Initiatiefnota van het lid Kröger over "Energie met elkaar: Energiecoöperaties als hart van ons energiesysteem"
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: D66 (2026-02-09–2026-02-22) · D66 (2023-12-06–2026-02-09) · D66 (2021-09-28–2022-01-09) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Jetten: Voorzitter. Ook van mijn kant dank en complimenten aan mevrouw Kröger en haar team voor het schrijven van deze initiatiefnota en voor de zeer indringende verdediging die zij zojuist heeft laten zien. Ook dank dat ik nog een keer met u in debat mag. Ik heb mij laten vertellen dat dit voor mij als minister voor Klimaat en Energie debat 122 is. Dus we hebben ook met de vorige Kamercommissie niet stilgezeten in deze jaren. Er is ook heel veel gebeurd. Het thema energiecoöperaties staat ook voor het kabinet hoog op de agenda. Er zijn in Nederland 714 energiecoöperaties waarvan 131.000 Nederlanders lid zijn. Het is fantastisch dat zij in allerlei vormen en maten willen bijdragen aan de energietransitie, aan energie delen en vaak ook aan hele sociale projecten dicht bij huis. Ook ik ben bij verschillende van die energiecoöperaties op werkbezoek geweest in de afgelopen jaren. Een uitspraak van iemand bij wie ik op de bank zat, staat mij nog altijd bij. Samen op de bank keken we door het keukenraam naar buiten, waarbij de bewoner tegen mij zei: ik vind die molen nog altijd heel erg lelijk maar het is wel mijn molen die mij ook elk jaar geld oplevert en daarmee konden we hier in de buurt toch zo'n mooi project voor elkaar krijgen. Mevrouw Kröger heeft nu 26 concrete voorstellen gedaan over hoe we energiecoöperaties beter kunnen ondersteunen en ik omarm de meeste van die voorstellen. Zo onderzoeken we hoe we coöperaties makkelijker kunnen laten deelnemen aan wind op zee. We breiden de handreiking uit voor gemeenten, ook over hoe je overal in het land op eenzelfde manier energiecoöperaties beter kunt ondersteunen, maar ook de expertpools kunnen de komende jaren echt een goede manier zijn om coöperaties op meer plekken van de grond te krijgen. Zo kunnen we echt een extra slinger geven aan dat decentrale energiesysteem, energie dichtbij waarvan mensen ook kunnen profiteren in allerlei vormen en op allerlei manieren. Met de recentelijk door uw Kamer aangenomen Energiewet inclusief een aantal van uw amendementen, maken we energie delen ook makkelijker en geven we daarmee ook meer baan aan energiecoöperaties. Straks bij de Wet collectieve warmte willen we met warmtegemeenschappen hetzelfde doen, ook vanuit de gedachte dat alles wat we decentraal met elkaar al organiseren hopelijk ook minder complexe oplossingen verderop in het systeem vraagt en dus wellicht problemen met netcongestie kan helpen voorkomen als je dicht bij huis opwekt, deelt en gebruikt. Ik pak meteen alle vragen die zijn gesteld. In het interruptiedebat van zojuist kwam daar nog de vraag over de grensregio's bij. Ik zal die meteen even beantwoorden. In twee Europese verdragen, namelijk het Verdrag van Espoo en het Verdrag van Aarhus, is geregeld dat inwoners van grensstreken toegang moeten krijgen tot dezelfde informatie als inwoners aan de andere kant van de grens. Er is voorts geregeld dat men toegang tot inspraak moet krijgen. Op die manier is de betrokkenheid in de grensregio's goed geborgd. Echte participatie en deelname aan coöperaties aan de andere kant van de grens of gecombineerde projecten aan beide kanten van de grens zijn vaak heel ingewikkeld, omdat ons hoogspanningsnet wel op allerlei plekken verbonden is, maar het lokale net vaak veel minder. Ook de financiële spelregels zijn in Nederland echt anders dan in Duitsland of België. Ik denk dat een aantal van u weleens op bezoek is geweest in Zuid-Limburg, waar een aantal van die grensoverschrijdende projecten tegen heel praktische problemen