij het geven van voorlichting,het verstrekken van voorbehoedsmiddelen en het helpen van vrouwen inde noodsituaties die ook al zijn genoemd? Wij werken nauw samen metdiverse maatschappelijke organisaties. Zo wordt bijvoorbeeld, onderhetzelfde beleidskader Focus, financiering voor lokale ngo’s voor hetbestrijden van de hiv/aidsepidemie, inclusief voor voorlichting en hetverstrekken van voorbehoedsmiddelen, geregeld. Ook komt er eeninstrument voor het tegengaan van geweld tegen vrouwen. Daarondervalt onder andere het verbeteren van toegang tot medische zorg voorslachtoffers van geweld. Daarnaast werken we samen met maatschappe-lijke organisaties aan de uitvoering van de mondiale gezondheidsstra-tegie, waarbinnen SRGR een prioriteit is.Dan waren er nog een aantal vragen over noodhulp. Mevrouw Dobbe ende heer Paternotte vroegen hoe het zit met abortuszorg in de MISP. Is datnu nog steeds zo of wordt daar inmiddels op bezuinigd? Nee, dat is nogsteeds zo. De humanitaire inzet van Nederland is niet geraakt door debezuinigingsmaatregelen. De Nederlandse inzet in humanitaire nood- enconflictsituaties blijft gericht op het aanbieden van dit belangrijke pakketaan zorg. Dat is de MISP. Toegang tot veilige abortuszorg blijft hier duseen onderdeel van.Ik heb geprobeerd zo compact mogelijk de aan mij gestelde vragen tebeantwoorden.De voorzitter:Ik ben uitermate blij. Er zijn geen vragen meer van de Kamer. Dan gaanwe richting de Staatssecretaris.Staatssecretaris Tielen:Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de initiatiefnemers – hetteam-Paulusma is al genoemd, geloof ik – voor de initiatiefnota, metdaarin de zorgen over toenemende wereldwijde inperking van de toegangtot betaalbare en veilige abortussen. Die zorgen heb ik ook. De Ministervan Buitenlandse Zaken is ingegaan op wat we daar in Europa enwereldwijd aan kunnen doen. Ik zal nog wat vragen beantwoorden overabortuszorg in Nederland, die gelukkig heel goed toegankelijk en van heelhoge kwaliteit is. Vrouwen kunnen terecht bij abortusklinieken en sinds ditjaar ook bij geschoolde huisartsen. Het is heel belangrijk om de zorgvul-digheid, kwaliteit en toegankelijkheid van deze zorg in Nederland tebehouden.De heer Stoffer vroeg of ik kan bevestigen dat ik pal sta voor de vrijheidvan organisaties om zich uit te spreken. Laat ik zeggen dat vrijheid mijnbelangrijkste motto in het leven is. Dat geldt voor de vrijheid van hetindividu, daarmee voor de vrijheid van vrouwen, voor de vrijheid vanmeningsuiting en voor het demonstratierecht. Om specifiek op de vraag inte gaan: het staat organisaties vrij om zich uit te spreken voor debescherming van ongeboren leven, evenals dat het organisaties ookvrijstaat om zich uit te spreken voor goeie en toegankelijke abortuszorg.Dat zijn volgens mij heel belangrijke dingen in Nederland. Ik ben er ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1849 trots op dat we dat in de democratische rechtsstaat zo houden, zolangiedereen zich aan de geldende wetten en regels houdt.Meneer Paternotte stelde in een interruptiedebat over het aantalmiskramen en buitenbaarmoederlijke zwangerschappen een meerfeitelijke vraag. Overigens is abortus ook de medische term voor eenmiskraam. Dat kan nog weleens verwarrend zijn. Een abortus in de zinzoals de term hier vaak wordt gebezigd, noemen we medisch een abortusprovocatus. In Nederland zijn er ongeveer 20.000 miskramen. Dat is hetaantal dat geteld is, dus dat is een benadering, want niet elke miskraamwordt ergens geregistreerd. Het aantal buitenbaarmoederlijke zwanger-schappen is 2.000 à 3.000 per jaar.Meneer Paternotte vroeg ook of ik mogelijkheden zie om te praten metklinieken over het zo laag mogelijk houden van de tarieven voorabortuszorg. Als iemand woont of werkt in Nederland – je hoeft niet per seeen Nederlands paspoort te hebben – is die persoon via de Wetlangdurige zorg verzekerd voor de toegang tot abortuszorg. Daarnaasthebben we ook voor asielzoekers en Oekraïense ontheemden zorgrege-lingen met toegang tot abortuszorg. Ik heb veel contact met bestuurdersvan abortusklinieken over de hulpverlening aan andere buitenlandsevrouwen. Dan moet je denken aan ongedocumenteerden. Daar is geenfinanciële regeling voor, maar klinieken hebben over het algemeen deruimte om voor een symbolisch of heel laag bedrag abortuszorg tekunnen bieden aan die groepen buitenlandse vrouwen, en dat doen zeook. Ze kunnen buffers van de gesubsidieerde abortuszorg gebruiken omdeze te bekostigen. Eigenlijk geven zij allemaal aan dat het binnen dehuidige regelingen goed te regelen is om dat toegankelijk te houden.De voorzitter:Zou u even ...Staatssecretaris