PALLAS (groot project)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Jan Anthonie Bruijn
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met het bedanken van de leden voor de fantastische en plezierige samenwerking in het afgelopen halfjaar. Het is voor mij een grote eer geweest om dit te mogen doen, ook dankzij de goede relaties met de Kamerleden en de constructieve debatten. Daarin was men fel op de inhoud maar altijd zacht op de persoon, zoals ik dat ook al kende uit de Eerste Kamer. Dat heb ik zeer gewaardeerd. Ik noem natuurlijk ook de geweldige medewerkers van het ministerie. Dat was voor mij echt een eyeopener. Ja, daar besteden we als Nederlanders weleens onvoldoende aandacht aan, denk ik, maar we mogen echt heel trots zijn op wat daar zit aan inzet en kennis. Mevrouw Maeijer weet dat ook uit de eerste hand. Dat is echt bijzonder en dat wil ik hier toch ook graag gezegd hebben, ook voor alle ambtenaren die meeluisteren. Zonder hen is dit werk niet mogelijk. Dat geldt ook voor de goede relaties met de media en natuurlijk met de veldpartijen, waarmee ik op mijn tweede werkdag al het AZWA-akkoord heb mogen tekenen. Dat was dankzij mijn voorgangers en alle andere zojuist genoemden. Voorzitter, ik wilde eerst een stukje algemene inleiding doen, zolang als u het tolereert, en dan ga ik de vragen per fractie beantwoorden. Voorzitter. Vandaag spreek ik met uw Kamer over het groot project PALLAS en de ontwikkelingen die daarbij gaande zijn. Dit is een bijzonder moment, want voor deze commissie en ook voor mij is het de eerste keer dat we in het stramien van de Regeling Grote Projecten, zoals die heet, dit gesprek voeren. Zo heeft uw Kamer dit project namelijk aangemerkt. Het doel is natuurlijk om met elkaar zo goed mogelijk grip te houden op dit grote project. Laten we daarbij steeds de publieke belangen van dit project voor ogen houden. Er zijn een aantal verschillende belangen. Om te beginnen is er het belang van de patiënten. Door een aantal sprekers is al genoemd dat er op dit moment zo'n 30.000 patiënten per dag afhankelijk zijn van medische isotopen, die worden geproduceerd in de Hoge Flux Reactor in Petten. Dat zijn natuurlijk enorme aantallen per jaar, en dat wordt in de toekomst niet anders. Het gaat daarbij om medische diagnostiek, maar ook om therapie. Voorzitter. In de tweede plaats dienen we met dit project natuurlijk het belang van een essentiële nucleaire kennisbasis in Nederland. Die kennisbasis is ook cruciaal voor de andere nucleaire ambities die Nederland, dus het huidige en het komende kabinet, heeft, zoals de ontwikkeling en de realisatie van kerncentrales voor CO2-vrije energieopwekking. De minister van KGG heeft hierin het voortouw en het is mijn inzet als aandeelhouder van NRG PALLAS om deze ambities waar mogelijk te ondersteunen. Ik vermoed zomaar dat mijn opvolgster, die ook uit het ministerie van KGG afkomstig is, zoals u weet, die lijn zal doortrekken. Dat is een goede keus geweest. Een derde publiek belang, waar de heer Krul ook al naar verwees, is het economische belang van de reactor. Dat is ook een groot belang. De aantrekkingskracht van de regio Noord-Holland Noord — denk aan de werkgelegenheid daar — speelt daarin natuurlijk een belangrijke rol, net als de bredere economische uitdagingen van ons land. Het Wenninkrapport verwijst bijvoorbeeld naar het belang van innovatieve ecosystemen als bron voor vooruitgang en groei. Nou, daar is dit natuurlijk een mooi voorbeeld van, want de unieke infrastructuur van NRG PALLAS op de campus in Petten is zo'n ecosysteem. Voorzitter. Dan is er natuurlijk nog een vierde publiek belang, en dat is een heel actueel onderwerp, namelijk dat we ook de Europese strategische autonomie borgen. Zo voorkomen we dat we voor deze cruciale thema's, dus gezondheid, energie en ook een stuk economie, op lange termijn afhankelijk worden van niet-Europese actoren. Het project is dus van groot belang, helemaal gezien de huidige geopolitieke omstandigheden. Dan de voortgang van het project. Hiermee beantwoord ik meteen ook een deel van de vragen. Ik zou bijna zeggen: we zijn aan de slag met dit project. Er wordt gebouwd. Er wordt beton gestort. Ontwerpers zijn bezig met het detailed design en alles wat daarbij komt kijken. Dat is dus eigenlijk niks nieuws. Ondertussen is NRG PALLAS in transitie naar een commerciële, ondernemende onderneming. Ik realiseer mij dat het gaat om een complex en risicovol project, waar behoorlijk wat publieke middelen mee gemoeid zijn. Dat vraagt om stevige controle en om transparante verantwoording. Het is dus ook zeer toe te juichen dat uw Kamer daar als toezichthouder bovenop zit. Ik heb u in dat kader op 30 oktober 2025 de tweede basisrapportage aangeboden, conform de door uw Kamer opgestelde uitgangspuntennotitie voor dit project. De afgelopen jaren is substantieel ingezet op het verkrijgen en behouden van grip op risico's binnen het PALLAS-nieuwbouwprogramma. Een aantal van uw leden heeft ook gevraagd naar die risico's. Ik noem een aantal voorbeelden. Er is een duidelijke governance- en verantwoordingsstructuur ingericht voor het toezicht. Er zijn Gateway Reviews uitgevoerd en allerlei audits gedaan, en de daaruit volgende bevindingen en aanbevelingen zijn consequent opgevolgd en uitgevoerd. De Auditdienst Rijk heeft het programma getoetst. Daaruit blijkt dat de governance in voldoende mate is ingericht. Daarover is er wat discussie geweest. Dat geeft me uiteraard vertrouwen, maar het laat onverlet dat dit een groot en complex nucleair bouwproject is, met alle onzekerheden van dien. Daar kunnen we ook niet van weglopen. Dat vraagt om blijvende aandacht voor beheersing, voortgang en risico's. Daar blijf ik samen met de betrokken partijen scherp op sturen. Ik reken er ook op dat uw Kamer waar nodig ook mijn opvolgster daar stevig over aan de tand zal voelen. U hebt mij een aantal vragen gesteld. Die zal ik in een aantal blokjes beantwoorden. Ik doe dat per fractie. Dan begin ik met de fractie van het CDA. Er werd gevraagd om de definitie van een medisch isotoop. Dat hebben wij natuurlijk allemaal paraat. De heer Vervuurt, die zelf ook biotechnologie heeft gestudeerd, heeft dat ook paraat.