aanlopen. Het zou best interessant zijn als uw Kamercommissie dit onderwerp eens zou agenderen via bijvoorbeeld het Benelux Parlement om te kijken of je daarin ook meer gezamenlijk kunt optrekken. Er is nog een aantal andere vragen gesteld. Mevrouw Teunissen vroeg naar de rol die lokale energiecoöperaties kunnen spelen in regionale initiatieven. We kennen natuurlijk 30 Regionale Energiestrategieën, 30 RES-regio's, waarin gemeenten en provincies samenwerken om een lokale en regionale opwek van duurzame energie voor elkaar te krijgen. In het Nationaal Programma RES werken we samen om juist hele goede voorbeelden met elkaar te delen en er met die handreiking aan gemeenten ook voor te zorgen dat gemeenten en provincies kijken naar hoe ze een deel van hun restdoel juist ook met lokale energiecoöperaties voor elkaar kunnen krijgen. Via de website van RVO zijn daar de laatste tijd extra handreikingen voor opgesteld, maar we hebben ook de Participatiecoalitie gevraagd om extra advies uit te brengen. Hoe kun je als energiecoöperatie een soepele start maken? Hoe kun je het gesprek aangaan met gemeentes of provincies, met vergunningverlenende instanties waarmee je te maken gaat krijgen? Hoe kom je terecht bij de juiste loketten voor subsidies? De Participatiecoalitie heeft hiervoor ook gebruikgemaakt van ervaringen die bij energiecoöperaties zijn opgehaald, zeg ik richting mevrouw Rooderkerk. Dat vliegwiel voor energiecoöperaties wordt natuurlijk wel beter als energiecoöperaties kunnen professionaliseren, als opschaling makkelijker wordt en als we voorkomen dat coöperaties overal het wiel opnieuw moeten uitvinden. Ik denk dat mevrouw Kröger dat net ook vurig heeft betoogd. Het is de bedoeling om in de expertpool die we willen uitbouwen, zeg ik richting de heer Thijssen, vooral mensen te zetten die dit zelf al hebben meegemaakt. We gaan dus niet een batterij dure consultants inhuren. Die zullen misschien af en toe moeten helpen, maar laten we vooral mensen die al actief zijn in de energiecoöperaties als ambassadeur naar voren schuiven om ook op andere plekken te helpen. Net als de heer Vermeer ben ik lid van een energiecoöperatie. Daar zijn mensen heel erg actief met hele kleinschalige zonprojecten in alle twaalf kerndorpen in onze gemeente. Bij het zonneproject waar ik lid van ben, gaat het echt maar om een klein dak van een sportzaal van een school. Dat is wel iets wat je ook op heel veel andere locaties in het land zou kunnen toepassen. Het mooie is dat de vrijwilligers van onze energiecoöperatie datgene wat zij hebben meegemaakt met de regionale netbeheerder en met de gemeente als vergunningverlener, bijna copy-paste bij andere coöperaties willen aanbieden, zodat die daar extra tempo kunnen maken. Wat mij betreft komt die expertpool er zo uit te zien. Het gaat niet alleen om expertise ten aanzien van technieken of vergunningen, maar juist ook om de vraag hoe je omwonenden op een goede manier bij zo'n project betreft. Burgerparticipatie is wat dat betreft soms echt een vak apart. Hoe kun je bijvoorbeeld al in een heel vroeg stadium het gesprek met omwonenden aangaan om veel meer mensen lid te laten worden van de energiecoöperatie? Dan zijn het niet altijd maar dezelfde happy few, maar wordt het echt helemaal van onderop opgebouwd. De suggesties van de heer Thijssen nemen we dus van harte mee bij de uitwerking van de expertpool. Het zou mooi zijn als daar later dit jaar op kan worden teruggekomen.