Tielen:Ik heb nog ...De voorzitter:Maar er is een interruptie. Ja, dat mag ook. Mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb eerder dit debat gevoerd met de heer Karremans. Toen heb ik ookaangegeven dat er verschillende abortusklinieken zijn die zeiden dat zeniet uitkomen met de financiering. Zij zeggen dat als ze zorg willen gevenaan onverzekerden, dat maar in bepaalde mate lukt, en ze zelf moetenbijpassen en daardoor in de knel komen. Ik vroeg mij af of er inmiddels isgekeken naar de signalen die we toen hebben doorgegeven, want volgensonze signalen is het nog steeds niet genoeg.Staatssecretaris Tielen:Er is zeker gekeken naar die signalen, maar die herkennen we niet. Diekonden we niet bevestigd zien te krijgen. Als mevrouw Dobbe daar nogaanvullende informatie over heeft, krijg ik die graag. We hebben regel-matig contact met de klinieken. Als daar andere verhalen uit blijken, danhoor ik ze ook graag. Maar dat is niet wat wij recent aan signalen hebbenteruggekregen.De voorzitter:De heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1850 De heer Paternotte heeft helemaal geen interrupties meer, zie ik.De heer Paternotte (D66):Is dat zo?De voorzitter:Ja. Gelukkig word ik daarop gewezen.De heer Paternotte (D66):Hadden we er maar drie?De voorzitter:Ja, we hadden er maar drie. Dat betekent dat u geen interruptiemoge-lijkheid meer heeft. Het spijt me, meneer Paternotte.De heer Paternotte (D66):Ik heb gelukkig nog drie minuten in mijn tweede termijn, dus dat gaathelemaal goed komen.De voorzitter:Precies. Staatssecretaris Tielen gaat door.Staatssecretaris Tielen:Voorzitter. Ik had nog één ding, waar niet eens een hele specifieke vraagover is gesteld, maar waar wel aan werd gerefereerd. Ik noem dat hetliefst de regie op kinderwens. Die betreft de zorg en de investeringen diewe in Nederland doen om de regie op kinderwens voor vrouwen – datgeldt ook voor mannen, maar laten we vrouwen even in het middelpuntzetten – te vergroten. Er werd gezegd dat Kansrijke Start is afgeschaft. Datis niet waar. We hebben jaarlijks structureel ongeveer 18 miljoen voor hetprogramma Kansrijke Start. Daarbij hebben we nog enkele miljoenen voorde Aanpak onbedoelde zwangerschap. Er wordt in Nederland, ook vanuitdit kabinet, met onze volle overtuiging geld besteed om te zorgen datvrouwen daadwerkelijk de regie op de kinderwens behouden. Dat betreftvoorlichting over anticonceptie, steun bij onverwachte of ongewenstezwangerschappen et cetera. Dat misverstand wilde ik toch graag even uitde weg halen.De voorzitter:Dank u wel. Ik wil meteen doorgaan met de tweede termijn. Ik zeg erbijdat u nog 25 minuten heeft, waarin de tweede termijn van de Kamer enhet kabinet moeten plaatsvinden, inclusief de appreciaties. U heeft het zelfdus allemaal in de hand. Mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Dank voor de beantwoording. Het moge duidelijkzijn: voor de ChristenUnie is ook de waarde van het ongeboren levenbelangrijk. Daarom wegen wij dit onderwerp anders dan de initiatief-nemer. Daarbij wil ik gezegd hebben dat in landen waar abortusmomenteel meer dan voorheen wordt beperkt, het wel lijkt of de waardevan het leven ook als het geboren is er niet toe doet, omdat er nietgeïnvesteerd wordt in sociale zekerheid en rechtvaardigheid. Voor deChristenUnie geldt de volledige waarde, van ongeboren totdat je oudbent.Voorzitter. Ik heb twee moties.Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1851 De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat abortus altijd een noodsituatie is, die het bestevoorkomen kan worden;overwegende dat Nederland wereldwijd meer kan doen om abortussen tevoorkomen, in het belang van de vrouw en van het ongeboren leven;verzoekt de regering om expliciet tot doel te stellen om het aantalabortussen te verminderen en zich daar ook in het buitenlandbeleid op terichten, zoals door het versterken van vrouwenrechten, het verbeteren vande gezondheidszorg en de aanpak van seksueel geweld tegen vrouwen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Stoffer.Zij krijgt nr. 7 (36 247).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dan de tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat goede zorg voor vrouwen en meisjes bij zwangerschapin Nederland en wereldwijd van enorm belang is;overwegende dat Nederland hier en wereldwijd meer kan doen omzwangere vrouwen en meisjes goede zorg te bieden, in het belang van devrouw en van het ongeboren leven;verzoekt de regering om zowel nationaal te voorzien in extra hulp voorvrouwen die door geldgebrek of woningnood in een noodsituatieverkeren, alsook internationaal, bij de invulling van de middelen voorontwikkelingssamenwerking,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Bikker en Stoffer.Zij krijgt nr. 8 (36 247).Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. We gaan meteen door met collega Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Ik denk dat er vandaag genoeg is gezegd, ook door mij,om te laten merken hoe wij in dit debat staan. Ik zal u, voorzitter, enigszinsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1852 helpen door mezelf te beperken tot één motie die ik in zou willen dienen.Die motie luidt als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat abortuswetgeving en -praktijk binnen de Europese Uniesterk verschilt per lidstaat;overwegende dat er voor lidstaten beoordelingsvrijheid geldt voor detoepassing van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens;overwegende dat abortuswetgeving een nationale en geen Europesebevoegdheid is;van mening dat inmenging door de EU of lidstaten ongewenst is opterreinen waarvoor een nationale en geen Europese bevoegdheid geldt;verzoekt de regering zich in de EU actief te verzetten tegen pogingen omabortus als mensenrecht op te nemen in Europese verdragen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Bikker en Van Meijeren.Zij krijgt nr. 9 (36 247).De heer Stoffer (SGP):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Paternotte van D66.De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie en drie vragen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de toegang tot veilige abortus wereldwijd onder drukstaat;overwegende dat onveilige, zelf uitgevoerde abortussen jaarlijks veelvrouwen het leven kosten en deze sterfgevallen volgens de WHO in bijnaalle gevallen te voorkomen zouden zijn met toegang tot veiligeabortussen;van mening dat alle vrouwen het recht hebben om te beschikken over huneigen lichaam;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1853 spreekt uit dat toegang tot veilige abortus een mensenrecht is;verzoekt het kabinet om, samen met een kopgroep van gelijkgestemdelanden en wanneer opportuun, te pleiten voor het vastleggen van hetrecht op abortus in het Handvest van de grondrechten van de EuropeseUnie en in het IVBPR,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte, Dobbe, Van der Burgen Hirsch.Zij krijgt nr. 10 (36 247).De heer Paternotte (D66):Voorzitter. Ik zou daarbij het volgende tegen de Minister willen zeggen. Iksnap dat hij zegt dat hij dat op dit moment niet meteen verankerd zietworden. Er zijn natuurlijk meer dingen waarvan het kabinet zegt dat hetdaar nog niet meteen massaal draagvlak voor ziet, maar waarvoor het zichwel blijft inzetten. Dat doet het kabinet bijvoorbeeld voor een enkelhandelsverdrag – ik ben blij met die inzet – of voor EU-lidmaatschap vanOekraïne. Over dat laatste weten we ook dat regeringsleiders nu zeggendat ze dat willen gaan vetoën, maar daar leggen we ons ook niet bij neer.Ik hoop dat het kabinet wil inzetten zowel op die twee punten als op hetpunt in deze motie.De voorzitter:Geeft u ondertussen even de motie aan de bode. Dat helpt het proces.De heer Paternotte (D66):De Staatssecretaris gaf aan dat de klinieken geen problemen zoudenhebben met de financiering en dat er in de borging van de financieringruimte zit om abortuszorg aan te bieden aan vrouwen die dat niet zelfkunnen betalen. Ik vroeg me af hoe het zit met buitenlandse studenten. Ikzou u ook het volgende willen voorhouden. In Amerika is er een toenamein staten als Kansas en Colorado, die grenzen aan staten waar abortusverboden wordt, omdat vrouwen in een noodsituatie daar hun toevluchtzoeken. Dat kan in Europa ook gaan gebeuren. Als Hongarije dewetgeving doorzet en als Polen de huidige restrictieve wet in stand houdt,waar het nu op lijkt, dan kan er in Nederland een grotere vraag ontstaan.Is daar ook voldoende ruimte voor?De voorzitter:Dank u wel. We gaan door naar mevrouw Dobbe, Socialistische Partij.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Ik zal mijn tijd gebruiken om moties in te dienen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat seksueel geweld grootschalig wordt toegepast bijgewapende conflicten in de wereld, waaronder in Sudan, Gaza, Oekraïneen de Democratische Republiek Congo;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1854 overwegende dat goede zorg voor slachtoffers van seksueel geweldessentieel is in het herstelproces van de hele gemeenschap die dooroorlogen is getroffen;verzoekt de regering, in samenspraak met de Dutch Relief Alliance, zorgvoor slachtoffers van seksueel geweld standaard onderdeel te maken vande door Nederland verstrekte MISP in noodsituaties, waaronder in iedergeval medisch onderzoek en behandeling van slachtoffers, geestelijkegezondheidszorg, abortuszorg en geboortezorg,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Paternotte en Hirsch.Zij krijgt nr. 11 (36 247).