Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen (36918)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: DENK (2023-12-06–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer El Abassi (DENK): Dank, voorzitter. Ik was even aan het luisteren. Ik ben helemaal mijn papieren vergeten. Ik ga meteen beginnen. Vandaag hebben we het natuurlijk over de wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding. Bij de minister is het idee ontstaan om deze wet voor altijd te laten gelden. Dat hoorde ik hier ook collega's aangeven. Zo worden tijdelijke maatregelen om terrorisme nu zomaar permanente bevoegdheden. Dat terrorisme ernstig is, hoorden we hier van rechts tot links. Het schaadt de nationale veiligheid en moet te allen tijde voorkomen worden. Dat is iets anders dan dat we onbeperkt bevoegdheden en regels moeten blijven doorvoeren die onnodig zijn en individuele rechten en vrijheden van burgers zonder goede reden beperken. Zo ook de Twbmt. Een korte geschiedenis vooraf. Deze wet werd in 2017 ingevoerd nadat in 2012 ongeveer 300 Nederlanders naar Syrië en Irak waren uitgereisd en deels waren teruggekeerd. Naar aanleiding daarvan ontstond het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme, waaruit vervolgens de Twbmt voortkwam. Deze wet maakt dus expliciet onderdeel uit van de harde aanpak van Syriëgangers. Gelet op het voorgaande kreeg deze wet in een periode van veel onzekerheid zelfs een horizonbepaling. Waarom? Omdat de noodzakelijkheid van zulke ingrijpende bevoegdheden nog één keer moest worden beoordeeld. Dat is precies waar we nu zitten met z'n allen. Voorzitter. Volgens het WODC zijn de bevoegdheden uit deze wet amper toegepast. Waar ze wel zijn toegepast, is nagenoeg iedereen tevens strafrechtelijk vervolgd. Daarnaast zou de wet niet noodzakelijk zijn. Zelfs de minister geeft aan dat maar aan elf personen zestien vrijheidsbeperkende maatregelen zijn opgelegd tussen juni 2017 en december 2025. Kan de minister daarom uitleggen waarom bevoegdheden waarvan de meerwaarde nergens blijkt, nu permanent moeten worden? En een veranderende dreiging, het beschikbaar houden van het instrument en mogelijke toekomstige gevallen zijn geen goede redenen, want ook de Raad van State is weer kritisch, niet alleen nu, bij de permanentmaking, maar ook al bij de invoering van de verlenging. De raad zegt dat nut en noodzaak onvoldoende zijn gemotiveerd. Voorzitter. Dit verhaal gaat bovendien ook over grondrechten. Meldplicht en gebiedsverboden beperken de bewegingsvrijheid. Het contactverbod raakt het privéleven, maar ook de vrijheden van godsdienst, meningsuiting en vergadering en vereniging kunnen worden geraakt. Om te bepalen of zo'n beperking terecht is, moet worden gekeken of die nodig is, maar ook of die evenredig is en of het de minst ingrijpende optie is. Volgens het WODC wordt daar onvoldoende naar gekeken. We kennen nog de zaak-Fawaz Jneid. Uit deze zaak blijkt waarom herbeoordeling nodig is. Zijn eerst gebiedsverbod werd door de Raad van State in stand gehouden, maar latere verlengingen werden vernietigd wegens een motiveringsgebrek. Wat ooit gerechtvaardigd was, kan ook weer ongerechtvaardigd worden. Voorzitter. Ook is het dreigingsbeeld veranderd. Het werd hiervoor ook al aangegeven. We spreken tegenwoordig vaker over honderden Nederlanders die actief zijn in rechts-terroristische online netwerken. Kan de minister vertellen in hoeverre de Twbmt daarop aansluit? Voorzitter. Neem waarschuwingen van onafhankelijke instanties serieus. Kijk naar de CTER-registraties. Ook daarbij zijn we gewaarschuwd voor de risico's van veiligheidsregistraties. We hebben gezien hoe ernstig het kan mislopen. Tienduizenden mensen kregen in politiesystemen een CTER-registratie, terwijl daar ook heel veel mensen tussen zaten die geen strafbaar feit hadden gepleegd. We zagen de zaak van Said Ahamri, die zonder verdenking van een strafbaar feit in een CTER-gerelateerde registratie terechtkwam en vervolgens met ernstige reisproblemen