Bron, video en gesprek →Minister Jetten: Ja, best veel. Energiecoöperaties hebben dit de afgelopen jaren op verschillende manieren goed gedaan. Sommige coöperaties hebben besloten om ook niet-leden die in de omgeving van een energieproject wonen te laten meedelen in de opbrengsten. Als je binnen een bepaalde straal van een windmolen of een zonnepark woont, krijg je gewoon elk jaar rendement uitbetaald. Dat is een hele mooie manier om iedereen die er hinder van ondervindt daarvoor tegemoet te komen. Er zijn energiecoöperaties, onder andere in de Betuwe — mevrouw Kröger verwees daarnaar — die de afgelopen jaren zulke forse rendementen hebben behaald dat ze een deel van die rendementen teruginvesteren in de verduurzaming van woningen in de nabijheid of in de verduurzaming van bijvoorbeeld sportverenigingen of buurthuizen in de nabijheid. Dat is ook een mooie manier om wat terug te doen. Ik ken ook energiecoöperaties waar sommige mensen meer inleggen zodat andere mensen tegen een lagere inleg ook een aandeel in de coöperatie kunnen krijgen. Ik denk dat dat precies de manier is waarop we het zouden willen. Het helpt als je dit soort goede voorbeelden via de expertpool kan delen. Ik weet dat energiecoöperaties in Nijmegen ook echt heel bewust huis-aan-huis zijn gegaan om sommige mensen over de drempel te helpen om toch te gaan meedoen aan zo'n coöperatie.
Bron, video en gesprek →Minister Jetten: De heer Vermeer vroeg of er nog veel wettelijke aanpassingen nodig zijn als we de initiatiefnota van mevrouw Kröger met z'n allen zouden omarmen. Eigenlijk valt dat wel mee, omdat mevrouw Kröger onder anderen zelf al de Energiewet succesvol heeft geamendeerd en omdat we in de Wet collectieve warmte, die nu in uw Kamer ligt, ook al het concept van warmtegemeenschappen hebben opgenomen. Dus veel van de wettelijke, juridische, basis is eigenlijk aanwezig. We werken nu in overleg met de sector aan een implementatiewetsvoorstel om het energiedelen verder uit te werken, want met name de spelregels rondom het energiedelen gaan, denk ik, veel bepalen over wat voor combinaties van projecten er straks kunnen gaan ontstaan. Het kan dan bijvoorbeeld niet alleen gaan om opwek, maar ook om opslag en levering van energie et cetera. Dat wordt dus eigenlijk een soort van nieuwe fase in de rol die energiecoöperaties kunnen spelen in ons systeem. Als ik dus zo vrij mag zijn om een oproep te doen: ga net zo voortvarend met de Wcw aan de als slag als u als Kamer met de Energiewet heeft gedaan. Ik hoop dat mijn opvolger de implementatie daarvan snel ter hand zal nemen. Dan ten aanzien van het prioriteren op aansluiting. U heeft misschien ook gezien in mijn reactie op de initiatiefnota van mevrouw Kröger dat dat een van de voorstellen van mevrouw Kröger was die ik niet volledig heb omarmd. Ik wijs hier namelijk ook op het kader dat de onafhankelijk toezichthouder ACM heeft gemaakt voor voorrang van aanvragen bij netbeheerders. Daarbij is eigenlijk de belangrijkste voorwaarde dat een aanvraag een zogenaamde congestieverzachter moet zijn, wil je ook echt in aanmerking komen voor een speciale behandeling en voor voorrang. Het zal gewoon per project verschillen of een project congestieversterkend of congestieverzachtend kan werken. Dus ook hier geldt weer dat als een coöperatie in een vroeg stadium het gesprek met de netbeheerder aangaat, er waarschijnlijk ook veel slimmer kan worden nagedacht over de manier waarop een aansluiting en een invoeding goed passen in de ontwikkeling van congestie in een bepaald gebied. Waar kom je te staan in een wachtrij? Is er misschien een aanpassing van het project mogelijk om daardoor beter in het hele systeem te passen? Ook hier zie ik wel weer interessante ontwikkelingen. Ik sprak onlangs met een gedeputeerde die aangaf: "We hebben in een aantal gebieden de situatie dat het zowel voor invoeding als voor afname op rood staat. Maar we zijn aan het kijken of we met de energiecoöperatie die er al is en een bedrijventerrein wellicht een nieuw project kunnen gaan opzetten met zonnepanelen op de daken van het bedrijventerrein en wellicht een windmolen, als daar steun voor is. Maar dan komen er ook enkele vormen van opslag en energiedelen