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat naar schatting tienduizenden mensen in Nederlandonverzekerd zijn;overwegende dat een financiële drempel voor deze mensen geen redenmag zijn om geen levensreddende zorg te krijgen;verzoekt de regering met een regeling te komen om de kosten voorreproductieve gezondheidszorg, inclusief abortus, voor onverzekerden tevergoeden of deze op te nemen in de Subsidieregeling abortusklinieken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Hirsch.Zij krijgt nr. 12 (36 247).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat deze regering grote bezuinigingen heeft doorgevoerdop SRGR en vrouwenrechten;overwegende dat vrouwenrechten internationaal steeds meer onder drukstaan;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1855 verzoekt de regering de bezuinigingen op vrouwenrechten en SRGR terugte draaien en hiervoor in de volgende begroting met een voorstel tekomen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Hirsch.Zij krijgt nr. 13 (36 247).Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Kahraman.De heer Kahraman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ik zal geen moties indienen, maar ik wil nog weleven een punt maken. Wij achten het echt onwenselijk om het recht opabortus nu wereldwijd te proberen te forceren, omdat wij echt vanmening zijn dat we meer met voorlichting moeten acteren dan dat weproberen landen met wetgeving dingen op te leggen waar zij misschiennog niet klaar voor zijn, omdat landen hun eigen cultuur, waardes entradities hebben.Voorzitter. Ik heb een paar keer een punt gemaakt met betrekking tot hetmogelijk financieren van ngo’s die wet- en regelgeving in andere landenovertreden. Het kabinet reageerde hierop met de mededeling dat we datniet doen. Ook gaf de Staatssecretaris net antwoord op de vraag van deheer Stoffer of partijen zich op een bepaalde manier mogen uiten. Ik hebgeprobeerd te noteren wat ze zei: «zolang mensen zich houden aanwetten en regels». Ik neem aan dat wij dan ook alleen ngo’s gaanfinancieren die zich houden aan wetten en regels in andere landen.De voorzitter:De heer Van Meijeren.De heer Van Meijeren (FVD):Voorzitter. In mijn eerste termijn benoemde ik al dat in Nederland jaarlijks39.000 ongeboren kinderen opzettelijk worden gedood als gevolg vanabortus. Ongeveer 5.000 daarvan worden pas in het tweede trimester vande zwangerschap gedood, tot 24 weken oud. Geen enkel land in de EUkent zo’n ongekend lange abortustermijn; in de meeste landen om onsheen geldt een termijn van tien of twaalf weken. Waar hebben we het danover? In ieder geval niet over klompjes cellen, maar over baby’tjes waaralles al op en aan zit, baby’tjes die op barbaarse wijze, met een groteabortustang, aan stukken worden gescheurd om uit de baarmoeder tekunnen worden verwijderd. Het hoofdje is zelfs al te groot en moetdaarom eerst in de baarmoeder worden verbrijzeld, en dit alles zonderverdoving, terwijl deze foetussen al intense pijn kunnen ervaren. Dat is dedagelijkse praktijk in Nederland. Ethiek gaat over grenzen trekken. Wemoeten ons afvragen of deze dagelijkse gang van zaken niet alle morelegrenzen overschrijdt, zeker gezien de laatste wetenschappelijke inzichtenomtrent pijnbeleving en levensvatbaarheid. Daarom de volgende motie.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1856 gehoord de beraadslaging,constaterende dat in Nederland een abortus tot de 24ste week van dezwangerschap is toegestaan;constaterende dat deze termijn in 1984 is ingevoerd op grond van de toengeldende inzichten omtrent pijnbeleving en levensvatbaarheid;overwegende dat de inzichten omtrent pijnbeleving en medischeontwikkelingen omtrent levensvatbaarheid zijn verbeterd;roept de regering op de abortustermijn te heroverwegen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meijeren en Stoffer.Zij krijgt nr. 14 (36 247).De hand van mevrouw Dobbe beschouw ik als een interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, of een punt van orde. Ik maak in ieder geval bezwaar tegen deuitspraak dat al die professionals, zoals abortusartsen, die elke dag naareer en geweten hun werk doen, dat «op barbaarse wijze» zouden doen.Dat wil ik even gezegd hebben.De voorzitter:Als mens snap ik de woorden van mevrouw Dobbe volledig. Als voorzittervind ik dat dit wel past binnen de regels van wat gezegd mag worden.Niet alles wat gezegd mag worden, hoeft ook gezegd te worden.De heer Van Meijeren (FVD):Om kort te reageren zou ik daar graag aan toe willen voegen dat het ookpast binnen de dagelijkse realiteit. Ik zou mevrouw Dobbe willen uitdagenom die eens onder ogen te zien, want een ander woord dan «barbaars»kan ik hier niet voor verzinnen.De voorzitter:Waarvan akte voor dit moment. We gaan over naar mevrouw Hirsch voorhaar bijdrage.