Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) antwoord 1e termijn + rest
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Koen Becking
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Becking: Dank, voorzitter. Ja, ik zeg er iets over. Ik ben blij dat ik hier vandaag nog mag staan voor dit debat met uw Kamer. Ik heb een korte inleiding, dan vijf blokjes en dan volgen de amendementen. Allereerst ook mijn felicitaties voor de bevlogen maidenspeech van mevrouw Biekman van D66. In de afgelopen periode heb ik veel mooie dingen gezien in de sector. Ik ben op scholen geweest waarop veel leerlingen extra ondersteuning krijgen en waarop het dagelijks alle hens aan dek is om iedereen bij de les te houden. Maar ik ben ook op scholen geweest waarop veel leerlingen juist extra uitdaging krijgen of waar ze topsporttalent ruim baan geven. Ik bezocht scholen die proefdraaien met AI in de klas, waardoor de leraar zijn lessen beter kan afstemmen op de leerlingen. En ik bezocht scholen waarop ze te dealen hebben met geweld onder jongeren. Van Beverwijk tot Bergen op Zoom tot Arnhem: de variëteit aan scholen is enorm. De uitdagingen waarmee ze te maken hebben, zijn zeer divers. De scholen hebben allemaal gemeen dat er bevlogen mensen werken voor onze jongste generatie. Ik heb het over leraren, ondersteuners, schoolbestuurders en schoolleiders. Ik zag het plezier en de toewijding die ik van huis uit ken. Die mensen maken het onderwijs. Ik ben hun dankbaar voor de prettige samenwerking, net zoals ik dankbaar ben voor de samenwerking met al die partijen in en om het onderwijs. Ook wil ik via u, voorzitter, uw Kamer bedanken voor de weliswaar korte maar krachtige samenwerking van de afgelopen tijd. Met onderwijs maken we het mogelijk dat we in vrijheid en verbondenheid samen kunnen leven. Dat is zeker in deze roerige tijden van groot belang. Het onderwijs werkt uiteraard aan het ontwikkelen van talent, zoals ook in het rapport-Wennink wordt benoemd. Het is een grote eer geweest om daaraan te mogen bijdragen. We kunnen het ons niet veroorloven om daar slordig mee om te springen. De toekomst van ons land vormen we met goed opgeleide doeners en denkers. De kwaliteit van het onderwijs hangt af van al die betrokken mensen. Zij verdienen onze steun. Het gaat namelijk op heel veel plekken goed. We moeten het beleid dus zodanig inrichten dat we hen helpen. De heer Ergin van DENK vroeg mij naar een aantal successen van de afgelopen periode waar ik trots op ben. Ik ben blij dat we in de afgelopen periode de nieuwe kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs hebben kunnen opleveren. Die kerndoelen maken veel duidelijker wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Het is nu aan de scholen om hiermee verder aan de slag te gaan. We gaan ze daar uiteraard bij helpen. In het nieuwe curriculum hebben de basisvaardigheden een belangrijke plek. Er is hard gewerkt aan het verbeteren van taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Scholen geven nu aan daar al de eerste effecten van te merken. Ook goed doordachte digitalisering biedt grote kansen voor het onderwijs. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat leerlingen en leraren technologieën als AI goed leren begrijpen en in hun voordeel kunnen benutten. Digitalisering brengt risico's maar ook grote kansen met zich mee. Binnen het Nationaal Onderwijslab AI werken scholen en wetenschappers aan het verbeteren van onderwijskwaliteit met slimme technologie. Om te bouwen aan het onderwijs voor de toekomst is goed en voldoende onderwijspersoneel nodig. Daar werken we aan met de lerarenstrategie. Afgelopen jaar steeg de instroom voor de pabo, zagen we meer zijinstromers en is een dekkend netwerk van onderwijsregio's gerealiseerd, waardoor er in het hele land loketten zijn voor het werken in het onderwijs, en is de meerjarige campagne Werken met de Toekomst gestart. Oftewel, er gebeurt heel veel moois in het onderwijs waar ik trots op ben. Daar moeten en kunnen wij als politiek vooral aan bijdragen. Ik wens de Kamer en mijn opvolging daarbij veel wijsheid en vooral leergierigheid toe. Dan ga ik nu over op de beantwoording van de vragen, in aanvulling op de schriftelijke beantwoording. Dat doe ik dus in vijf blokjes. Het eerste blokje is het onderwijspersoneel. Daarna ga ik in op overhead en administratieve lasten, de inhoud van het onderwijs, kansen voor iedereen en