de ontstane politieke situatie
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
49b617db-cf37-4a99-91b9-210b4394fd81
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Schoof: Meneer de voorzitter. De aanleiding voor dit debat is op zijn zachtst gezegd niet goed, om de woorden die ik vrijdag gebruikte maar even te vermijden. Het vertrek van het NSC-smaldeel uit het kabinet is een ronduit pijnlijke gebeurtenis voor iedereen die erbij betrokken is. Zo voel ik dat ook persoonlijk. Het is meer dan jammer dat het zover is gekomen. Het is ook slecht nieuws voor Nederland en voor het aanzien van de politiek. Ik trek me dat aan. Wij trekken ons dat aan. Er zijn na vrijdag geen winnaars. Dat zeg ik met de grootst mogelijke spijt. We hebben vrijdag en marge van de ministerraad lange gesprekken gevoerd over een zeer belangrijk onderwerp: de humanitaire catastrofe in Gaza. Ook die raakt in Nederland heel veel mensen diep in het hart, het kabinet niet uitgezonderd. Zoals ik vrijdag al zei, waren we onderweg naar een oplossing, althans, dat dachten we. Dat heeft dus niet zo mogen zijn. Voor ik inga op de door de Kamer gestelde vragen zou ik graag een aantal dingen willen zeggen. Wij zijn ons er als kabinet zeer van bewust dat de ruimte om de komende maanden nog resultaten te boeken ons in deze omstandigheden gegund zal moeten worden door de Kamer. De heer Jetten verwees hiernaar in zijn bijdrage. We zullen voor de rest van de periode dus per onderwerp en per debat moeten kijken of er meerderheden te vinden zijn. Dat was voor vrijdag jongstleden al zo, maar de parlementaire basis waarop we als kabinet staan, is met het vertrek van de NSC-collega's nog smaller geworden. Dat is een gegeven waarmee ik, waarmee wij, realistisch om moeten gaan. Dat willen we ook doen. In die zin past het kabinet terughoudendheid en is het een luisterende partij, ook in dit debat. Dat zijn we wel in de hoop dat we de komende maanden in nauw overleg nog een aantal goede dingen kunnen doen, want de grote problemen waar ons land voor staat en de dagelijkse zorgen van mensen zijn niet demissionair. De toeslagenouders en de Groningers mogen niet de dupe worden van partijpolitiek gedoe. De begroting voor 2026 moet op Prinsjesdag worden ingediend. Het zou onverantwoord zijn om op een belangrijk onderwerp als migratie en asiel een periode van stilstand in te gaan. De oorlog in Oekraïne wacht ook niet op ons. Concreet: voor zover het aan het kabinet is, zullen wij ten aanzien van asiel en migratie de twee voorstellen over asiel verder brengen. Dat zeg ik ook tegen de heer Wilders. Datzelfde geldt voor noodzakelijke maatregelen op het terrein van stikstof en wonen. Die verantwoordelijkheid, om samen met de Kamer te doen wat noodzakelijk is, voelt het kabinet heel sterk. Vandaar dat in overleg met de beide vicepremiers en de fractievoorzitters van BBB en VVD wordt gezocht naar de beste manier en de beste mensen om als kabinet weer op sterkte te komen. U hebt dat kunnen lezen in de brief die u voorafgaand aan dit debat heeft ontvangen. Wij denken dat dit de snelste en meest praktische manier is om rust te brengen in het proces en in het werk. Als ik goed geluisterd heb, is een groot deel van de Kamer dat met ons eens. Ik hoop oprecht dat het ons, Kamer en kabinet, de komende tijd gegeven is om elkaar te vinden en de hand te reiken om zo, op weg naar de verkiezingen en de formatie, nog zo veel mogelijk goeds te bereiken voor Nederland. Met die intentie gaan we als kabinet deze nieuwe fase in. Dat doen we, nogmaals, in het besef dat de belangrijkste gesprekken hier, in dit huis, gevoerd moeten worden. Meneer de voorzitter. Ik zou graag een aantal dingen willen zeggen over de portefeuilleverdeling, over de verhouding tussen kabinet en Kamer en onvermijdelijk — dat is tenslotte mede de aanleiding geweest voor het vertrek van de NSC-collega's — over de situatie in het Midden-Oosten. Met betrekking tot de portefeuilleverdeling kan ik u melden dat de VVD de ministersposten van Buitenlandse Zaken, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal invullen. De BBB zal de ministers leveren voor de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. U begrijpt dat de namen volgen op een later moment, want dat vergt zorgvuldigheid in het proces. Ze worden bekendgemaakt zodra dat kan. Dit geldt overigens eveneens voor de verdeling en de invulling van de staatssecretariaten. Voorzitter. Ik heb goed geluisterd vandaag.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik kan de heer Bontenbal in ieder geval geruststellen dat hier geen ruzie over wordt gemaakt. Op dit moment is de conclusie van ons en van beide ministers die het aangaat, namelijk mevrouw Keijzer en de heer Van Weel, dat zij dit gezamenlijk zullen doen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Zoals ik al zei, hebben we hier geen ruzie over gemaakt. Beide ministers zijn tot de conclusie gekomen dat zij samen dat deel wat in de portefeuille van de minister van SZW terechtgekomen is, in goede samenwerking voor hun rekening nemen. Zij worden overigens ondersteund door dezelfde ambtenaren, want de ondersteuning blijft op deze manier functioneren. Voorzitter. Zoals ik al zei, heb ik goed geluisterd vandaag naar dit debat over de ontstane politieke situatie. Ik zal proberen enkele rode draden te onderscheiden. Ten eerste. Ten aanzien van de samenstelling van het kabinet hebben we kennisgenomen van de mogelijkheden van een tussenformatie, zoals dat vandaag aan de orde is gekomen, onder anderen door de heer Jetten. Onderliggend zie ik dat het kabinet en de Kamer een belangrijke zorg delen, namelijk de vraag hoe we het landsbestuur draaiend houden in de komende demissionaire periode, ten tijde van campagnes en vervolgens in de formatieperiode. Die noodzaak wordt breed gevoeld, ook in de samenleving, denk ik. Daarop zou wil het volgende willen zeggen. Laten we elkaar de komende periode vooral niet uit het oog verliezen. Het kabinet is zich bewust van de relatief smalle basis. Ik sprak daar in het begin al over. Het is echter bereid om vanuit deze basis elke keer te zoeken naar brede steun. Het debat van vandaag heeft mij gesteund in de richting van de brief, zoals ik die gisteren heb verstuurd, ten aanzien van het aanvullen van het kabinet. Wat betreft het kabinet is een verkenner of een tussenformatie niet nodig, maar uiteindelijk gaat uw Kamer daar zelf over. Ten tweede. Ten aanzien van de programmatie, de richting en wat het kabinet de komende periode gaat doen. Op basis van het debat ligt een bredere politieke afspraak op de inhoud in deze fase van het kabinet niet voor de hand. Daarom zie ik voor het kabinet de volgende weg voorwaarts. Het kabinet zal zijn eigen verantwoordelijkheid nemen om dat te doen wat in het belang is van het Koninkrijk. Dat weet u. Hier heb ik eerder al iets over gezegd. De begroting van 2026 zal worden opgesteld en ingediend. Met betrekking tot de zorgen van gewone Nederlanders ten aanzien van migratie, wonen, stikstof