werd geconfronteerd. We zagen ook de zaken van dierenrechtenactivisten, onder wie Els Rijke. Achteraf moest worden geconstateerd dat de waarborgen tekortschoten en dat signalen daarover onvoldoende serieus waren genomen. Nog maar twee weken geleden hadden we het in de Kamer over het serieus nemen van signalen. De minister relativeerde toen de bevindingen van de Algemene Rekenkamer nog. Hebben we daar niet van geleerd? Laten we vooral naar dit soort instanties luisteren. Dat is wat ik begreep uit dat debat. De Algemene Rekenkamer concludeerde vervolgens dat de minister de Tweede Kamer letterlijk op het verkeerde been had gezet. We willen toch niet weer in een situatie komen waarin de minister excuses moet gaan aanbieden aan instanties? Voorzitter. Ook vandaag worden we gewaarschuwd, en niet zomaar door de minsten: door de Raad van State, door het College voor de Rechten van de Mens, door de tijdelijke commissie Grondrechten en door een keihard WODC-rapport. En opnieuw dreigt de overheid die waarschuwingen onvoldoende series te nemen. Ditmaal …
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Nee, dat is prima zo.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Ik luister naar alle signalen van alle instanties, of het nou gaat om het gevaar van jihadisme of rechts-extremisme. Ik neem die allemaal serieus, maar we hebben het vandaag niet over het serieus nemen van die signalen. Volgens mij gaf ik al in mijn inleiding aan dat dat van rechts tot links gebeurt. De vraag is: welke middelen passen we toe? Ik kan nog geen instantie noemen die zegt: we moeten dit middel gebruiken, via deze wet. Daar wil ik voor waken, want deze wet heeft de nodige complicaties: de grondrechten komen in het geding, er zijn niet voldoende waarborgen en tegelijkertijd is hij niet noodzakelijk, niet proportioneel et cetera. Er wordt inderdaad gewaarschuwd voor signalen van jihadisme of andere vormen van extremisme, maar om nou zo'n wet in het leven te roepen, die niet werkt, is naar mijn mening nutteloos.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Volgens mij hoor ik twee vragen. Eén: als we kijken naar rechts-extremisme en jihadisme, welke vormt dan de grootste bedreiging? Volgens mij wil ik sowieso niet dat ik opgeblazen wordt door een jihadist. Tegelijkertijd wil ik natuurlijk ook niet dat mijn moskee aangevallen wordt, wat nu wekelijks gebeurt, door rechts-extremisten in het land. Daar heb ik verschillende verzoeken over ingediend, vaak niet gesteund door de VVD. Ik vind het allebei erg. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat we wetten in het leven roepen die juist problemen veroorzaken in plaats van dat ze problemen oplossen. We hebben in de afgelopen vijf jaar gezien — daar zijn we eerder voor gewaarschuwd — dat de wet die we nu hebben, niks oplost. Wat het wél doet, is problemen veroorzaken, namelijk een beperking van grondrechten. We moeten ervoor waken dat we een wet in het leven roepen die wel zorgt voor problemen, maar niks oplost. Tegelijkertijd, zo geven de Raad van State en het College voor de Rechten van de Mens aan, hebben we genoeg middelen waar we wel naar kunnen grijpen op het moment dat er problemen ontstaan. Laten we die middelen gewoon gebruiken. Die zijn bruikbaar en zorgen ervoor dat grondrechten niet in het geding komen. Daarmee kunnen we problemen aanpakken, of die nou uit rechts-extremistische hoek komen of uit jihadistische hoek komen. Ik denk dat dat de manier is waarop we hiermee moeten omgaan. Voor de rest wil ik het toch nog even afsluiten. We moeten het niet omdraaien. Mevrouw Martens-America zegt: geef dan aan waar je wel mee wilt komen. Ik zou dat willen omdraaien. De minister komt hiermee. De minister moet aantonen dat deze wet ons een handreiking geeft of mogelijkheden biedt om in te grijpen. Die zie ik niet op dit moment.