veiligheid en welbevinden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Eerst het blokje onderwijspersoneel. Voor goed onderwijs is goed onderwijspersoneel essentieel. Het is belangrijk dat het onderwijspersoneel verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van hun vak. Autonomie en vertrouwen zijn hierbij natuurlijk ook cruciaal; dat deel ik met de heer Claassen. In reactie op de vraag van mevrouw Rooderkerk over de beroepsgroep zeg ik dat ik mij er zeker voor inzet om de vorming van de beroepsgroep te stimuleren. Dat biedt kansen voor de professionele ontwikkeling van leraren, en een stevige beroepsgroep is cruciaal voor een goed stelsel. Het is idealiter aan het veld zelf om tot een beroepsgroep te komen, maar we zien ook dat het lastig gaat. Wij zorgen daarom voor de goede randvoorwaarden. Ik vind het mooi dat daar ook in het nieuwe coalitieakkoord aandacht voor is. In reactie op de vraag van mevrouw Beckerman over het voorstel voor meer middelen voor zijinstroom kan ik aangeven dat deze maatregel een belangrijk onderdeel is van de aanpak van het lerarentekort. Ik heb uw Kamer vorige week geïnformeerd over mijn reactie op dit actieplan. Dan kom ik bij het blokje overhead en administratieve lasten.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik deel de zorgen van de leden Rooderkerk en Raijer over de administratieve lasten in het onderwijs. Leraren ervaren veel werkdruk, mede als gevolg van onnodige administratieve taken. Dat is tijd die leraren dus niet kunnen steken in het verbeteren van het onderwijs. In het verminderen van administratieve lasten heeft iedereen een rol. Voor mij ligt er een rol om scholen duidelijk te maken wat strikt noodzakelijk is en bij nieuw beleid kritisch te kijken naar de impact op de werkvloer. Mede naar aanleiding van de motie-Moorman bekijk ik samen met de inspectie wat er aanvullend op de recent opgeleverde leidraad Ruimte in regels nog nodig is. Niet alle administratie is per definitie slecht. Veel administratieve taken zijn een nuttig en belangrijk onderdeel van het werk van een leraar. Dan een reactie op de vraag van de heer Van Houwelingen over welk deel van de bekostiging naar salarissen naar onderwijspersoneel gaat. Ik kan aangeven dat ik het, net als u, belangrijk vind dat er meer inzicht komt in de hoeveelheid middelen die daadwerkelijk in de klas landen. Daarom heb ik u laten weten dat we werken aan normen voor overhead en onderwijspersoneel. Daar vallen salariskosten van docenten ook onder. Daarmee werken we aan transparantie voor zowel de school als de maatschappij als geheel. We willen dan ook voor alle schoolbesturen in kaart brengen hoeveel middelen naar het primaire proces gaan, niet slechts voor enkele maar voor alle. Om de cijfers hierover te kunnen geven moet er nog wel een aantal stappen worden gezet. Overigens, zeg ik erbij, is ons beeld niet dat uitgaven aan overhead in het funderend onderwijs veel hoger zijn dan in vergelijkbare sectoren. We zullen u voor de zomer informeren over de stand van zaken van dit traject. De inhoud van het onderwijs is mijn derde blokje.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dank u wel. Sinds 2023 delen wij deze resultaten jaarlijks in de monitor basisvaardigheden. De meest recente monitor is op 4 december 2025 met uw Kamer gedeeld en de volgende verschijnt eind dit jaar. Dan naar het techniekonderwijs. Techniek heeft nu al een belangrijke plek in het funderend onderwijs, zeg ik richting de heer Kisteman. Zo is er meer aandacht voor in de nieuwe kerndoelen en in de bovenbouw van de beroepsgerichte vakken in het voortgezet onderwijs. We geven techniek een modern en aantrekkelijk imago. Dit doen we mede met het structurele programma Sterk Techniekonderwijs, waarmee sinds 2018 100 miljoen per jaar geïnvesteerd wordt in techniek in het vmbo. Het NGF-programma Techkwadraat versterkt het techniekonderwijs in het primair onderwijs, en op havo en vwo. Hiervoor is geld beschikbaar tot 2023. Het is aan het nieuwe kabinet of en hoe dat structureel kan worden geborgd. Tot slot werken we de structurele verankering van de praktijkgerichte vakken op het vmbo en de havo verder uit. Met betrekking tot kansen voor iedereen zeg ik tegen mevrouw Moorman, via u voorzitter, dat onderwijs zo veel meer is dan een productiemiddel, voor je basis als mens en je ontwikkeling als burger. In reactie op de vraag van mevrouw Moorman en de heer