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Voorzitter. Wat is een medische isotoop? Het is natuurlijk best interessant om die vraag te stellen. Dit hele debat draait daarom, zou ik bijna zeggen. Een isotoop is een atoom van een element met hetzelfde aantal protonen, maar met een verschillend aantal neutronen. Dat betekent dat isotopen van hetzelfde element wel dezelfde chemische eigenschappen hebben, maar een ander atoomgewicht of massagetal. Ze hebben dus dezelfde plaats in het periodiek systeem. Voor sommigen zal dit blijde en voor anderen traumatische herinneringen oproepen aan de scheikundelessen op de middelbare school, waar die kaart met het periodiek systeem ergens in de klas hing, bij sommigen voor in de klas en bij anderen achter in de klas. Voorzitter. Medische isotopen zijn nucleaire geneesmiddelen, die ook wel radiofarmaca genoemd worden. Ze worden dagelijks in de Nederlandse gezondheidszorg ingezet voor onderzoek naar en behandeling van — dat zijn dus twee verschillende dingen — diverse ziektebeelden, hoofdzakelijk bij kankerpatiënten. Medische isotopen kunnen bestraald worden in een reactor of een cyclotron. Daar ging de vraag over. De HFR, de huidige reactor in Petten, kan de meest gebruikte isotopen produceren. Daarmee is het dus ook een hele belangrijke producent. Cyclotrons die aanwezig zijn bij academische ziekenhuizen kunnen andere isotopen produceren. Dat vormt dus een aanvulling op de medische isotopen die in een reactor kunnen worden geproduceerd. Bij de HFR, de huidige reactor, wordt een grondstof bestraald. Vervolgens wordt het door een farmaceut opgezuiverd, gekoppeld aan een eiwit en getransporteerd naar de ziekenhuizen. Vanwege het radioactieve afval kunnen medische isotopen in tegenstelling tot andere isotopen niet worden opgeslagen. "Afval" moet u in de notulen vervangen door "verval". Dat had u natuurlijk al bedacht. De volgende vraag is: hoe wordt de kennis opgedaan bij de bouw van de PALLAS-reactor structureel benut voor de bredere nucleaire ambities van Nederland? Dat hebben een aantal leden gevraagd. Dus wat hebben we aan die kennis, behalve voor deze reactor? Een andere vraag in relatie hiermee was ook: is er structureel overleg met de ministeries van KGG en EZ — daar zijn ze weer — om de maatschappelijke meerwaarde van PALLAS maximaal in te zetten? Ik werk nauw samen met de minister van KGG om de kennis rond de unieke PALLAS-reactor en de ervaring die is opgedaan met de bouw van de reactor te benutten voor de bredere nucleaire ambities van Nederland. Gisteren heeft de CEO van NRG PALLAS, hier ook aanwezig, aan de minister van KGG het SEO-rapport Bouwen op ervaring, dat hierop ingaat, overhandigd. Ik mocht er ook bij zijn. Ik zal zorgen dat u het binnenkort allemaal krijgt, met een mooie aanbiedingsbrief. We hebben hier zelfs al een stapeltje liggen, vooruitlopend op dat officiële moment. Ik kan u dus nu alvast de voorinzage geven, maar het komt uiteraard ook als brief naar u toe en dan wordt het ook een Kamerstuk, denk ik.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Voorzitter, als u het toestaat is het en-en wat mij betreft.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Ik zie de leden al verlangend kijken.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Voorzitter. Dit rapport schetst dat de kennis en ervaring die is opgedaan bij de bouw van de PALLAS-reactor gebruikt kan worden om de bouw van andere kerncentrales sneller te realiseren. Dat is dan ook meteen een financieel voordeel. Er is een structurele overlegstructuur tussen de departementen die betrokken zijn op het nucleaire terrein. Zo vindt er bijvoorbeeld iedere zes weken een overleg plaats tussen betrokken directeuren van de verschillende departementen. De vraag was of er ook interdepartementale samenwerking is. Op dit gebied is die inderdaad uitstekend. Dat is overigens uiteraard op alle andere gebieden ook het geval. In deze overleggen worden kennis en ervaring uitgewisseld en wordt samengewerkt om bijvoorbeeld knelpunten op te lossen. Kan NRG PALLAS een grotere rol spelen in de productieketen van medische isotopen door het opschuiven in de keten? Dan hebben we het dus over de hele keten van het begin, de grondstof, tot en met het geneesmiddel. NRG PALLAS kan naast bestraling ook de processing — dat is eigenlijk de volgende stap in die keten, het radiochemisch scheiden en zuiveren — voor zijn rekening nemen voor met name therapeutische isotopen, bijvoorbeeld lutetium-177 en lood-212. Het doel is inspelen op de sterk groeiende vraag naar therapeutische isotopen, zich ontwikkelen tot strategische partner in de ontwikkeling van nieuwe therapieën, met name kankertherapieën, en isotopen non-exclusief beschikbaar stellen om monopolisering en excessieve prijzen te beperken. Dat is dus eigenlijk een drieslag die we daar in één keer kunnen bereiken. Processing acht ik verstandig als dat bijdraagt aan het publieke belang, de leveringszekerheid, de betrouwbaarheid en het voorkomen van marktmacht, en als het uiteraard geen onbeheersbare extra risico's introduceert als het gaat om de kosten, de planning, de staatssteun en de governance. We houden dat dus goed in de gaten, maar wij steunen zeker deze ontwikkeling. Is het huidige geneesmiddelenbeleid voldoende toegerust om de kansen van een eigen producent van medische isotopen volledig te benutten, is de vraag. Ik zet mij in de hele keten van medische isotopen in om de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van geneesmiddelen te bevorderen en dus ook van deze geneesmiddelen. Om die reden heeft het kabinet geïnvesteerd in PALLAS, om de toekomstige voorzieningszekerheid van medische isotopen voor de patiënt in brede zin, die 30.000 patiënten per dag, te kunnen borgen. De aanwezigheid van een reactor in Nederland vergroot ook de strategische autonomie, zoals besproken. De aanwezigheid van een reactor in Petten trekt ook farmaceutische bedrijven aan die het medische isotoop verder opwerken tot geneesmiddel. Daar zit ook weer een economische kant aan. De investering in PALLAS staat los van mijn inzet aan het einde van de keten, waar het geneesmiddel dus naar de patiënt gaat. Bij de opname van een geneesmiddel in het verzekerd pakket kijken we naar de eerdergenoemde vaste pakketcriteria en daarin staat de gezondheidswinst centraal. We hebben het in eerdere debatten al gehad over de kwali's. Ze zijn hier zorgvuldig vermeden in de beantwoording door het ministerie want ze weten dat ik daar een groot fan van ben, maar ik noem het toch nog eventjes. Hoe ziet de minister de versnelling van toelating en toegankelijkheid van nucleaire medicijnen? Voor alle geneesmiddelen ben ik bezig om de toegang tot het verzekerd pakket te optimaliseren via het toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen. Wij zijn dat dus aan het doorontwikkelen. Daaronder vallen ook nucleaire geneesmiddelen. Dat is niet een aparte categorie van geneesmiddelen. Ook nucleaire geneesmiddelen worden beoordeeld door het Zorginstituut langs de vier bekende pakketcriteria: effectiviteit, kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid en uitvoerbaarheid. Als blijkt dat door gebrek aan bewijs er nog geen uitspraak te doen is over de effectiviteit maar het geneesmiddel wel veelbelovend is, kan dat reden zijn om te kijken of toegang toch mogelijk is onder voorwaarde van verder onderzoek. Dat is de reden van het bestaan van de regeling voor voorwaardelijke toelating. Dan zit het dus nog niet definitief in het verzekerd pakket. Gedurende die voorwaardelijke toelating wordt aanvullend onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het geneesmiddel, zodat aan het einde van het traject een uitspraak kan worden gedaan over wel of geen opname in het basispakket. Voorwaarde is wel dat de leverancier het middel tijdens de voorlopige toelating tegen een sterk verlaagde prijs ter beschikking stelt. Dat is dus de standaardprocedure en die geldt voor deze middelen niet anders dan voor andere geneesmiddelen. De VT, de voorlopige toelating, is overigens, zoals u weet, iets anders dan early access, waarbij patiënten snel toegang krijgen tot een nieuw medicijn zonder dat de effectiviteit of kosteneffectiviteit is beoordeeld. Daar ben ik geen voorstander van, zowel vanuit het oogpunt van kwaliteit als vanuit het belang van kostenbeheersing. Dat doen we dus niet. Als na beoordeling van het Zorginstituut blijkt dat een medicijn wel effectief is, maar niet kosteneffectief, dan ga ik onderhandelen met de leverancier om tot een kosteneffectieve prijs te komen. Kortom, het feit dat wij nu aan het begin van de keten actief zijn, verandert niets aan onze criteria, die ook mede door u zijn vastgesteld in de verschillende wetgevingstrajecten, aan het eind van die keten. Dat is dus niet met elkaar verbonden. Dan ga ik naar de vragen van de Groep Markuszower. Men is benieuwd naar de actuele planning, de kostenraming en de risico-inschatting van het PALLAS-project. Die vragen zijn deels ook teruggekomen bij een aantal andere leden. De commerciële opleverdatum van het PALLAS-nieuwbouwprogramma is gepland in 2032. De kostenraming van het PALLAS-nieuwbouwprogramma is 2.473 miljoen, dus bijna 2,5 miljard, in prijspeil 2025. De aangehouden risicoreservering binnen het PALLAS-nieuwbouwprogramma is 146 miljoen — dat is de buffer waar een van uw leden ook naar gevraagd heeft — in prijspeil 2025. Die wordt dus nog doorgeïndexeerd — althans, daar ga ik van uit. Daar is nog geen aanspraak op gemaakt, dus die buffer staat overeind. Die is tot nu toe niet ingeroepen. Zijn er dan kosten gemoeid met een eventueel lagere oplevering? Hoeveel? Wie staat daar dan voor aan de lat? Dat zijn vragen van mevrouw Ten Hove. Ja, als er vertraging komt, dan gaan de kosten oplopen. Het is in Nederland geruime tijd geleden dat er een kernreactor is gebouwd. Het is een langdurig en complex project. Dat betekent dat procedures, toezicht en besluitvorming soms meer tijd vergen dan bij meer gangbare bouwprojecten, zoals de dakkapel bij mij thuis. Dit is natuurlijk iets ingewikkelder. Maar ook daar gaat het weleens mis. Met een latere oplevering lopen dan ook hier de projectkosten langer door. Zoals ik de Kamer in oktober vorig jaar in de tweede basisrapportage heb geïnformeerd, worden de kosten van één maand vertraging geraamd op tussen de 15 en 18 miljoen. Daarom zitten we er ook allemaal bovenop. Dat is dan nog afhankelijk van het moment waarop de vertraging optreedt en van de reden daarvan. Maar dit is een gemiddelde schatting. Omdat NRG PALLAS niet over sterke financiële buffers beschikt, is het aannemelijk dat die meerkosten zullen neerslaan in de begroting van VWS, want VWS is de aandeelhouder van het project. Mevrouw Ten Hove vraagt: is er dan inzicht in het "management of change"-proces in het kader van de ontmanteling van de HFR? Die moet natuurlijk aan het eind van het project ontmanteld worden. Ook andere leden hebben daarnaar gevraagd. In het schriftelijk overleg heb ik aangegeven dat de ontmanteling van de HFR een verantwoordelijkheid is van het JRC, waar een aantal leden ook naar hebben gevraagd. Ik kom daar ook nog op terug. Worden die ontmantelingskosten, zo vraagt mevrouw Ten Hove, overgedragen aan de lidstaten als er geen overdracht plaatsvindt? En hoeveel geld gaat dat kosten? Nederland draagt misschien te veel bij aan de ontmantelingskosten, zegt ze. Ze vraagt: is dat aangepast? Nou, laat ik daar klip-en-klaar over zijn: er worden geen ontmantelingskosten overgedragen aan Nederland. Nederland draagt niet bij aan de ontmantelingskosten van de HFR. De ontmanteling is een verantwoordelijkheid van het JRC, ook wat betreft de kosten. Dat gaat wat Nederland betreft ook niet veranderen. Ik heb volgens mij in het laatste schriftelijk overleg daar in wat meer detail met u over van gedachten gewisseld. Ik begrijp de vragen daarover namelijk heel goed. Maar we zijn daar dus volstrekt helder in, denk ik. Dan kom ik bij de vragen van de VVD-fractie. "Enige tijd geleden is de kerncentrale gebouwd. Bepaalde procedures duren langer dan verwacht. Er is een begin gemaakt met de bouw. We kunnen niet putten uit jarenlange ervaring. Kan de minister laten weten hoe de tijd zich verhoudt tot specifieke verwachtingen, dus de relatie daartussen?" Die vraag is ook gesteld door mevrouw Ten Hove. Het PALLAS-nieuwbouwprogramma is een groot, langdurig en technisch bijzonder complex project. Uw leden zijn er, denk ik, geweest. Ik ben er zelf ook geweest. We hebben gezien hoe prachtig het is, maar ook hoe complex het is. Daarbij speelt inderdaad mee dat het in Nederland geruime tijd geleden is dat er een kernreactor werd gebouwd. Dat betekent dat procedures, toezicht en besluitvorming soms meer tijd vragen dan bij gangbare bouwprojecten. Als het meer tijd kost, dan heb je natuurlijk ook het risico dat de bouwkosten oplopen of langer doorlopen. Zoals ik de Kamer in oktober heb geïnformeerd in de tweede basisrapportage