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Er werd een opsomming gegeven waar ik mij niet in kan herkennen. Tegelijkertijd komen er genoeg moties en amendementen, maar vooral moties onze kant op waar we inderdaad niet voorstemmen. Wij zijn dan niet de enige partij. Dat doen een aantal andere partijen ook. De partijen die dan tegenstemmen zijn toevallig ook de partijen die hoog scoren als het erom gaat rekening te houden met mensenrechtenschendingen. Zoals de VVD zal weten, scoren wij daar beter op dan de VVD. Wij willen dat ook zo houden. Daar zijn wij enorm trots op. Maar inderdaad, wij stemmen niet overal voor. Als er kritiek is — en dat geldt ook voor deze wet — van de Raad van State, van het College voor de Rechten van de Mens en van het WODC, dan nemen wij die signalen heel serieus en dan stemmen we tegen. Wij zouden willen dat de VVD dat ook deed, juist om de mensenrechten te bewaken, juist vanuit onze controlerende functie, maar juist ook vanuit onze wetgevende functie. Ik zou zeggen: als de Raad van State met advies komt, volg dat advies dan vooral op. Pas de wet aan en zorg ervoor dat de wet klopt.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Ik kan in mijn tweede termijn veel meer noemen. Dan som ik ze even op. Ik kan de VVD beloven dat in mijn tweede termijn te doen. Ik kan nu wel alvast benoemen dat ik genoeg moties heb ingediend over terroristische aanvallen op moskeeën. Ik heb genoeg moties ingediend over terroristische aanvallen op onze stadhuizen. Ik heb genoeg moties ingediend die ons beschermen tegen terroristische aanvallen op het Malieveld. Iedere keer heb ik de VVD dan niet aan mijn zijde. Als de VVD het zo belangrijk vindt dat dit soort terroristische aanvallen niet plaatsvinden, dan verwacht ik ook dat de VVD ons steunt bij dat soort moties en dat soort amendementen.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Dank, voorzitter. Dan maak ik mijn laatste stuk af. Ook vandaag worden we dus gewaarschuwd, door de Raad van State, door het College voor de Rechten van de Mens, door de tijdelijke commissie Grondrechten en in het WODC-rapport, dat ik al noemde. Dat is heel duidelijk. Opnieuw dreigt de overheid die waarschuwingen onvoldoende serieus te nemen, ditmaal terwijl zij bevoegdheden waarmee fundamentele vrijheden van mensen kunnen worden beperkt permanent wil maken, ook als deze mensen niet voor een terroristisch misdrijf worden veroordeeld. Mijn oproep aan de minister is daarom simpel. Luister naar deze waarschuwingen voordat we deze wet permanent maken, want bij bevoegdheden die zo diep kunnen ingrijpen in de vrijheid van mensen geldt bij uitstek: voorkomen is beter dan genezen. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Ik wil hier toch even op doorvragen. Het College voor de Rechten van de Mens en de Raad van State benoemen niet één punt. Ze hebben kritiek op zowel de noodzakelijkheid, de proportionaliteit als de subsidiariteit. Toch hoor ik D66 aangeven dat het een soort vangnet is. Dat vangnet ziet niemand. De Raad van State ziet dat niet, het College voor de Rechten van de Mens ziet dat niet. We zien het alleen in vage bewoordingen: "stel dat het strafrecht niet voldoende is, dan is dit het vangnet". Dan is mijn vraag of D66 een concreet voorbeeld kan noemen waarin het strafrecht niet voorziet en waarin deze bepaling toegepast kan worden? Wat kan hiermee opgevangen worden? Die zestien tot achttien gevallen die genoemd worden, konden ook via het strafrecht aangepakt worden. Sterker nog, er was een overlapping met het strafrecht.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Dat laatste wil ik juist precies weten. Een veroordeelde is strafrechtelijk veroordeeld. Prima, daar hebben we het strafrecht voor. Nu hebben we het over gevallen waarin we Nederland willen beschermen maar waarvoor het strafrecht niet voldoende is. Het voorbeeld dat mevrouw Belhaj noemde is precies zo'n voorbeeld. Dan is iemand strafrechtelijk veroordeeld, binnen het strafrecht. Wij zijn nu op zoek naar een voorbeeld. De Raad van State kan dat niet noemen. Sterker nog, ze waarschuwen er zelfs voor dat ze überhaupt geen voorbeeld kunnen noemen. Dat geldt ook voor het College voor de Rechten van de Mens. Kan mevrouw Belhaj wel een voorbeeld noemen waarvan ze zegt: met dit gereedschap kunnen we dit opvangen? Ik bedoel dus een vangnetvoorziening. Ik hoor graag echt een concreet voorbeeld, want dan kunnen we er misschien wat mee. Dan kan ik me ook inbeelden dat het misschien nodig is.