en ook internationaal zal het kabinet gewoon moeten blijven optreden. Ik ga er daarbij overigens vanuit dat we in de ministerraad van aanstaande vrijdag de begroting kunnen afronden en naar de Raad van State kunnen sturen, zodat in dat opzicht niets de APB in de weg staat. De Kamer bepaalt daarbij de speelruimte van het demissionaire kabinet. Alle instrumenten van de Kamer zijn daarbij relevant: debatten, moties, Kamervragen et cetera. Het kabinet zal zich daar meer dan ooit goede rekenschap van geven. Daarbij heeft het kabinet de oproep om enige terughoudendheid te betrachten goed gehoord. Het kabinet zal die terughoudendheid dan ook in acht nemen. Er past ook bescheidenheid van de kant van het kabinet. Tegelijkertijd zal het kabinet blijven handelen als de Tweede Kamer hiertoe oproept en de ruimte geeft. Daarnaast zal het kabinet altijd rekening moeten houden met de feitelijke ontwikkelingen die hun invloed hebben op de bestuurlijke realiteit in Nederland. De komende periode zal het kabinet langs deze lijnen verder werken en spreken. Het eerste moment dat ikzelf daarvoor heb gemarkeerd, zijn vanzelfsprekend de Algemene Politieke Beschouwingen. Dan is gevraagd hoe ik verwacht dat het kabinet steun krijgt voor een begroting die beleidsarm is. De begroting, ik zei het net al, wordt op korte termijn afgerond, voor wat betreft het kabinet aanstaande vrijdag. Het kabinet handelt hierbij vanuit de demissionaire status. Dat was al zo en dat blijft zo. Het kabinet ziet uit naar de debatten over de begroting met uw Kamer, waarbij we goed zullen luisteren naar de inbreng vanuit uw Kamer, in de wetenschap dat de behandeling van de individuele begrotingen van de departementen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden met het parlement in nieuwe samenstelling, na de verkiezingen. De heer Eerdmans vroeg of het proces rond de verkiezingen niet korter kan. Ik begrijp de vraag van de heer Eerdmans, want de periode tussen de val van het kabinet en de verkiezingen is eigenlijk al erg lang. Tegelijkertijd: die datum komt voort uit zowel wettelijke eisen als procedures. Ik ben bereid, natuurlijk in overleg met de minister van BZK, om nog eens te kijken naar de duur van het hele proces van de organisatie van de verkiezingen, dat ook in vergelijking met de ons omringende landen lang is. Ik zal daartoe ook in overleg treden met de Kiesraad. Voorzitter. Dan zijn er een aantal vragen gesteld die teruggaan naar de gang van zaken van afgelopen vrijdag en de rol die ik daar zelf in heb gespeeld. Waarom de heer Veldkamp zijn vertrek aankondigde, kan ik niet voor hem beantwoorden, te meer omdat ik er vertrouwen in had dat we de inhoudelijke discussies afgelopen vrijdag zouden beslechten. Daar was alles op gericht. Daar ben ik ook de hele dag in de ministerraad in verschillende combinaties mee bezig geweest. Tijdens die gesprekken vernamen we op enig moment dat de heer Veldkamp zijn vertrek bekendmaakte via de media. Ik kan niet voor hem spreken waarom dit zo is gegaan, maar het moge duidelijk zijn dat ik dat betreur. Na zijn vertrek is het overleg met de aanwezige bewindspersonen geschorst, want ik heb toen de ministerraad weer bij elkaar geroepen. Toen is het smaldeel van NSC bij elkaar gekomen. Ik wil in reactie op de directe vraag hierover kenbaar maken dat ik toen de NSC-bewindspersonen indringend heb verzocht om tijd te nemen voor hun voorgenomen besluit en dat besluit niet op dat moment te nemen, pakweg een uur nadat de heer Veldkamp vertrok, maar daar in het weekend nog eens goed met elkaar over na te denken. Ik heb daarbij gewezen op de onvoorstelbaar complexe situatie waarin we met elkaar, ook nog in een demissionaire situatie, terecht zouden komen. Dat heb ik overigens gezegd aansluitend op het vele contact dat ik zowel donderdag als vrijdag apart met de heer Veldkamp heb gehad. Ik heb echter moeten constateren dat de keuze van de NSC-fractie definitief was en er geen enkele ruimte was voor heroverweging. Voorzitter. Dan ben ik al door een heel groot gedeelte van de onderwerpen heen. Ik wil graag nog een aantal dingen zeggen die te maken hebben met de uiteindelijke aanleiding voor het vertrek van de heer Veldkamp, namelijk de situatie in het Midden-Oosten.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik kan over specifieke wetten op dit moment echt geen antwoord geven. Maar het spreekt voor zich dat ook de minister van Justitie en Veiligheid diezelfde terughoudendheid betracht en in overleg met de Kamer zal bekijken welke stappen hij de komende periode zal zetten.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik snap de vraag van mevrouw Bikker heel erg goed. Al mijn inzet was er donderdag en vrijdag op gericht om ... Overigens heb ik toen heel lang niet geopereerd vanuit de gedachte dat het zelfs maar tot de mogelijkheid behoorde dat de NSC-fractie zou opstappen, zeg ik u heel eerlijk. Je weet natuurlijk dat je altijd risico loopt als een minister, in dit geval de minister van Buitenlandse Zaken, bepaalde opvattingen heeft die ingewikkeld liggen in de ministerraad. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar al mijn pogingen waren er donderdag en vrijdag op gericht om er inhoudelijk uit te komen. Ik heb ook altijd de indruk gehad dat we er inhoudelijk uit zouden kunnen komen. Toen ik na het vertrek van de heer Veldkamp met het NSC-smaldeel sprak, voelde ik in ieder geval geen enkele ruimte, zelfs niet om even de tijd te nemen om erover na te denken. Dat heb ik zeer betreurd. We weten allemaal dat het in hectiek altijd de kunst is om enige rust te bewaren. Ook na de gesprekken die ik op zaterdag, zondag, maandag en dinsdag met vele betrokkenen en ook met velen van u uit de Kamer, althans met de fractievoorzitters, heb gevoerd, is het mijn conclusie dat de lijn zoals ik die gisteravond aan uw Kamer heb laten weten de enige en de snelste manier is om als kabinet, in alle terughoudendheid en bescheidenheid, te zorgen dat we nog een paar dingen voor elkaar kunnen krijgen. Tenzij ik hele andere signalen krijg, is het wat mij betreft de investering van de tijd niet waard. Eigenlijk geldt hiervoor dus hetzelfde antwoord als voor het verzoek van de heer Jetten.