worden de kosten van één maand, zoals ik al zei, geraamd op gemiddeld 15 tot 18 miljoen per vertraging. Dat is afhankelijk van het moment en de reden van de vertraging. Dat is iets wat we natuurlijk op alle manieren proberen te voorkomen. Als dat al zou gebeuren, dan zullen we uw Kamer uiteraard nauwkeurig op de hoogte houden van dat soort ontwikkelingen. Hoe intensief is onze samenwerking met andere EU-lidstaten die wél ervaring hebben met kernreactoren? Hoe kunnen we die kennis optimaal benutten? Dat vraagt de heer Bevers. Bij de uitvoering van het PALLAS-nieuwbouwprogramma wordt gebruikgemaakt van internationale kennis en ervaring. Dus ja, er wordt intensief internationaal samengewerkt. Zo werken binnen het PALLAS-nieuwbouwprogramma al meer dan twintig verschillende nationaliteiten. NRG PALLAS B.V. heeft met verschillende internationale partijen contracten gesloten, waaronder Europese partijen met ruime ervaring in de nucleaire sector. Die partijen zijn betrokken bij het ontwerp, bij de bouw en bij de toelevering van de verschillende onderdelen. Daarnaast onderhoudt NRG PALLAS contact met exploitanten van vergelijkbare Europese en internationale onderzoeksreactoren, die er natuurlijk zijn. Binnen Europa wordt er, naast de PALLAS-reactor, nog een andere onderzoeksreactor gebouwd in Frankrijk. NRG PALLAS heeft op verschillende momenten contact gehad met het Franse team om ervaringen uit te wisselen. Het is natuurlijk ook heel goed om dat te doen, om te kijken wat je van elkaar kunt leren. Sinds 2022 laat het ministerie van VWS zich bij het PALLAS-nieuwbouwprogramma adviseren door Mott MacDonald. Dat is een internationaal bureau dat hierin gespecialiseerd is, dat ervaring heeft met grootschalige en nucleaire projecten. Tegelijkertijd is PALLAS een "one of a kind"-project. Ervaringen uit andere Europese onderzoeksreactoren zijn dus wel waardevol, maar niet een-op-een toepasbaar. Daarom is de nieuwe kennis die we opdoen ook zo waardevol in het vervolgtraject. Die wordt dan steeds vertaald naar de specifieke context van PALLAS. Voorzitter. De heer Bevers wil graag van mij horen hoe ik de aanbevelingen van de Auditdienst Rijk in het accountantsrapport bij de basisrapportage van het PALLAS-nieuwbouwprogramma van 8 januari 2026 ga implementeren. Laat ik zeggen dat ik groot belang hecht aan de onafhankelijke toetsing door de ADR. Het is goed dat we de ADR hebben als onafhankelijke toezichthouder. De aanbevelingen van de ADR zijn bedoeld ter versterking van bestaande structuren. Ze sluiten aan bij de ambitie om de governance en programmabeheersing van dit complexe en risicovolle programma continu te verbeteren. Ik betrek die aanbevelingen bij de verdere inrichting en werking van het programma. Ik zal de Kamer ook informeren door u de eerstvolgende voortgangsrapportage in april 2026 toe te sturen. Ik zal daarin ook specifiek aandacht besteden, naar aanleiding van verschillende vragen van verschillende leden, aan de aanbevelingen van de Auditdienst Rijk. Voorzitter. Dan is de vraag: zijn de eerder gemelde prijsstijgingen van grondstoffen en materialen evenredig met de wereldwijde geopolitieke en economische ontwikkelingen? Dat vind ik een hele relevante vraag. De heer Bevers verwijst in zijn vraag naar de brief van 12 mei 2025, waarin een van mijn ambtsvoorgangers dit jaar heeft beschreven dat geopolitieke en economische ontwikkelingen hebben geleid tot prijsstijgingen van grondstoffen, materialen en werkzaamheden. Dat is conform bredere marktontwikkelingen die natuurlijk ook in andere markten gelden en waarvan er meer waren dan in de indexatie van toepassing was. Het ging dus harder dan in de indexatie. Daar hebben de in de vraag genoemde geopolitieke en economische ontwikkelingen natuurlijk alles mee te maken. De reden voor de hogere stijging was in dit geval de schaarste van vrij unieke apparatuur, de materialen en het personeel, ten behoeve van de nucleaire sector. Daar is wereldwijd veel vraag naar, dus we zijn ook nog in concurrentie. Juist daarom is het ook zo belangrijk om de infrastructuur en kennisbasis in Nederland te blijven ontwikkelen en versterken. Daarom zitten we daar bovenop. De kostenramingen voor de PALLAS-reactor zijn een open boek, een open offerte dus eigenlijk. Ze zijn opgebouwd uit de daadwerkelijk gemaakte kosten, plus een vaste opslag voor winst en risico. Die moet natuurlijk redelijk zijn. Dit stelt NRG PALLAS in staat om te toetsen of prijzen ook marktconform en niet excessief zijn. Voorzitter. Dan was de vraag van de heer Bevers: hoe kan de opgedane kennis bij PALLAS worden gebruikt voor de bredere Nederlandse ambitie en kan de minister iets zeggen over het gisteren gepresenteerde rapport? Ik ben er al even kort op ingegaan. Ik werk, zoals gezegd, nauw samen met de minister van KGG om de opgedane kennis te borgen. Ik heb gisteren ook samen met haar dit rapport, Bouwen op ervaring, mogen aannemen. Ik zie dat de gehele nieuwe coalitie vertegenwoordigd is bij dit debat. In uw coalitieakkoord spreekt u ook over het "doorwerken aan de realisatie van ten minste vier reactoren". Dit rapport is dus ook voor u ontzettend waardevol, aangezien ook een deel van de grote oppositiepartijen hier is. U bent dus misschien al een eind op de goede weg. Maar daar sta ik uiteraard geheel buiten. Het rapport van SEO, dit rapport dus, schetst dat de kennis en ervaring die worden opgedaan bij de bouw van de PALLAS-reactor en het leergeld dat daarvoor gaandeweg en onvermijdelijk betaald wordt, gebruikt kan worden om de kerncentrale sneller te realiseren. Dat is dus een goede zaak. Dat rendeert op zich dus ook weer. PALLAS is het eerste grootschalige nucleaire bouwproject in Nederland sinds de jaren zeventig. We hebben dit dus lang niet bij de hand gehad. Nederland heeft kennis opgebouwd: praktijkkennis rond nucleaire kwaliteitsnormen, kennis over documentatie, over supplychainkwalificatie en over de interactie tussen de initiatiefnemer en de toezichthouder. Die kennis is opgebouwd met dit project, zoals dat nu al een tijd loopt. Dat zorgt ervoor dat de kerncentrales één tot drie jaar eerder in bedrijf genomen kunnen worden. De financiële baten van toekomstige kerncentrales liggen, zoals in dit rapport becijferd, tussen de 300 miljoen en 6 miljard. Dat is dus een return on investment, zou je kunnen zeggen. Dat is dus ook een hele andere offspin van zo'n