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik ben blij om te horen dat dit kabinet pal staat voor vrouwen-rechten. Nogmaals, woorden zijn belangrijk, maar daden zijn dat ook.Toch hoor ik dat de bezuinigingen doorgaan en dat vind ik teleurstellend,ook omdat het een trend bevestigt die we in de hele wereld zien, waarbijvrouwenrechten op de tocht worden gezet en met name het recht opabortus en de keuzevrijheid van vrouwen ongelofelijk onder druk staan.Daarom vind ik het ook ongelofelijk jammer dat deze regering daar nietsteviger voor gaat staan. Wij vinden de keuzevrijheid van vrouwennamelijk ongelofelijk belangrijk.Dat gezegd hebbende, heb ik twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1857 constaterende dat het beleidskader voor samenwerking met hetmaatschappelijk middenveld afloopt zonder dat er een nieuw kader ofovergangsregeling is;constaterende dat ontwikkelingsorganisaties die onder andere werken aanmondiale gezondheid, nu afstevenen op een financieel ravijnjaar;verzoekt de regering om de Kamer en maatschappelijke organisaties voorPrinsjesdag te informeren over de stand van zaken van dit beleidskader;verzoekt de regering een overgangsregeling uit te werken voormaatschappelijke organisaties die door onduidelijkheid van de overheidmet een financieringsprobleem komen te zitten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hirsch, Bikker en Dobbe.Zij krijgt nr. 15 (36 247).Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet het feministisch buitenlandbeleid,ingevoerd in 2022, heeft afgeschaft;overwegende dat het feministisch buitenlandbeleid zorgt dat de rechtenvan vrouwen centraal staan in het Nederlandse buitenlandbeleid;overwegende dat Duitsland, Spanje, Frankrijk, Luxemburg, Canada,Mexico en Chili ook een feministisch buitenlandbeleid voeren;verzoekt de regering weer een feministisch buitenlandbeleid in te voeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hirsch, Dobbe en Paternotte.Zij krijgt nr. 16 (36 247).Dank u wel. Het lid Van der Burg maakt geen gebruik van de tweedetermijn, waardoor ik als voorzitter direct door kan naar de initiatiefnemer,mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank voor het woord. Ik heb geen vragen aan mij meer gehoord, maarnog wel een aantal vragen aan de bewindspersonen. Rest mij de collega’ste bedanken voor hun aanwezigheid, maar vooral ook voor het waarde-volle debat. Ik denk dat dit soort onderwerpen dat ook verdienen, dusnogmaals dank.De voorzitter:Dank u wel. De bewindslieden hebben aangegeven meteen door tekunnen met de appreciatie van de moties en de beantwoording van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1858 nog gestelde vragen. Ik zie dat de Kamerleden nog niet alle motieshebben, maar daar wij nog een kwartier hebben en de beantwoordinganders niet door kan gaan, kijk ik even naar de heer Stoffer. Die kan hetgelukkig over zijn hart verkrijgen om gelijk door te gaan, dus we gaandoor. Ik kijk in eerste instantie naar de Minister van Buitenlandse Zaken.Minister Van Weel:Dank, voorzitter, en ook dank aan de heer Stoffer voor zijn flexibiliteit indezen. Ik zal de moties op stukken nrs. 7, 9, 10, 11, 13, 15 en 16 beoor-delen. De andere moties zullen door de Staatssecretaris van VWS wordenbehandeld.Ik begin met de motie op stuk nr. 7, van mevrouw Bikker, waarin deregering wordt verzocht om expliciet tot doel te stellen om het aantalabortussen te verminderen. Die ontraad ik, omdat we op een veel brederpalet inzetten dan dit. Het gaat onder andere om de SRGR-diensten, maarom de aanpak van seksueel geweld. Hier gaat het specifiek om hetreduceren van moedersterfte. Deze motie vind ik daarom te krap. Om diereden ontraad ik de motie.De motie-Stoffer c.s. op stuk nr. 9 verzoekt ons om ons actief te verzettentegen pogingen om abortus als mensenrecht op te nemen in Europeseverdragen. Dat is de andere kant van de tribune dan waar wij ons hierbevinden, zoals ik in de eerste termijn heb gezegd. Dus nogmaals: ik ziegeen mogelijkheden op dit moment om dat te realiseren. Maar wij zijn erook niet tegen om het op te nemen. Dat betekent dat ik er wel op tegenben om ons te verzetten tegen pogingen om dit op te nemen. Daaromontraad ik deze motie.De motie-Paternotte