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik probeer me praktisch voor te stellen wat dit zou betekenen. Op dit moment zijn we bezig met het invullen van de posten. Ik denk dat we de mensen een overtuigend verhaal zullen moeten brengen om er voor de komende periode in te stappen. Je weet namelijk maar één ding zeker: de periode van dit demissionaire kabinet is eindig. Daarbij hebben alle partijen de wens uitgesproken het zo kort mogelijk te houden als ze de gelegenheid krijgen om die formatie met elkaar uit te voeren. Ik zeg daar dan wel bij dat we, na de verkiezingen en naast de formele formatie die op dat moment begint, ook nog een traject met elkaar door moeten waarin ook de positie van die mensen eigenlijk ter discussie komt. Ik denk dat het mij daarom de komende periode niet gaat lukken om mensen te vinden van zou ik bijna zeggen welke partij dan ook om daarin te stappen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Een deel van het proces bepaalt u echt zelf, hè. Dat geldt eigenlijk ook nu, maar ik denk dat het goed zou zijn dat … Ik heb aangegeven dat er een aantal onderwerpen zijn waarvan wij vinden dat we als kabinet echt moeten handelen. We kijken in de periode na de verkiezingen op welke onderwerpen wij elkaar min of meer zouden kunnen vinden. Daardoor is dan de speelruimte van het kabinet in die zin wel helder, want dan hebben we te maken met een nieuwe Kamer, een Kamer in een weer andere samenstelling. Vanzelfsprekend is het op dit moment onbekend hoe dat uitpakt voor de twee smaldelen, de fracties, die op dit moment het kabinet steunen. Ik denk dat het inhoudelijk interessant zou kunnen zijn om daarover met elkaar te spreken, maar in de personele sfeer zou ik dat … Ik snap alle beweegredenen. Ik zei dan ook al dat we allemaal op zoek zijn naar een manier om met elkaar in deze unieke situatie iets van stabiliteit en rust terug te krijgen. Maar dat moeten we niet bij de invulling door mensen gaan doen, want dan kom ik er echt niet meer uit.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Mijn eigen rol is wat die het afgelopen jaar en de afgelopen maanden is geweest, namelijk mij vol inzetten om ervoor te zorgen, één, dat er eenheid van kabinetsbeleid is, twee, dat er verbinding is in het kabinet en, drie, dat we op het hoofdlijnenakkoord met het regeerprogramma, de inhoud, een gemeenschappelijke agenda hadden. We moeten er immers voor zorgen dat we die voor elkaar krijgen. Ik heb mij permanent ingezet om er, zowel in de relatie met de Kamer als in het kabinet, voor te zorgen dat we die gemeenschappelijkheid goed met elkaar definiëren en daar ook elke keer inhoudelijke discussies over voeren. Dat was niet altijd even gemakkelijk. Maar als ik terug moet kijken, dan zijn uiteindelijk dus wel twee van de vier fracties opgestapt. Je kan dan natuurlijk niet zeggen dat het in dat opzicht geslaagd is. En ik zei ook al dat ik mij dat aantrek. Maar als ik naar mijn eigen rol kijk, in het bijzonder mijn rol in de afgelopen dagen, dan zie ik dat ik mij permanent heb ingezet voor zowel minister Veldkamp als voor het NSC-smaldeel en voor de betrokken collega's in het kabinet. Ik deed dat zowel om ervoor te zorgen dat we een oplossing konden vinden voor de vraag waarvoor we stonden, namelijk de wens van minister Veldkamp om in ieder geval meer te doen dan we op dat moment deden als aanvulling op datgene wat we al doen, als voor de politieke setting in het kabinet. Daar heb ik mij aan alle kanten voor ingezet. Ik zei al: je bent je altijd bewust van de risico's. U weet uit welke wereld ik kom. Daar had ik te maken met vele crisisomstandigheden en dan luidt altijd het adagium: think the unthinkable. Maar ik moet zeggen dat deze gebeurtenis dat adagium zo ongeveer oversteeg. Was het donderdag en vrijdag makkelijk? Nee, natuurlijk niet. Maar ik merkte de absolute bereidheid om er echt met elkaar uit te komen, zowel bij het NSC-smaldeel als bij minister Veldkamp; overigens ook bij de andere collega's, maar ik noem hen even specifiek. Dat is wat ik steeds heb gedaan. Ik heb iedereen ook steeds bij elkaar geroepen om ervoor te zorgen dat we dat proces … Om even een klein inhoudelijk blikje te geven in dit geheel: er is zelfs geklaagd over mijn regie. Maar ik vond het noodzakelijk om dat te doen, omdat het echt over een serieus onderwerp ging. Bovendien was het een politiek kwetsbaar onderwerp.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Het is niet zo dat we de afgelopen periode die samenwerking met de Kamer niet hebben gezocht. Ik denk dat daar meerdere voorbeelden van zijn, maar eentje die mij onmiddellijk te binnen schiet en ook nauw aan het hart lag, is de discussie die we hier in de Kamer hebben gevoerd over de NAVO-norm. Die is hier overigens in een vrij brede samenstelling van de Kamer uiteindelijk tot een inzet gekomen die we in de NAVO-top hebben kunnen doen. Dat is een voorbeeld van iets belangrijks en wezenlijks voor Nederland waarin het kabinet zich vol heeft ingezet om dat niet te beperken tot de partijen die we op dat moment hadden, ook niet in deze Kamer. Die inzet zal het kabinet, zeker in de huidige samenstelling … Want we zijn ons natuurlijk daarvan bewust. Daarom gebruik ik woorden als "terughoudendheid" en ook de woorden van bescheidenheid die u gebruikt en ook gevraagd heeft. Tegelijkertijd moeten er ook gewoon dingen gebeuren. Daarbij zullen we elke keer per onderwerp kijken wat we voor elkaar kunnen betekenen. We zullen proberen dat op een manier te doen waarop uiteindelijk hier zo groot mogelijke meerderheden ontstaan en de Nederlander denkt: ondertussen gebeurt er nog iets.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Volgens mij heb ik in mijn bijdrage heel nadrukkelijk laten doorschemeren op welke manier het kabinet dit de komende periode wil gaan doen. Ik heb ook een aantal onderwerpen genoemd waarvan het belangrijk is dat dit kabinet — samen met de Kamer, waar ik elke keer naar verwezen heb — uiteindelijk stappen daarop kan zetten. Ik heb wonen genoemd, ik heb stikstof genoemd, ik heb asiel en migratie genoemd, waarvan overigens in deze Kamer twee wetten zijn geaccepteerd, die nu in de Eerste Kamer liggen, en ik heb de internationale situatie genoemd, waarin handelen van Nederland noodzakelijk is. Dat zijn onderwerpen die Nederlanders na aan het hart liggen, en dat is waar dit kabinet, met de nadrukkelijke handuitreiking ook naar de Kamer, op wil acteren. Maar dit moet wel gebeuren in de bescheidenheid en terughoudendheid die het kabinet nu past. Het past nu niet om op de trompet te blazen en te zeggen: dit gaan we nog even doen. Door ook daarover in deze termen te spreken, toon ik in mijn beleving daarmee ook enige reflectie over de afgelopen periode. Het vooruitkijken nu vereist enige rust en kalmte bij ons allemaal, om te kijken welke stappen we kunnen zetten op een paar belangrijke onderwerpen. Maar op een aantal onderwerpen zal dat niet lukken, omdat daar verschillende politieke inzichten over zijn. Er is hier net ook gevraagd of er niet een té politiek profiel zou worden gezocht door het kabinet, maar dat zou genadeloos worden afgestraft. Het antwoord zit volgens mij ook in de woorden van "terughoudendheid" en "bescheidenheid". Dat is wat we hier vandaag proberen uit te stralen en de manier waarop we nu verder willen gaan na het, door mij zeer te betreuren, vertrek van alle NSC-bewindslieden.