project. Dan ga ik naar de vragen van D66. Maar aangezien er ook nog vragen waren van de heer Bushoff en mevrouw Maeijer moet ik nu mijn tempo gaan vertragen. Die antwoorden zijn waarschijnlijk onderweg. Tenminste, dat hoop ik nog. En de printer is kapot. U ziet: we zijn wel in staat om een kernreactor te bouwen, maar een printer aan de gang houden is ingewikkelder in uw Kamer, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Ja, voorzitter. Ik heb vragen van de heer Vervuurt van D66. D66 ziet het PALLAS-nieuwbouwprogramma als maatschappelijk en strategisch belangrijk. Tevens is dit volgens hen natuurlijk ook financieel en bestuurlijk een uitdaging. Kan ik reflecteren op de vraag of het ministerie van VWS wel genoeg capaciteit en expertise heeft om aan te sturen en te monitoren? Sinds het besluit dat mijn ambtsvoorganger, de heer Kuipers, al in 2022 nam om te investeren in het PALLAS-nieuwbouwprogramma heeft VWS ten eerste een programmadirectie ingericht, bemenst met de nodige specialisten in huis, maar ook met externe adviseurs die daarbij betrokken zijn. Ten tweede is er een governanceplan opgesteld. We hebben datgene in de praktijk gebracht wat bleek uit het accountantsrapport van de ADR bij de basisrapportage die vorige maand naar de Kamer is gestuurd. Verder is de programmadirectie doorontwikkeld naar een vaste lijndirectie onder de sg van VWS. Dat onderstreept ook het belang. Dat is natuurlijk toch iets anders dan een dg. Maar ze zijn allebei heel belangrijk. Dit laat zien dat het hoge prioriteit heeft binnen VWS. Daarnaast zijn er verschillende onderzoeken en reviews uitgevoerd, onder andere door de Algemene Rekenkamer en de ADR; we hebben ze al besproken. De Algemene Rekenkamer schrijft in het verantwoordingsonderzoek 2024 VWS: "De projectorganisatie medische isotopen die op het ministerie van VWS verantwoordelijk is voor het bouwtraject, is versterkt met bouwkundige en financiële expertise." Ook laat die projectorganisatie zich bijstaan door bureaus met specifieke kennis. Dat wordt toegejuicht. Verder schrijft de ADR in het accountantsrapport dat vorige maand naar de Kamer is gestuurd: "VWS heeft in de beschrijving van de administratieve organisatie aangegeven welke processen zijn ingericht voor het verkrijgen van inzicht in de financiële beheersing van het programma." Ik krijg de overige antwoorden aangereikt, dus nu gaat mijn bloeddruk weer een beetje omlaag. Ik ga verder met het citaat: "VWS heeft een uitgebreid stelsel van 'checks and balances' ingericht in de kredietovereenkomst om zicht te krijgen op de besteding van de beschikbaar gestelde middelen en in de financiële beheersing van het programma door NRG PALLAS B.V." De heer Vervuurt stelde ook de volgende vragen. Is er dan zicht op full cost recovery? Hoe wordt samengewerkt om dit mogelijk te maken zonder de staatssteunregels te doorbreken? Hoe is EZ betrokken bij de samenwerking, om te zorgen dat we de markt optimaal benutten en bedienen? De productie van epitopen is interessant genoeg nu eigenlijk een bijproduct van onderzoeksreactoren die door overheden worden gesubsidieerd. Hierdoor wordt de werkelijke kostprijs van medische isotopen in de regel niet in rekening gebracht bij de klant en uiteindelijk dus ook niet bij de patiënt. De overheden van betrokken landen hebben zich de afgelopen jaren ingezet om een prijs voor het bestralen van isotopen te bereiken die kostendekkend is voor de reactor. Dat is die full cost recovery waar de vragen van de heer Vervuurt over gaan. Die inzet heeft ook tot een opwaartse prijsbijstelling geleid. Het blijft wel moeilijk, moet ik in alle eerlijkheid zeggen, omdat dit alles op vrijwillige basis moet gebeuren. Prijsafspraken kunnen niet gemaakt worden vanwege mededingingswetgeving, die we natuurlijk ook respecteren. Er blijft altijd een risico op prijsdruk bestaan. Nederland blijft actief om het principe van full cost recovery verder te implementeren. Zo zijn er in 2024 tijdens het Europese voorzitterschap van België Raadsconclusies aangenomen over medische isotopen en de implementatie van full cost recovery. Het staat dus nog steeds op de agenda. De Raadsconclusies wil ik gaan gebruiken om samen met België op te trekken om full cost recovery in Europa breed geïmplementeerd te krijgen, uiteraard gebruikmakend van de expertise op het ministerie van Economische Zaken op dit vlak. In die zin sta ik dus ook helemaal aan de kant van de heer Vervuurt. Kan ik daarbij aangeven hoe ik aankijk tegen de Roadmap Nucleaire Geneesmiddelenontwikkeling en de aangekondigde onderzoeksagenda van NUCMED-NL? De Roadmap Nucleaire Geneesmiddelenontwikkeling is in opdracht van mijn ambtsvoorganger uitgevoerd en geeft de ambities weer voor de nucleaire geneesmiddelen voor de lange termijn. Ik steun die roadmap. Ik ben met meerdere partijen in gesprek om hier een vervolg aan te geven. Ik vind het belangrijk dat de patiënt ook de vruchten plukt van het gegeven dat we een Nederlandse productiefaciliteit van medische isotopen hebben, hoewel, zoals we eerder besproken hebben, het eind van die keten in die zin natuurlijk wel onafhankelijk is van het begin van de keten. Het is daarvoor onder meer belangrijk dat de betrokken partijen goed samenwerken. Het platform NUCMED-NL, dat door de heer Vervuurt genoemd wordt, wordt aangejaagd door FAST en is een goed gremium om de verschillende partijen mee samen te brengen. In NUCMED-NL worden nu de eerste stappen gezet voor een nationale onderzoeksagenda voor radiofarmaca. Ik vind het passend om dit te prioriteren in het onderzoek voor de komende jaren. Ik zeg ook toe dat ik uw Kamer daarvan op de hoogte zal houden. De heer Vervuurt vraagt of ik kan aangeven hoe ik tegen die roadmap aankijk, maar het leuke is dat we die vraag net behandeld hebben, dus hij zit er twee keer in. Het was even kijken of ik de vraag opnieuw zou voorlezen, maar dat gebeurt dus niet. Een andere vraag is of het beter is om de verantwoordelijkheid gezamenlijk bij de ministeries van VWS en bijvoorbeeld Financiën neer te leggen. Dat is een logische vraag. In de nota Staatsdeelnemingen wordt een onderscheid tussen staatsdeelnemingen en beleidsdeelnemingen gemaakt. Voor NRG PALLAS is gekozen voor een beleidsdeelneming. Dat betekent dat het aandeelhouderschap bij het beleidsdepartement ligt in plaats van bij het ministerie van Financiën. Dat is een keuze. Die keuze is toegelicht