Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Vragen gesteld door de leden der Kamer 2026Z06781Vragen van het lid Steen (CDA) aan de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening over studentenhuisvesting (ingezonden 1 april 2026).Vraag 1Heeft u kennisgenomen van het artikel «Waarom bouwen we voor studentenalleen nog maar studio’s, terwijl we dat eigenlijk niet willen?»?1Vraag 2Herkent u het beeld dat de bouw van studentenhuisvesting in toenemendemate bestaat uit zelfstandige studio’s, terwijl de vraag van studenten juistvaak uitgaat naar onzelfstandige woonruimten met gedeelde voorzieningen?Vraag 3Kunt u inzicht geven in de verhouding tussen het aantal gerealiseerdezelfstandige studentenwoningen (studio’s) en onzelfstandige studentenkamersin de afgelopen vijf jaar?Vraag 4Kunt u aangeven naar welke verhouding tussen zelfstandige studio’s enonzelfstandige studentenkamers u streeft, mede in het licht van de woonwen-sen van studenten en de maatschappelijke effecten van verschillendewoonvormen?Vraag 5Kunt u aangeven hoeveel onzelfstandige studentenkamers in de afgelopenvijf jaar aan de markt zijn onttrokken en hoeveel onzelfstandige kamers zijnomgezet naar zelfstandige studio’s of andere woonvormen?Vraag 6Wat zijn volgens u de belangrijkste oorzaken dat ontwikkelaars en investeer-ders vaker kiezen voor de bouw van studio’s in plaats van onzelfstandigestudentenhuisvesting?1NRC, 27 maart 2026, «Op kamers» is nu «op studio», terwijl huisvesters dat liever niet willen enstudenten niet beter af zijn. kv-tk-2026Z06781’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Vragen1 Vraag 7Welke financiële en fiscale prikkels dragen bij aan een scheve verhoudingtussen het aantal gerealiseerde studio’s en onzelfstandige studentenkamers?Vraag 8In hoeverre spelen gemeentelijke regels rond verkamering, splitsing engrondbeleid een rol bij deze ontwikkeling?Vraag 9Deelt u de opvatting dat «op kamers gaan» bijdraagt aan gemeenschapsvor-ming en het tegengaan van eenzaamheid en mentale problematiek onderstudenten?Vraag 10Op welke wijze wordt in het huidige beleid rekening gehouden met maat-schappelijke baten, zoals het verminderen van eenzaamheid en mentaleproblemen bij studenten/jongeren bij de afweging tussen verschillende typenstudentenhuisvesting?Vraag 11Kunt u aangeven hoeveel vierkante meter woonruimte gemiddeld nodig isvoor een zelfstandige studio ten opzichte van een onzelfstandige studentenka-mer met gedeelde voorzieningen?Vraag 12Welke stappen en met welk tijdpad bent u van plan te zetten om te komen toteen ondersteuningsprogramma studentenhuisvesting gericht op gemeentenbuiten de G4, conform de aangenomen motie?2Vraag 13Op welke wijze wordt binnen dit programma specifiek ingezet op hetstimuleren van de bouw van onzelfstandige studentenhuisvesting?Vraag 14Hoe gaat u uitvoering geven aan de aangenomen motie die oproept tot hetontwikkelen van een methodiek en instrumentarium om maatschappelijkebaten, zoals sociale cohesie en ontmoeting, structureel mee te nemen inwoningbouwprojecten.3Vraag 15Hoe wordt in deze methodiek concreet geborgd dat investeringen ingemeenschappelijke ruimten zoals gedeelde woonkamers, studieruimten engroenvoorzieningen worden meegewogen in de businesscases van de bouwvan studentenhuisvesting?Vraag 16Zou u inzicht willen geven in wat er nodig is om op een vergelijkbare manierde maatschappelijke baten van onzelfstandige woonruimten ten opzichte vanstudio’s mee te rekenen in businesscases?Vraag 17Zou u in kaart willen brengen welke maatregelen er mogelijk zijn omgemeenten en projectontwikkelaars te stimuleren om vaker te kiezen vooronzelfstandige studentenhuisvesting en te investeren in gemeenschappelijkeruimten, mede met het oog op de maatschappelijke voordelen voor studen-ten en wijken?2Kamerstuk 36 800 XXII, nr. 28.3Kamerstuk 32 847, nr. 1412.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Vragen2
Bron, video en gesprek →0debatten
107bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2025-11-12–heden) ·