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Mijn eerste antwoord zou zijn dat gesprekken tussen leden van het kabinet wat mij betreft geen onderdeel vormen van welke beraadslaging in de Kamer dan ook. In die zin vind ik dit eigenlijk een vraag die zich op de orde van het kabinet richt en op de manier waarop er in het kabinet tussen de mp en de vice-mp over onderwerpen wordt gesproken. Zoals ik al zei, heb ik zowel donderdag als vrijdag intensief contact gehad met alle vice-mp's en met de heer Veldkamp, groepsgewijs en alleen. Natuurlijk zie je de risico's. Die zijn er namelijk altijd. Ik ben niet van gisteren. Natuurlijk zie je de risico's. Maar ik had in dit proces de indruk dat iedereen, inclusief de NSC-ministers, erop gericht was om er met elkaar uit te komen. Ik voerde die gesprekken dus ook niet in de veronderstelling dat het vrijdagavond op deze manier zou aflopen. Dat heb ik net ook geprobeerd uit te leggen aan de heer Dassen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Voorzitter, ik teken echt bezwaar aan tegen de opmerking van mevrouw Van Vroonhoven. Want zij interpreteert nu gesprekken waar zij niet bij was. Ik heb gesprekken gevoerd met alle vicepremiers. Daarin zijn ook de risico's besproken. Ik ga natuurlijk niet over de orde van de vergadering, dus misschien ga ik nu helemaal buiten mijn boekje. Maar daarom maakte ik even deze opmerking.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Nee, dat mediabericht klopte niet. Ik heb met alle fractievoorzitters, op twee na, gesprekken gevoerd tussen zondag en gister. De twee andere fractievoorzitters hebben wel een gespreksverzoek van mij ontvangen. Eén fractievoorzitter heeft daarop gezegd daar geen behoefte aan te hebben. Van de ander heb ik niets teruggehoord.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Nee, ik heb gesprekken gevoerd van zondag tot en met dinsdag. Dat gold voor alle fracties. Ik heb op zaterdag overigens nog diverse contacten gehad met de vertrokken bewindspersonen van het NSC-smaldeel.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ja, volgens mij wel! Haha! Maar anders hoor ik dat misschien vandaag wel.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Het hoofdlijnenakkoord is gesloten door vier partijen; we zijn nu nog met twee partijen. Dat betekent dat het wel een richtlijn zal zijn, maar we zullen ongetwijfeld met de twee partijen, en in het bijzonder de twee vicepremiers in het kabinet, kijken op welke onderdelen wij daarmee verdergaan.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Twee van die vier partijen zijn nog steeds de dragende fracties van dit kabinet. Ik zei al dat het hoofdlijnenakkoord de richtlijn blijft, maar we per onderwerp bekijken hoe we daarmee verdergaan. De stikstofdiscussie vindt op dit moment vol plaats in het kabinet. We praten er binnenkort ook over met diverse organisaties. We hopen uw Kamer binnenkort weer van nadere informatie te kunnen voorzien. Dan kunnen we daar met de Kamer het debat over voeren, met de inbreng van uw Kamer, waar we ons natuurlijk toe hebben te verhouden op dat moment.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik heb de heer Jetten goed gehoord.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Het kabinet deelt met de parlementsleden datgene wat wij overigens met alle Nederlanders delen, namelijk dat we ons aan de Grondwet en de wetten van dit land moeten houden. Dat geldt voor de leden van het kabinet en overigens ook hier voor de leden van het parlement, maar ook voor andere groepen in de samenleving. Maar laat ik het even over ons hebben hier: we hebben allemaal een eed of gelofte afgelegd om dat te doen. We werken hier ook samen op basis van het grondbeginsel van die democratische rechtsstaat. Vervolgens hebben we daar inderdaad verschillende politieke opvattingen, verschillende oordelen, over. Maar ook dit kabinet staat gewoon voor die rechtsstaat. Ook dit kabinet houdt zich gewoon aan de Grondwet. Ook dit kabinet heeft zich te houden aan allerlei gerechtelijke uitspraken die er spelen. Daar hebben we ons allemaal toe te verhouden. Dat doet dit kabinet ook, alleen kunnen we politiek van mening verschillen over de wijze hoe je daarop reageert.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Dat lijkt mij een politieke uitspraak. Maar mevrouw Ouwehand begon net door een soort tegenstelling te schetsen, als van: wij hebben de Grondwet en u niet. Daar ik heb primair op gereageerd. Die hebben we namelijk allebei. We hebben ons daar allebei aan te houden. Dat geldt ook voor alle instituties die in dit land functioneren en de uitspraken die ze doen. Als de rechter ons corrigeert ... Individuen maken ook fouten en begaan ook overtredingen. Rechterlijke uitspraken volgen we. Dan zetten we maatregelen op. In die zin functioneert het stelsel dus. Dat geldt net zo hard voor het kabinet als voor individuele inwoners van Nederland. U kunt politiek andere opvattingen hebben over hoe daar invulling aan moet worden gegeven, maar het is niet zo dat daarmee de rechtsstaat in het geding is, althans in mijn stellige overtuiging. Maar misschien is dat ook een opvatting.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Het zijn geen leugens. Er wordt keihard gewerkt, ook aan stikstof. Er kunnen verschillende opvattingen zijn over hoe met dat probleem om te gaan, maar dat wil niet zeggen dat daarmee opeens de Grondwet of de rechtsstaat in het geding is. Voorzitter. De aanleiding voor het vertrek van minister Veldkamp was natuurlijk zijn wens om enige maatregelen te treffen omtrent de situatie in Gaza. Alhoewel dit geen Gazadebat is — dat debat is vorige week donderdag en vrijdag uitvoerig gevoerd, inclusief stemmingen over de moties — denk ik dat het toch goed is om er een paar dingen over te zeggen. De situatie in Gaza gaat aan niemand voorbij. Wat daar gebeurt, is gewoon verschrikkelijk. De bevolking in Gaza betaalt de hoogste prijs. Iedere dag en nacht is er de angst voor geweld. Iedere dag is er de zorg om meer basale zaken, zoals eten, drinken of medische zorg. Het is afschuwelijk. Die oorlog moet stoppen. We hebben als kabinet altijd de lijn gekozen dat alleen met een staakt-het-vuren waarbij de gijzelaars vrijkomen, de cyclus van geweld kan worden doorbroken. De terroristische organisatie Hamas komt een belangrijke verantwoordelijkheid toe voor het uitblijven van een staakt-het-vuren. Zij vormt nog steeds een dreiging voor de veiligheid van Israël. Hamas moet de gijzelaars onmiddellijk vrijlaten en de wapens neerleggen. In een toekomstig Gaza kan voor Hamas geen plaats zijn. Tegelijkertijd blijft het kabinet maximaal druk uitoefenen op Israël om de situatie in Gaza te verbeteren. De enige uitweg uit deze situatie is een staakt-het-vuren waarbij massale humanitaire hulp de bevolking bereikt en de gijzelaars worden vrijgelaten. Ook blijft Nederland zich sterk maken voor een tweestatenoplossing. Zoals vrijdag met de Kamer besproken, blijft Nederland zich in nauw overleg met onze partners inzetten voor maatregelen in de Europese Unie om Israël tot een andere koers te brengen. Het gaat onder andere om een pleidooi van Nederland om het handelsdeel van het associatieakkoord, omdat Israël de afspraken uit het humanitaire akkoord met de EU niet nakomt. Nederland roept Israël in alle contacten ook consequent op om zich te houden aan het internationaal