Kisteman over het Onderwijsresultatenmodel van de inspectie, zeg ik dan ook: kinderen mogen geen systeemslachtoffer worden; we willen dat kinderen op hun eigen niveau presteren. De signalen over het Onderwijsresultatenmodel zijn bekend. De inspectie is juist ook vanwege die signalen bezig met een herziening van dat model op basis van input uit het veld en de wetenschap. Het is wel van belang dat de inspectie onderwijsresultaten mee blijft wegen bij de beoordeling van scholen. Dat past ook bij het gevoel urgentie van uw Kamer met betrekking tot het verbeteren van de resultaten. Conform de motie-Kwint en de motie-Soepboer zullen de onderwijsresultaten wel minder zwaar meewegen in het oordeel van de inspectie. In reactie op de vraag van mevrouw Van der Plas wil ik vervolgens benadrukken dat ik het praktijkonderwijs bijzonder waardevol en belangrijk vind. Onlangs zag ik dat ook tijdens een werkbezoek bij praktijkschool de Poort bij mij in de straat, hier in Den Haag. Hier zag ik hoe het onderwijs was toegesneden op de praktijkgerichte talenten van deze leerlingen. Op dit moment werken we aan verbeteringen van het praktijkonderwijs. Eerder deze maand is een regeling gepubliceerd die het samenwerken van alle scholen voor praktijkonderwijs met een vmbo-school voor een gezamenlijke onderbouwklas mogelijk maakt. Dat gaan we ook wettelijk vastleggen. We stimuleren hierbij ook het samenwerken tussen praktijkonderwijs en entreeopleidingen. Mevrouw de voorzitter, mijn laatste blokje is veiligheid en welbevinden. De leden Armut, Stoffer en Ceder hebben gewezen op het rapport van de Onderwijsraad over welzijn. De Onderwijsraad wijst terecht op de bijdrage die goed onderwijs intrinsiek kan leveren aan betekenis, bezieling en welbevinden van leerlingen. Ook kan de school hieraan als gemeenschap een belangrijke bijdrage leveren, bijvoorbeeld multidisciplinaire teams op school. Uw Kamer krijgt in het voorjaar een beleidsreactie op het advies van de Onderwijsraad. Naast welbevinden is veiligheid voor zowel leraren als leerlingen uiteraard een randvoorwaarde om tot leren te komen. Met de Wet vrij en veilig onderwijs zetten we daar ook op in, zeg ik tegen mevrouw Armut. Met het wetsvoorstel zorgen we dat scholen beter zicht hebben op de veiligheid op school, onder andere door het registreren van veiligheidsincidenten, zodat ze eerder en beter kunnen ingrijpen. Ook wordt het verplicht om een interne en externe vertrouwenspersoon te hebben, zodat personeel altijd weet bij wie het terecht kan in geval van onveiligheid. Het wetsvoorstel ligt in uw Kamer en ik hoop op een spoedige behandeling. Voorzitter, hiermee ben ik aan het einde van mijn eerste termijn gekomen. Ik ga over tot de appreciatie van de amendementen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dat zijn de verenigingen waarmee we samenwerken en die een belangrijke rol vervullen. Zij hebben daarbij ook een opgave. Maar dat is niet in beton gegoten. Dit is nu de bestaande route. Ik kan niks zeggen over een eventueel vervolg, maar dit is niet iets wat voor de eeuwigheid vastligt.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik ken de hele geschiedenis niet, maar ik vermoed dat die partijen een zeker gewicht hebben in de vertegenwoordiging die ze voorstaan. Zij zijn uiteindelijk gesubsidieerd, maar dat is een levend iets. Dat kan ook veranderen. Dit zijn nu de partijen waarmee we werken. Maar goed, dan ga ik mezelf herhalen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik denk dat het heel belangrijk is dat de kwaliteit van de dingen die goed gaan, wordt geborgd en dat er ook ruimte is voor nieuwe partijen. We zijn natuurlijk wat strenger geworden, omdat we ook signalen hebben gekregen dat het niet overal goed gaat en dat er niet overal sprake is van goed bestuur. Daarom hebben we de criteria aangescherpt. De kwaliteit en goede besteding van publiek geld staan voorop. Het gaat om substantieel geld. Dat is belangrijker geworden bij de toekenning. Dat doen we ook niet voor niks. Daar was aanleiding toe.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik heb heel eerlijk gezegd geen vraag gehoord. Anders ga ik mijn beantwoording, datgene wat ik net zei, herhalen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het zou mijn voorkeur hebben om dat inderdaad zo veel mogelijk te beperken. Ik denk wel dat dit uit nood geboren is, gegeven het tekort. Ik heb net in mijn spreektekst een aantal voorbeelden gegeven van hoe goed het gaat op het gebied van lerareninstroom bij de pabo's en op het gebied van zijinstroom. We hebben ook een campagne. Ik denk dat we op het ministerie en binnen het onderwijs echt alles op alles zetten om dit tot een minimum te beperken. Dat is hoe ik erover denk.