bij, waardoor zo'n project van een energiecoöperatie opeens een win-win-win voor bijna iedereen daar wordt." In zo'n situatie kan ik me voorstellen dat die beter past in het kader van de ACM. Maar pure invoedingsprojecten komen, denk ik, wat minder snel in aanmerking voor die voorrang. En dan vind ik ook dat de ACM en de netbeheerder daar onafhankelijk in moeten kunnen oordelen. Het klopt, zeg ik richting de heer Thijssen, dat ik in de kabinetsreactie een aantal keren ook naar andere departementen heb moeten verwijzen. Zoals mevrouw Kröger net ook al betoogde, zijn coöperaties natuurlijk op allerlei vlakken actief. Maar zeker als het gaat om energie en warmte geldt ook dat wij bij de implementatie van de Richtlijn hernieuwbare energie, de RED vanuit Europa, ook zullen moeten zorgen voor een goed faciliterend kader. Dat is ook binnen het Nationaal Plan Energiesysteem een aparte actielijn geworden naar aanleiding van de behandeling van het NPE hier in deze commissie. Bij de ontwikkeling van energiecoöperaties en hun aandeel in de decentrale opwek kunnen we dit straks onder de vlag van het NPE binnen het departement van het KGG van de nieuwe minister verder oppakken. Dan kom ik bij wind op zee. Daarover heeft u een interessante discussie met elkaar gevoerd. Laat ik vooropstellen dat ik het het aller-, allerbelangrijkste vind dat we de doelstelling voor wind op zee op tijd gaan halen, omdat dat cruciaal is om rond 2035 tot een CO2-vrije opwek van elektriciteit in Nederland te komen en daarmee ook bij te dragen aan onze klimaatdoelstellingen. Ik ben bijzonder trots dat het ons recentelijk gelukt is om twee grote tenders succesvol te kunnen toekennen. Waar in andere landen de wind-op-zeeketen zo zwaar onder druk staat dat tenders ook zijn mislukt, hebben wij in Nederland nu toch twee mooie nieuwe projecten in de pijplijn, waarbij er één echt zwaar inzet op natuurherstel en -verbetering op de Noordzee en de ander op systeemintegratie. Dat vind ik hele succesvolle ontwikkelingen. Het klopt dat een partij die meedeed met een energiecoöperatie achter het net heeft gevist, maar ik vond het wel heel interessant en leerzaam dat er überhaupt participatie door een energiecoöperatie was, want dat hebben we de afgelopen jaren ook telkens níét gezien. Bij de evaluatie van deze twee tenders zal ik dus heel nadrukkelijk kijken wat deze coöperatie over de streep heeft getrokken om wel mee te doen en waar we eventueel bij toekomstige tenders die burgerparticipatie een betere plek kunnen geven. Dat zal mijn opvolger in de evaluatie van die twee tenders met uw Kamer delen en waar mogelijk ook een voorstel doen voor hoe we de burgerparticipatie en energiecoöperaties een betere plek kunnen geven in alle tenders die nog gaan komen. Er komen namelijk behoorlijk wat tenders aan in de komende kabinetsperiode. Ik denk dat u in verschillende debatten heeft laten zien dat dit kan op verschillende manieren. Dat kan door heel nadrukkelijk een energiecoöperatie onderdeel te laten zijn van de bouw of exploitatie van een windpark op zee. Maar u noemde ook voorbeelden uit Denemarken en België, waar de participatie veel meer vorm krijgt via burgers die voor een heel klein stukje mede-eigenaar kunnen zijn. Dan neem je als coöperatie niet zozeer deel in de ontwikkeling van een windpark op zee, maar dan is wel op een manier geborgd dat een deel van het eigenaarschap bij burgers ligt en dat daarmee de opbrengsten daarvan breder terechtkomen. Maar het lijkt mij een goed om dat later dit jaar met de nieuwe minister concreter af te hechten. De heer Thijssen vroeg naar een landelijk fonds voor energiecoöperaties. Energiecoöperaties worden op dit moment ondersteund via de SCE. Die heeft echt als doel om de opwekking van duurzame energie door coöperaties en vve's te stimuleren. Daarin worden additionele