c.s. op stuk nr. 10 verzoekt ervoor te pleiten dat hetrecht op abortus in het EU-Handvest en het IVBPR wordt vastgelegd. Ikkan deze motie oordeel Kamer geven, omdat daarin de woorden «indienopportuun» opgenomen zijn. Dat geeft mij net de noodzakelijke ruimte omte bepalen wanneer het moment daar is om hierop in te zetten enwanneer dat nog niet zo is. Ik hoef dus geen grote taskforces, campagneset cetera in te zetten op het moment dat ik het volslagen kansloos acht datdit zou gaan lukken.De motie op stuk nr. 11 van mevrouw Dobbe c.s. kan ik oordeel Kamergeven.De motie op stuk nr. 13 van mevrouw Dobbe gaat over het terugdraaienvan de bezuinigingen op vrouwenrechten en SRGR. Die moet ik ontraden.Er is ook geen dekking voor.De motie op stuk nr. 15 van mevrouw Hirsch gaat over het uitwerken vaneen overgangsregeling. Het eerste deel van het dictum, over voorPrinsjesdag informeren, wil ik wel doorgeleiden naar de Staatssecretaris.Ik denk dat dat nog wel mogelijk zou kunnen zijn.De voorzitter:Welke Staatssecretaris bedoelt u dan? U spreekt namelijk over «de»Staatssecretaris.Minister Van Weel:De Staatssecretaris van BuHa.De voorzitter:Oké. Want er zit hier ook een «de» Staatssecretaris.Minister Van Weel:Keek ze weer verschrikt, voorzitter?Dan het tweede dictum van deze motie. We ontwikkelen nieuwe instru-menten, maar wel met minder geld. Daar betrekken we dan weliswaar hetmaatschappelijke middenveld bij, maar een overgangsregeling hiervoor isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1859 in dit geval niet juridisch mogelijk. Dus in totaal moet ik deze motieontraden, maar het stuk over Prinsjesdag geleid ik door.De motie over het feministisch buitenlandbeleid moet ik ontraden. Ditbetreft de motie op stuk nr. 16. Dit is een keuze geweest van dit kabinet. Erzijn nu ook geen middelen om daar realistisch invulling te kunnen gevenaan het gevraagde, zo die wens er op dit moment zou zijn. Deze motieontraad ik dus.De heer Paternotte (D66):Als de Minister zegt dat de afschaffing van het feministisch buitenland-beleid een keuze is van dit kabinet, welk kabinet bedoelt hij dan?Minister Van Weel:Het kabinet-Schoof. Welk kabinet anders?De heer Paternotte (D66):Nou ja, er is natuurlijk Schoof 0.1, 0.2 en 0.3, zou je kunnen zeggen. Ikneem aan dat dit een keuze is geweest van het kabinet-Schoof in een ...Nou ja, niet in een licht andere samenstelling, maar wel een samenstellingmet ook de PVV en NSC aan boord. Dat zijn natuurlijk twee partijen dieerg sterk voor het afschaffen van het feministisch buitenlandbeleid waren.Dus is het op zich niet gek dat er eens opnieuw naar gekeken wordt, nu ernieuwe verhoudingen zijn en de premier heeft gezegd nog meer te zullenkijken naar ondersteuning vanuit de Kamer.Minister Van Weel:Dat debat kunnen we zeker hebben, maar ik constateer wel dat hetherinvoeren van feministisch buitenlandbeleid als prioriteit middelenvereist die daarvoor zouden moeten worden vrijgemaakt. Die middelen zieik op dit moment niet binnen de begroting.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Even ...De voorzitter:Mevrouw Hirsch. Nú mag u.Mevrouw Hirsch (GroenLinks-PvdA):Dank u, voorzitter. Feministisch buitenlandbeleid is natuurlijk eenbeleidsstuk. Het gaat niet alleen over middelen; het gaat over het principedat vrouwenrechten centraal staan in het Nederlands buitenlandbeleid.Begrijp ik de Minister goed dat hij op grond van de middelen zegt dat hetniet kan, maar wel staat voor het opnieuw erkennen van vrouwenrechtenals centraal punt van het Nederlands buitenlandbeleid?Minister Van Weel:Ik vind dat vrouwenrechten «een» centraal punt zijn van het Nederlandsbuitenlandbeleid, maar niet «het» centrale punt. Ik vind vrouwenrechtenenorm belangrijk. Ik vind dat als je je zelfs voorstaat op het hebben vaneen feministisch buitenlandbeleid, de middelendiscussie daar wel degelijkbij hoort, want je moet dat beleid ook kunnen waarmaken. Ik vind niet datwij dat op dit moment kunnen. Een centraal punt van het buitenlandbeleidzijn vrouwenrechten, zeker weten.De voorzitter:«Het is oké» hoor ik mevrouw Hirsch buiten de microfoon zeggen. Dieheeft de Minister binnen: het is oké, volgens GroenLinks-PvdA. Dan gaanwe door met de Staatssecretaris, die in ieder geval nog de moties opstukken nrs. 8, 12 en 14 zal appreciëren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1860 Staatssecretaris Tielen:Ik sluit me aan bij de Minister van Buitenlandse Zaken wat betreft hetontraden van het deel van de motie op stuk nr. 7 dat Nederland betreft.Regie op de kinderwens is met name het doel. Dat is ook waar onzeprogramma’s in Nederland op gebaseerd zijn.De motie op stuk nr. 8 over extra hulp ontraad ik. Zoals ik al aangaf,hebben wij het programma Kansrijke Start. Daarmee wordt er structureelgeld besteed aan de regie op de kinderwens, waar ik net al iets over zei.We hebben het programma Aanpak onbedoelde en ongewenste zwanger-schappen, waar structureel geld naartoe gaat. Op dit moment zien wijgeen mogelijkheid, noodzaak of ruimte om de motie op stuk nr. 8 oordeelKamer te geven. Ik ontraad «m dus.De voorzitter:Even een onderbreking: mevrouw Bikker heeft een vraag, opmerking ofsuggestie voor u.