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dat is het amendement op stuk nr. 71. Dat ontraad ik.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: LBVSO heeft een belangrijke rol in de vertegenwoordiging van de leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs, maar het amendement gaat ervan uit dat het allerlei doelgroepen vertegenwoordigt en zelfs daarbuiten. Daarvoor zijn er natuurlijk andere vertegenwoordigers, die ook subsidie ontvangen, zoals JOBmbo en LAKS. De verhoging die hier wordt voorgesteld, leidt dan ook tot een dubbele financiering en nog meer drukte in het onderwijsveld. Ik ben daar dus niet voor. Daar komt nog bij dat LBVSO afgelopen jaren ook moeite had om de verleende subsidie uit te putten. Het amendement op stuk nr. 73 moet ik ontraden. In het amendement wordt gevraagd om meevallers uit 2025 door te schuiven naar 2026. Het doorschuiven van meevallers is geen deugdelijke dekking, omdat deze meelopen via de eindejaarsmarge in de integrale voorjaarsbesluitvorming van 2026.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik heb volgens mij nu twee keer uit de doeken gedaan wat we allemaal doen om de zijinstroom te bevorderen, het aantal leraren te bevorderen et cetera, et cetera. Ik ontraad het omdat er gewoon geen deugdelijke dekking voor is. Dat kan gewoon niet. Ik kan daar dus nog heel veel woorden aan gaan wijden, maar dat wil ik eigenlijk niet doen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik begrijp wat mevrouw Beckerman zegt, maar ik denk niet dat ik nu in de positie ben om zelf met voorstellen te komen. Anderzijds zou ik ook zeggen: het is niet meer aan mij om dat te doen maar aan mijn opvolger.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik ben het daar helemaal mee eens, maar als er geen deugdelijke dekking is, dan is er geen deugdelijke dekking. Of ik hier nou in de laatste week sta of niet, dat zou in een missionaire fase ook het geval zijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Voorzitter. Ik kom bij het amendement op stuk nr. 77. Het amendement gaat in de toelichting uit van een aanvulling van het subsidiebedrag in 2026 en daaropvolgend een structurele voortzetting en verhoging van de subsidie voor het Nationaal Onderwijsmuseum. De dekking ziet echter alleen op de aanvullende middelen voor 2026. De subsidie wordt per 2027 beëindigd. In dit amendement ontbreken de middelen voor de jaren na 2026, ruim €900.000 per jaar. Het eerdere besluit om de subsidie aan het Onderwijsmuseum te beëindigen, berust onder meer op de financieel kwetsbare situatie waarin het museum zich bevindt, zoals ik ook in mijn brief uiteen heb gezet. Daarom ontraad ik dit amendement.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het amendement op stuk nr. 78: ontraden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het doorschuiven van meevallers uit de Najaarsnota is geen deugdelijke dekking, omdat deze meelopen via de eindejaarsmarge in de integrale voorjaarsbesluitvorming. Het is aan een volgend kabinet om deze bezuiniging al dan niet te handhaven.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dat betwist ik niet, maar op deze manier kan het niet. In 2028 wordt het wel geregeld. Voor 2026 zou dat niet meer geregeld kunnen worden, zeg ik via u, voorzitter. Voor 2027 is het eigenlijk niet uitvoerbaar om dat nu nog te gaan doen. Ik denk dus dat we eigenlijk de goede weg op werken, maar het kan niet nu op deze termijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ja, het amendement op stuk nr. 78.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Excuus. Ja, dat klopt. Ik haal ze door elkaar.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Maar dan gaan we toch regels betwisten die je volgens mij niet kan betwisten. Daar kan ik dus welwillend over zijn, maar volgens mij is die ruimte er niet.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ja, wellicht kan ik daar in tweede termijn nog iets extra's over zeggen; dan doe ik dat graag.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Mag ik op beide punten ook in tweede termijn terugkomen?