recht en om humanitaire hulp toe te staan. Daarnaast is er de kwestie van de illegale Israëlische nederzettingen. In dat verband wordt er gepleit voor aanvullende handelsmaatregelen, die hier specifiek op zijn gericht. Een van de opties daarvoor is een tarief te heffen op producten uit deze illegale nederzettingen. Een andere mogelijkheid is een Europees verbod op import van deze producten. Nederland doet dit zo veel mogelijk samen met gelijkgestemde landen. Dat is ook nadrukkelijk de inzet van de minister van Buitenlandse Zaken tijdens de aankomende informele Raad van de ministers van Buitenlandse Zaken op 29 en 30 augustus. Vervolgens, als dat tot niets komt, overlegt het kabinet in nauwe samenwerking met gelijkgezinde partners om gezamenlijk maatregelen te treffen tegen producten uit illegale nederzettingen. De minister van Buitenlandse Zaken zei vrijdag ook: we zitten op dit vlak niet stil; we kijken nu hoe dat zou kunnen. Eerder in het debat is ook aan de orde geweest dat het kabinet met de appreciatie van de motie-Van der Burg heeft aangegeven dat het bereid is om tegelijkertijd wel te werken aan de maatregelen, maar niet bereid is tot het onmiddellijk invoeren van nationale maatregelen. Dat moet dus in die drie stappen: Europa, gelijkgezinden en dan nationaal. De veiligheid van hulpverleners en journalisten moet daarnaast vooropstaan in Gaza. Nederland dringt erop aan dat Israël onafhankelijke media toegang geeft tot Gaza en ze veilig en zonder obstakels hun werk laat doen. De vreselijke aanval op het Nasser-ziekenhuis, waarbij twintig mensen, waaronder journalisten en hulpverleners, zijn omgekomen, is ronduit schokkend. Het is goed dat Israël heeft aangekondigd daar een onderzoek naar in te stellen. We dringen daar ook op aan bij Israël, want een excuus kan niet genoeg zijn. Kortom, de situatie in Gaza is afschuwelijk en raakt ons allemaal diep.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Afgelopen vrijdag heeft daar in aansluiting op het debat van donderdag een lang en intensief debat over plaatsgevonden, zijn diverse moties van een appreciatie voorzien en is er hier in de Kamer gestemd. Dat bepaalt op dit moment, denk ik, in belangrijke mate de bandbreedte van het kabinet. Tegelijkertijd blijft onze inzet, ook richting de Europese Raad van de komende dagen, heel expliciet gericht op de drietrap zoals ik die eerder noemde. Dat is nieuw, want tot nu tot nu toe zaten wij uitsluitend en alleen op Europese maatregelen, omdat wij overigens echt van mening zijn dat die de meest effectieve manier vormen om tot maatregelen te komen en dat zo ook de uitvoerbaarheid van de maatregelen het beste is, als het gaat om de producten uit illegale nederzettingen. Namens het kabinet heeft minister Brekelmans hier vrijdag gezegd dat we ook de bereidheid hebben om als dat niet lukt, op dat punt met gelijkgezinde partners te overleggen om te kijken of we gezamenlijk iets kunnen doen. Vervolgens, daarop aansluitend, als dat het ook niet wordt, willen we, overigens wel simultaan — dat woord is eerder gevallen vandaag — werken aan wet- en regelgeving om te kijken of we dat dan nationaal zouden moeten doen. Maar het kabinet staat op dit moment op exact dezelfde stand als afgelopen vrijdag tijdens het debat, in het licht van de toen aangenomen en verworpen moties.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Dat punt hebben we nooit bereikt. Dat is het vervelende van het debat van afgelopen vrijdag. Althans, het vond plaats en marge van de ministerraad. Ik zeg overigens nog even tegen de heer Timmermans dat er niet gelekt is uit de ministerraad. Dat er wel van alles over naar buiten is gekomen, is net zo vervelend, maar deze gesprekken hebben in een aparte groep van mensen plaatsgevonden, namelijk tussen de drie vicepremiers, minister Veldkamp, de staatssecretaris Buitenlandse Handel en de minister van Defensie. Dat maakt het probleem niet minder erg maar ik zeg het toch even, als formaliteit. Wij hebben dat punt nooit bereikt. We waren volop in gesprek om te kijken of we tot aanvullende maatregelen zouden kunnen komen, dus of we daar met elkaar politieke overeenstemming over konden bereiken, aan de hand van de verschillende voorstellen die voorlagen. Over die zaken waren wij nog volop in gesprek, en midden in zo'n gesprek — het spijt me bijna om dat te moeten melden — staat de minister van Buitenlandse Zaken op en loopt hij naar buiten. We hebben dus nooit het punt bereikt waarop we formeel met elkaar hebben geconstateerd dat we er niet uit waren gekomen. We zaten nog te zoeken naar formuleringen waarin we ons allemaal konden vinden. Dat heeft ertoe geleid dat minister Brekelmans uiteindelijk de woordvoering heeft overgenomen in het debat hier met uw Kamer, met grosso modo de stand van dat moment. Misschien hadden we nog wel een andere weg kunnen vinden met elkaar, maar dit was waar we stonden. Toen heeft het debat plaatsgevonden en is er hier over moties gestemd. We hebben nog niet de gelegenheid gehad om ons daarop in eigen kring nader te beraden.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: In de eerste plaats: ik twijfel geen seconde aan de integriteit van minister Veldkamp. Echt geen seconde. Hij was een vakkundige minister van Buitenlandse Zaken, die heel goed wist hoe je diplomatie bedrijft, die ook heel sterke politieke opvattingen had over hoe je dit zou moeten bereiken en die ook de volle bereidheid had om in het kabinet te zoeken naar manieren om er met elkaar uit te komen. Want natuurlijk verschillen de opvattingen in een kabinet. Dat is niets bijzonders; zo werkt dat. Dat hebben we altijd met elkaar gedaan, en ook de afgelopen periode, soms met wat meer pijn en soms met wat minder pijn. Dat proces hebben we donderdag en vrijdag ook doorlopen, alleen hebben we dat proces nooit kunnen afmaken. Dat is het enige wat ik probeer te zeggen. Ik wil hier helemaal niet beweren dat de minister van Buitenlandse Zaken had kunnen instemmen met wat er toen lag. Daar zeg ik helemaal niets over. We waren vol in gesprek en die gesprekken waren tot dat moment constructief.