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik heb een hele mooie suggestie volgens mij, want ik kan me voorstellendat de Minister van Wonen wel eens naar dit punt zou kunnen kijken. Wezien namelijk dat er geen urgentieverklaringen kunnen worden gegevenop het moment dat iemand onverwachts zwanger is. In Amsterdamhebben we als gevolg gezien dat een jonge moeder met een baby in eenauto verbleef.Staatssecretaris Tielen:Voor die laatste vraag moet mevrouw Bikker volgens mij bij het collegebe-stuur van Amsterdam zijn. Het mooie van de aanpakken die we hebben,zowel Kansrijke Start als de Aanpak onbedoelde en ongewenste zwanger-schappen, is dat het multidisciplinaire programma’s zijn. Er wordt nietgezegd: het komt hierdoor, dus we gaan dit doen. Men gaat juist met eenzwangere vrouw of een stel om tafel om te vragen: «Wat heb je nu nodig?Wat gaat er goed? Wat gaat er minder goed? Op welke manier kunnen weervoor zorgen dat u de toekomst in kunt vullen op de manier die u metelkaar wenst?» Dat is juist mooi. Laten we dit onderwerp dus nietreduceren tot de lijstjes die weleens langs zijn gekomen: het komthierdoor of het komt daardoor. Onze programma’s zijn multidisciplinair.Het gaat dus niet alleen maar over de urgentieverklaringen in Amsterdam.Nogmaals, het lijkt mij handig om dat in Amsterdam aan de orde testellen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Maar dat doe ik ook niet, want ik heb me juist altijd ingezet voor dezeprogramma’s, in alle facetten. Dat weet de Staatssecretaris ook. Ikconstateer alleen dat er op het punt van financiën en wonen praktischebezwaren zijn die we beter weg zouden kunnen nemen. We zouden daarmeer aan kunnen doen. Daar doe ik een voorzet voor. Ik geef een praktischvoorbeeld. Ik noem dat niet als de enige casus of het enige incident; het iseen praktisch voorbeeld ondersteunend aan het betoog. Dat de Staatsse-cretaris zegt dat ze daar niet in mee wil gaan, kan ik me voorstellen vanuitde positie van de Staatssecretaris, maar niet vanuit de positie van deChristenUnie. Ik vind het namelijk van belang dat we die vrouwendaadwerkelijke keuzevrijheid geven.Staatssecretaris Tielen:Dat is dus de kern van de beide aanpakken die ik eerder noemde. Ik weetinderdaad – misschien ben ik daar iets te snel aan voorbijgegaan – datmevrouw Bikker zich met hart en ziel heeft ingezet voor deze beideprogramma’s, die overigens verdergaan dan alleen maar ongewenste ofonbedoelde zwangerschappen. Die programma’s zijn er ook om kinderenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1861 in Nederland überhaupt een kansrijke start te geven. Daarom investerenwij daar ook graag in.Ik ga naar de motie ...De voorzitter:Voordat de Staatssecretaris doorgaat, zeg ik even het volgende. DeKamerleden zijn ondertussen in de setjes aan het bladeren. U zult zien datde motie op stuk nr. 10 mist. Die heeft wel al een preadvies gehad. Dat isde motie-Paternotte cum suis. Die heeft dus al een positief preadviesgehad. Die motie gaat u ook nog gewoon op een normale manier krijgen.Ik zeg richting de Kamerleden: u hoeft niet in totale paniek te raken.Dan kunnen we nu door met Staatssecretaris Tielen.De heer Paternotte (D66):Ik vat het allemaal niet persoonlijk op.Staatssecretaris Tielen:Ik dacht dat het juist een test was om te kijken of iedereen goed kan tellen.Fijn dat de voorzitter dit uitlegt.De motie-Dobbe/Hirsch op stuk nr. 12 is voor mij. Dan gaan we nu dusvoorbij aan de motie op stuk nr. 10. In de motie op stuk nr. 12 wordtverzocht om met een regeling te komen voor reproductieve gezond-heidszorg, inclusief abortus, voor alle onverzekerden. Die moet ikontraden. Zoals ik net al uiteenzette, hebben we verschillendeprogramma’s om ervoor te zorgen dat abortuszorg voor de mensen inNederland beschikbaar is. Als we die verder uitbreiden, komen er allemaalgekke vraagstukken op tafel, namelijk: waarom zouden ongedocumen-teerden bijvoorbeeld wel abortuszorg vergoed krijgen en de anderemensen in Nederland die niet voor de Wlz verzekerd zijn, niet? En voorwie doen we dat dan? Waar moeten mensen dan wel of niet vandaankomen? Ik ben er echt niet voor om dit te doen, omdat we dan heel veelvraagstukken krijgen waar we nu geen antwoord op hebben. Uit designalen die wij krijgen vanuit de abortusklinieken waarmee wij regel-matig contact hebben, blijkt dat die signalen niet opwegen tegen demoeilijkheden die we dan over onszelf gaan afroepen.