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Dit is het verhaal dat de minister straks waarschijnlijk ook gaat houden. Ik vroeg maar om één concreet voorbeeld — het liefst heb ik er meerdere — en dat is er niet. Ik zou D66 echt willen vragen om goed na te denken. Wellicht kan D66 in tweede termijn nog met voorbeelden komen, maar die zijn er gewoon niet. We hebben genoeg gereedschap in onze koffer om mensen aan te pakken. Dit doet niets, behalve dat we problemen in het leven roepen, namelijk mensenrechtenschendingen. We sleutelen nu aan de grondrechten van mensen. Deze instanties zien die gevaren wel. Ze zien allerlei gevaren waardoor we in de problemen komen. De tijdelijke commissie Grondrechten heeft heel veel kritiek geuit. We weten ook dat de achttien gevallen niet getoetst zijn op grondrechtenschending. Mogelijk hebben er dus al grondrechtenschendingen plaatsgevonden. In die zin vraag ik me echt af of D66 deze problemen niet ziet. We roepen met deze wet problemen in het leven, terwijl we nog steeds niet kunnen bedenken welke oplossingen deze wet biedt.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Ja, toch wel. Die toetsing kan wel plaatsvinden. Er kan gewoon een grondrechtentoets plaatsvinden. Ik zie ook niet dat dat is opgenomen in de nieuwe wet, ondanks het advies van de tijdelijke commissie Grondrechten. Die waarborgen zie ik ook niet terug. We hadden ook kunnen kiezen voor een minder vergaande wet, weer voor vijf jaar. Kennelijk heeft de coalitie besloten om 'm permanent te maken. Ook daar zie ik geen reden voor. Als we het hebben over proportionaliteit, gaat de wet dus ook nog verder dan nodig is. Over vijf jaar zou je weer kunnen kijken of deze wet nog nodig is. Ik zie dus niet de effectiviteit, de proportionaliteit en de noodzakelijkheid die D66 benoemt. Sterker nog, de instanties die ik noemde zien die ook niet. Zij zeggen zelfs dat die er niet zijn. Dan blijft mijn vraag aan D66: waar zien jullie het anders dan deze instanties?
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Over vijf jaar is er een eenmalig evaluatiemoment. Dat is niet structureel. Je zou je ook af kunnen vragen: waarom is dat er niet om de vijf jaar of zelfs om de drie jaar? Dat zie ik ook allemaal niet terug in de wet. Het is een wet die heel veel bevoegdheden geeft aan onze minister, maar weinig waarborgen voor onze Nederlandse burgers. Nogmaals, net als de Raad van State zie ik überhaupt helemaal geen noodzaak om deze wet te verlengen, laat staan om hem permanent te maken. Maar als je dat al wil doen, zou ik van een partij als D66 verwachten dat die met waarborgen komt om die wet wat steviger, wat grondwettelijker te maken. Om een voorbeeld te noemen: je kunt er daarnaast voor kiezen om hem tijdelijk te maken. Dat is één. Je kunt er ook voor kiezen om het begrip "terrorisme" uit te werken. Wanneer is er sprake van terrorisme of van ondersteuning van terrorisme? Het zijn allemaal vage begrippen. Die zijn in deze wet niet uitgewerkt. Dat geldt voor allerlei waarborgen, bijvoorbeeld wat betreft grondrechten dat er een grondrechtentoetsing plaatsvindt en wat betreft bezwaarmogelijkheden dat je in bezwaar kunt bij een onafhankelijke rechter. Al die waarborgen zitten er niet in. Ik zie ook geen D66 die actief bezig is om deze wet zodanig aan te passen dat hij grondwettelijker is. Althans, die amendementen hebben mij nog niet bereikt.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Dan als laatste. Het is niet eens een vraag, hoor. Ik wil mevrouw Belhirch in ieder geval mijn excuses aanbieden dat ik haar "mevrouw Belhaj" heb genoemd. Het lijkt inderdaad heel veel op elkaar. Mijn excuses daarvoor.