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Het is wat mij betreft totaal niet aan de orde om wie dan ook aan te pakken. Natuurlijk ben ik bereid om te kijken wat ik hierin kan doen als een meerderheid van de Kamer daarom verzoekt. Ik hecht er wel aan om te zeggen dat het allemaal informele overleggen zijn geweest, en marge van de ministerraad, in pogingen om ergens te komen met elkaar. Het zal dus nog niet meevallen om iets anders dan een paar vergadertijdstippen te noemen, zeg ik nu heel eerlijk. Dit is anders dan bij de minsterraad, waarvan verslaglegging plaatsvindt, die ik overigens niet had mogen delen. Het is dus toch ingewikkeld om dit heel precies te doen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Nogmaals, de heer Veldkamp verdient uitsluitend complimenten voor hetgeen hij in de afgelopen periode heeft gedaan. Laten we daar volstrekt helder over zijn in verband met elke discussie die daar een andere gedachtenzweem overheen gooit. Dat is gewoon helemaal niet aan de orde. We waren in goed gesprek, maar hij had andere opvattingen dan een deel van de andere mensen in het kabinet. Dat is zijn goed recht. En ja, het waren gesprekken die ergens over gingen. Nogmaals, ik wil best mijn best doen voor een briefje, maar dat zal echt een kort briefje zijn, want ik vind het heel moeilijk om een fatsoenlijke brief te schrijven over de tijdlijn of het feitenrelaas, want zo veel feiten en tijdlijnen zijn er op dit punt niet te noemen. Ik constateer slechts heel feitelijk dat het ingewikkelde gesprekken waren. Misschien is iemand moedeloos geworden; dat weet ik niet. Ik geloof dat het inmiddels 19.00 uur was, terwijl wij in die ministerraad ook nog het Belastingplan aan de orde hadden. We hadden dus ook nog een stevige ministerraad, waarin de sfeer overigens prima was. Het kan ook heel goed zijn dat een bewindspersoon dan op enig moment misschien voor zichzelf bedenkt: dit trek ik niet. Alleen, het is allemaal niet uitgesproken.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Dat is heel ingewikkeld, want als je niet tot overeenstemming bent gekomen, dan is dus ook nooit gestokt op één woord. Ik vind dit heel ingewikkeld, want zowel over onderwerpen als over formuleringen waren we nog vol in gesprek met degenen uit het kabinet die ik eerder noemde.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Dat suggereert dat er één woord was waar op dat moment over werd gesproken. Dat is in mijn beleving in ieder geval niet het geval geweest, want ook toen, op dat moment nog, passeerden verschillende onderwerpen de revue.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Nederland heeft de afgelopen periode toch echt meer maatregelen genomen dan de heer Van Baarle doet vermoeden. Hij doet alsof wij de afgelopen periode helemaal niets hebben gedaan. Ik roep alleen maar de manier in herinnering waarop Nederland, minister Veldkamp, naar voren is gestapt in verband met artikel 2 van het EU-associatieakkoord. Het verzoek van de Europese Commissie tot opschorting van innovatie- en onderzoeksamenwerking met Israël steunen we ook. Nederland blijft voor het opschorten van de handelsvoordelen onder het associatieakkoord. Nederland dringt aan op importverboden voor goederen uit illegale Israëlische nederzettingen. We hebben de ambassadeur tweemaal ontboden. We zetten in op accountability. We hebben de mensenrechtenschendingen door gewelddadige kolonisten meerdere malen aangekaart. We hebben een adviesaanvraag bij het Internationaal Gerechtshof gedaan. We geven humanitaire steun. En we hebben twee extremistische ministers de toegang tot Nederland ontzegd. Zo blijven wij elke keer weer kijken: wat is nou een maatregel die helpt? Dat doen we in de beperktheid waarvan we ons ook bewust zijn, namelijk dat datgene wat je gezamenlijk met elkaar doet altijd meer oplevert dan wat je alleen doet. Maar we zetten daarin allemaal verschillende stappen. Dat is de lijn die er, ook voor het kabinet, de afgelopen periode is geweest: we zetten elke keer stapjes. Ook de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zal samen met het kabinet elke keer, bij elke situatie, kijken: wat is nodig om uiteindelijk te komen tot datgene wat we volgens mij allemaal willen, namelijk ervoor zorgen dat de catastrofale situatie in Gaza stopt? We willen dat er humanitaire hulp komt, dat de gijzelaars vrijkomen en dat er daadwerkelijk gewerkt kan worden aan de tweestatenoplossing.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik begin toch weer even met de herhaling dat het debat hierover vorige week donderdag uitvoerig heeft plaatsgevonden met de minister van Buitenlandse Zaken en op vrijdag met de waarnemend minister van Buitenlandse Zaken. Er zijn hierover ook allerlei moties door uw Kamer ingediend. Daar is ook over gestemd. Dat was ook een uitvoerig debat. Het was een tweeminutendebat van een aantal uren, als ik me niet vergis. Dat geeft ook aan dat dit een thema is dat in uw Kamer zwaar leeft, maar dat dus ook voor het kabinet ... Dat tweeminutendebat was immers ook een vervolg op het debat dat de minister van Buitenlandse Zaken gedurende uw vakantie en zijn vakantie heeft moeten voeren. U bent allemaal teruggekomen van vakantie vanwege de politiek die hierbij speelt. Dat betekent dat wij allemaal dit vraagstuk meer dan serieus nemen. Laat dat nou echt één keer duidelijk gezegd zijn. Over de manier waarop wij daar vervolgens als kabinet op reageren, leggen we ook elke keer verantwoording af aan uw Kamer. Daarom verwijs ik ook zo expliciet naar het debat van afgelopen donderdag en vrijdag, want dat is voor wat betreft de maatregelen de laatste stand van zaken tussen uw Kamer en dit kabinet. U gaat natuurlijk over de orde en niet ik, maar ik vind dat ik in dit debat verantwoording moet afleggen over wat er de afgelopen periode gebeurd is. Dit is voor mij niet het debat waarbij ik ten aanzien van Gaza allerlei nieuwe beleidsmaatregelen in het kabinet ga bespreken. Ik zal elke vraag beantwoorden, maar ik zal in dat kader, zeg ik u in alle eerlijkheid, echt verwijzen naar het politieke debat dat uitvoerig heeft plaatsgevonden en dat ongetwijfeld ook weer heel spoedig met de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken zal plaatsvinden. Anders hebben we het namelijk niet meer over datgene waarover we het debat hier vandaag met elkaar begonnen zijn, namelijk de politieke situatie in Nederland en het totale gebrek aan vertrouwen dat er in de politiek is als gevolg van whatever er hier in Den Haag gebeurt. Daar moeten we met elkaar aan werken, om te zorgen dat Nederlanders vertrouwen krijgen in het handelen van de politiek, in het belang van het land, zodat zij overigens ook nog de moed en de energie overhouden om eind oktober te gaan stemmen, om te zorgen dat er weer een nieuwe regering komt en er snel een formatie komt, zodat dit land weer door een missionair kabinet wordt bestuurd. Er staat hier een premier die Nederland niets meer wenst dan dat.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Laat ik in ieder geval constateren dat de bewegingen die Nederland heeft gemaakt internationaal zeer zijn opgevallen. Dat geeft aan dat datgene wat Nederland heeft gedaan geen klein bier was in de internationale diplomatie.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Wij nemen maatregelen die sowieso in Israël op geen enige vorm van instemming kunnen rekenen. Laat dat ook nou eens helder zijn. Zowel voormalig minister Veldkamp als ik hebben daar inmiddels in contacten met de Israëlische regering stevige kritiek op gehad. Maar dat maakt niet uit, want wij staan voor onze eigen zaak. Die gaat in belangrijke mate over die catastrofale situatie in Gaza, de humanitaire nood die daar is. Daar willen we ook echt veel aan doen. Het is nou eenmaal het beste om dat te doen in internationaal verband. De druk die je kan genereren, de hulp die je kan geven, zorgen dat er daadwerkelijk over de tweestatenoplossing wordt gesproken: de enige manier om dat te doen, is gezamenlijk. Dat gezamenlijke is, zoals we in elk land zien, best nog wel een opgave. Nederland is niet het enige land dat zich te verhouden heeft tot dit verdrag en zich vervolgens ook te verhouden heeft tot de maatregelen die het neemt. Je ziet dat verschillende landen, ook in Europa, op dat punt allemaal verschillend handelen. Wat wij aan het doen zijn, is proberen om er gezamenlijk voor te zorgen dat de situatie in Gaza verbetert, dat de gijzelaars worden vrijgelaten en dat er geen toekomst is voor Hamas.