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dan doe ik dat graag.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dat begrijp ik. Ja, daar kom ik op terug.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Het amendement op stuk nr. 79: ontraden. Het is een sympathiek idee, maar een reiskostenvergoeding voor het praktijkonderwijs betekent … Er zijn meer groepen leerlingen die stage lopen voor hun opleiding, bijvoorbeeld leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs of het vmbo. Daarmee is er geen goede inhoudelijke reden om dit alleen voor leerlingen in het praktijkonderwijs te doen. Daarbij ontvangen ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs tot 18 jaar een kinderbijslag en is het onderwijs gratis. Dat geldt niet voor ouders waarvan de kinderen stage lopen in het vervolgonderwijs. Het amendement op stuk nr. 79 wordt dus ontraden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dan komen we bij het amendement op stuk nr. 86 van Moorman en Patijn. Dat wordt ontraden. Ik ondersteun wel het idee om de bedragen binnen de nieuwkomersregeling in het basisonderwijs eerder dan in 2028 deels gelijk te trekken; ik zei hier zojuist al iets over. Maar de aanpassing van die bedragen is gekoppeld aan een systeemwijziging om de bekostiging voortaan ambtshalve aan scholen toe te kennen in plaats van op aanvraag. Deze wijziging vraagt een zorgvuldig proces. De benodigde systeemwijziging is voorzien in 2028. Versnellen is uitvoeringstechnisch niet mogelijk. Daarom ontraad ik dit amendement.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik zal nog even nader moeten navragen waarom dit uitvoeringstechnisch dan zo ingewikkeld is. De overbrugging waar we het over hebben, begrijp ik helemaal, maar ik kom hier graag op terug in de tweede termijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de appreciatie van het amendement op stuk nr. 88, dat zojuist is ingediend door de heer Ergin. Ik ontraad het. Dan had ik nog twee vragen over …
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Er staan nog twee vragen open, een van mevrouw Moorman en een van mevrouw Beckerman. Eerst de vraag over de GOAB-middelen. Geld uit 2025 loopt in 2025 naar de algemene middelen. Daar kan ik in 2026 niks mee, want dat geld is weg. Ik kan de wensen wel meegeven aan mijn opvolger. Dat zal ik ook doen, met een positieve connotatie. Of de Kamer moet een deugdelijke dekking vinden in deze begroting. Dan de vraag waarom DUO de nieuwkomersregeling niet eerder kan aanpassen dan in 2028. Dat kan in de technische systemen gewoon niet eerder. Het is niet uitvoerbaar. Ik denk dat we ook de zorgvuldigheid daarbij moeten bewaken. Dit komt ook omdat er gekoppeld moet worden met de gemeentelijke basisadministratie. Doe je dit niet, dan krijgen scholen een verkeerd of zelfs geen bedrag. DUO heeft op datzelfde moment ook een grote update van het bekostigingssysteem in de planning. Dat kan eenvoudigweg niet allemaal tegelijk. Dan kom ik bij de appreciatie van de moties. De motie op stuk nr. 89: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Volgens mij ben ik er duidelijk over geweest dat het gewoon technisch niet kan. Het is een te grote operatie, het vraagt te veel van DUO, het leidt waarschijnlijk tot meer problemen dan we proberen op te lossen. Ik hoor van alle kanten dat het gewoon niet uitvoerbaar is.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik hoorde geen vraag.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 90 van de heer Kisteman: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 93 van mevrouw Moorman: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik kon zelf niet beredeneren waarom deze organisaties deze subsidies krijgen. Het kan, denk ik, helemaal geen kwaad om dat dus gewoon een keer goed uit te zoeken en met elkaar te delen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Sorry, maar dat was de motie op stuk nr. 90.