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap het antwoord, maar hierin staat niet: ongedocumenteerden. Erstaat: onverzekerden. In die zin zou het vraagstuk «wie wel en wie niet?»geheel weggenomen moeten zijn, want het gaat om iedereen zonder eenWlz-verzekering, om iedereen die dus niet verzekerd is.Staatssecretaris Tielen:Iedereen die woont en/of werkt in Nederland is verzekerd volgens deWlz-zorg. Dat is wat ons betreft een prima doelgroep om mee te nemen indeze regeling. Er is geen noodzaak om die verder uit te breiden, dus ikontraad de motie op stuk nr. 12.Meneer Kahraman had geen moties, maar wel een opmerking over wettenen regels. Hij gebruikte mijn opmerking om ook iets te zeggen overculturen en tradities in andere landen, waar wij ons niet mee zoudenmoeten bemoeien. Dat vind ik lastig. Ik laat het even aan meneerKahraman om op een rijtje te zetten wat dat is, maar sommige culturen entradities staan haaks op onze liberale democratie in Nederland. Het is aananderen wat je daar wel of niet mee moet doen, maar laten we er niet toeoproepen om ze allemaal maar te laten zoals ze zijn. Sorry, dat wasuitlokking. Dat geef ik toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1862 De voorzitter:Ja. De heer Kahraman krijgt de gelegenheid om daarop te reageren.De heer Kahraman (NSC):Ik maakte die opmerking bewust. Ik stelde in de eerste termijn een aantalkeer een vraag. In de beantwoording van het kabinet staat dat Nederlandgeen ngo’s steunt die doelbewust de wet- en regelgeving overtreden. Deheer Stoffer stelde de Staatssecretaris een vraag, waarop werd geant-woord: zolang mensen zich houden aan de wetten en regels. Ik hebgeprobeerd om het zo goed mogelijk op te schrijven. Dat is het enige watik aan het kabinet vraag: ga alsjeblieft geen organisaties steunen diemoedwillig oproepen om de regels en zelfs wetten te overtreden. Ik hebhet niet over cultuur of wat dan ook. Het gaat echt om de wet- enregelgeving van andere landen.Staatssecretaris Tielen:In de context waarin ik dit zei, ging het over Nederland. Nederland is eendemocratische rechtsstaat, waarin onze grondrechten vastgelegd zijn. Devraag van meneer Stoffer was: mogen mensen of organisaties met eenandere mening, die mening uiten en demonstreren? Ja. Punt. Daar ginghet over. U heeft het over ngo’s in andere landen die geen democratischerechtsstaat te noemen zijn, maar dat laat ik aan de Minister van Buiten-landse Zaken. Volgens mij was hij helder over hoe we daarin staan.Ik ga naar de motie op stuk nr. 14 van de heer Van Meijeren. Die ontraadik. We gaan niet per A4’tje de zorgvuldig tot stand gekomen wetgeving ophet gebied van medische ethiek veranderen, iets anders opleggen of watdan ook. Bovendien gaat de medische beroepsgroep om met de grenzenin de Wet afbreking zwangerschap. Ik ga daar niet eens over. De Kamergaat daar ook niet over. Die motie ontraad ik dus.De heer Van Meijeren (FVD):Ik heb nog een korte opmerking. Ik verzoek uitdrukkelijk niet per motie omdie termijn aan te passen. Ik roep uitdrukkelijk op om die termijn teheroverwegen. Dat dient uiteraard heel zorgvuldig te gebeuren, in nauwoverleg met de beroepsgroep. Maar het kabinet kan daar wel degelijk hetvoortouw in nemen. Dat is waar de motie toe oproept.Staatssecretaris Tielen:Ik zie nu geen noodzaak om dat te doen, dus ik ontraad de motie.De voorzitter:Daarmee komen we aan het einde van dit debat. Ik heb één toezegginggenoteerd, aan mevrouw Hirsch.–De Staatssecretaris Buitenlandse Handel zal voorafgaand aan debehandeling van de begroting van het Ministerie van BuitenlandseZaken middels een brief een nadere toelichting geven op de effectenvan de bezuinigingen op het SRGR-beleid.Daar is mevrouw Hirsch het mee eens.Ik constateer dat we dit voldoende hebben behandeld. Dat betekent dat opde agenda van volgende week dinsdag – het is iets te kort dag om hetmorgen te doen – de stemmingen staan over de moties en de nota. Ik sluitde vergadering.Sluiting 13.47 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 247, nr. 1863
Bron, video en gesprek →0debatten
1.542bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2025-11-03–2026-06-09) · GroenLinks-PvdA (2023-12-06–2025-11-02) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2023-12-05) · GL (2015-05-12–2023-10-26) · GL (2010-06-17–2015-05-11) ·