in de Kamerbrief over het voornemen om de deelneming NRG PALLAS op te richten in 2023. Er waren twee redenen om die keuze te maken. Ten eerste zorgt de mix van risico's die met zo'n groot, complex bouwproject samenhangen, in combinatie met de nog onzekere omzetverwachtingen downstream en de huidige beperkte middelen van de onderneming, ervoor dat het verstrekken van aanvullende financiering vanuit VWS niet uit te sluiten valt. Ik denk zomaar dat dat voor Financiën misschien in het voortraject ook wel meegespeeld heeft. Ten tweede is de beleidsmatige en sectorale kennis die het verantwoordelijke beleidsdepartement, VWS, natuurlijk heeft, natuurlijk van grote toegevoegde waarde voor de verdere ontwikkeling van NRG PALLAS. Daar zit de kennis over de hele geneesmiddelenmarkt, over het verzekerd pakket en de vraag hoe we dat goed bij de patiënt krijgen. Dat is ook in lijn met de Nota Deelnemingenbeleid 2022; daarom is voor het verantwoordelijke beleidsdepartement en niet voor Financiën gekozen. Net zoals bij andere deelnemingen zal dat aandeelhouderschap bij VWS na zeven jaar, dus in 2032, wel worden geëvalueerd. Die evaluatie zal natuurlijk ook bepalen of dat aandeelhouderschap — als u dat als toezichthouder, als Kamer, samen met mijn opvolgers, ook wenselijk vindt — bij dat departement blijft liggen dan wel overgaat naar een ander departement. Dat is natuurlijk iets wat altijd opnieuw bekeken kan worden. Eventueel kan dat zelfs ook op een eerder moment gebeuren, bijvoorbeeld als de bouw is afgerond of als zich andere zaken voordoen. Het is dus niet in beton gegoten, maar er is nu vanwege die twee redenen gekozen voor beleidsdeelneming. Hoe kijken wij hiertegen aan? Hoe reageer ik op de bevindingen van de accountantsrapportage en welke aanbevelingen nemen wij over? Dat gaat weer over de ADR. We hebben het al even genoemd. Ik zal het, denk ik, nu kort houden. We hechten een groot belang aan die ADR, de onafhankelijke toetsing. De aanbevelingen zijn bedoeld ter versterking van bestaande structuren en sluiten aan bij de ambitie om de governance en programmabeheersing van dit complexe en risicovolle programma continu te verbeteren. Ik betrek die aanbevelingen ook bij de verdere inrichting en ik of mijn opvolger zal uw Kamer daar in april 2026 over informeren. De full cost recovery hebben we voldoende besproken, denk ik. Ik kijk even naar de heer Vervuurt. Hoe beoogt het kabinet het ecosysteem in Nederland en de EU te versterken, zodat patiënten sneller toegang krijgen tot die behandelingen? De aanwezigheid van de reactor in Petten voor de productie van isotopen trekt farmaceutische bedrijven naar Nederland. Dat is ook een van de mooie gevolgen van die aanwezigheid. Recent heeft Eli Lilly zich hier nog gevestigd, zoals u weet, maar het gaat dus ook om de bewerking van nucleaire geneesmiddelen, want er zijn ook farmaceuten die dát doen. Dat we met de komst van de PALLAS-reactor die hele infrastructuur in Nederland aanwezig hebben, is een unieke situatie. Laten we dat nou nog eens onderstrepen en laten we heel dankbaar zijn voor de mensen die zich daar iedere dag hard voor maken. Ik zet mij met partijen als FAST, Oncode, KWF en nucleair geneeskundigen nationaal in om de samenwerking in dat hele ecosysteem te versterken. Het uiteindelijke doel daarvan is om innovatieve geneesmiddelen voor de behandeling van kankerpatiënten bij de patiënt te krijgen. Laat ook gezegd zijn dat van therapeutische isotopen, vooral bij die therapeutische kant dus, een sterke groei wordt verwacht, wat natuurlijk ook belangrijk is. Internationaal ben ik, ook in het kader van de OESO, in gesprek met andere landen die ook een reactor voor productie van medische isotopen beschikbaar hebben, zodat we dankzij deze mooie reactor op de lange termijn, bijvoorbeeld op het moment dat andere reactoren uitfaseren, in de EU nog steeds medische isotopen beschikbaar hebben. Dan de vragen van de heer Bushoff. GroenLinks-PvdA ziet dat de planning onder druk staat en dat er risico's op vertraging zijn. Is er ook een kritiek punt waarop de vertraging te veel zal zijn, gelet op de levensduur van de oude reactor? De heer Bushoff noemde ook een paar jaartallen. Iedere vertraging vergroot natuurlijk het risico dat de nieuwe PALLAS-reactor niet tijdig beschikbaar zal zijn als vervanging van de huidige Hoge Flux Reactor, de HFR, maar er is niet echt één kritiek punt. De HFR is een verouderde reactor. Vertragingen bij PALLAS vergroten wel het risico op een periode waarin er onvoldoende productiecapaciteit voor medische isotopen beschikbaar is, maar de levensduur van de HFR heeft geen einddatum. Maar als dat gebeurt, dus als het wordt verlaagd, kan dat wel gevolgen hebben voor de toegang voor de patiënt in Nederland en daarbuiten tot essentiële medische zorg. Dat onderstreept dus het belang van de voortgang en de beheersing van het PALLAS-nieuwbouwprogramma, want je hebt dus wel een probleem als de HFR uitvalt terwijl PALLAS nog niet draait. Maar dat kritieke punt wordt niet veroorzaakt doordat HFR plotseling zou stilvallen, want als alles goed gaat, kan je die dus laten doorlopen. In die zin zou vertraging naar verwachting en redelijkerwijs ook niet tot een probleem leiden. De heer Bushoff vraagt: moeten we ons, gelet op de levensduur van HFR en de ingebruiknamedatum van de nieuwe reactor in 2032, zorgen maken? En: wat doet die vertraging nog met de kosten? Hij vroeg ook naar de aanbeveling uit het accountantsrapport voor de algemene opslag of een post onvoorzien. Ik zei al: de HFR is een verouderde reactor en vertraging in PALLAS vergroot dus het risico op een periode waarin onvoldoende productiecapaciteit beschikbaar zou zijn. Maar de HFR staat aan de andere kant ook niet op omvallen. Als er vertraging is, lopen ook de projectkosten langer door. Dan wat betreft de suggestie om een algemene opslag op te nemen. Er is al een post onvoorzien van 146 miljoen opgenomen. Daar is tot nu toe gelukkig nog geen gebruik van gemaakt. Dat is natuurlijk ook knap werk van de directies die hierbij betrokken zijn en van het hele projectteam. Boven op die 146 miljoen nog extra aanvullende reserves opnemen, zou dan direct ten laste voor de begroting van VWS komen; dat zou dan ten koste gaan van ander zorgbeleid. Die keuzes moeten we dan wel onder ogen zien. In de toekomst is dat nooit geheel uit te sluiten — VWS is nu eenmaal aandeelhouder — maar op dit moment lijkt die post onvoorzien van 146 miljoen dus ruimschoots voldoende, voor zover we dat kunnen voorspellen. De heer Bushoff vraagt: "Hoe wordt omgegaan met de aanbeveling uit het accountancyrapport om algemene opslag op te nemen in de post onvoorzien? Wordt daarmee aanvulling gegeven in het licht van het feit dat er een tekort van 30 miljoen in de voorjaarsbesluitvorming gevonden moet worden? Is daar zicht op?" De aanbevelingen uit het rapport worden thans nader bestudeerd. Ik verwacht daar in een komend voortgangsrapport op in te gaan. Over de voorjaarsbesluitvorming komt het volgende kabinet bij uw Kamer terug. Daar zien we natuurlijk allemaal naar uit. "De EC, Europese Commissie, zegt dat ze niet de mensen hebben voor de ontmanteling. Wat betekent dat dan voor die ontmanteling?" Daar hebben we dus ook al het schriftelijk overleg over gehad. Laat ik helder zijn: de ontmanteling is een verantwoordelijkheid van het JRC, en eventueel de Europese Commissie. Het JRC zal moeten zorgen dat zij de juiste kennis en capaciteit hebben of inschakelen als de HFR ontmanteld moet worden; dat is geen verantwoordelijkheid van Nederland. Wat het kabinet betreft blijft dat ook zo.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Het antwoord is: ja. Maar bovendien hebben we natuurlijk ook het ministerie daarachter, dat hiervoor natuurlijk in zekere zin ook garant staat met de begroting. Het is dus niet zo dat er geen budget is, mocht de pot al aangesproken moeten worden en mocht het zo ver komen dat die tot nul daalt. Alleen, op dat moment zullen er keuzes moeten worden gemaakt binnen de VWS-begroting, in samenspraak met uw Kamer. We zullen op dat moment moeten bezien wat de mogelijkheden zijn. In het advies staat om het te onderzoeken, dus nog niet om het te doen. We houden daar natuurlijk zicht op, maar die pot is er. Dat lijkt voorlopig in ieder geval een veilige stok achter de deur. Mocht het moment daar komen dat die aangesproken moet worden, dan zal het moment ook kunnen komen om binnen de begroting wellicht te kijken naar mogelijkheden om meer geld te reserveren. Voorzitter. De PVV vraagt of ik per risico kan aangeven wat de huidige stand van zaken is. Ten opzichte van de risico's die ik heb gerapporteerd in de tweede basisrapportage … Daar staan die eigenlijk allemaal in. Ik heb begrepen, voorzitter, dat u enige spoed wenst, dus ik ga die maar niet allemaal weer langslopen, maar ik kan die basisrapportage natuurlijk wel voorlezen, als u dat wenst.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Het is aan u, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Dank u wel, voorzitter. Dat was ook het plan niet. Ten opzichte van de risico's die ik heb gerapporteerd in de tweede basisrapportage, hebben zich geen grote veranderingen voorgedaan. Wat dat betreft kan ik dus nog steeds veilig verwijzen naar die basisrapportage. In de eerstvolgende voortgangsrapportage zal ik natuurlijk nader ingaan op de ontwikkeling van de risico's en ze allemaal opnieuw langslopen. Die zal ik eind april aan uw Kamer toezenden. Voorzitter. Dan kan ik ingaan op risico 2, over de integratie van het ontwerp — daar heeft mevrouw Maeijer specifiek aandacht voor gevraagd — en op risico 9, het verkrijgen van de benodigde kernenergiewetvergunning. Die zijn in de tweede basisrapportage gemeld. Zowel het risico ten aanzien van de integratie van het ontwerp als het risico omtrent het op tijd verkrijgen van de kernenergiewetvergunning is gedaald binnen de ranking van de risico's. Deze risico's worden op dit moment dus kleiner. In de eerstvolgende voortgangsrapportage, in april, zal ik in detail ingaan op de precieze ontwikkeling van die risico's. Zijn er risicovolle ontwikkelingen naast de risico's die zijn gedeeld in de basisrapportage en die nog tot vertraging kunnen leiden? De basisrapportage bevat een zo volledig mogelijk overzicht van alle bekende risico's. Natuurlijk kunnen zich bij zo'n groot, complex, langdurig nucleair programma als PALLAS altijd nieuwe of onvoorziene omstandigheden voordoen, maar dat doet niet af aan de in mijn ogen toch wel volledigheid van die basisrapportage. Verwacht ik een verdere toename van de kosten en is er een oplossing voor de budgetspanning van 30 miljoen, vraagt de PVV. Op dit moment zijn er geen kostenstijgingen ten opzichte van baseline 9 bekend. Bij een groot, complex, langdurig programma zijn kostenstijgingen natuurlijk nooit uit te sluiten, maar ze zijn op dit moment gelukkig niet in beeld. Dat is knap werk van het management ter plekke. Een optie is dat NRG PALLAS zelf dekking vindt voor de 30 miljoen budgetspanning. Een andere oplossing is dat VWS die opvangt binnen haar begroting. Die budgetspanning van 30 miljoen is overigens relatief klein ten opzichte van de totale kosten van het programma. Dat kunt u als een positief of als een betrekkelijk negatief punt opvatten, maar dat even terzijde. Hoe zorg ik ervoor dat de sturing gewaarborgd blijft, wat is de rol van het ministerie van Financiën en kan die rol van Financiën steviger zijn? Die vraag is in zekere zin ook al gesteld door D66. Sinds het besluit van mijn ambtsvoorganger de heer Kuipers in 2022 heeft VWS een soort programmadirectie ingericht, een governanceplan opgesteld, de programmadirectie doorontwikkeld en verschillende onderzoeken en reviews laten uitvoeren door de Rekenkamer en de ADR. Die zijn eigenlijk allemaal positief. Ik heb er dus eigenlijk alle vertrouwen in dat dit bij VWS goed geborgd is. Er zijn ook een aantal inhoudelijke redenen waarom ervoor gekozen is om dit project geheel bij VWS onder te brengen. Voorzitter, ten slotte. Waar komt de ommezwaai in Brussel vandaan? Er zijn natuurlijk wel meer ommezwaaien in Brussel, maar in dit geval gaat het om die ten aanzien van het aanpassen van het wetsvoorstel omtrent de ontmanteling van de HFR. De vraag is of ik de ontmantelingskosten van de HFR kan dragen. Dat wil zeggen: kan mijn ministerie dat? Kan de minister iets vertellen over de planning van het wetsvoorstel? Waarom de tekst in het wetsvoorstel is veranderd ten opzichte van de huidige wetgeving is mij onbekend. De verantwoordelijkheid voor de ontmanteling van de HFR ligt bij het JRC. Dat betaalt ook de kosten voor de ontmanteling. Die kosten hoef ik als minister niet te dragen. Dat ga ik dus ook niet doen. Het wetsvoorstel is onderdeel van het MFK. Uw Kamer wordt uiteraard geïnformeerd over het verloop van de onderhandelingen over het MFK, in het bijzonder via de overleggen die voorafgaand aan de Raad Algemene Zaken, de Raad Economische en Financiële Zaken en de Europese Raad plaatsvinden, en middels technische briefings. Maar laat nog een keer gezegd zijn dat de ontmanteling niet de verantwoordelijkheid is van Nederland, maar van het JRC. Daarbij horen ook de kosten. Die staan dus niet bij ons op de agenda. Voorzitter, tot zover de beantwoording van de vragen, althans een poging daartoe.