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 93 had ik oordeel Kamer gegeven. De motie op stuk nr. 94: ontraden. Ik ontraad deze motie vanwege het dwingende karakter. "Alles uitsluitend intern organiseren" is gewoon te strak geformuleerd. De vraag is of dat juridisch kan. Het is ook niet haalbaar op korte termijn. Ik steun wel de achterliggende doelstelling die mevrouw Moorman formuleerde, namelijk dat we het onderwijs zo veel mogelijk flexibel intern organiseren. We vinden het ook onwenselijk dat er onnodig veel wordt ingehuurd. Maar zoals het nu geformuleerd is, is het te stellig. Daarom ontraad ik de motie.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 95: ontijdig. Deze motie gaat over de staatscommissie. Dat is een ambitie in het coalitieakkoord van het komende kabinet. Ik zal uw vraag overbrengen aan mijn opvolger, maar ik kan daar zelf niet over besluiten. De motie krijgt dus het oordeel: ontijdig.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik heb hier in de eerste termijn ook al iets over gezegd. In het coalitieakkoord is afgesproken dat er een staatscommissie komt. Mevrouw Moorman vraagt om de opdracht van de staatscommissie aan te scherpen op bepaalde inhoud. De appreciatie is "ontijdig", want dat is gewoon nog helemaal niet aan de orde.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 103: ontraden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 104: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 105: ontraden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 113: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik zal de wens van uw Kamer zeker meenemen in de overdracht. Er is gewerkt aan de opzet van de conceptregeling 2026. Er wordt beoogd om daarin meer nadruk te leggen op kwaliteit, maar het gaat mij nu te ver om de finale weging te maken over de invulling van die regeling en om delen van het budget daarvoor vast te leggen. Dat is de reden, maar ik zal het overbrengen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Daar had ik al antwoord op gegeven. Het feit dat die drempel wordt verhoogd doordat de kwaliteitseisen worden verhoogd, heeft goede redenen. Ik heb eerder betoogd waarom dat zo is. In de motie gaat het juist over de nadere invulling van de regeling, het vastleggen van het budget et cetera. Ik denk dat het oordeel om die reden ontraden blijft.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 115: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 116 krijgt: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 117, ook van de SGP: ontijdig. Die gaat over het intrekken van het wetsvoorstel Strategisch personeelsbeleid. In december 2025 heb ik het advies van de Raad van State ontvangen bij dit wetsvoorstel. Dat wordt bestudeerd. Het is aan mijn opvolger om daar een definitieve afweging in te maken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 118 van de heer Ceder: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: De motie op stuk nr. 121 van mevrouw Beckerman: ontijdig.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik vind het een goed idee. Ik ben er al mee bezig. We zijn met de partijen, VNG, LBVSO, Ouders & Onderwijs en de Sectorraad GO, bezig met een actieagenda leerlingenvervoer. Ik heb me daar zelf al eerder voor ingespannen. Met de gemeenten wordt daaraan gewerkt, dus de motie is in die zin ontijdig. Ik informeer de Kamer graag later dit jaar over de voortgang van die werkagenda.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Ik wilde iets zeggen over … Wat was uw laatste zin? "Als we toevoegen …" Wat was het? Pardon.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dat kan ik best toezeggen. Het is geen probleem om een aantal opties toe te voegen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Dan geef ik 'm oordeel Kamer, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Becking: Daarmee ben ik aan het einde gekomen, dacht ik.
Bron, video en gesprek →