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik zit nog even met het woord "verontwaardigd". Excuus. Volgens mij heb ik gewoon geprobeerd om een antwoord te geven op de vragen die gesteld zijn. Juist omdat het om mensen gaat, de mensen in Gaza, probeer ik om dit soort zaken, zoals verontwaardiging, weg te laten in dit politieke debat. Dat doe ik ook als het gaat om de Israëlische gijzelaars die al bijna twee jaar worden vastgehouden. Ik probeer de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden, maar wel in de context — ik blijf dat herhalen — dat we in deze Kamer met de minister van Buitenlandse Zaken, maar ook met mij naar aanleiding van de Europese Raad of andere overlegmomenten, heel intensief met elkaar debatteren over Gaza en alles wat daarbij speelt. Het is niet dat we over dingen heen stappen of dingen vluchtig doen. Dit wordt bij elke situatie opnieuw afgewogen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik heb de uitspraken van deze twee ministers hier niet in mijn mapje zitten. De uitspraken van deze twee ministers waren echter in alle opzichten, althans naar de opvatting van het kabinet, ver bezijden datgene wat er in het redelijke verkeer wordt verwacht. Ze gingen ten opzichte van de oplossing die wij wenselijk achten buiten alle perken. Ik heb de uitspraken hier echter niet voorhanden.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Als ik de uitspraken van de ene minister niet bij me heb, ga ik ook niet ter plekke reageren op een uitspraak van een andere minister.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik heb gezegd wat ik heb gezegd. Dit kabinet zet zich ten volle in om ervoor te zorgen dat de humanitaire situatie in Gaza verbetert en dat de gijzelaars vrijkomen. We doen dat via onze eigen contacten en we doen dat internationaal. We doen dat op veel manieren, om te zorgen dat de situatie daar verbetert. We doen het ook op manieren die eigenlijk niet zouden moeten; we hebben de periode van voedseldroppings gehad. Maar we zijn op allerlei manieren bezig om daar iets aan te doen. Op dit moment, in dit debat, ga ik niet reageren op een individueel verzoek ten aanzien van opmerkingen die hier nu worden voorgelezen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik heb de mediaberichten gelezen. Ambtenaren hebben vrijheid van meningsuiting. Maar zij dienen waar het gaat om beleidsterreinen waar zij rechtstreeks bewindslieden adviseren, in dit geval de minister van Buitenlandse Zaken, de grootst mogelijke terughoudendheid te betrachten. In die zin valt het zeer te betreuren dat dit gebeurd is. Ik ken niet de exacte feiten, maar ik laat het aan het departement van Buitenlandse Zaken of men daar al dan niet wil laten onderzoeken of er sprake is van ambtsmisbruik of een anderszins strafrechtelijke overtreding.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Vertrouwelijke informatie lekken mag niet; dat is evident. Als dat gebeurd is, dan zal er gekeken worden op welke manier er onderzoek kan plaatsvinden. Dat is één. Twee. In zijn algemeenheid is het natuurlijk ongewenst dat er op deze manier wordt gereageerd op een, in dit geval, vertrekkende minister. Ambtenaren worden namelijk geacht grote terughoudendheid in te nemen in het publieke domein, zeker diegenen die een aan de betrokken minister adviserende rol hebben. Daarmee komt namelijk het vraagstuk van de onafhankelijke advisering en eventuele eigen opvattingen vol in het licht. Dat is altijd al de positie geweest. Daarnaast hebben ambtenaren vrijheid van meningsuiting, zeker als privépersoon. Daartussen wordt altijd gewikt en gewogen. Verder ben ik het natuurlijk met u eens dat wat daar gebeurd is, ongewenst is.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: In zijn algemeenheid: we hebben in het verleden 3 miljoen beschikbaar gesteld. In de afgelopen week hebben we nog een keer 3 miljoen beschikbaar gesteld. Ik dacht althans dat dat in de afgelopen week was, maar daar wil ik even vanaf zijn. Daarbovenop was er nog €800.000 voor humanitaire nood. Dat is om mogelijk te maken dat er medische hulp in de regio kan worden gegeven. Dat is de lijn van het kabinet. Daarop zetten wij volop in. Ik kan geen aantallen geven wat betreft hoeveel kinderen dat uiteindelijk bereikt heeft. Voor zover mij op dit moment bekend is, hebben we dat niet bijgehouden.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Voorzitter. Ik zal mij beperken tot één vraag die nog gesteld is, dan de moties en dan een korte slotopmerking mijnerzijds. Aan mevrouw Yeşilgöz kan ik uiteraard de gevraagde brief toezeggen. Het kabinet zal zo snel mogelijk na de Raad Buitenlandse Zaken de Kamer informeren over deze Raad en de uitkomsten. Daarbij zal in de brief ingegaan worden op de door mevrouw Yeşilgöz gevraagde informatie over de medische evacuatie in de regio en het Europese Asielpact. Voorzitter. Over de motie op stuk nr. 22 hoef ik mij niet te buigen. De motie op stuk nr. 23 van de Partij van de Arbeid-GroenLinks over het bijstellen van het beleid ten aanzien van Israël en de Palestijnse gebieden wordt ontraden, onder verwijzing naar het debat van afgelopen vrijdag en vandaag.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Die discussie heeft in kleine kring in het kabinet plaatsgevonden vóór afgelopen vrijdag. Dat is misschien goed om even te zeggen. Daarbij is ons telkenmale uitgelegd dat opvang in de regio een betere oplossing is en dat we door middel van financiële support de zorg voor deze kinderen goed voor onze rekening kunnen nemen, want daar gaat het uiteindelijk allemaal om. Nederland levert daarmee een goede bijdrage. Daarom hebben we vervolgens besloten, vorige week nog, om 3 miljoen extra ter beschikking te stellen. Zoals ik net zei, zullen wij in de brief die mevrouw Yeşilgöz heeft gevraagd nader ingaan op de motivatie. Ook mevrouw Ouwehand heeft dacht ik gevraagd om meer gegevens. Die zullen we ook proberen in de brief te verwerken. De brief komt begin volgende week.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik heb de belangrijkste overweging genoemd, zoals die ons door Buitenlandse Zaken gemeld is. Dat was deze redenering. Ongetwijfeld zullen er meer afwegingen zijn geweest, maar dit was de kern van de redenering. Het ging er uiteindelijk om hoe wij die kinderen het beste kunnen helpen. Langs die lijn is gezegd dat we dat toch echt het beste in de regio kunnen doen. Daarom moet er ook extra geld naar de regio. Dat is om ervoor te zorgen dat de kinderen daadwerkelijk geholpen kunnen worden. Ik herhaal mijn toezegging: begin volgende week krijgt u een brief met meer informatie.