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Ik weet het niet, maar ik ben er eigenlijk ook niet nieuwsgierig naar en ik ben er ook niet naar op zoek, omdat het gewoon niet onze verantwoordelijkheid is en wij ons ook op geen enkele manier die verantwoordelijkheid in de schoenen willen laten schuiven. We zien dus ook geen aanleiding om dit te onderzoeken. Het is de verantwoordelijkheid van de JRC. Het blijft ook de verantwoordelijkheid van de JRC. In die zin hebben wij dus met die veranderingen van de wet en de redenen daartoe niks te maken. Dat verandert ook niks aan die verantwoordelijkheid. Ik denk dat Nederland daar heel duidelijk over moet zijn en blijven, want iedere ruimte die we geven, is ruimte die we beter niet kunnen geven.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Om te beginnen zijn er natuurlijk verschillende redenen waarom Nederland heeft besloten om dit prachtige project te aanvaarden en te voltooien. Er zijn vier redenen. Het financiële businessmodel is natuurlijk niet de enige. Ten tweede: als je dit doet, krijg je natuurlijk nooit de garantie dat de prijs ook kostendekkend zal zijn. Je krijgt niet de garantie van full cost recovery. We hebben natuurlijk nog op z'n minst tot 2033, dus het gaat nog even duren. Wat je dus wel kunt doen, is samen met andere landen vol inzetten op het bereiken van die full cost recovery. Daarom heb ik ook verteld dat wij die Raadsconclusies willen gebruiken om met België op te trekken om de full cost recovery in Europa breed geïmplementeerd te krijgen. Ik ga ervan uit dat andere producenten daar uiteindelijk ook belang bij hebben en dat je in die zin dus wel samen kunt optrekken. Maar eenvoudig is het niet. Ten eerste hebben we nog jaren de tijd om dit te realiseren. Ten tweede: ik zou me nog kunnen voorstellen dat zelfs als het niet helemaal zou lukken, uw Kamer als toezichthouder toch zegt dat het een zeer waardevol project blijft. Er zijn per dag tienduizenden patiënten met ernstige ziektebeelden die hiervan afhankelijk zijn. We hebben een groot economisch belang. Denk aan de kennis die we hiermee genereren voor vervolg. Dat levert in financiële zin ook veel op bij de bouw van andere reactoren straks; het spaart geld uit. Dat hebben we gisteren gezien in dat rapport. Als je dat, met de vier reactoren die je straks misschien gaan bouwen, ook nog meetelt, wordt die business direct anders. Ik ben het wel met de heer Vervuurt eens dat we natuurlijk alles op alles moeten zetten om full cost recovery te realiseren, en dat doen we dus ook.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Dat is zeker niet het uitgangspunt. Ik hoop dat ook duidelijk gemaakt te hebben in mijn beantwoording.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Dat is natuurlijk een terechte vraag van mevrouw Maeijer. Meer specifiek wordt geadviseerd om te kijken naar het uiteen halen van het aandeelhouderschap en het beleid. De aandeelhouder heeft dan natuurlijk vooral de financiële blik, terwijl de beleidsmaker toch meer de inhoudelijke blik heeft met al die verschillende belangen en stakeholders die we nu besproken hebben. Dat hebben we opgevolgd. We hebben dat dus gesplitst, namelijk tussen enerzijds de sg, het bureau van de sg en alles wat daaronder hangt, waar het aandeelhouderschap is ondergebracht, en anderzijds de directeur-generaal Curatieve Zorg, die verantwoordelijkheid heeft voor het beleid. Uiteraard ben ik als minister uiteindelijk voor alles verantwoordelijk. Maar in die zin hebben we dat dus ook opgevolgd en kijken we nu dus ook met andere ogen naar die twee belangen, omdat ze gescheiden zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Dank u wel, voorzitter! Dat heb ik nog nooit van een voorzitter teruggekregen.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Dat weet je maar nooit, hè.
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Ja, voorzitter. Hoe lang heb ik?
Bron, video en gesprek →Minister Bruijn: Ik heb aan het begin al gezegd dat ik het ongelofelijk eervol vond om dit samen met de Kamer te mogen doen, opkomen voor patiënten in Nederland en opkomen ook voor alle hardwerkende mensen in de zorg. Laten we die niet vergeten. Dat zijn toch de mensen die aan het bed staan en die bij nacht en ontij in de ambulance springen en ons weer komen redden, die zeven dagen per week dag en nacht klaarstaan in Nederland: de zorgverleners. Ze staan onder druk en het is onze verantwoordelijkheid gezamenlijk om ze te helpen, te steunen. Daarom hebben we ook dat AZWA, dat Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, recent getekend. We willen kijken hoe we de zorg toegankelijk en kwalitatief goed en ook vooral betaalbaar kunnen houden, kunnen voorkomen dat er een tweedeling ontstaat en kunnen voorkomen dat de solidariteit onder druk komt staan in ons prachtige verzekeringssysteem. We willen zorgen dat voor iedereen die zorg echt toegankelijk blijft en dat we niet zulke dure geneesmiddelen of zulke dure technische middelen maken dat ze niet het verzekerd pakket in kunnen, maar wel beschikbaar zijn, want dan praten we over een tweedeling en dat is het laatste dat we willen. Ik vind het ook heel mooi dat je als je naar de verkiezingsprogramma's van de partijen kijkt, ziet dat er geen enkele partij is die dat ter discussie stelt — dat is natuurlijk een prachtig iets — en dat in die zin de verschillen tussen de partijen eigenlijk klein zijn, dat we goed kunnen samenwerken op dit punt. Ik hoop dat dat in de toekomst zo blijft, want ik denk dat dat wel onder druk staat. En dan is goede samenwerking tussen de Kamer, ook de Eerste Kamer, en het kabinet van groot belang. Het was mij een grote eer om daar een bescheiden bijdrage aan te mogen leveren en ik zie ook uit naar wellicht verdere samenwerking in de toekomst op andere manieren.
Bron, video en gesprek →