investeringskosten meegenomen. Denk aan voorbereidingskosten, afvalbeheerkosten en vaste operationele kosten, zoals het recht van opstal en administratiekosten. Daarmee gaat de SCE echt verder dan de SDE++. Dat vind ik belangrijk, want daarmee doen we een stapje extra voor de coöperaties van onderop. Maar opstartkosten kunnen worden vergoed via het rendement van de projecten die een lange looptijd hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Jetten: Ik denk dat de eerlijkheid gebiedt om het volgende te zeggen. Als je gaat werken met een vorm van obligaties of wat dan ook bij wind-op-zeeprojecten, zal dat vooral zijn weggelegd voor mensen die het zich kunnen veroorloven om daar geld in te investeren en zoeken naar een enigszins aantrekkelijk financieel rendement dat ook groen is. Als je echt energiecoöperaties van onderop meer laat deelnemen aan wind op zee, dan is het waarschijnlijk makkelijker om daar een breder publiek bij te betrekken. Mijn inschatting zou wel zijn ... De tenders die we de komende jaren gaan doen, zijn natuurlijk groot: minstens 1 gigawatt en groter. Het is niet realistisch dat een energiecoöperatie in z'n eentje zo'n tender kan winnen, bouwen en/of exploiteren. Ik denk veel meer aan de combinaties zoals we die in de afgelopen tenderronde hebben gezien, waar een consortium van verschillende partijen ook een energiecoöperatie erbij betrekt. U zou kunnen zeggen dat een pensioenfonds, dat nu een van de winnaars is, ook een vorm van een coöperatie van onderop is. Maar volgens mij zoeken we allemaal toch nog naar iets kleinschaligere initiatieven wat dichter bij huis. Ik zal hier heel nadrukkelijk naar kijken in de evaluatie van de afgelopen twee tenders en ik zal zorgen dat mijn opvolger dat wat uitgebreider aan u kan terugkoppelen. Voorzitter. De laatste vraag was van uzelf, niet als voorzitter maar als lid van de GroenLinks-PvdA-fractie. Die gaat over OER, het overheidsprogramma voor rijksgronden. Dit is iets waar we met het demissionaire kabinet volop op hebben ingezet in de afgelopen jaren. Er zijn heel veel rijksgebouwen en heel veel rijksgronden waar echt kansen liggen voor veel meer energieopwek. Mijn eigen departement, het ministerie van EZK, heeft nu eindelijk een pilot met zonnepanelen. Toen ik daar binnenkwam, heb ik echt op dag één zo'n beetje gezegd: ik ga hier pas weg als dat hele dak vol ligt. Toen AZ bij ons in het pand kwam zitten vanwege de verbouwing op het Binnenhof, kwamen er allemaal extra veiligheidseisen, dus het gaat een beetje langzaam. Je wil als overheid natuurlijk het goede voorbeeld geven met de eigen panden, maar ook de stukken grond langs snelwegen, langs spoorlijnen en bijvoorbeeld op Defensieterreinen maximaal inzetten. Veel dank aan de staatssecretaris van Defensie, die hier de afgelopen tijd echt zijn nek voor heeft uitgestoken zodat we de komende tijd meer Defensieterreinen in het OER-programma kunnen opnemen. Het zou ook heel mooi zijn als de wethouders uit de RES-regio's kijken: welke OER-gronden liggen er in mijn gebied, kunnen we heel actief proposities doen om die rijksgronden daarvoor te gebruiken en kunnen we vanuit de RES-regio energiecoöperaties uitdagen om daar onderdeel van te zijn? We streven daarbij nu naar 50% lokaal eigendom, maar wat mij betreft moeten we dat echt zien als een minimum. We gaan niet stoppen bij 50% als er wat dat betreft meer in het vat zit. Tegelijkertijd zou ik een beetje in de lijn van mevrouw Rooderkerk een oproep willen doen om tempo te maken om de afspraken uit het RES-programma te halen. We gaan dus niet eindeloos op elkaar zitten wachten. Als er op een gegeven moment initiatiefnemers zijn die daaraan kunnen bijdragen, dan gaan we daarvoor. Maar door minimaal op 50% te sturen voorkomen we dat we aan het eind van de rit helemaal de kans hebben gemist om die