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik ben verbaasd over de conclusie van de heer Timmermans, maar die is aan hem. Ik heb duidelijk gezegd wat de belangrijkste overweging in het kabinet was. Ook wij zien dat die kinderen hulp nodig hebben. Uiteindelijk was onze conclusie vorige week al dat dit het beste kon in de regio. Daarom hebben we extra middelen beschikbaar gesteld.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Dat kan ik op dit moment absoluut niet aangeven. Ik heb mij gebaseerd op de informatie die ik vorige week heb gehoord.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Kabinet en Kamer delen volgens mij dat het noodzakelijk is dat er iets voor die kinderen gebeurt. Het kabinet heeft een andere keus gemaakt, namelijk voor geld en hulp in de regio. Ik heb zojuist gezegd dat in de brief van begin volgende week nader op dit onderwerp wordt ingegaan. Ik zal dan ook nader ingaan op de vraag waar wij ons op baseren.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik pak even de bril erbij. De motie op stuk nr. 24 gaat over het verkennen van de termijnen van de verkiezingen en de formatie. Met betrekking tot de verkiezingen absoluut oordeel Kamer. Sorry, oordeel Kamer. Ik moet mij bescheiden opstellen. Met betrekking tot de formatie: daar gaat uw Kamer zelf over. Daarover past mij geen oordeel. De motie op stuk nr. 25 van de PVV, over diverse maatregelen over asiel en migratie: ontraden, met verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 26 van DENK over sancties tegen personen en entiteiten: ontraden, met verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 27 van DENK over het instellen van sancties tegen Netanyahu: ontraden, onder verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 28 van DENK over het opschorten van handelsbevorderende activiteiten: ontraden, onder verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 29 over een totaal economisch embargo, ook van DENK: ook ontraden, onder verwijzing naar het debat. Dan de motie op stuk nr. 30. Die verzoekt de Kamer om een verkenner aan te wijzen. Het is niet aan mij om daarover te oordelen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Bij de appreciatie van de moties heb ik ook verwezen naar het debat dat vorige week heeft plaatsgevonden. Daar zijn alle inhoudelijke argumenten gewisseld. Dan kan het ontraden van de moties door het kabinet nauwelijks als een verrassing komen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik heb verwezen naar de vele, vele debatten die hierover hebben plaatsgevonden, inclusief het debat van vandaag. Ik zei al naar aanleiding van de motie op stuk nr. 30 dat het niet aan mij is om een oordeel uit te spreken over het verzoek om de Kamervoorzitter een verkenner aan te laten wijzen. In de motie op stuk nr. 31, ingediend door D66, wordt gesproken over de inzet van de RBZ. Volgens mij is dit dezelfde motie die afgelopen vrijdag voorlag. Minister Brekelmans is daar uitvoerig op ingegaan. Dat betekent dat ik deze motie, onder verwijzing naar het debat van afgelopen vrijdag, ontraad. Dan de motie op stuk nr. 32, waarin de regering wordt verzocht om ook de Israëlische minister van Erfgoed tot persona non grata te verklaren. Ook deze motie wordt ontraden, onder verwijzing naar het debat. Ik wil hier echt beter naar kijken voordat ik er hier ter plekke in dit debat een uitspraak over doe.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Volgens mij was de lijn, die ook door minister Brekelmans is uitgedragen, het volgen van de drieslag waarover ook eerder in het debat al is gesproken: eerst Europees, daarna met een aantal gelijkgezinde landen en dan, als dat allemaal niets wordt, nationale maatregelen. Dat is de lijn. Vandaar de appreciatie van de motie.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik was bij de motie op stuk nr. 32. Daar heb ik ook in het debat iets over gezegd. De heer Dassen heeft een citaat gegeven. Toen heb ik tegen hem gezegd dat ik op basis van dat ene citaat niet ter plekke een oordeel wilde vellen. Dat is wat ik net herhaalde bij deze motie over de betrokken minister.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Zoals de motie nu luidt, wil ik die ontraden. Op basis van dat ene citaat wil ik niet tot dit besluit komen.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: In de motie op stuk nr. 33 wordt verzocht om premier Netanyahu tot persona non grata te verklaren. Deze motie ontraad ik, omdat we hoe dan ook met de minister-president in dialoog zullen moeten blijven, om te kijken op welke manier wij de situatie in Gaza kunnen verbeteren. De motie op stuk nr. 34, van de Partij voor de Dieren, is een spreekt-uitmotie. De motie op stuk nr. 35, ook van de Partij voor de Dieren, gaat over een aantal kinderen behandelen in Nederlandse ziekenhuizen. Die motie ontraad ik, met verwijzing naar de brief die ik eerder heb toegezegd. Daarin zullen wij uitvoerig ingaan op de situatie van kinderen die medische hulp nodig hebben. De motie op stuk nr. 36, van JA21, ontraad ik, met verwijzing naar het debat. Het is nu aan de minister van Buitenlandse Zaken om verdere maatregelen te overwegen. De motie op stuk nr. 37, ook van de heer Eerdmans, verzoekt de accijnsstijging teniet te doen. De motie is ongedekt, dus daarom wordt die ontraden. Ik verwacht dat we hierop bij de APB ongetwijfeld zullen terugkomen. De motie op stuk nr. 38 verzoekt het Presidium het Reglement van Orde te wijzigen. Het is niet aan mij om daarover een oordeel uit te spreken. De motie op stuk nr. 39, van Forum, met betrekking tot het opzeggen van het Vluchtelingenverdrag: ontraden. De motie op stuk nr. 40, van Forum, over Syrische asielzoekers die de openbare orde verstoren direct terugsturen: ontraden. De motie op stuk nr. 41, van Forum, over de Spreidingswet intrekken: ontraden. De motie op stuk nr. 42, van Forum, over azc's die de afgelopen jaren zijn geopend direct weer sluiten: ontraden. De motie op stuk nr. 43, ook van Forum, over Schengen opzeggen: ontraden. Voorzitter, ik wou een afsluitend woord spreken.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Ik wist niet of de heer Timmermans daarop wilde wachten.
Bron, video en gesprek →Minister Schoof: Voorzitter. Ik heb goed geluisterd vandaag tijdens dit debat over de ontstane politieke situatie. Ik neem de conclusie mee dat het kabinet doorgaat door het invullen van de ministersposten en staatssecretarisposten met de VVD en de BBB. Ik heb vandaag ook goed begrepen dat het kabinet inhoudelijk terughoudendheid en bescheidenheid past. Op alle onderwerpen zal het kabinet zoeken naar meerderheden in de Tweede Kamer, in de komende periode tot er een nieuw kabinet kan aantreden dat weer missionair is.
Bron, video en gesprek →