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Ik heb even het advies van de Raad van State erbij gepakt. Ik hoorde de minister namelijk aangeven dat hij in tegenstelling tot mij wel de noodzaak zag van deze wet, maar don't shoot the messenger. Ik citeer even de Raad van State, die dit op meerdere plekken in het advies aangeeft: "In het licht hiervan dienen nut en noodzaak van de bestuurlijke maatregelen grondig te worden gemotiveerd." Over de huidige permanentmaking gaan ze een stapje verder. Ze verwijzen naar het onderzoek en geven aan: "De onderzoekers zien geen noodzaak voor de wettelijke maatregelen met het oog op de bestrijding van terroristische activiteiten." Verder geven ze aan: "Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen reden om van de eerder naar voren gebrachte vraagtekens bij deze wettelijke maatregelen af te zien." In de samenvatting gaan ze nog een stap verder: "De onderzoekers trekken daarin de algemene conclusie dat de tijdelijke wet geen noodzakelijk instrument is in de bestrijding van terroristische activiteiten." De conclusie is dan: "De Afdeling advisering ziet geen reden om af te zien van de eerder naar voren gebrachte vraagtekens bij deze wettelijke maatregelen, temeer niet nu wordt voorgesteld de wet permanent te maken." Ik zou de minister willen vragen hoe hij dit leest of begrijpt. Hier maakt de Raad van State toch gewoon gehakt van het voorstel?
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Heeft de minister dan niet het gevoel dat hij hetzelfde doet als twee weken geleden? Het advies van de Raad van State zegt: het is niet noodzakelijk. De minister zegt vervolgens: ik vind het wel noodzakelijk. Dat doet me heel veel denken aan rekenmethodes. Ik bedoel dat de minister op een andere manier iets berekent of ergens anders tegen aankijkt. Zegt de minister hiermee: ik vind dat ik gelijk heb en daarmee laat ik het advies van de Raad van State links liggen? Of zegt de minister: ik zie, net als de Raad van State, de noodzaak niet?
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Dan heb ik een vervolgvraag. Geldt dat ook als er spandoeken met "Hup IDF!", waardoor toch 74.000 Palestijnen zijn vermoord?
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): De minister verwees naar 7 oktober, naar de verschrikkingen en het aantal doden dat daar is gevallen. Kan de minister zich voorstellen dat heel veel mensen het niet begrijpen dat er niets staat tegenover een leger dat heeft gezorgd voor een factor 3.500 of zelfs meer — 74.000 mensen zijn uitgemoord — van dat aantal? Kan de minister dat begrijpen?
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Begrijpt de minister dat mensen ook moeite hebben met het antwoord dat de minister nu geeft? Hij spreekt van "democratische controle". We hebben het over een apartheidsstaat. Niet alleen ik zeg dat; mensenrechtenorganisaties wereldwijd zeggen dat ook. Het Internationaal Strafhof is op z'n minst zeer kritisch. Verschillende genocide-experts spreken over genocide. Er is bijna geen persoon die gespecialiseerd is in genocide die dat nog ontkent. Het is een apartheidsstaat waarin mensen niet als mensen worden behandeld, waarin ze aparte checkpoints en aparte wegen hebben en geen gebruik mogen maken van de voorzieningen. En de minister noemt dat op dit moment "democratische controle", alsof het om een democratisch land gaat. Snapt de minister dat?
Bron, video en gesprek →De heer El Abassi (DENK): Voorzitter, dank. Ik heb geen moties. Ik heb wel een aantal amendementen. Die zal ik jullie kant op sturen. Er zullen geen vraagtekens zijn over hoe wij zullen stemmen als deze wet ter stemming komt. We waren tegen en we zijn tegen. Zo kijkt de Raad van State ook naar dit wetsvoorstel. We zullen wel een aantal amendementen indienen om het wat grondwettelijker te maken. Die amendementen komen jullie kant op.
Bron, video en gesprek →