OER-gronden met energiecoöperaties te ontwikkelen. Voorzitter, nogmaals, tot slot. Veel dank aan mevrouw Kröger en haar team voor deze mooie initiatiefnota. Ik kijk uit naar de moties en de verdere afhandeling in deze Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Jetten: Dank, voorzitter. Dank ook voor alle vriendelijke woorden en via deze weg ook dank aan alle ambtenaren die mij de afgelopen tweeënhalf jaar dus bij 122 debatten hebben bijgestaan, want het was niet altijd gemakkelijk. Maar dankzij hun professionaliteit kunnen we die debatten hier goed doen met elkaar. Voorzitter. Dan de moties. De motie op stuk nr. 5 van mevrouw Rooderkerk verzoekt om jongeren beter te betrekken bij energiecoöperaties. Die motie geef ik graag oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 6 van de heer Thijssen ten aanzien van wind op zee. Het tweede dictum verzoekt om onderzoek naar het door de overheid realiseren van nationale windparken op zee waarin coöperaties kunnen participeren. Dat dictum wil ik sowieso ontraden. Met betrekking tot het eerste dictum over het beter onderzoeken van de rol die coöperaties kunnen spelen, heb ik net in mijn termijn verwezen naar de evaluatie die nog wordt uitgevoerd van de onlangs afgeronde tenders. Ik vind het lastig om daarop vooruit te lopen, ook nu er over een week een nieuwe minister gaat aantreden. Ik wijs ook op het onderzoek dat we eerder hebben laten uitvoeren naar aanleiding van de motie-Mulder/Moorlag. Daarin hebben we ook gekeken hoe we burgerparticipatie bij wind op zee beter kunnen vormgeven. Dat heeft toen niet geleid tot vergaande aanpassingen van de voorwaarden bij wind op zee. Laten we kijken wat we op basis van de evaluatie die nu gaat volgen, eventueel wel anders kunnen doen, maar deze motie is wat mij betreft dus wat te vroeg. Dus ik ontraad de motie op stuk nr. 6. De motie op stuk nr. 7 van de heer Thijssen gaat over de OER-projecten. Dat zijn projecten die kunnen plaatsvinden op rijksgronden en rijksgebouwen. Ik heb net aangegeven dat we streven naar 50%, maar dat meer natuurlijk altijd goed is. Maar het geven van een opdracht voor 100% lokaal eigendom, waar de motie om vraagt, vind ik niet passend. We stellen rijksgronden beschikbaar, maar het is aan de medeoverheden om daar vervolgens die projecten te realiseren. De motie zoals die nu is geformuleerd, ontraad ik dus, maar ik hoop dat de heer Thijssen blij is met de uitleg die ik in mijn eerste termijn heb gegeven, namelijk dat het natuurlijk altijd meer dan die 50% mag zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Jetten: In het begin van het dictum staat "opdracht geven". Wellicht zou u nog kunnen kijken naar een wijziging van de motie, waarin dat deel van het dictum wordt geschrapt. Want ik zou niet weten aan wie ik de opdracht dan moet geven; dat is eigenlijk ook meer mijn punt. Maar ik ben het wel met u eens dat we met elkaar uitstralen, ook naar de medeoverheden, dat ook projecten met 100% lokaal eigendom van harte welkom zijn binnen dat OER-programma. Wellicht kunnen we dus tot een iets aangepaste motie komen voordat erover gestemd gaat worden.
Bron, video en gesprek →Minister Jetten: De motie op stuk nr. 8, ook van de heer Thijssen, verzoekt te onderzoeken hoe energieprojecten in coöperatief verband beter financieel kunnen worden ondersteund in de opstartfase. Die motie geef ik graag oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 9 van de heer Thijssen is denk ik een hele mooie afrondende motie, kijkend naar het hele debat dat hier is gevoerd en ook de inbreng van de andere fracties. De motie gaat erover hoe we de rol van de energiecoöperaties in dat decentrale energiesysteem nog beter kunnen faciliteren en hoe we coöperaties daar ook bij kunnen betrekken. Dus deze motie geef ik oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →